Zoek in het NTvT archief

Er zijn 80 zoekresultaten gevonden.

  • De goede werking van richtlijnen is mede afhankelijk van een juiste validatie. Valideren vraagt een gestelde norm. Vanuit het professionele en protoprofessionele paradigma worden andere normen gebruikt voor validatie vanuit verschillende wetenschapsfilosofische uitgangspunten. Ook tussen zorgverleners zelf worden verschillende fundamentele uitgangspunten gehanteerd. Dit leidt tot een onoverbrugbaar methodologisch verschil waardoor validatie nu niet mogelijk of zinvol is. Een belangrijke rol lijkt weggelegd voor de kennisleer uit de humaniora om de richtlijnen te kunnen uitleggen en interpreteren. Daarnaast blijkt het operationaliseren van richtlijnen niet eenvoudig. In het gebruik van richtlijnen blijken onbedoelde effecten zoals het uitsluiten van patiënten van verzekeringen en vergoedingen op te treden. Tevens neemt het aantal richtlijnen zodanig toe dat handhaving en uitvoering in gevaar komt. Aanbevelingen worden gedaan om de betekenis en werking van richtlijnen te bewaken.

  • Richtlijnen staan momenteel in de belangstelling. Belangrijke doelen van richtlijnen zijn het verbeteren van kwaliteit van zorg en het vergroten van de patiëntveiligheid. Vanuit taalkundige, juridische en (proto)professionele paradigma’s wordt verschillend gedacht over de betekenis, reikwijdte en effectiviteit van richtlijnen. De onderliggende proposities zijn sterk verschillend. Door het ontbreken van eenduidigheid is onduidelijk wat richtlijnen moeten gaan toevoegen aan de kwaliteit van zorg. Bij het gebruik van het begrip richtlijn wordt onuitgesproken aangenomen dat de betekenis en werking van een richtlijn onveranderd blijft in een veranderde context. In essentie is dit een kennistheoretisch probleem dat tot op heden niet in het debat is opgenomen. Het gevolg is dat de werking van richtlijnen verandert van een ondersteunend instrument op patiëntniveau tot een afdwingbare norm voor sturing van het collectieve zorgproces. Daarnaast is het de vraag of het middel richtlijn een vanzelfsprekende keuze is om meer kwaliteit en veiligheid in de zorg te verkrijgen. Het wordt aanbevolen om de paradigmatische herkomst van richtlijnen te verankeren in de wet en in de richtlijnen zelf.

  • De 3D-geprinte boormal voor de bilaterale sagittale splijtingsosteotomie

    J.T. Wes, P.N.W.J. Houppermans, J.P. Verweij, G. Mensink, N. Liberton, J.P.R. van Merkesteyn

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Visie

  • De bilaterale sagittale splijtingsosteotomie (BSSO) is een veel gebruikte chirurgische techniek binnen de orthognatische chirurgie. Het specifieke osteotomie-ontwerp kan per kliniek verschillen. Wat echter de beste positie is van de zaagsneden bij een BSSO blijft de vraag en kan wellicht ook per patiënt verschillen. Daarnaast kan standaardisatie, voor bijvoorbeeld onderzoek, gewenst zijn. Wellicht zou preoperatieve planning met een ‘boormal’ om hiermee individueel geplande zaagsneden te kunnen plaatsen tijdens de BSSO een meerwaarde zijn. Voor dit doel werd bij een patiënt een preoperatieve 3D-geprinte biocompatibele boormal vervaardigd. Het verschil tussen de preoperatief bepaalde zaag­snede met behulp van deze boormal en de daadwerkelijk uitgevoerde zaagsnede was nog groot.

  • Autotransplantatie 2.0. Overwegingen, uitkomsten en nieuwste technieken

    J.P. Verweij, D. Anssari Moin, G. Mensink, D. Wismeijer, J.P.R. van Merkesteyn

    8 juli 2016

    NTvT juli en augustus 2016 Visie

  • Autotransplantatie is een waardevolle techniek die een fysiologische vorm van tandvervanging biedt aan patiënten met missende gebitselementen. Gebitselementen met een open apex (50-75% wortelafvorming) zullen na autotransplantatie vitaal ingroeien. Het succespercentage na autotransplantatie is 82. De overige 18% kan doorgaans met een eenvoudige aanvullende behandeling alsnog succesvol worden behandeld. De 10-jaarsoverleving na autotransplantatie is meer dan 90%. Het toepassen van driedimensionale technieken maakt het mogelijk om preoperatief een replica van het donorelement te vervaardigen. Hiermee kan de nieuwe tandkas op de ontvangstlocatie worden geprepareerd nog vóór extractie van het transplantaat. Deze techniek reduceert de extra-alveolaire tijd van het donorelement en minimaliseert de kans op iatrogene schade. Dit resulteert in een gestroomlijnde procedure, waardoor een betere planning met betere resultaten mogelijk is.

