Auteurs:
A.J.M. Plasschaert
Bron:
NTvT december 2003; 110: 474 - 475
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
De cariologie kan worden omschreven als dat onderdeel van de tandheelkunde dat zich bezighoudt met de etiologie, de epidemiologie, de pathologie en de preventie van tandcariës, alsmede met het herstel van door cariës veroorzaakte defecten. Het is algemeen gangbaar om de kennis aangaande het herstel van andere dan door cariës veroorzaakte defecten aan de harde tandweefsels eveneens in te delen bij het vakgebied cariologie, aangezien de oplossingen in termen van preventie of restauratie dikwijls dezelfde zijn. In dit themanummer worden alle endodontologische aspecten van de cariologie buiten beschouwing gelaten.
Als het gaat om defecten aan harde tandweefsels dan kunnen deze globaal verdeeld worden in defecten die te maken hebben met a. tandontwikkeling, b. tandcariës of c. tandslijtage. Voor elk van deze typen geldt dat een tandarts in staat moet zijn ze te herkennen en vervolgens beslissingen te nemen en maatregelen te treffen, preventief dan wel restauratief. Daarna moeten de juistheid van de beslissing en de kwaliteit van de maatregel geëvalueerd worden. Dus: herkennen, beslissen, handelen en evalueren (afb. 1). Wat is de ‘state of the art’ op ieder van deze vier terreinen?
Auteurs:
M.C.D.N.J.M. Huysmans, E.H. Verdonschot, J.P. van Amerongen
Bron:
NTvT december 2003; 110: 476 - 481
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Twee actuele visuele scoringssystemen worden beschreven, met behulp waarvan getracht wordt de diepte en de activiteit van occlusale laesies in te schatten. Wat de laesiediepte betreft lijkt de validiteit van deze systemen redelijk, maar ten aanzien van de activiteitsinschatting bestaan nog grote vraagtekens. Voor approximale glazuur- en dentinelaesies kunnen, evenals voor occlusale dentinelaesies, ook bitewing-opnamen worden gebruikt voor evaluatie van nieuwe laesies en van progressie van bestaande laesies. De zoektocht naar betere, kwantitatieve meetmethoden voor cariëslaesies heeft nog niet echt bruikbare methoden opgeleverd. Het beoordelen van cariësrisicofactoren heeft vooral een ondersteunende functie bij de indicatie en de keuze van preventieve maatregelen. Cariëspredictietests anders dan gebaseerd op de aanwezige cariës, hebben niet veel toegevoegde waarde. Een nadeel van dergelijke tests is dat zij meestal gericht zijn op kinderen, terwijl cariës een ziekte van alle leeftijden is.
Auteurs:
E.H. Verdonschot, S.L. Liem, W.H. van Palenstein Helderman
Bron:
NTvT december 2003; 110: 482 - 487
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Bij het uitvoeren van een mondonderzoek, het bestuderen van röntgenfoto’s en het opstellen van behandelingsplannen neemt een tandarts veel beslissingen. De tandarts zou genomen beslissingen moeten kunnen expliciteren. Hierbij kunnen beslisbomen en besliskundige analyses een belangrijke rol spelen. Daarbij wordt de kans op juiste en onjuiste diagnoses vermenigvuldigd met de waarde die bijvoorbeeld de patiënt aan de uiteindelijke behandelbeslissing geeft (utiliteit). Uitvoering van de behandeloptie met de hoogste productwaarde van kans maal utiliteit (verwachte utiliteit) ligt het meest voor de hand. Complexe beslissingen, zoals de bepaling van het cariësrisico van een individu of de diagnostiek van botafwijkingen, worden momenteel reeds aangeboden in de vorm van computertoepassingen. Ook een eerste programma, waarbij de computer zelfstandig cariëslaesies vanaf bitewing-opnamen diagnosticeert, is inmiddels beschikbaar. Het gebruik van besliskundige analyses in de praktijk zal naar verwachting pas toenemen als deze analyses zijn geïmplementeerd in de praktijkadministratiepakketten.
Auteurs:
T.G. Mettes, W.J.M. van der Sanden, F.H.M. Mikx, E.H. Verdonschot
Bron:
NTvT december 2003; 110: 488 - 492
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Het karakter van het periodiek tandheelkundig controleonderzoek (PTC) verandert onder andere door de zich wijzigende prevalentie van cariës onder de Nederlandse bevolking. Het gevolg is dat detectie van cariës tijdens het PTC meer in het teken komt te staan van de interpretatie van vroege signalen van cariëslaesies en de mate van progressie ervan in de tijd.
De grote verschillen in progressie van cariëslaesies tussen patiënten leiden ertoe dat de tandarts het individuele risico op cariës moet inschatten en een daarop afgestemde, individuele controletermijn moet bepalen. Daarbij kan de tandarts een aantal meetinstrumenten aanwenden, waarbij visuele inspectie in combinatie met röntgenfoto’s nog steeds de ‘the state of the art’ vormt.
De waarde van het PTC als preventief evaluatie-instrument op het niveau van de individuele patiënt wordt in dit artikel nog eens onderstreept. Er is behoefte aan wetenschappelijk onderzoek hoe het PTC de kwaliteit van zorg kan vergroten.
Auteurs:
C. van Loveren, M.A.J. Eijkman
Bron:
NTvT december 2003; 110: 493 - 499
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
De verbetering van de gebitsgezondheid van de jeugd, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw inzette, is tot stilstand gekomen. De bevolking lijkt nu, vergeleken met de periode 1960-1990, tandbederf als een minder groot probleem te zien. Ook de overheid toont weinig initiatieven om via de massamedia het probleem gebitsziekten onder de aandacht van de bevolking te brengen. De gewaardeerde inbreng van de consultatiebureaus en de GGD’s staat onder druk. De nadruk van de tandheelkundige preventie is voornamelijk in de tandartspraktijk komen te liggen. Ondertussen is er een tweedeling ontstaan in een groep jeugdige personen die geen of weinig cariës ontwikkelt en een groep leeftijdsgenoten die veel cariës vertoont. Verder vormt de oudere populatie, die veel meer dan dertig jaar geleden nog hun eigen natuurlijke dentitie bezit, een doelgroep voor preventieve activiteiten. Risicopersonen in deze groepen zijn moeilijk te bereiken via de tandartspraktijk. Daarom moeten er nieuwe wegen worden gezocht om de risicogroepen onder de jeugd en de ouderen te motiveren tot een adequate gebitsverzorging. Drie wegen om dit te bereiken zijn: massavoorlichting, collectieve preventieve tandheelkunde verzorgd door de GGD’s en systematische aanpak in de tandheelkundige praktijk.
Auteurs:
J.S.J. Veerkamp, E.C.M. Bouvy-Berends, G. Stel
Bron:
NTvT december 2003; 110: 500 - 503
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Onze maatschappij kent een aantal kwetsbare groepen die, omdat ze onvoldoende in staat zijn tot tandheelkundige zelfzorg, ook een groot tandheelkundig risico dragen. Het betreft onder andere onbehandelbare kinderen, gehandicapten en ouderen bij wie het vermogen en of belangstelling voor zorg sterk is afgenomen. Een individueel georiënteerde preventie zal moeten leiden tot een betere zorg, mantelzorg en zelfzorg. Vermoedelijk is extra financiële ruimte hiervoor nodig, wellicht door reallocatie van gelden uit de reguliere tandheelkundige zorg. Als dit niet tot stand komt, geldt er een zeer sombere prognose voor hen die het niveau van zelfzorg niet kunnen bereiken, zoals gehandicapten en ouderen.
Auteurs:
M.A. Hevinga, F.J.M. Roeters, Th.A.M. Spierings
Bron:
NTvT december 2003; 110: 504 - 509
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Of verzegeling van pitten en fissuren wenselijk is, hangt af van patiënt- en gebitselementfactoren. Bescherming van occlusale vlakken tegen cariës wordt geadviseerd bij kinderen met een hoog cariësrisico en vooral indien gebitselementen door hun vorm kwetsbaar zijn. Goede occlusale cariësdiagnostiek is moeilijk en een gouden standaard ontbreekt. Indien er besloten wordt om pitten en fissuren te verzegelen, dan kan men een preventieve of therapeutische benadering kiezen. bij de preventieve behandeling wordt zo snel mogelijk na doorbraak verzegeld. Dit in tegenstelling tot de therapeutische benadering, waarbij pas tot verzegeling wordt overgegaan indien er tekenen van cariësactiviteit zijn. Een algemeen geaccepteerde richtlijn voor het verzegelen ontbreekt. Beide benaderingswijzen hebben zowel voor- als nadelen, die voor iedere individuele behandelaar een ander gewicht kunnen hebben.
