Middeleeuwse tandheelkunde in de Lage Landen 5. ‘Van tanden uut te doene metter wortele”

Afbeelding

Een chirurgijn moest alles doen om een kies medicamenteus te genezen. Maar als dat niet lukte en de chirurgijn niet belachelijk gemaakt wilde worden, dan moest men het zekere voor het onzekere nemen en het gebitselement trekken. Veel is herkenbaar, de instrumenten, de bloedstelping met aluin, het schoonmaken met wijn (gebottelde wijn is vrijwel steriel) en bovenal de zorg om de wortel die niet mag blijven zitten.

De middeleeuwse meester-chirurgijns waren niet altijd precies met de volgorde van wat zij vastlegden. Soms werd een onderwerp afgesloten en begon men enige tijd later opnieuw over hetzelfde onderwerp. Tegenwoordig kan een tekst makkelijk opnieuw gerangschikt worden met wat ‘knippen’ en ‘plakken’. Zo niet in de middeleeuwen, zeker niet wanneer er op perkament was geschreven. Perkament bleef namelijk een uiterst kostbaar medium om te gebruiken. Ook in het betoog van Guy de Chauliac komt ietsdergelijks voor: werd in het vorige deel van de serie ‘Middeleeuwse tandheelkunde in de Lage Landen’ afgesloten met de ‘tantmeester’, die het moeilijke geval maar moest opknappen, even later wordt toch een paragraaf over het trekken van de kiezen gevonden, waaruit blijkt dat de chirurgijn het toch niet altijd beneden zijn waardigheid vond om een gebitselement te verwijderen.

Afb. 1. De chirurgijn inspecteert de patiënt; de assistent staat klaar met..