  • Bij de vraag of een bepaalde behandeling is geïndiceerd moeten tandartsen zich afvragen in hoeverre de behandeling past binnen een zorgdoel. Is dit niet het geval, dan wordt de indicatie doorgaans afgewezen omdat deze in strijd is met de professionele standaard. Op tandartsen die een dergelijke indicatie toch overwegen, rust de plicht de patiënt niet alleen op algemene risico’s van een bepaalde behandeling te wijzen, maar ook op de extra risico’s in verband met de risicovolle indicatie.

  • Algehele anesthesie bij jonge kinderen in de tandheelkunde

    M.A.E-M. Oomens, L.H.D. Booij, J.A. Baart

    6 mei 2016

    NTvT mei 2016 Visie

  • Algehele anesthesie bij kinderen jonger dan 4 jaar zou kunnen leiden tot hersenbeschadiging met cognitieve en gedragsproblemen op latere leeftijd tot gevolg. De kans hierop is klein, maar neemt toe bij verlengde duur van de anesthesie en het geven van meerdere keren algehele anesthesie. Vanzelfsprekend moet de indicatie ‘algehele anesthesie’ zeer strikt worden gesteld. Om de kans op schade te verkleinen, moet de algehele anesthesie in goed overleg tussen anesthesioloog en behandelaar, volgens een vast protocol, plaatsvinden. De ouders moeten op de hoogte worden gebracht van mogelijke risico’s van de algehele anesthesie. Het uitstellen van de behandeling naar een later tijdstip en daarmee de algehele anesthesie moet worden overwogen.

  • Toedeling van taken en verantwoordelijkheden in de mondzorg: kernbegrippen

    W.G. Brands, J.L.M. van den Heuvel

    8 januari 2016

    NTvT januari 2016 Visie

  • Steeds vaker wordt mondzorg binnen een team of een netwerk geleverd. Leden van een dergelijk netwerk blijken vaak onzeker over de regels die gelden voor de verdeling van taken. De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg waarin deze verdeling is geregeld, gebruikt heel specifieke termen. Duidelijkheid over deze termen is een voorwaarde om in een latere bijdrage te kunnen reflecteren op het operationaliseren van de voorwaarden die gelden voor werken in een team of een netwerk.

  • Bevoegdheden en taakverdeling: inventarisatie van knelpunten in de mondzorg

    W.G. Brands, J.L.M. van den Heuvel, J.A. Kieft

    2 oktober 2015

    NTvT oktober 2015 Visie

  • Voor de patiëntveiligheid en het vertrouwen van het publiek in de mondzorg is het essentieel dat de patiënt kan vertrouwen op degene die hem zorg verleent. Steeds vaker wordt mondzorg verleend door niet-tandartsen. De regels hiervoor zijn opgenomen in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

  • [Epub ahead of print 23 Mar 2015] In de decembereditie van 2014 publiceerden T.H. van den Berg en B. Preckel een artikel met als titel ‘Lichte intraveneuze sedatie met midazolam door de tandarts’. Hierop reageerden Broers et al met de mening dat intraveneuze sedatie met midazolam in handen van een tandarts onveilig is voor de patiënt. In deze publicatie gaan auteurs Van den Berg en Preckel op de punten van kritiek in.

  • Een omslag in cariësbehandeling bij kinderen: 'Gewoon Gaaf'

    W.H. van Palenstein Helderman, R.J.M. Gruythuysen, J.J.M. Bruers, A.J.P. van Strijp, C. van Loveren

    6 maart 2015

    NTvT maart 2015 Visie

  • Dit is een ‘position paper’ over ‘Gewoon Gaaf’, een omslag in de cariësbehandeling bij kinderen met de focus eerst en vooral op preventie. Cariës wordt nu gezien als een gedragsgerelateerde ziekte. Gedragsveranderingen staan centraal in de preventie van cariës,...

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria