september 2006
Auteurs:
M.S. Cune
Bron:
NTvT september 2006; 113: 341 - 342
Opmerking:
Serie: Beroepsdifferentiatie in de tandheelkunde
Rubriek:
Samenvatting:
 
Differentiatie is binnen het beroepsveld van de tandarts niet meer weg te denken. Er bestaan diverse postinitiële academische opleidingen aan de Nederlandse tandheelkundefaculteiten. Ze hebben in de regel een klinisch georiënteerd karakter,maar van kandidaten wordt eveneens een academische inbreng verwacht in de vorm van een wetenschappelijke bijdrage. De redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde heeft gemeend in de kolommen van het Tijdschrift aandacht te besteden aan de verschillende differentiatieopleidingen.Aan opleiders is ruimte geboden hun opleiding qua aard, omvang en inhoud te schetsen. Daarnaast wordt door een tandarts in opleiding of reeds gedifferentieerde tandarts een onderzoeksartikel over een onderwerp op het gebied van hun expertise, bijvoorbeeld in het verlengde van een tijdens de opleiding verricht onderzoek, gepresenteerd.De serie zal naar verwachting tot en met het augustusnummer in 2007 lopen en start in dit nummer met de visie van de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde. De redactie is de opleiders van de diverse differentiatieopleidingen en de overige auteurs dankbaar voor hun bijdragen.
Bron:
NTvT september 2006; 113: 342 - 345
Opmerking:
Serie: Beroepsdifferentiatie in de tandheelkunde
Rubriek:
Samenvatting:
 
De opkomst van de beroepsdifferentiatie in de tandheelkunde is een krachtige stimulans gebleken voor het onderzoek op deelgebieden, het volgen van bij-en nascholing door tandartsen en een verbreding van het zorgaanbod in Nederland. De tandartsen hebben deze ontwikkeling geïncorporeerd in hun beroepsuitoefening en verwijzen hun patiënten naar gedifferentieerde tandartsen wanneer zij daaraan behoefte hebben. De veranderende zorgvraag als gevolg van de uitbreiding van behandelmogelijkheden vraagt echter aanpassingen in de opleiding tot tandarts. Een deel van het onderwijs van differentiatieopleidingen moet worden opgenomen in de reguliere opleiding. Dit is des te meer van belang gezien het streven van de overheid naar taakdelegatie of taakherschikking in de tandheelkunde. Zonder deze aanpassingen leiden beroepsdifferentiatie en taakdelegatie tot uitholling van het beroep. Een advies ‘Innovatie in de mondzorg’ wordt op korte termijn aangeboden aan het kabinet. Bij het streven naar een verrijking van het beroep van tandarts moet rekening worden gehouden met de verschillende wijzen waarop huidige en toekomstige tandartsen hun beroep willen uitoefenen.
Auteurs:
J.C.L. den Boer, J.J.M. Bruers, B.A.F.M.van Dam
Bron:
NTvT september 2006; 113: 346 - 350
Rubriek:
Samenvatting:
 
In het kader van haar kwaliteitsbeleid heeft de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde onderzocht wat de gedragingen en houdingen van tandartsen zijn ten aanzien van bij- en nascholing. Daarbij is onder andere ingegaan op hun mening over verplichte accreditatie op dit gebied. Deelname aan bij- en nascholing is niet algemeen. De meeste tandartsen die zich in de periode 2003 tot en met 2004 niet hebben bij- en nageschoold, noemen onder meer tijdgebrek als reden hiervoor. Degenen die in deze periode wel aan activiteiten hebben deelgenomen, richtten zich in veel gevallen op een beperkt aantal onderwerpen. Activiteiten op het gebied van klinische toepassingen zijn geliefd. Een betrekkelijk groot deel van de tandartsen is positief over verplichte accreditatie op het gebied van bijen nascholing. In vergelijking met tegenstanders zijn deze voorstanders positiever over bij- en nascholing in het algemeen, ook vinden zij een keurmerk voor activiteiten in meer gevallen belangrijk en lezen zij meer vakliteratuur.
Auteurs:
E. Zaura, C. van Loveren, J.M.ten Cate
Bron:
NTvT september 2006; 113: 351 - 355
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het doel van dit onderzoek was ten eerste het bestuderen van het effect van fluoridetandpasta op demineralisatie van dentine op een gemakkelijk bereikbare plaats, zoals het buccale oppervlak, versus een plaqueretentieplaats, zoals fissuren en approximale vlakken. Het tweede doel was het vergelijken van demineralisatie van dentine door een sacharoseoplossing en door banaan.Vrijwilligers droegen een intraorale houder met dentinepreparaten met smalle groeven en een glad oppervlak. Dagelijks werden de preparaten 8 maal blootgesteld aan koolhydraten doordat de vrijwilligers spoelden met een 10% sacharoseoplossing of een stuk banaan consumeerden. Tweemaal daags werden de preparaten aan fluoridevrije of fluoridehoudende tandpasta blootgesteld. Demineralisatie van de dentinepreparaten werd gemeten door transversale microradiografie.Voor beide suikerbronnen werd vergelijkbare demineralisatie van dentine gevonden. De fluoridetandpasta beschermde alleen het gladde oppervlak van het dentinepreparaat. In de groeven beïnvloedde het fluoride het patroon van de demineralisatie: bescherming bij de ingang van de groeve, waardoor in de diepte een grotere laesie ontstond. Concluderend laat dit onderzoek verschillen zien tussen het cariësproces in fissuren en op gladde vlakken. Onderzoeksresultaten gevonden voor het ene type vlak gelden niet zonder meer voor het ander type vlak.
Auteurs:
A. de Jongh, G. Vo, S.L.S.D.F. Lie, F.M.D. Oosterink, Y.R. van Rood
Bron:
NTvT september 2006; 113: 356 - 360
Rubriek:
Samenvatting:
 
Er lijkt sprake te zijn van een toenemende belangstelling voor tandheelkundige behandelingen met een puur esthetisch doel. In een onderzoek onder 907 Nederlanders werd gezocht naar een cijfermatige onderbouwing van deze mogelijke trend. Uit de resultaten komt naar voren dat van de ondervraagden 25% ooit een esthetische behandeling heeft laten uitvoeren, terwijl ongeveer 8% van plan zegt te zijn op korte termijn een dergelijke behandeling te ondergaan. Het bleken van gebitselementen is in dit opzicht het meest populair. De resultaten suggereren dat er een positieve attitude bestaat ten aanzien van dit deelgebied van de tandheelkunde en dat de belangstelling voor deze behandelingen onder vrouwen groter is dan onder mannen. Onduidelijk is echter of deze interesse ook zal leiden tot een groter aantal daadwerkelijke behandelingen.
Auteurs:
H.P.B. Bolhuis, A.J. de Gee, A.J. Feilzer
Bron:
NTvT september 2006; 113: 361 - 367
Rubriek:
Samenvatting:
 
