Auteurs:
P.R. Wesselink
Bron:
NTvT december 2005; 112: 462 - 466
Opmerking:
Rubriek:
Samenvatting:
Tand- of kiespijn kan worden voorkomen of verholpen door een wortelkanaalbehandeling. Helaas kan een dergelijke behandeling ook de oorzaak zijn van pijn. Tijdens de wortelkanaalbehandeling kan pijn worden bestreden door de toepassing van de juiste lokale anesthesie, het gebruik van de airotor, het optreden van de tandarts en zijn voorlichting. Napijn heeft drie mogelijke oorzaken: beschadiging en iatrogene parodontitis apicalis, pulpitis en het continueren van de parodontitis apicalis. In dit artikel wordt uitvoerig ingegaan op de eventuele bestrijding van pijn bij een wortelkanaalbehandeling.
Auteurs:
L.B. Peters
Bron:
NTvT december 2005; 112: 467 - 470
Opmerking:
Rubriek:
Samenvatting:
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de desinfectantia die worden gebruikt tijdens de wortelkanaalbehandeling. De eigenschappen van de verschillende antimicrobile middelen en het effect ervan op de endodontische microflora worden beschreven. Ten slotte worden praktische tips voor de toepassing tijdens de wortelkanaalbehandeling aangereikt.
Auteurs:
P.R. Wesselink
Bron:
NTvT december 2005; 112: 471 - 477
Opmerking:
Thema: Endodontologie 2
Rubriek:
Samenvatting:
Voor het vullen van het wortelkanaalstelsel bestaan er vele materialen en methoden. In dit artikel worden een aantal van de meest bekende technieken en materialen besproken, voornamelijk met het oogmerk een overzicht te verschaffen en verder enig inzicht te geven in de voor- en nadelen van de verschillende soorten wortelkanaalvullingen. Aan de orde komen cementen op basis van zinkoxyde-eugenol, op basis van kunststoffen, die hechten aan dentine - zoals de composietachtige materialen - en die waaraan medicamenten zijn toegevoegd. Bij de vultechnieken komen de stiftcementtechnieken zoals de single cone en laterale compactie aan bod, en verder warme guttaperchatechnieken zoals laterale, verticale en
thermomechanische compactie, injectietechnieken en draagstiften omkleed met guttapercha.
Auteurs:
M.L. Siers
Bron:
NTvT december 2005; 112: 478 - 482
Opmerking:
Thema: Endodontologie 2
Rubriek:
Samenvatting:
In onderzoeken varieert het succespercentage van een conventionele endodontische behandeling tussen 54% en 96%. Ondanks de veelal hoge succespercentages die worden gemeld, zijn er toch gevallen waar de endodontische behandeling niet het gewenste resultaat heeft en na een evaluatieperiode geen genezing laat zien. Dan staat de behandelaar voor de keuze: een endodontische herbehandeling of een chirurgische benadering. Om de kans op genezing zo groot mogelijk te maken is het van groot belang op de juiste gronden te kiezen voor een van beide opties. In die beslissing wordt
door de behandelaar een heel scala aan factoren meegewogen. Over het algemeen is de conclusie dat bij een gebitselement dat na endodontische behandeling niet geneest, een endodontische herbehandeling de voorkeur heeft. Chirurgie is een mogelijkheid die onder bepaalde omstandigheden zorgvuldig kan worden overwogen.
Auteurs:
W.J. van Driel
Bron:
NTvT december 2005; 112: 483 - 490
Opmerking:
Rubriek:
Samenvatting:
In dit artikel wordt de revisie van de wortelkanaalbehandeling besproken. Daarbij worden onder meer beschreven het verwijderen uit het wortelkanaal van wortelkanaalvullingen, stiftopbouwen en metalen objecten, en de overwegingen die ten grondslag liggen deze wel of niet te verwijderen. Advies wordt gegeven over de wijze om eerder gemiste wortelkanalen op te sporen.
Auteurs:
H.P.B. Bolhuis
Bron:
NTvT december 2005; 112: 491 - 496
Opmerking:
Thema: Endodontologie 2
Rubriek:
Samenvatting:
De prognose van endodontisch behandelde gebitselementen hangt niet alleen af van het feit of het wortelkanaal voldoende bacterievrij is gemaakt en het wortelkanaal zowel coronaal als apicaal hermetisch is afgesloten, maar wordt ook bepaald door de manier waarop deze doorgaans verzwakte
gebitselementen door middel van een vulling of kroon met (stift)opbouw tegen breuk zijn beschermd. Adhesieve opbouwtechnieken, eventueel met behulp van de nieuwe generatie glasvezelstiften, winnen duidelijk terrein. In dit artikel wordt uiteen gezet welke afwegingen moeten worden gemaakt bij de toepassing van deze adhesieve materialen en wordt de opbouw van endodontisch behandelde premolaren nader toegelicht.
Auteurs:
P. de Baat, M.P. Heijboer, C. de Baat
Bron:
NTvT december 2005; 112: 497 - 504
Rubriek:
Samenvatting:
Botweefsel wordt continu vervangen om botten hun sterkte en architectuur te laten behouden. Deze ombouw van bot is een evenwicht tussen twee mechanismen: botvorming door osteoblasten en botafbraak door osteoclasten. Bij osteopetrose is dit evenwicht verstoord door een defect in de osteoclastogenese of door niet-functionele osteoclasten. Er zijn vier typen osteopetrose: het juveniele maligne type, het intermediaire type en twee autosomaal dominante typen. Het juveniele maligne type presenteert zich gewoonlijk binnen het eerste levensjaar door botsclerose en een verminderde
vorming van beenmerg. Het klinische beloop wordt meestal gekenmerkt door snelle achteruitgang en overlijden binnen enkele jaren. Intermediaire osteopetrose wordt meestal voor het tiende levensjaar ontdekt en heeft als belangrijkste gevolgen recidiverende fracturen en compressie van hersenzenuwen. Autosomaal dominante osteopetrose is een milde vorm die twee typen kent. Bij type I is de sclerose het meest uitgesproken in de schedelbotten, bij type II het meest uitgesproken in het bekken, de wervels en de schedelbasis. Beide typen kunnen lang asymptomatisch blijven, maar uiteindelijk krijgen veel patinten pathologische fracturen, hevige botpijnen en de gevolgen van compressie van hersenzenuwen. Orale problemen van osteopetrose zijn verlate doorbraak, agenesie en afwijkende vormen van gebitselementen, glazuurhypoplasie, afwijkingen in de dentinogenese, slechte mineralisatie van glazuur en dentine, een vergrote carisgevoeligheid, afwijkingen van het parodontale ligament, een verdikte lamina dura, progenie van de mandibula en het voorkomen van odontomen. Bij extracties van gebitselementen bestaat het risico van botfracturen en osteomyelitis.
Bron:
NTvT december 2005; 112: 504 - 508
Rubriek:
Samenvatting:
Bron:
NTvT december 2005; 112: 509 - 510
Rubriek:
Samenvatting: