januari 2001
Auteurs:
M.A.J. Eijkman
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 002 - 4
Rubriek:
Samenvatting:
 

Vorig jaar zijn twee rapporten gepubliceerd die voor de toekomstige tandheelkundige zorgverlening van uitermate groot belang zijn. Het eerste is het ‘Raamplan 2000 Tandartsopleiding’, het andere het rapport van de Adviesgroep Capaciteit Mondzorg. In zekere zin houden de rapporten nauw verband met elkaar. Toch lijken zij onafhankelijk van elkaar te zijn geschreven. Het ‘Raamplan 2000 Tandartsopleiding’, dat is opgesteld in opdracht van de kamer Tandheelkunde van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), beschrijft de eindtermen voor de tandartsopleiding in de komende jaren (VSNU, 2000).

Auteurs:
M.S. Cune, C. de Putter, A. Vos, R.P.J. Wils
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 005 - 10
Rubriek:
Samenvatting:
 

Bij 107 opeenvolgende patiënten werd een nieuw type HA-gecoat, schroefvormig implantaat geplaatst (n = 384), het Biocomp-implantaat. De implantaten werden in diverse indicatiegebieden geplaatst door een en dezelfde behandelaar in een algemene tandartspraktijk, soms in gecompromitteerde uitgangssituaties, en na 1, 3 en 5 jaar klinisch en röntgenologisch onderzocht. Na vijf jaar bedroeg de kans op implantaatoverleving voor de totale groep 87% (standard error 3,4%). Implantaatverlies trad voornamelijk op in de eerste anderhalf jaar na het plaatsen van het implantaat. Vooral korte implantaten (8 en 10 mm) in de atrofische, edentate bovenkaak gingen relatief vaak verloren. Biocomp- implantaten ten dienste van een overkappingsprothese in de edentate onderkaak, of als abutment voor een solitaire voortand hebben daarentegen een uitstekende prognose.

Auteurs:
J.H. Vermaire, M.A.J. Eijkman
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 011 - 15
Rubriek:
Samenvatting:
 
Doel van dit verkennend onderzoek was een indruk te krijgen van de klachten over verwijtbaar handelen in de tandheelkunde. Er heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden en een kwalitatief onderzoek onder 8 tandheelkundige adviseurs van de 9 in Nederland gevestigde aansprakelijkheidsverzekeraars. Uit het literatuuronderzoek kan worden opgemaakt dat het merendeel van de klagers in de Verenigde Staten vrouwen zijn in de leeftijd van 18 tot 45 jaar. Verder werd duidelijk dat voornamelijk beginnende tandartsen worden aangeklaagd en dat het klachtenpercentage met het aantal juristen toeneemt. De onderdelen van het vakgebied waarover geklaagd wordt, zijn voornamelijk chirurgie en kroon- en brugwerk. Uit het kwalitatieve onderzoek kwam naar voren dat de aangeklaagde tandartsen enerzijds oudere tandartsen zijn, die geen na- en bijscholing hebben gevolgd of de interesse in het vak hebben verloren en anderzijds de jonge beginnende (te) enthousiaste tandartsen. Als belangrijkste oorzaak wordt genoemd het niet serieus nemen van de patiënt. Voorts werd gewezen op het belang van een goed ingevulde behandelingskaart. Verder is het misbruik van de aansprakelijkheidsverzekering naar voren gekomen.
Auteurs:
H. Kalsbeek, C. de Baat, M.M. Kivit, M.W. de Kleijn de Vrankrijker
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 016 - 20
Rubriek:
Samenvatting:
 
Doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in de mondgezondheid zoals die door ouderen wordt ervaren en de invloed daarvan op de ‘kwaliteit van leven’. Hiertoe werden 1.000 ouderen (60 tot en met 79 jaar) geselecteerd uit het bevolkingsbestand van Haarlem. De respons was 38%. Gegevens werden verzameld door middel van een gestructureerd interview bij de ouderen thuis. De vragen betroffen het functioneren van het (kunst)gebit en de mond, pijn, ongemak als het losgaan van een prothese en beperkingen en handicaps die het gevolg kunnen zijn van de toestand van de mond. Als een probleem wel eens voorkwam, werd gevraagd hoe erg men dat vond. De meest genoemde problemen waren het niet goed kunnen kauwen en afbijten, het gevoel van een droge mond en het achterblijven van voedselresten tussen de tanden of onder het kunstgebit. Bij dentaten kwam daar bij gevoeligheid van het gebit voor warmte en koude en bij edentaten het losgaan van vooral de onderprothese. Als de frequentie van voorkomen en de waardering van de genoemde fenomenen samen worden genomen, blijkt dat het losgaan van de onderprothese het meest afbreuk deed aan de ‘kwaliteit van leven’.
Auteurs:
M.A.J.van Waas
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 021 - 22
Rubriek:
Samenvatting:
 
