Zoek in het NTvT archief

Er zijn 337 zoekresultaten gevonden.

  • De preventie van cariës lijkt redelijk eenvoudig. Met een goede zelfzorg, bestaande uit plaqueverwijdering met fluoridetandpasta en het beperken van zoetmomenten is de ziekte grotendeels te voorkomen. De meeste ouders beschikken over voldoende kennis en motivatie om deze preventie-adviezen voor hun kind op te volgen. Toch blijkt de praktijk weerbarstig, doordat ouders barrières ervaren die een goede zelfzorg in de weg staat. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste gezinsfactoren die van invloed zijn op de zelfzorg en cariës bij kinderen. Hieronder vallen opvattingen van de ouders, de manier waarop ouders met het kind omgaan en communiceren (het opvoedgedrag) en de manier waarop het reilen en het zeilen binnen het gezin is geregeld (het gezinsfunctioneren). Het is belangrijk om als mondzorgverlener in gesprek te gaan met ouders om te achterhalen waar de mogelijke barrières zitten. Hierdoor kan afgestemde voorlichting worden gegeven die ouders helpt de mondgezondheidsadviezen op te volgen.

  • Te veel kinderen ontwikkelen carieuze laesies en vele laesies ontwikkelen zich tot een dentinecaviteit. In 2010 was minder dan 50% van de carieuze dentinecaviteiten in het tijdelijk gebit van 6-jarige kinderen in Nederland gerestaureerd. Door onderzoek is echter de noodzaak van het routinematig restaureren van caviteiten in de tijdelijke gebit op losse schroeven komen te staan. Huidige inzichten in de cariologie wijzen in de richting van een causale behandeling die gestoeld is op het reinigen van toegankelijke of van toegankelijk gemaakte carieuze dentinecaviteiten, eventueel gesteund door het aanbrengen van zilverdiamminefluoride. Het ultieme doel van een restauratie in het tijdelijk gebit is het mogelijk maken om biofilm van het tandoppervlak te verwijderen en infectie van de pulpa te voorkomen. Mocht restaureren in het tijdelijk gebit noodzakelijk zijn dan zullen mondzorgverleners, om behandel­angst te voorkomen, eerst moeten overwegen of het haalbaar is restauraties op een atraumatische manier te plaatsen, bijvoorbeeld door middel van de ART-methode of de Hall-techniek.

  • (Erosieve) gebitsslijtage bij jeugdigen in Nederland: hoe groot is het probleem?

    D.L. Gambon, A.A. Schuller, E.M. Bronkhorst, G.J. Truin

    7 april 2017

    NTvT Kindertandheelkunde Thema

  • Volgens internationaal onderzoek is de prevalentie van (erosieve) gebitsslijtage bij de jeugd de laatste decennia toegenomen. De vraag was of hiervan ook sprake is in Nederland en welke veranderingen in consumptiepatronen hierbij mogelijk een rol spelen. In de periode 1998 tot en met 2011 hebben 9 onderzoeken plaatsgevonden naar de prevalentie van (erosieve) gebitsslijtage bij de jeugd. Uit een meta-analyse van deze onderzoeken komt naar voren dat er ook in Nederland sprake is van een toename. Daarnaast neemt de prevalentie toe naarmate de kinderen ouder zijn. Algemeen wordt aangenomen dat veranderingen in het aanbod van voedingsmiddelen en daarmee in consumptiepatronen een belangrijke verklaring voor deze toename bij de jeugd zijn. Echter, om deze aanname te onderbouwen zijn longitudinale onderzoeken nodig, waarin zowel de prevalentie en de incidentie van (erosieve) gebitsslijtage als veranderingen in consumptiepatronen worden bestudeerd. Deze onderzoeken zijn echter schaars en bovendien laten de resultaten geen consistent beeld zien. 

