Zoek in het NTvT archief

Er zijn 121 zoekresultaten gevonden.

  • Gelokaliseerde (juveniele) spongiotische hyperplasie van de gingiva: een minder bekende aandoening

    K. Delli, J.J. Doff, A. Vissink, F.K.L. Spijkervet

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Casuïstiek

  • Een 49-jarige vrouw presenteerde zich met een oppervlakkige, ulcererende aandoening van ongeveer 7 x 3 mm op de marginale rand van de labiale gingiva ter hoogte van gebitselement 11. De aandoening was tweemaal gerecidiveerd na beperkte chirurgische verwijdering. Naar aanleiding van een nieuw, ruim excisiebiopt werd door de patholoog aanvullend onderzoek verricht, waarbij de diagnose gelokaliseerde (juveniele) spongiotische hyperplasie van de gingiva werd gesteld. De pathogenese van deze aandoening is nog onduidelijk. Een karakteristiek kenmerk is het gelokaliseerd en solitair voorkomen van de aandoening. Gelokaliseerde (juveniele) spongiotische hyperplasie van de gingiva wordt vooral gezien op de marginale labiale gingiva van de bovenkaak. De aandoening kan spontaan in regressie gaan, maar gewoonlijk is chirurgische excisie geïndiceerd vanwege het cosmetisch storend aspect dan wel een lokaal mondhygiëneprobleem. De kans op recidief is groot, vooral als de aandoening niet radicaal is verwijderd.

  • Marleen IJzerman-Schuurhuis promoveerde op 7 december 2016 aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift ‘Evidence of dental screening for oral foci of infection in oncology patients’. Promotoren waren prof. dr. F.K.L. Spijkervet en prof. dr. A. Vissink. Dit promotieonderzoek wo...

  • Mondgezondheid van kwetsbare ouderen

    Albert (Arie) R. Hoeksema trachtte meer duidelijkheid te verschaffen over de orale status en mondgezondheid van kwetsbare ouderen, zowel thuiswonend als wonend in een verpleeg- en verzorgingshuis, in relatie met hun algemene gezondheid, kwetsbaarheid en kwaliteit van leven. Zo stelde hij vast dat de...

  • Medicamenten en mondzorg 3. Vergoeding en bevoegdheid tot voorschrijven

    A. Vissink, C. de Baat, F.K.L. Spijkervet, W.G. Brands

    9 december 2016

    NTvT december 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Geadviseerd door het Zorginstituut Nederland en de Wetenschappelijke Adviesraad van dit instituut beslist de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of een medicament wel of niet wordt opgenomen in het basispakket van de verplichte zorgverzekering. Bij deze beoordeling ligt de nadruk op de therapeutische waarde ten opzicht van de in Nederland geldende standaardbehandeling, de budgetimpact en de kosteneffectiviteit. Bij aandoeningen die niet of onvoldoende reageren op een standaardbehandeling loopt men echter tegen de grenzen van dit systeem aan en wordt een noodzakelijke behandeling in voorkomende gevallen niet vergoed. Met betrekking tot het voorschrijven van medicatie hebben tandartsen receptuurbevoegdheid zolang zij in het BIG-register staan ingeschreven; daarentegen hebben mondhygiënisten geen receptuurbevoegdheid en moeten zich beperken tot het hooguit adviseren van vrij verkrijgbare medicamenten. Bij het voorschrijven moeten tandartsen zich uiteraard beperken tot die medicamenten waarvan zij de werking overzien en waarmee zij voldoende ervaring hebben opgebouwd. Mocht een tandarts vinden dat het medicament dat hij wil voorschrijven zijn kennis te boven gaat, dan kan het beste met een mond-, kaak- en aangezichtschirurg, huisarts of medisch specialist worden overlegd of dit medicament kan worden voorgeschreven en zo ja, door wie.

  • Academisch proefschrift

    Kraaijenga SAC Long-term oropharyngeal and laryngeal function in patients with advanced head and neck cancer Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2016 249 blz, geïll.ISBN 978 94 6233 316 1 Vergevorderde hoofd-halskanker wordt veelal orgaansparend behandeld met behulp van radiotherapie al...

