januari 2000
Auteurs:
A.M. van Luijk
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 002 - 2
Rubriek:
Samenvatting:
 

Bij een bezoek aan de Verenigde Staten, enige tijd geleden, merkte de Franse filosoof Jean Baudrillard op, dat Amerikanen "bij gebrek aan identiteit een prachtig gebit hebben". Zij zouden volgens hem achter een mooie glimlach hun innerlijke leegte verbergen. Ondanks deze harde woorden is er zowel in de technisch hoog ontwikkelde gebieden van de wereld alsook in de minder bedeelde landen een toenemende vraag naar esthetische tandheelkunde. De moderne tandheelkunde biedt die mogelijkheden dan ook: niet alleen de restauratieve tandheelkunde maar ook de orthodontie en de implantologie zijn deelgebieden met een sterk esthetische lading. Ook de industrie heeft dit ´gat in de markt´ gevonden: tandkleurige restauraties, bleekmiddelen en witmakende tandpasta´s overspoelen de markt.

Auteurs:
A.H.M. Verrijt, R. van der Plaats, A.J.M. Plasschaert
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 003 - 7
Rubriek:
Samenvatting:
 

Uit een enquête onder 328 tandartsen die in de periode 1990 tot en met 1997 aan de Katholieke Universiteit Nijmegen afstudeerden blijkt dat afgestudeerden vrijwel unaniem vinden dat de opleiding hen voldoende voorbereid heeft op de eisen die de tandartspraktijk stelt op de kennisterreinen van de cariologie, de parodontologie, het kroon- en brugwerk en de tandheelkundige radiologie. Vooral op het terrein van de implantologie ervaren relatief veel afgestudeerden hun kennis als ontoereikend. Ook bij de meeste vaardigheidsgebieden acht men zich voldoende op de beroepspraktijk voorbereid. Tekortkomingen worden vooral ervaren op de gebieden praktijkmanagement, behandeling van patiënten met medische risico´s of angstige patiënten en gehandicapten. Vrijwel alle respondenten zijn van mening tijdens de opleiding voldoende ervaring te hebben opgedaan om zelfstandig aan het beroep te beginnen. Vrijwel iedereen kwalificeert de opleiding achteraf als goed tot zeer goed.

Auteurs:
A. de Jongh
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 008 - 11
Rubriek:
Samenvatting:
 

Extreme stikangst (i.c. stikfobie) wordt gekenmerkt door vrees voor en vermijding van objecten of situaties die tot stikken kunnen leiden, zoals het tot zich nemen van voedsel of pillen. Maar ook tijdens de tandheelkundige behandeling kunnen zich situaties voordoen waarbij een patiënt het gevoel krijgt te zullen stikken (bijv. het in de mond hebben van röntgenfoto´s of het maken van gebitsafdrukken), hetgeen aanleiding geeft tot angst- en paniekreacties. Stikfobie ontstaat meestal na een gebeurtenis waarbij de persoon zich ernstig heeft verslikt. Dit artikel geeft een kort overzicht van de relevante psychiatrische en medische differentiële diagnostiek en behandelingsmogelijkheden van patiënten met stikangst.

Auteurs:
J.A. Baart, J.M. van Hagen
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 012 - 14
Rubriek:
Samenvatting:
 
De geslachtsgebonden recessieve vorm van hypohidrotische ectodermale dysplasie (HED) is voor sommige patiënten een ernstige aandoening waarbij behalve de huid ook huidadnexen zoals haren, talg en zweetklieren zijn betrokken. Daarnaast kunnen ook tanden (oligodontie) en speekselklieren zijn aangedaan. De opsporing van het syndroom verloopt meestal via de mannelijke lijn, hoewel ook bij vrouwelijke draagsters (veelal geringere) symptomen kunnen worden aangetroffen. De tandheelkundige behandeling is veelal complex en berust bij de tandarts uit een centrum voor bijzondere tandheelkunde, die samenwerkt met de orthodontist en de kaakchirurg. De behandeling van patiënten met HED bestaat uit zorgvuldige conservering van het melkgebit en vervolgens conservering van het (deels niet aangelegde) blijvende gebit. Orthodontische behandeling zorgt ervoor dat de weinige pijlerelementen op een juiste plaats komen te staan voor een succesvolle behandeling met een langdurig functionerende prothetische voorziening. De tandarts of kaakchirurg-implantoloog kan ervoor zorgen dat pijlerelementen op strategische plaatsen komen te staan; veelal zal dit vooraf gegaan worden door de opbouw van de kaakwal met kinbot of bot van de bekkenkam.
Auteurs:
K.G. König, H. Kalsbeek, K.L. Weerheijm, J.M.ten Cate
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 015 - 18
Rubriek:
Samenvatting:
 