Auteurs:
R.A. Koolhoven, A.J.M. Plasschaert
Bron:
NTvT december 2003; 110: 510 - 515
Opmerking:
Thema: Cariologie. Voor het publiceren van afbeeldingen 1a en b is toestemming van uitgever Blackwell Publishing Ltd. verkregen.
Rubriek:
Samenvatting:
De huidige inzichten in het cariësproces doen de vraag naar nieuwe, meer selectieve en minder invasieve excavatie- en preparatietechnieken en -methoden versterken. Het is tegenwoordig evident dat de biologische aspecten van het gebitselement in de reactie op cariës dienen te worden gerespecteerd en benut. Ten gevolge van deze inzichten krijgt de algemeen practicus een scala van nieuwe methoden en technieken aangeboden waaruit een keuze dient te worden gemaakt. Aan deze keuze liggen tal van fundamentele overwegingen ten grondslag. Ook spelen argumenten van voor- en tegenstanders van bepaalde technieken en methoden een grote rol. Deze zijn echter niet altijd eenvoudig naar waarde te schatten. Het doel van dit artikel is het geven van een overzicht van de huidige inzichten op het gebied van caries profunda en de verschillende behandelconcepten. Daarnaast pogen de auteurs van dit artikel de algemeen practicus een leidraad te geven bij zijn keuze tussen de verschillende methoden en technieken.
Auteurs:
H. Kalsbeek, J.H.G. Poorterman
Bron:
NTvT december 2003; 110: 516 - 521
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
In dit artikel worden uitkomsten getoond van recent onderzoek naar het voorkomen van cariës bij jongeren en volwassenen in Nederland. In vergelijking met de situatie in het verleden is de cariësprevalentie bij kinderen nog steeds laag. De dalende trend in het voorkomen van cariës, die eerder bij de jeugd optrad, is nu ook bij volwassenen zichtbaar. Als ouderen nog in het bezit zijn van een natuurlijk gebit is dit in het algemeen sterk door cariës aangetast.
Bij kinderen en bij jonge volwassenen is de cariësprevalentie lager naarmate het opleidingsniveau van de betrokkene of, als het kinderen betreft, van de moeder, hoger is. bij oudere leeftijdscategorieën is een dergelijk verband niet of nauwelijks aanwezig. Wel ontbreken daar minder gebitselementen naarmate men hoger is opgeleid. Kinderen waarvan de moeder in Turkije of Marokko is geboren, hebben gemiddeld meer cariës dan kinderen met een Nederlandse moeder. bij volwassen migranten uit Turkije of Marokko is de cariësprevalentie juist lager dan bij autochtone Nederlanders.
Auteurs:
A.J.M. Plasschaert
Bron:
NTvT december 2003; 110: 522 - 523
Opmerking:
Thema: Cariologie
Rubriek:
Samenvatting:
Een themanummer als dit heeft als aantrekkelijke formule dat uiteenlopende auteurs over diverse aspecten van de cariologie hun licht laten schijnen. Daarbij wordt vaak teruggegrepen op historische ontwikkelingen. Dat is ook nu gebeurd. Het is interessant en leerzaam voor de toekomst. De lezer, tandarts- algemeen practicus, wil echter vooral weten wat hij hier en nu anders of beter kan doen om, gericht op nieuwe toekomstige ontwikkelingen, de idealen van zijn beroepsbeoefening beter te vervullen. Wat dit voor de cariologie betekent, is dus de vraag, welke nieuwe ontwikkelingen zijn er ten aanzien van het waarnemen, het beslissen, het preventief en restauratief behandelen en het evalueren van de resultaten daarvan.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT december 2003; 110: 524 - 524
Rubriek:
Samenvatting:
MEDLINEplus is een speciale website van de National Library of Medicine, misschien wel de grootste medische bibliotheek ter wereld. Door het on line beschikbaar stellen van uitgebreide beschrijvingen van meer dan zeshonderd ziekten en afwijkingen heeft de bezoeker eenvoudig toegang tot een virtuele medische encyclopedie. Aan de hand van het onderwerp ‘caries’ wordt in dit artikel een beknopte rondleiding over de website van MEDLINEplus gegeven.