Tot in de twintigste eeuw was het bekijken van de uitgestoken tong voor de arts een routinezaak bij vrijwel alle ziekten. Vreemd genoeg deed de middeleeuwse arts dat niet. Men was het er wel over eens dat dit lichaamsdeel bestond uit zacht wit (!) vlees, dat vol zat met aderen en zenuwen. De functie van de tong was ook duidelijk. Deze moest met behulp van het speeksel het voedsel tussen de kiezen brengen en daarnaast was de tong belangrijk voor de smaakgewaarwording en vond men de tong ook van belang voor de klankvorming van de spraak.
Tot in de twintigste eeuw was het bekijken van de uitgestoken tong voor de arts een routinezaak bij vrijwel alle ziekten. Vreemd genoeg deed de middeleeuwse arts dat niet. Hoewel deze de mens en zijn organen indeelde in warm of koud, vochtig of droog en in 1 van de 4 temperamenten: flegmatisch, sanguin, cholerisch of melancholisch, was dat voor van een van de gemakkelijkst te bestuderen organen, de tong, niet het geval. Men was het er wel over eens dat dit lichaamsdeel bestond uit zacht wit (!) vlees, dat vol zat met aderen en zenuwen. De functie van de tong was ook duidelijk. Deze moest met behulp van het speeksel het voedsel tussen de kiezen brengen, zoals ook het graan door de molenaar tussen zijn molenstenen wordt gebracht. Maar daarnaast was de tong belangrijk voor de smaakgewaarwording, die zij doorstuurde “ten ghemenen synne” (naar de hersenen). Ten slotte vond men de tong ook van belang voor de klankvorming van de spraak. Want lieden met een dikke tong spraken immers slechter dan mensen met een dunne tong.
De middeleeuwer was ervan overtuigd dat er veel mis kon gaan met de tong. Men schrijft over puisten zwellingen, kloven, verkorting of verlenging, krampen of verlamming en niet te vergeten de ranula onder de tong. Soms wordt hier nog aan toegevoeg..