januari 2002
Auteurs:
A.M. Kuijpers-Jagtman
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 002 - 2
Rubriek:
Samenvatting:
 

Ook in 2002 wil de redactie haar lezers weer van dienst zijn met relevante artikelen die voldoen aan bovengenoemde punten. Daarvoor is het Tijdschrift natuurlijk afhankelijk van het aanbod van manuscripten en dat zal veelal moeten komen van academisch werkzame auteurs. De redactie is van mening dat de tandheelkundige faculteiten de maatschappelijke plicht hebben om de tandarts via Nederlandstalige publicaties op de hoogte te brengen van de ontwikkelingen in de tandheelkunde in het algemeen en van het onderzoek aan Nederlandse universiteiten in het bijzonder. Het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde is hier een forum voor.

Auteurs:
M.T.P. Naphausen, M. Riemersma, E.H. Verdonschot
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 003 - 7
Rubriek:
Samenvatting:
 

Recentelijk werd een apparaat op de markt gebracht voor het opsporen van cariëslaesies in occlusale vlakken (DIAGNOdent®). De betrouwbaarheid (reproduceerbaarheid) en de validiteit van dit laserfluorescentieapparaat werden onderzocht. In het in vivo-deel van dit onderzoek werden 45 locaties op de occlusale vlakken van blijvende molaren bij 13 vrijwilligers gemeten door 2 waarnemers met behulp van 2 DIAGNOdent®-apparaten, waarvan er één was geproduceerd in 1998 en één in 1999. Met deze gegevens werd de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van de metingen bepaald. In het in vitro-deel werden 49 occlusale vlakken van blijvende molaren bemeten, wederom met behulp van 2 DIAGNOdent®-apparaten en door 2 waarnemers. Daarnaast werd met behulp van visuele inspectie de uitbreiding of grootte van de occlusale cariës bepaald. De gebitselementen werden doorgezaagd om de werkelijke diepte en de oppervlakte van de laesies op doorsnede te meten. De reproduceerbaarheid van beide DIAGNOdent®-apparaten en de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid bleken zeer hoog. De correlatie van de DIAGNOdent®-metingen met de werkelijke diepte van de cariëslaesies was lager dan die van visuele inspectie door waarnemer 1, maar niet lager dan die van waarnemer 2. De correlatie met het glazuurdeel van occlusale cariëslaesies was groter dan met het dentinedeel. De validiteit van de DIAGNOdent® en van visuele inspectie, uitgedrukt in de oppervlakte onder de Receiver Operating Characteristic(ROC)-curve, verschilden niet significant van elkaar. Geconcludeerd wordt dat de validiteit van DIAGNOdent®-metingen niet verschilt van die van de gemiddelde visuele inspectie van waarnemer 1 en 2. De laserfluorescentiemetingen zijn mogelijk wel geschikt voor het in de tijd volgen (‘monitoren’) van kleine occlusale cariëslaesies zonder duidelijke cavitatie.

Auteurs:
J.W. Verhoeven, J.M. Ruijter, M.S. Cune, M. Terlou, M.A.O.W. Zoon, R. Koole
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 008 - 14
Rubriek:
Samenvatting:
 

Bij de behandeling van patiënten met zeer sterke atrofie van de edentate onderkaak kan gebruikgemaakt worden van permucosale implantaten in combinatie met een onlay-bottransplantaat afkomstig van de crista iliaca. In dit onderzoek naar de remodellering van dergelijke bottransplantaten werd gebruikgemaakt van gestandaardiseerde extraorale schuin-laterale cefalometrische röntgenopnamen (SLCR’s). Een groep van 8 patiënten werd gebruikt voor dit prospectieve onderzoek. De metingen die werden verricht op de SLCR’s duiden op de volgende fasen in de remodellering van de structuur van de bottransplantaten: 1. afname van de dikte en de botdichtheid van de (bovenste) corticalis van het transplantaat, vooral in het eerste halfjaar na transplantatie; 2. geen significante veranderingen in de botdichtheid van de bovenste spongiosalaag van het transplantaat; 3. de dikte van het transplantaat vermindert met ongeveer 25%, vooral in het eerste halfjaar na transplantatie; de spreiding in deze resultaten is evenwel aanzienlijk; 4. de botdichtheid van de onderste spongiosalaag van het transplantaat neemt toe in het tweede halfjaar na transplantatie. Geconcludeerd wordt dat de remodellering van de onlay-transplantaten volgens een voorspelbaar patroon verloopt. Botdichtheidsmetingen met behulp van SLCR’s maken een objectieve bepaling van de beschreven kwantitatieve veranderingen van de onlay-transplantaten mogelijk. De behandelingsmethode kan evenwel slechts op zeer strikte indicatie worden aanbevolen.

Auteurs:
M. Bennema-Broos, E.M. Sluijs, C. Wagner
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 015 - 19
Rubriek:
Samenvatting:
 
Dit artikel beschrijft de resultaten van een schriftelijk vragenlijstonderzoek onder 166 tandartsenalgemeen practici naar het functioneren van het Alpha- Model. Het Alpha-model is een gestructureerde vorm van intercollegiale toetsing met als primair doel het bevorderen van de kwaliteit van het tandheelkundig handelen. Het onderzoek is verricht om antwoord te geven op de voor tandartsen actuele vraag: hoe effectief is het Alpha-model volgens de deelnemers voor het verbeteren van de kwaliteit en welke inspanningen zijn daarvoor nodig. De resultaten laten zien dat tandartsen die aan het onderzoek deelnamen, het Alpha-model vooral geschikt vinden voor het verwerven van nieuwe inzichten, voor het opdoen van contacten, het kritisch kijken naar de eigen praktijkvoering en het vergroten van de deskundigheid. Meer dan verwacht blijken de deelnemers ook inspiratie en motivatie op te doen. De bereikte kwaliteitsverbeteringen liggen zowel op het organisatorische als op het vakinhoudelijke vlak. Een nadeel van het Alpha-model is volgens de tandartsen de complexiteit van de methodiek; bijna de helft van hen heeft daar moeite mee. Tevens blijkt het niet eenvoudig te zijn om in de groep consensus te bereiken over de normen voor een goede tandheelkundige zorg. Daarnaast zijn tandartsen van mening dat een vergoeding voor deelname in de tarieven verdisconteerd zou moeten worden. Desondanks vinden de deelnemers in het algemeen dat de voordelen opwegen tegen de nadelen.
Auteurs:
E.M. Sluijs, M. Bennema-Broos, C. Wagner
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 020 - 24
Rubriek:
Samenvatting:
 
Dit artikel beschrijft de resultaten van een schriftelijk vragenlijstonderzoek onder 135 tandartsenalgemeen practici naar de door tandartsen ervaren effecten van onderlinge visitatie. Onderlinge visitatie in de tandheelkunde is een methode van kwaliteitsbevordering waarin tandartsen in groepjes van 3 elkaars praktijken visiteren. Uit de resultaten blijkt dat tandartsen onderlinge visitatie vooral geschikt vinden om kritischer te leren kijken naar de eigen praktijkvoering, inzicht te krijgen in de praktijkvoering van collegae en het daadwerkelijk aanbrengen van verbeteringen. De bereikte kwaliteitsverbeteringen betreffen in hoofdzaak de praktijkvoering en organisatie. Een nadeel van visitatie is volgens tandartsen de tijd die deelname aan het onderlinge visitatietraject kost. Gemiddeld worden 3 werkdagen (24 uur) besteed aan het doorlopen van het hele traject (inclusief bezoeken van collega-praktijken). Toch is het juist de combinatie van het enerzijds zelf gevisiteerd worden en anderzijds het bezoeken van de collega-praktijken, die door ruim twee derde als waardevol wordt ervaren. Een aanzienlijk deel van de tandartsen is van mening dat een vergoeding voor deelname aan onderlinge visitatie in de tarieven doorberekend zou moeten worden. In het algemeen blijken de voordelen wel op te wegen tegen de nadelen.
Auteurs:
M.J. Koudstaal, I. van der Waal
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 025 - 26
Rubriek:
Samenvatting:
 
Kennis van het Burkitt-lymfoom is om een tweetal redenen belangrijk voor de tandarts-algemeen practicus. Het is soms de tandarts die als eerste geconfronteerd wordt met een patiënt met dit ernstige ziektebeeld. De patiënt kan zich presenteren met mobiele gebitselementen, gezwollen gingiva, kaakpijn of een combinatie hiervan. Het klinisch beeld kan worden verward met een abces of een osteomyelitis. Hierdoor worden in veel gevallen extracties verricht, analgetica en/of antibiotica gegeven, hoewel de ontstekingsverschijnselen zoals pijn en koorts afwezig zijn. Deze gang van zaken leidt vanzelfsprekend tot ‘doctor’s delay’. De prognose van het Burkitt- lymfoom is sterk afhankelijk van snelle diagnostiek en therapie. Bij een ‘niet-pluis gevoel’ dient de patiënt direct te worden verwezen. In dit artikel wordtingegaan op de vroege klinische en radiologische symptomen van het Burkitt lymfoom; de behandeling ervan valt buiten het kader.
Auteurs:
P. Bol
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 027 - 28
Rubriek:
Samenvatting:
 
Deze aflevering behandelt de therapie van diabetes mellitus. Type 1 diabetes vergt de dagelijkse toediening van insuline. Dit hormoon is er in vele soorten, met een snelle tot trage werking. In de toekomst is wellicht – naast transplantatie – het in de lever inbrengen van bètacellen mogelijk. Bij type 2 diabetes, vaak een combinatie van tekortschietende insulineproductie en perifere insulineresistentie, is meestal geen insulinesuppletie nodig. Afvallen, dieet en bewegen zijn hier de basis van de therapie. Daarnaast zijn er orale antidiabetica. Ten slotte zijn er een paar opmerkingen over tandheelkunde en diabetes.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT januari 2002; 109: 029 - 29
Rubriek:
Samenvatting:
 
De website van de School of Dentistry van de Universiteit van Indiana (IUSD) geeft een perfect voorbeeld van hoe goed gebruik van een website de gecompliceerde structuren van een universitaire opleiding helder en duidelijk kan maken. De doelstellingen van de IUSD liggen hoog en aan de hand van een aantal voorbeelden op de genoemde website zal in deze bijdrage beschreven worden hoe men daar te werk gaat om deze te realiseren. Het zal duidelijk zijn dat het in het Amerikaanse onderwijssysteem noodzakelijk is een grote stroom informatie naar buiten te brengen om voldoende (financiële) middelen, studenten en patiënten te verwerven. Een buitenstaander uit de lage landen kijkt met lichte verbazing naar de open wijze waarop deze Amerikaanse faculteit zich via de digitale snelweg – en daarmee aan buitenstaanders – transparant maakt en rapporteert.
link naar website:
Prelum Uitgever