  • Medicamenten en mondzorg 1. Wat mondzorgverleners moeten weten over medicatie

    A. Vissink, C. de Baat

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Veel patiënten die tandartsen, mondhygiënisten of andere mondzorgverleners bezoeken, gebruiken medicamenten. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking zal dit aantal verder toenemen, inclusief het aantal patiënten dat meerdere medicamenten gebruikt. Naast medicamenten gebruiken veel patiënten, maar ook gezonde personen, zelfzorgmiddelen. Zowel de gebruikte medicamenten als zelfzorgmiddelen kunnen consequenties hebben voor een tandheelkundige behandeling en/of kunnen een verklaring zijn voor veranderingen die tandartsen, mondhygiënisten en overige mondzorgverleners in en rond de mond waarnemen. Met een serie artikelen over medicatie en mondzorg wordt aandacht geschonken aan deze problematiek, een problematiek waarvan het belang met de tijd alleen maar zal toenemen. Daarnaast zullen in deze artikelen suggesties worden gedaan voor medicamenten voor aandoeningen in het hoofd-halsgebied, waarbij de keuze voor een bepaald medicament niet als dogmatisch moet worden gezien.

  • Een evaluatie van de implementatie van de ‘Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’

    A.R. Hoeksema, H.J.A. Meijer, A. Vissink, G.M. Raghoebar, A. Visser

    6 mei 2016

    NTvT mei 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Bij 75% van de ouderen wordt bij opname in een verpleeghuis onbehandelde mondzorgproblemen gezien. Bovendien rapporteert de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat de mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen onvoldoende is. De in 2007 ontwikkelde ‘Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’ blijkt onvoldoende te zijn geïmplementeerd. Het onderzoeksdoel was het verkrijgen van inzicht in de implementatie van deze richtlijn in zorginstellingen. Daartoe werd een vragenlijst verspreid onder medewerkers van 74 verpleeghuizen verspreid over Nederland. Data-analyse leerde dat men bekend is met de richtlijn en dat mondzorgverleners vaak wel beschikbaar zijn. Echter, de mondzorgverleners hebben veelal geen toegang tot redelijke tandheelkundige faciliteiten. Voorts worden patiënten doorgaans niet conform de richtlijn gescreend en/of onder controle gehouden. Ten slotte bleek de scholing van verpleegkundigen en verzorgenden onvoldoende. Geconcludeerd kan worden dat de ‘Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’ bij medewerkers in verpleeghuizen goed bekend is, maar dat de implementatie van de richtlijn in de dagelijkse praktijk sterk te wensen overlaat.

  • Virtuele planning vereenvoudigt procedure voor kaakreconstructie [

    Bij verwijdering van een tumor uit de boven- of onderkaak ontstaat vaak een groot defect. Om de kauwfunctie, de spraak en de esthetiek te herstellen wordt bij de reconstructie van het kaakdefect vaak gebruikgemaakt van een transplantaat uit het kuitbeen, waarop implantaten worden aangebracht. Op dez...

  • Direct implanteren na extractie blijkt een goede behandeloptie

    Het promotieonderzoek van tandarts-implantoloog Kirsten Slagter bevestigt dat er geen bezwaren zijn om na het extraheren van een frontelement direct een implantaat plus kroon te plaatsen. Door die procedure tijdens dezelfde behandeling uit te voeren, zijn er minder behandelingen nodig – 1 of 2...

  • Cosmetische ingrepen tijdens orthognathische chirurgie

    J. Jansma, R.H. Schepers, A. Vissink

    8 januari 2016

    NTvT januari 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Het doel van een gecombineerde orthodontisch-chirurgische behandeling is correctie van de dysgnathie en de gestoorde gebits­occlusie met als resultaat verbetering van de functie. In toenemende mate wordt aanvullend aan de kaakosteotomie gebruikgemaakt van esthetische correcties om meer harmonie in het gelaat en/of gezichtsverjonging te bereiken. Hierbij valt onder andere te denken aan contour- of projectieverbetering door een transorale zygoma­osteotomie of het aanbrengen van een alloplastisch implantaat. Door lipofilling kunnen contourveranderingen van de weke delen worden gerealiseerd. Submentaal vetsurplus kan worden gecorrigeerd door liposuctie of lipectomie om de kin-halshoek te normaliseren. Een flapoorcorrectie en een beperkte neuscorrectie kunnen ook worden gecombineerd met een kaakosteotomie, terwijl een ooglidcorrectie en een liplift bij de oudere osteotomiepatiënt kunnen worden toegepast voor gezichtsverjonging. Deze esthetische correcties kunnen veelal gelijktijdig met de kaakosteotomie worden uitgevoerd en bijdragen aan een grote patiënttevredenheid.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria