augustus 2006
Auteurs:
C. de Baat
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 302 - 302
Rubriek:
Samenvatting:
 
Recent zijn 2 nieuwe leden in de raad van commissarissen benoemd, namelijk dr. C.M. Kreulen en dr. F.K.L. Spijkervet. Dr. Kreulen is tandarts en universitair hoofddocent orale functieleer en prothetische tandheelkunde aan het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud te Nijmegen. Dr. Spijkervet is als kaakchirurg werkzaam bij de afdeling Kaakchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Auteurs:
A.A. Schuller, J.H.G. Poorterman
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 303 - 307
Opmerking:
Het TJZ-onderzoek is uitgevoerd met financile middelen van het College voor Zorgverzekeringen.
Rubriek:
Samenvatting:
 
In 2003 werd voor de zesde maal het project Tandheelkundige verzorging Jeugdige Ziekenfondsverzekerden: een onderzoek naar veranderingen in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag uitgevoerd. Kinderen en jongeren werden gevraagd een vragenlijst in te vullen en mee te werken aan een klinisch mondonderzoek.Vergeleken met de resultaten van 1996/1997 is in 2003 bij 14- en 20-jarigen het aantal vlakken met onbehandelde caviteiten groter, het aantal vlakken met een restauratie bij 9- en 20-jarigen kleiner, en de totale cariëservaring bij 9- en 20-jarigen kleiner. De verzorgingsgraad ligt in 2003 bij deze leeftijdsgroepen tussen de 48% en 68%.Vergeleken met 1996/1997 gaan jongeren in de oudste leeftijdsgroep in 2003 vaker 1 maal per jaar ten koste van 2 maal per jaar op controlebezoek bij de tandarts. Met het oog op de mogelijke gevolgen van de zorgstelselwijziging van januari 2006 dienen deze trends in de toekomst nauwlettend te worden gevolgd.
Auteurs:
S.R. Grauwen, A. Jovanovic, L. Amir, A.G. Becking
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 308 - 312
Opmerking:
Met dank aan mw. I. Aartman, statisticus van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).
Rubriek:
Samenvatting:
 
De doelstelling van het onderzoek was het bepalen van de langetermijnresultaten van distractieosteogenese van de extreem geresorbeerde edentate onderkaak met behulp van klinische en röntgenologische metingen in de beginsituatie tot en met het laatste moment in de follow-up (spreiding 2-62 maanden) bij 16 opeenvolgende patiënten. Bothoogte, eventuele sensibiliteitsstoornissen, complicaties en implantaatverlies werden geregistreerd. De gemiddelde botresorptie bedroeg 11,2% na 3 jaar.Van de 16 patinten werd bij 5 patiënten een sensibiliteitsstoornis gezien; 3 patiënten vertoonden 1 of meerdere andere complicaties. Het implantaatsuccespercentage bedroeg 89,2. Distractieosteogenese lijkt vooralsnog een betrouwbare techniek, waarbij stabiel bot ontstaat.Wel moet rekening gehouden worden met het risico van een sensibiliteitsstoornis en eventuele andere complicaties.
Auteurs:
W.A. Fokkinga, C.M. Kreulen, N.H.J. Creugers
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 313 - 318
Opmerking:
Dit artikel is een bewerkte vertaling van de eerder verschenen publicatie: Fokkinga WA, Kreulen CM, Le Bell A-M, Lassila LVJ, Vallittu PK, Creugers NHJ. Ex vivo fracture resistance of direct resin composiet complete crowns with and without posts on maxillary premolars. Int Endod J 2005; 38: 230-237.
Rubriek:
Samenvatting:
 
In een laboratoriumonderzoek werden de fractuurweerstand en faalkenmerken van ernstig verzwakte en endodontisch behandelde bovenpremolaren onderzocht. Premolaren werden verdeeld in 4 groepen, waarvan er 3 werden gerestaureerd met 1. prefab metalen stift, 2. prefab vezelstift, 3. individueel gevormde vezelstift, gevolgd door een directe composietkroon. Een vierde (controle) groep werd alleen met een volledige directe composietkroon gerestaureerd, zonder stift. Na thermocycling werden alle gebitselementen in een drukbank statisch belast totdat een breuk optrad. De belasting vond plaats onder een hoek van 30. Het bleek dat de gemiddelde faalkracht niet significant verschilde tussen de groepen. De breuken bestonden overwegend uit niet-reparabele, dus ongunstige fracturen. De resultaten suggereren dat stiften niet noodzakelijk zijn om de fractuurweerstand van directe composietkronen te verhogen. Klinisch onderzoek is nodig om deze bevindingen te bevestigen.
Auteurs:
A.J. van Winkelhoff
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 319 - 321
Opmerking:
Dit artikel is een bewerking van een eerder gepubliceerd gastredactioneel getiteld Antibiotics in periodontics: are we getting somewhere? in het J Clin Periodontol 2005: 32; 1094-1095.
Rubriek:
Samenvatting:
 
Bij parodontitis kan onderscheid worden gemaakt tussen gegeneraliseerde agressieve parodontitis en chronische parodontitis. Er zijn geen belangrijke verschillen in de microbiologische samenstelling van de subgingivale plaque gevonden tussen deze 2 typen parodontitis.Wel is de prevalentie van de paropathogenen Actinobacillus actinomycetemcomitans en Porphyromonas gingivalis relatief groot bij gegeneraliseerde agressieve parodontitis. De behandeling van beide typen bestaat uit mechanische reductie van plaque en tandsteen, al dan niet aangevuld met parodontale chirurgie. Recent is aangetoond dat bij gegeneraliseerde agressieve parodontitis een aanvullende medicatie met metronidazol en amoxicilline meerwaarde heeft. Het lijkt aannemelijk dat bacteriologische diagnostiek zinvol is om tot een doelgericht gebruik van antibiotica bij de behandeling van parodontitis te komen.
Auteurs:
J.C. Maltha
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 322 - 325
Rubriek:
Samenvatting:
 
Hoe en waarom tanden erupteren is een vraag die al zeer lang in de belangstelling staat. In het verleden is een groot aantal theorien opgesteld die een verklaring zouden kunnen geven voor dit proces. Deze mechanistische theorien veronderstelden dat er een structuur zou moeten zijn die een kracht uitoefent om een tandkiem te laten erupteren. Het overheersende idee was dat de collageenvezels en/of de fibroblasten in het parodontale ligament hiervoor verantwoordelijk zouden zijn.Veel onderzoek werd echter gedaan bij continu erupterende incisieven van knaagdieren of konijnen, een model waaraan aanzienlijke bezwaren bleken te kleven. Omdat honden, net als mensen, gebitselementen hebben met een beperkte eruptie werd er 25 jaar geleden een onderzoek gestart bij beagle honden. En van de belangrijke conclusies uit dit onderzoek was dat het parodontale ligament niet verantwoordelijk kan zijn voor de eruptiekracht, omdat de ontwikkeling daarvan pas begint aan het einde van het eruptieproces. In de daaropvolgende jaren is door anderen veel onderzoek gedaan naar tanderuptie bij beagles. De huidige stand van zaken kan als volgt worden samengevat: het gereduceerde glazuurepitheel en de tandfollikel reguleren de botresorptie en botdepositie rondom een erupterend gebitselement, waardoor de occlusale verplaatsing van een gebitselement tijdens de eruptie mogelijk wordt gemaakt; het parodontale ligament ontwikkelt zich pas nadat een gebitselement is doorgebroken in de mondholte en speelt dus geen rol van betekenis in het eruptieproces; het gebitselement zelf speelt geen rol van betekenis bij de regulatie van zijn eruptie.
Auteurs:
R. Amaral Mendes, I. van der Waal
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 326 - 327
Rubriek:
Samenvatting:
 
Een asymptomatische radiolucentie tussen de gebitselementen 44 en 45 bij een 64-jarige vrouw bleek te berusten op een laterale parodontale cyste. De laterale parodontale cyste is een relatief zeldzame odontogene cyste met kenmerkende histopathologische aspecten. De behandeling bestaat uit enucleatie. Bij nvolledige verwijdering kan recidief optreden.
Auteurs:
J. Jansma, B. Stegenga
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 328 - 333
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het doel van focusonderzoek is het opsporen en vervolgens het behandelen van odontogene ontstekingshaarden om zo een bedreiging van de gezondheid van een, doorgaans medisch gecompromitteerde, patiënt te voorkomen. Focusonderzoek wordt vooral verricht voorafgaand aan behandeling van patiënten met bepaalde vormen van chemotherapie, voorafgaand aan bestraling in het hoofd-halsgebied, voorafgaand aan bepaalde orgaantransplantaties en in het kader van endocarditispreventie. Hoewel het focusonderzoek in veel ziekenhuizen een routinematig onderdeel is van de medische zorg blijkt nog steeds dat de wetenschappelijke basis in de iteratuur uiterst beperkt is. Er is duidelijk behoefte aan meer onderzoek in het kader van ´evidence-based clinical practice´ op dit terrein.
Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 334 - 337
Opmerking:

Onder redactie van dr.J.H.G. Poorterman, J.Poorterman@acta.nl

Rubriek:
Samenvatting:
 

Restauratieve tandheelkunde: Klasse V-composietrestauraties na 5 jaar, Klasse I- en II-compomeerrestauraties na 4 jaar. Cariologie: Cariëspreventief effect van chloorhexidinelak in putten en fissuren. Prothetische tandheelkunde: Sterkte van 4-delige keramische bruggen, Overlevingspercentages van keramische kronen en bruggen na 5 jaar. Kindertandheelkunde: Voorspellende waarde van cariësprevalentie in tijdelijk gebit. Orthodontie: Skelettale parameters voor Klasse II/1 en Klasse II/2. Materiaalkunde: Repareren van restauraties.

Bron:
NTvT augustus 2006; 113: 338 - 338
Rubriek:
Samenvatting:
 
Orale ziekten - Endodontische herbehandeling. G. Laskaris: Pocket atlas of oral diseases. B.S. Chong (Eng. auteur), M. de Cleen (Ned. red.): De endodontische herbehandeling in de praktijk. Tandheelkundige essenties 1.
Prelum Uitgever