  • De rol van de mondzorgverlener bij het signaleren van kindermishandeling

    R.J.M. Gruythuysen, J.M. Wiggelendam

    7 april 2017

    NTvT Kindertandheelkunde Thema

  • De aandacht voor kindermishandeling is de laatste jaren toegenomen. In 2015 heeft de KNMT de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld herzien. De kern van de meldcode wordt gevormd door het verplicht volgen van een 5-stappenplan bij signalering van (een vermoeden van) onder andere kindermishandeling. Professioneel handelen bij kindermishandeling stelt hoge eisen aan de kennis en de communicatieve vaardigheden van de zorgverlener. Als daaraan wordt voldaan, is de zorgverlener door de wet voldoende beschermd tegen klachten van betrokkenen. Veel zorgverleners staan nog onwennig tegenover het toepassen van de Meldcode. Het aantal contacten met Veilig Thuis voor adviezen en meldingen bedraagt in de mondzorg hooguit enkele promille van het totale aantal contacten. Bij verwaarlozing van mondverzorging, de meest voorkomende vorm van kindermishandeling op het terrein van de mondzorg, blijft het professioneel handelen meestal nog beperkt tot symptoombestrijding. Georganiseerde zorg via ketenvorming biedt mogelijkheden tot coördinatie van doelgerichte actie bij kindermishandeling.

  • Tandheelkundige behandeling van angstige kinderen: belijden, vermijden of begeleiden?

    M.C.M. van Gemert-Schriks, M.M. Bildt

    7 april 2017

    NTvT Kindertandheelkunde Thema

  • Behandelangst is een veelvoorkomende angst bij kinderen. De mondzorgverlener ziet zich in de praktijk geconfronteerd met lastige dilemma’s omtrent het waarborgen van een goede mondgezondheid voor deze kinderen. De geïndiceerde behandeling gaat de belastbaarheid van het angstige kind veelal te boven, maar wanneer de behandeling niet wordt uitgevoerd, staan de algemene gezondheid en levenskwaliteit op de tocht. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de etiologie van behandelangst bij kinderen. Daarnaast wordt de mondzorgverlener inzicht verschaft in de mogelijkheden die hem/haar ter hand staan om de behandelbaarheid van het kind te vergroten en de angst te reduceren, zodat uiteindelijk de geïndiceerde tandheelkundige zorg kan worden uitgevoerd. Hierin is ruimte voor psychotherapeutische cognitief- en gedragsbeïnvloedende technieken, alsmede farmacologische ondersteuning. De mondzorgverlener zal goed gemotiveerd en weloverwogen de koers moeten bepalen, te allen tijde in het licht van de individuele context van het kind.

  • Pijnklachten in het orofaciale gebied van niet-dentogene oorsprong

    B. Stegenga

    4 november 2016

    NTvT Pijn in de orofaciale regio Thema

  • Pijnklachten in het orofaciale gebied zijn meestal van dentogene oorsprong of betreffen temporomandibulaire disfunctiepijn. Niettemin is er een aantal aandoeningen van niet-dentogene oorsprong waarmee tandartsen kunnen worden geconfronteerd. Daarbij gaat het niet altijd om nociceptieve pijn, samenhangend met somatische schade, maar kan de pijn ook het gevolg zijn van zenuwschade (neuropathische pijn) of van veranderingen die zich in het centrale zenuwstelsel voltrekken (centrale sensitisatie). In deze situaties zijn de pijnklachten in de meeste gevallen chronisch. Door alarmerende symptomen (‘rode seinen’) uit te sluiten en aandacht te besteden aan de factoren die kunnen bijdragen aan de overgevoeligheid van het centrale zenuwstelsel (‘gele seinen’) kan de patiënt vaak voldoende worden gerustgesteld en vervolgens gericht worden verwezen voor verdere pijnbehandeling.