Eind vorig jaar verscheen een rapport over de mondgezondheid van zelfstandig wonende inwoners van Haarlem tussen de 60 en de 79 jaar (Kalsbeek et al, 1999). Het onderzoek was opgezet om een beeld te krijgen van de tandheelkundige mondgezondheid van ouderen in Nederland. Men onderscheidde drie groepen: ouderen met een eigen dentitie zonder uitneembare voorziening (ND-groep, 27% van het totaal), ouderen met een partiële prothese of een enkele volledige prothese in boven- of onderkaak en een eigen dentitie met of zonder partiële prothese in de tegenoverliggende kaak (PP-groep, 25% van het totaal), en ouderen met een volledige boven- en onderprothese (VP-groep, 48% van het totaal).
Auteurs:
W.R. Moorer, F.H.M. Mikx
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 023 - 24
Opmerking:
Serie: Tandheelkundige voorwerpen
Rubriek:
Samenvatting:
 
Onder de titel “Hygiëne van den tandarts” hield T. Bölger in 1912 een voordracht. Volgens het verslag in dit tijdschrift zei hij dat “de gezondheid van den tandarts zelve vaak lelijk in het gedrang komt bij het streven om de hygiënische belangen zijner patiënten. Het kleinste wondje aan de handen [...] kan de ingangspoort vormen voor de hevigste ontstekingsprocessen; de fijne vingergummihulzen die thans in den handel zijn [...]”. De spreker dacht daarbij aan “syphilis- en dergelijke patiënten”. Hij beval “het houden van een praktijkjuffrouw” aan, die “ook dient als buffer tusschen de patiënten en den tandarts”.
Auteurs:
P.S.B. Boom
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 025 - 26
Rubriek:
Samenvatting:
 
In augustus 2000 heeft de Adviesgroep capaciteit mondzorg haar eindrapport uitgebracht, getiteld ‘Capaciteit Mondzorg. Aanbevelingen voor de korte en lange termijn’. De media hebben selectief aandacht besteed aan de inhoud van dit rapport. Omdat niet alle tandartsen in de gelegenheid zullen zijn de integrale tekst van het rapport tot zich te nemen en zich zo een eigen oordeel te vormen over de inhoud, heeft de redactie de secretaris van de commissie, collega Boom, verzocht voor het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde een samenvatting te schrijven. Deze is hieronder weergegeven.
Auteurs:
J.A.H. Lindeboom, F.H.M. Kroon
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 027 - 28
Rubriek:
Samenvatting:
 
Hyperparathyreoďdie is een aandoening die gekenmerkt wordt door een verhoogde afgifte van het parathormoon. De orale afwijkingen die hierbij kunnen optreden, zijn gerelateerd aan de verstoring van het calcium- fosfaatevenwicht met als gevolg pathologische botafwijkingen. Een casus wordt beschreven van een patiënt met secundaire hyperparathyreoďdie en forse maxillomandibulaire veranderingen.
Auteurs:
P. Bol
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 029 - 30
Rubriek:
Samenvatting:
 
In deze tweede en laatste aflevering over schizofrenie komen oorzaken en medicamenten in beeld. Waar de oorzaken nog maar geleidelijk bekend worden, kan nog geen scherp gerichte therapie bestaan. De huidige benadering bestaat uit het vrij grof onderdrukken van de werking van een aantal neurotransmitterstoffen in een groot deel van het brein. Daartoe staan vele middelen ter beschikking, met elk vervelende en soms gevaarlijke bijwerkingen. Zowel de ziekte als de medicatie is van belang wanneer de patiënten zich tandheelkundig laten behandelen. Tandartsen dienen dus op de hoogte te zijn van schizofrenie en de behandeling ervan.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT januari 2001; 108: 031 - 31
Rubriek:
Samenvatting:
 
De redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde begon in 1998 met de digitale verspreiding van de inhoud van het tijdschrift op cd-rom. Het Internet had zich inmiddels tot een volwaardig medium voor informatie-uitwisseling ontwikkeld en dat was voor het NTvT reden genoeg ook een website te lanceren. De afgelopen jaren heeft de website zich voorspoedig ontwikkeld. Van 700 surfers per maand in het eerste jaar komen nu elke maand gemiddeld 2.500 bezoekers een kijkje nemen op de site. In deze uitgave zal er –zonder een uitputtend relaas van feiten en getallen – op de afgelopen drie jaar worden teruggekeken en zal er voorzichtig over de toekomst van deze digitale uitgave van het tijdschrift worden gespeculeerd.
Prelum Uitgever