Kronen met weinig ferrule en een opbouw met een korte wortelkanaalstift laten een hoog percentage mislukkingen zien. De invloed van vermoeiingskrachten op de cementlaag tussen korte, prefab glasvezel/koolstofvezel wortelkanaalstiften en worteldentine werd bestudeerd. Er werden 2 composietcementen, Panavia 21 en RelyX-ARC, en 1 kunststofgemodificeerd glasionomeercement, RelyX, gebruikt. De stiftopbouwen (lengte 6 mm) werden vervaardigd op eenwortelige bovenpremolaren waarvan de kroon was verwijderd ter hoogte van de approximale glazuur-cementgrens. Na het cementeren van de stift werd de opbouw vervaardigd met adhesief (Clearfil Photo Bond) en lichthardend composiet (Clearfil Photo Core). De helft van de opbouwen (n = 8) werd blootgesteld aan vermoeiingsbelastingen (106 cycli onder een hoek van 85° op de rand van de opbouw). Daarna werden de wortels met de 6 mm lange stiften in 3 dwarsdoorsnedensecties gezaagd. Met een ‘push-out test’ kon geen significant verschil worden aangetoond tussen de retentie van de vermoeide en de controlestiften. Zowel beoordelingen met de scanningelektronenmicroscoop als de push-out tests lieten een statistisch significante verbetering zien van RelyXnaar RelyX-ARC- naar Panavia 21-cement, en van apicaal naar coronaal.
Auteurs:
J.C. Wemes
Bron:
NTvT september 2006; 113: 368 - 371
Rubriek:
Samenvatting:
 
In het onderwijs aan de Subfaculteit Tandheelkunde in Groningen werd de mechanische reiniging van het wortelkanaal ondersteund door middel van formaldehyde bevattende medicamenten ten einde de organische materialen op onbereikbare plaatsen te fixeren en zo onschadelijk te maken. In dit proefschrift werd een vergelijkend onderzoek gedaan naar de invloeden van formaldehyde en glutaardialdehyde op het dentine en het periapicale weefsel. Glutaardialdehyde bleek niet-irritant en had voordelen wat betreft fixatie, mechanische reiniging en afsluiting van het wortelkanaal. Het proefschrift kreeg vervolg in onderzoek naar de carisremmende werking van glutaardialdehyde op het dentine.
Auteurs:
J.F.L. Bosgra, J.A. Baart
Bron:
NTvT september 2006; 113: 372 - 373
Rubriek:
Samenvatting:
 
Een patiënt had in eerste instantie onbegrepen klachten in de premolaarstreek van de onderkaak. Er was al enige tijd sprake van pijnklachten en een zwelling zonder dat de oorzaak van deze klachten direct duidelijk was. Uiteindelijk bleek het te gaan om een parodontale ontsteking ten gevolge van een furcatieprobleem bij een onderpremolaar met een mesiale en een distale wortel.
Auteurs:
S.L. Liem
Bron:
NTvT september 2006; 113: 374 - 375
Rubriek:
Samenvatting:
 
De Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten is de beroepsvereniging voor alle mondhygiënisten in Nederland. De website van deze vereniging geeft informatie over de activiteiten van de vereniging, over het Nederlands Tijdschrift voor Mondhygiëne, over congressen en te bestellen producten en verstrekt allerhande inlichtingen aan patiënten.
Bron:
NTvT september 2006; 113: 376 - 380
Opmerking:

Onder redactie van dr.J.H.G. Poorterman, J.Poorterman@acta.nl

Rubriek:
Samenvatting:
 

Mondziekten en kaakchirurgie: Tandafwijkingen bij het syndroom van Treacher Collins. Parodontologie: Relatie tussen parodontitis en depressiviteit, Het effect van slijtage van ultrasone tips. Preventieve tandheelkunde: Tandpasta met bioactief glas, Tevredenheid na eenmalig bleken met xenon halogeenlamp. Materiaalkunde: Hechting van glasionomeercement aan dentine. Implantologie: Het gebruik van korte implantaten. Sociale tandheelkunde: Effect van gefluorideerde melk op eerste molaren. Hygiëne: Welk type mondneusmasker laat bacteriën door? Algemene ziekteleer: Bacteriëmieën gerelateerd aan ernst parodontitis.

Bron:
NTvT september 2006; 113: 381 - 381
Rubriek:
Samenvatting:
 
Botaugmentaties in de maxilla - Tandheelkundig jaar 2006. K-E. Kahnberg: Bone grafting techniques for maxillary implants. C. de Baat, J.K.M. Aps, W.G. Brands et al (red.): Het tandheelkundig jaar 2006.
Prelum Uitgever