Middeleeuwse tandheelkunde in de Lage Landen 4. ‘Van den tanden die siin gegaet”

Door M.A.J. Eijkman E.J. Jonkman
op 10 april 2015
Afbeelding

Wat deed de middeleeuwse chirurgijn als in kiezen die “siin gegaet”, caviteiten ontstonden? Dan dreigde, volgens de chirurgijn, het gevaar dat er ‘tandwormen’ in kwamen. Dat was gemakkelijk te herkennen, vond men, want als de wormen stil lagen, dan zou de kiespijn tijdelijk ophouden. Deze theorie was al heel oud, mogelijk gaat hij al terug tot in het oude Egypte.

Wat deed de middeleeuwse chirurgijn als in kiezen die “siin gegaet", caviteiten ontstonden? Dan dreigde, volgens de chirurgijn, het gevaar dat er ‘tandwormen’ in kwamen. Dat was gemakkelijk te herkennen, vond men, want als de wormen stil lagen, dan zou de kiespijn tijdelijk ophouden. Deze theorie was al heel oud, mogelijk gaat hij al terug tot in het oude Egypte. In de middeleeuwen vermelden de chirurgijns de tandwormen nog wel, maar het is twijfelachtig of zij het verhaal zelf nog serieus namen. Het ging uiteraard alleen over caviteiten die makkelijk te zien waren, want het gebruik van een eenvoudig spiegeltje was nog onbekend. Genoemd wordt zelfs dat, als men de achterzijde van de mond goed wilde inspecteren, dit het beste op een zonnige dag kon plaatsvinden. De patiënt moest dan, op zijn rug liggend en met het gezicht naar de zon toegewend, de mond wijd open doen.

Voor de ernstige problemen bij kiespijn en caviteiten werden door de schrijvers talloze recepten aangedragen. Eén voorbeeld: een recept van De Chauliac gebaseerd op Rhazis: “Neem peper, opium, mirre, assafoetida en castoreum, van alles evenvee..