In dit eerste nummer van de zojuist begonnen eeuw start een nieuwe serie over tandheelkundige voorwerpen in de twintigste eeuw. De redactie heeft experts op de verschillende deelgebieden in de tandheelkunde gevraagd welke voorwerpen op hun vakgebied een cruciale rol hebben gespeeld in de voorbije eeuw. Zo’n tachtig voorwerpen werden genoemd. In de loop van dit jaar zal een aantal bijdragen verschijnen waarin deze voorwerpen, gerangschikt naar deelgebied, besproken worden. Daarbij kan het voorwerp als zodanig besproken worden, maar het kan ook als symbool gebruikt worden voor een ontwikkeling, die van groot belang was voor de tandheelkunde.
Auteurs:
M.C.D.N.J.M. Huysmans
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 019 - 19
Rubriek:
Samenvatting:
 
Samenvatting van de inaugurele rede uitgesproken door M.C.D.N.J.M. Huysmans bij het aanvaarden van het ambt van hoogleraar in de Conserverende Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen op 2 november 1999.
Auteurs:
W.W.I. Kalk
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 020 - 20
Rubriek:
Samenvatting:
 
Samenvatting van de inaugurele rede uitgesproken door W. Kalk bij het aanvaarden van het ambt van hoogleraar in de Orale Functieleer aan de Rijksuniversiteit Groningen op 2 november 1999.
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 021 - 24
Rubriek:
Samenvatting:
 
In het voorjaar van 1999 werden de drie opleidingen Tandheelkunde in Nederland voor de tweede keer gevisiteerd. De eerste visitatie vond plaats in 1994. Het is gebruikelijk dat de commissie na afloop van de visitatie een openbaar rapport uitbrengt, waarin doel en werkwijze van de commissie worden uiteengezet. In het rapport worden de opleidingen in vergelijkend perspectief geplaatst, waarna de gevisiteerde instellingen ieder apart worden besproken. De functie daarvan is dat de buitenwereld een beeld krijgt van de kwaliteit van de gevisiteerde opleidingen door deze te bespreken aan de hand van een aantal kwaliteitsaspecten. Over de visitatie van 1994 werd in dit tijdschrift mededeling gedaan in de vorm van twee bijdragen, namelijk die van Hokwerda ´Onderwijsvisitatie: doel en werkwijze´ (Ned Tijdschr Tandheelkd 1994; 101: 352-355) en door een aantal hoofdstukken uit het rapport zelf over te nemen (Ned Tijdschr Tandheelkd 1994; 101: 376-379). In het onderstaande komt de visitatie van 1999 aan de orde. De belangrijkste passages en conclusies uit de hoofdstukken 1, 2 en 5 van het rapport van de visitatiecommissie ´Onderwijsvisitatie Tandheelkunde´(VSNU: Utrecht, 1999) zijn overgenomen.
Auteurs:
G.J. Meijer, M.S. Cune, F.L.J.A. de Wijs
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 025 - 26
Rubriek:
Samenvatting:
 
Na het plaatsen van drie implantaten in de partieel betande bovenkaak (eerste kwadrant) klaagt een patiënt over een irritante zwavellucht. Het vermoeden bestaat dat deze klachten zijn ontstaan op basis van anaërobe micro-organismen, die zwavelverbindingen vormen. Direct na het verwijderen van één van de implantaten in combinatie met enucleatie van een mucosale antrumcyste en het peri- en postoperatief toedienen van antibiotica, verdwijnen de klachten.
Auteurs:
P. Bol
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 027 - 28
Rubriek:
Samenvatting:
 
Infectie van het maagslijmvlies met Helicobacter pylori is op oudere leeftijd meer regel dan uitzondering, vooral in ontwikkelingslanden. Inmiddels is aangetoond dat bij vrijwel alle maagzweren de bacterie in het spel is. Bovendien ontstaat het in arme landen frequent voorkomende adenocarcinoom van de maag meestal in samenhang met H.pylori-infecties. Overigens is er meer nodig dan alleen de bacterie; de meeste geïnfecteerden krijgen nooit maagkanker. De diagnose van een besmetting met de maagbacterie is te stellen via endoscopische biopten maar kan ook niet-invasief worden vastgesteld. De infectie is te behandelen met combinaties van antibiotica, waarna de patiënt meestal definitief van het probleem af is.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT januari 2000; 107: 029 - 29
Rubriek:
Samenvatting:
 
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houdt zich naast andere gezondheidsvraagstukken ook bezig met de mondgezondheid. Een aparte website met als titel ´WHO Oral Health Country/Area Profile Programme´ (CAPP) geeft de doelstellingen weer van deze organisatie om wereldwijd informatie te bieden over dentale afwijkingen en de zorgverlening ten aanzien van de mondgezondheid. Op de website is per land veel statistische informatie uit epidemiologisch onderzoek beschikbaar over een aantal belangrijke dentale afwijkingen.
Prelum Uitgever