Auteurs:
A.H.B. Schuurs, W.R. Moorer
Bron:
NTvT december 2000; 107: 490 - 494
Rubriek:
Samenvatting:
Een aantal verontreinigende stoffen in het milieu beïnvloedt de hormoonhuishouding. Via een oestrogene werking kunnen bijvoorbeeld mannetjesdieren vervrouwelijken en minder vruchtbaar worden. In composieten en sealants die op bis-GMA gebaseerd zijn, is als verontreiniging het als oestrogeen werkende bisfenol-A aanwezig en het vermoedelijk eveneens oestrogene bis-DMA, waaruit bovendien in speeksel door hydrolyse bisfenol-A ontstaat. Daarom is theoretisch onder extreme omstandigheden een zwak oestrogeen effect van sealants en wellicht ook van composieten mogelijk. De hoeveelheid van deze waarschijnlijk niet zeer potente hormoonontregelaars is echter gering, zodat het risico ervan miniem moet worden geacht, maar het onderzoek is nog onvolledig. Langetermijneffecten van bis-GMA-producten door hydrolyse en slijtage, door herhaalde toepassing en door synergisme met pseudo-oestrogenen uit andere bronnen vragen nadere bestudering om de grootst mogelijke zekerheid over de veiligheid van bis-GMA-producten te verkrijgen.
Auteurs:
R.F.A. Weber, C. de Baat
Bron:
NTvT december 2000; 107: 495 - 498
Rubriek:
Samenvatting:
Er zijn de afgelopen decennia aanwijzingen voor een toegenomen incidentie van cryptorchisme en hypospadie bij pasgeboren jongens en een toename van testiscarcinoom bij volwassen mannen. Bovendien zou er de sprake zijn van achteruitgang van spermakwaliteit. Een mogelijke verklaring hiervoor is de blootstelling aan hormoonontregelaars in utero en op volwassen leeftijd. Blootstelling aan kwik kan leiden tot stapeling in de hypofyse en de testes, hetgeen uiteindelijk een storing in de zaadproductie kan veroorzaken. Het bewijs hiervoor moet echter nog worden geleverd.
Auteurs:
H. Kalsbeek, C. de Baat, M.M. Kivit, M.W. de Kleijn de Vrankrijker
Bron:
NTvT december 2000; 107: 499 - 504
Rubriek:
Samenvatting:
Het hoofddoel van dit onderzoek was het verkrijgen van gegevens over de gebitstoestand van thuiswonende ouderen, de hun verleende professionele zorg en hun zelfzorg. Daarnaast werd beoogd veranderingen in de mondgezondheid van ouderen sinds 1986 vast te stellen. Hiertoe werden 1.000 personen van 60 tot en met 79 jaar geselecteerd uit het bevolkingsbestand van Haarlem. De respons was 38%. Het onderzoek, dat plaatsvond bij de proefpersonen thuis, bestond uit een gestructureerd interview en een inspectie van de mond. Van de deelnemers was 52% dentaat. Zij hadden (exclusief de verstandskiezen) gemiddeld 18,1 natuurlijke gebitselementen; daarvan waren er 10,8 gerestaureerd, 6,6 gaaf en 0,7 carieus. Achtenveertig procent van de deelnemers was edentaat. De uitkomsten van het gebitsonderzoek lieten een duidelijke verbetering van de gebitstoestand zien sinds 1986, het jaar waarin een landelijk onderzoek onder ouderen werd uitgevoerd. Bij edentaten vertoonde de onderprothese vaak een slechte retentie. Meestal kon dit worden toegeschreven aan een sterke reductie van de processus alveolaris van de onderkaak. Van de dentaten zonder uitneembare gebitsprothese bezocht 98% ten minste éénmaal per jaar de tandarts voor een periodiek consult. Van de dentaten met een prothese was dit 83% en van de edentaten 12%. Een ruime meerderheid van de ouderen poetste het(kunst)gebit ten minste tweemaal per dag. Van de dentaten gebruikte 40% een interdentaal reinigingsmiddel, meestal een tandenstoker.
Auteurs:
H.W. van der Glas, R. Buchner, R.J. van Grootel
Bron:
NTvT december 2000; 107: 505 - 512
Rubriek:
Samenvatting:
Gerandomiseerd klinisch onderzoek werd verricht bij 118 patiënten met myogene temporomandibulaire dysfunctie. De onderzochte therapieën betroffen: fysiotherapie of spalktherapie bij patiënten zónder uitgesproken occlusie/articulatiestoornissen en inslijptherapie of de combinatie van spalk- en inslijptherapie bij patiënten mét dergelijke stoornissen. Bij de lichte vormen van myogene dysfunctie blijkt dat bij goede voorlichting over ziektebeeld, behandeling en prognose de behandelingsbehoefte komt te vervallen. Als startoptie bij meer ernstige vormen verdient fysiotherapie de voorkeur boven spalktherapie vanwege een vergelijkbare effectiviteit, een kortere therapieduur en lagere kosten. Een derde van de geselecteerde patiënten had uitgesproken occlusie/articulatiestoornissen. Het is mogelijk om met gebruikmaking van stringente criteria inslijptherapie zonder voorafgaande spalktherapie toe te passen met als voordeel een kortere therapieduur en lagere kosten. Alle therapievormen verminderden niet alleen de faciale pijn maar ook de pijn in de nek- en schouderregio.
Auteurs:
J.A. de Boever
Bron:
NTvT december 2000; 107: 513 - 514
Rubriek:
Samenvatting:
Aangezien er in het veld tegenstrijdige meningen bestaan over de rol van occlusie als etiologische factor in myogene TMD-klachten en over het nut van inslijptheorie, werd een deskundige op dit gebied, prof. dr. J.A. de Boever, gevraagd commentaar te geven op het onderzoek van Van der Glas et al.
Tevens het weerwoord van de auteurs.
Auteurs:
G.A. van der Weijden, R.H. Karsten, A.J. van Winkelhoff, U. van der Velden
Bron:
NTvT december 2000; 107: 516 - 519
Opmerking:
Serie: Tandheelkundige voorwerpen
Rubriek:
Samenvatting:
Toen mij gevraagd werd wat in de parodontologie de belangrijkste ontdekking in de laatste 100 jaar is geweest, was mijn eerste reactie ‘de interdentale rager!’. Ondanks het feit dat er maandelijks minstens 4 internationale tijdschriften gevuld worden met wetenschappelijke publicaties over het ontstaan en de behandelingen van parodontitis, spreekt de behandelaar nog elke dag de levenslange veroordeling tot het gebruik van ragers over zijn patiënten uit.
Auteurs:
M.A. van t Hof, J.J.ten Bosch
Bron:
NTvT december 2000; 107: 520 - 521
Rubriek:
Samenvatting:
Samenvatting van de inaugurele rede uitgesproken door M.A. van ’t Hof bij het aanvaarden van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Methodologie van tandheelkundig klinisch onderzoek vanwege de Stichting ter Bevordering van Tandheelkundige Kennis aan de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Nijmegen op 28 september 2000.
Samenvatting van de rede uitgesproken door prof.dr. J.J. ten Bosch op dinsdag 7 november 2000 ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de Optica van biologische weefsels en weefselvervangende materialen, in het bijzonder in de tandheelkunde, aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Auteurs:
K.M. Vervoorn, A. Vissink
Bron:
NTvT december 2000; 107: 522 - 524
Rubriek:
Samenvatting:
Bij de combinatie van speekselvloed en slijmvlieslaesies, die zich ontwikkelt tot algehele malaise, moet men bedacht zijn op een onderliggend lijden. In dit artikel wordt een casus besproken van een patiënt die zich met een dergelijk klachtenpatroon op de spoedopvang van het Academisch Ziekenhuis Groningen meldde. Het bleek te gaan om een vorm van erythema multiforme, het zogenaamde syndroom van Stevens-Johnson.
Auteurs:
P. Bol
Bron:
NTvT december 2000; 107: 525 - 526
Rubriek:
Samenvatting:
Schizofrenie is een frequent voorkomende psychiatrische aandoening, die zich zeer verschillend en ook in wisselende mate kan uiten. De patiënten vertonen stoornissen in taalvermogen, gevoelsleven, denkvermogen en sociale relaties. De oorzaak is onbekend en de psychiatrische benadering vaak moeizaam en met weinig resultaat. De ziekte vormt een grote belasting voor zowel de patiënt als voor de omgeving. De medische maar vooral ook de andere kosten, wegens de aandoening, zijn groot.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT december 2000; 107: 527 - 527
Rubriek:
Samenvatting:
Het aanbod aan informatie op Internet is overweldigend, maar net dat te vinden waar men naar op zoek is, blijkt een hele kunst. Het inschakelen van één van de bekende zoekmachines (bijv. Alta Vista, Yahoo) lijkt een goede oplossing, maar de resultaten vallen vaak tegen omdat de opbrengst daarvan niet specifiek genoeg is of er soms zelfs helemaal naast zit. In deze bijdrage zullen een aantal effectievere methoden worden beschreven en zal worden gewezen op een Nederlandse tandheelkundige ‘verzamel’-website, een zogenaamde startpagina.