  • Pijnlijke temporomandibulaire disfuncties: diagnose en behandeling

    F. Lobbezoo, G. Aarab, W. Knibbe, M. Koutris, C.J. Warnsinck, P. Wetselaar, C.M. Visscher

    4 november 2016

    NTvT Pijn in de orofaciale regio Thema

  • Pijnlijke temporomandibulaire disfunctie (TMD-pijn) komt vaak voor in de algemene bevolking. De meest voorkomende subdiagnoses zijn myalgie (kauwspierpijn) en artralgie (kaakgewrichtspijn). De etiologie van TMD-pijn is multifactorieel en de diagnostiek en eventuele behandeling hebben vaak een multidisciplinair karakter. De meest recente inzichten voor de diagnostiek en de behandeling van TMD-pijn zijn gebaseerd op de in 2013 verschenen multidisciplinaire richtlijn ‘Chronische aangezichtspijn’, die onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten is ontwikkeld. Tandartsen worden geacht te handelen conform de aanbevelingen in deze richtlijn. De autorisatie van de richtlijn door de betrokken wetenschappelijke en beroepsverenigingen impliceert dat terughoudendheid is geboden bij het inzetten van diagnostische hulpmiddelen en behandelmodaliteiten die niet, of onvoldoende zijn onderbouwd met solide bewijslast.

  • Hoofdpijn: classificatie en diagnose

    P.A.T. Carbaat, E.G.M. Couturier

    4 november 2016

    NTvT Pijn in de orofaciale regio Thema

  • Er zijn vele soorten hoofdpijn en bovendien hebben veel mensen verschillende soorten hoofdpijn tegelijkertijd. Een adequate behandeling is alleen mogelijk op basis van de juiste diagnose. Technisch en inhoudelijk is de huidige diagnostiek van hoofdpijn gebaseerd op de ‘International Classification of Headache Disorders’ (ICHD-3-beta) die is opgesteld onder auspiciën van de International Headache Society. Deze classificatie gaat uit van primaire en secundaire hoofdpijnen. De meest voorkomende primaire hoofdpijnen zijn spanningshoofdpijn, migraine en clusterhoofdpijn. Toepassing van eenduidige diagnostische begrippen is essentieel om te komen tot de meest geëigende behandeling van de verschillende soorten hoofdpijn.

  • Multidisciplinaire behandeling van aangezichtspijn

    J. W. Geurts, J. Haumann, M. van Kleef

    4 november 2016

    NTvT Pijn in de orofaciale regio Thema

  • De diagnostiek en behandeling van aangezichtspijn kan complex zijn. De differentiële diagnose is zeer uitgebreid. Multidisciplinaire diagnostiek en behandeling is daarbij vaak aangewezen. Het onderzoek van psychologische componenten hoort bij de diagnostiek van chronische pijn. Psychologische factoren kunnen namelijk een rol spelen bij chronificatie van de pijn, maar kunnen ook een gevolg zijn van de aanhoudende pijn. Patiënten met persisterende orofaciale klachten moeten worden gezien door een behandelteam bestaande uit een mka-chirurg, een neuroloog, een anesthesioloog/pijnspecialist, een tandarts-gnatoloog, een orofaciaal fysiotherapeut en een psycholoog of een in pijn gespecialiseerde psychiater. Behandelopties worden besproken, waarbij ook onderzoeksliteratuur over de effectiviteit hiervan in beschouwing wordt genomen. De algemene conclusie is dat er nog veel onderzoek moet worden gedaan naar oorzaak en behandeling van orofaciale pijn.

  • Pijn is een complex fenomeen en de ontrafeling van de onderliggende mechanismen, waarbij perifere en centrale inflammatie een grote rol spelen, leidt tot nieuwe inzichten en nieuwe therapeutische mogelijkheden. Perifere inflammatie wordt gekenmerkt door de afgifte van een grote variëteit aan stoffen en ontstekingsmediatoren, zoals prostaglandines, cytokinen en groeifactoren. De nociceptoren op de uiteinden van de C-vezels registreren de veranderingen in het lokale milieu. Het zijn de specifieke receptoren en transducer-eiwitten op de nociceptor die voor een depolarisatie zorgen en daarmee een actiepotentiaal via de C-vezel naar het centrale zenuwstelsel sturen. Bij aankomst van deze actiepotentiaal zal in het centrale zenuwstelsel eveneens een ontstekingsreactie optreden waarbij microgliale cellen een grote rol spelen. De interactie tussen geactiveerde microgliale cellen met het centrale sensitisatie-proces (NMDA-receptor) kan tot chronificatie van de pijn leiden.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria