Het gapende geheime gat in de mondzorg

Blog door Henk van Gerven in het tijdschrift Medisch Contact

Op 4 april 2014 stuurde het Capaciteitsorgaan voor Medische en Tandheelkundige Vervolgopleidingen een brief naar minister Schippers. Daarin stelt zij het zeer te betreuren dat de minister de stekker uit het onderzoek en advies van de initiële opleidingen in de mondzorg (tandheelkunde en mondzorgkunde) trekt.

Dat geheime besluit van de minister – het is nooit aan de Kamer gemeld – is curieus. Sinds 2008 gaf het Capaciteitsorgaan nauwkeurig advies over de benodigde instroom aan tandartsen en mondhygiënisten voor de eerste lijn. De adviezen van het Capaciteitsorgaan bevielen de minister kennelijk niet.

Op advies van de commissie Linschoten in 2006 koerste het ministerie van VWS aan op taakherschikking van de tandarts naar de mondhygiënist en werd de opleidingscapaciteit van tandartsen sindsdien met 60 verminderd van 300 naar 240.1

Het Capaciteitsorgaan waarschuwde echter dat het effect van de taakherschikking minder zou zijn dan het ministerie voor ogen had. Sterker nog, er werd geadviseerd meer tandartsen op te leiden. Deze adviezen werden in de wind geslagen en niet op prijs gesteld.

Door deze struisvogelpolitiek van de minister moeten we nu beleid maken op basis van gedateerde informatie uit 2013. Heel erg onverstandig, want actuele cijfers zijn onontbeerlijk als het gaat over de opleidingsplanning van tandartsen en mondhygiënisten.

Maar er is nog meer aan de hand. De Associatie van Nederlandse Tandartsen (ANT) is een WOB-verzoek gestart om een document van het ministerie over de taakherschikking boven water te krijgen. Een belangrijk verslag van een overleg van 4 februari 2016 tussen het ministerie en de opleidingen tandheelkunde (Amsterdam) en mondzorgkunde (Amsterdam en Utrecht) is namelijk weggelakt. De ANT heeft desondanks een versie van het verslag bemachtigd en concludeert dat er een cruciale fout in staat. Het ministerie stelt in dit verslag namelijk dat de opleiding voor het maken van röntgenfoto’s bij mondhygiënisten identiek is aan de opleiding bij tandartsen. Quod non.

En de minister dendert maar door. Zij wil de zelfstandige bevoegdheden van de mondhygiënisten uitbreiden. En weigert iets te doen aan het alsmaar oplopende tekort aan Nederlandse tandartsen. Als je kijkt naar het aantal buitenlandse tandartsen in Nederland, dan moet je constateren dat zij een steeds groter gat opvullen dat is ontstaan in de Nederlandse tandzorg.2 Er zijn ongeveer 9.000 tandartsen werkzaam. En in Nederland lopen circa 3.000 buitenlandse tandartsen rond met een niet-Nederlands beroepsdiploma.

Hoe moet het nu verder? Het Capaciteitsorgaan moet als de wiedeweerga een actueel advies maken over de huidige capaciteit in de eerstelijnsmondzorg en de benodigde hoeveelheid tandartsen en mondhygiënisten in Nederland. Het is onbestaanbaar dat wij voor goede mondzorg afhankelijk worden van buitenlandse tandartsen, met alle kwaliteitsproblemen van dien.

Waarom toch die geheimzinnigheid op het ministerie? Het is een zwaktebod als men feiten niet uitzoekt of dingen verdraait. Voor de verdere discussie over hoe de mondzorg zich moet ontwikkelen, is het van belang dat we de onbetwistbare feiten kennen. Niemand is gediend met het nu bestaande geheime gapende gat in de mondzorg.

(Bron: Medisch Contact, 20 februari 2017)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.