februari 2007
Auteurs:
C. de Baat
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 062 - 62
Rubriek:
Samenvatting:
 
Op 24 januari 2007 was het precies 100 geleden dat jonkheer B.A.M. Elias werd geboren. Sommigen van de oudere lezers van het Tijdschrift zullen zich nog herinneren dat deze collega in de periode 1946–1951 lid was van de redactie van ons Tijdschrift. Het is mij een genoegen namens alle medewerkers en lezers van ons Tijdschrift deze honderdjarige van harte te feliciteren met het bereiken van deze unieke mijlpaal.
Auteurs:
S.C. Boxum, A. Sandham, Y. Ren
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 063 - 68
Rubriek:
Samenvatting:
 
Een toenemend aantal patiënten wil een orthodontische herbehandeling, terwijl de redenen daarvoor niet bekend zijn. Aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst werd onderzoek gedaan naar de motivatie voor en de verwachtingen van herbehandeling alsook naar de ervaringen en de retentieprocedures bij de eerste orthodontische behandeling. Aan 100 patiënten werd gevraagd de vragenlijst in te vullen: 88% was bereid. Het opleidingsniveau van deze patiënten was hoog; meer vrouwen dan mannen verzochten om herbehandeling; tijdens de eerste behandeling werd vooral vaste apparatuur gedragen en de retentie werd zowel met uitneembare als vaste retentieapparatuur uitgevoerd; bij bijna 40% van de patiënten bleek echter geen retentie te zijn toegepast. In tegenstelling tot het initiatief voor de eerste behandeling, dat voornamelijk van de behandelaar uitging, kwam het initiatief voor herbehandeling voornamelijk van de patiënt zelf. Dit uitte zich in een hogere motivatie voor het ondergaan van een orthodontische herbehandeling. De patiënten bleken een reëel beeld te hebben van de tijdsduur en kosten die gepaard gaan met herbehandeling.
Auteurs:
J. Boehmer, J.A.W. Stoffels, I.A.L.M. van Rooij, A. Heyboer
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 069 - 75
Rubriek:
Samenvatting:
 
De capaciteit voor tandheelkundige behandeling onder algehele anesthesie is beperkt. Kennelijk overstijgt de vraag het aanbod. Een schriftelijke enquête onder alle 403 patiënten die in 2003 in een centrum voor bijzondere tandheelkunde onder algehele anesthesie waren behandeld, of hun ouders of verzorgers, wees uit dat de mediaan van de tijd vanaf de verwijzing tot het eerste consult 8 weken was geweest. De tijd die was verstreken voordat een patiënt kon worden behandeld, kende ook een mediaan van 8 weken. De wachttijd op behandeling was voor kinderen langer geweest dan voor volwassenen, met de langste wachttijd voor 4- en 5-jarigen. Bij 43% van de patiënten hadden zich tijdens de wachttijd complicaties voorgedaan als orale pijn en eet- en slaapproblemen. Bij kinderen waren vaker complicaties opgetreden dan bij volwassenen. Met elke week wachten was voor kinderen de kans op complicaties toegenomen met 6,7%.
Auteurs:
M.H. Steenks, A. de Wijer
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 076 - 81
Opmerking:
Serie: Beroepsdifferentiatie in de tandheelkunde
Rubriek:
Samenvatting:
 
Leidraad voor het postacademisch onderwijs is de mogelijkheid voor de tandarts om zijn in de reguliere opleiding verkregen vaardigheden te behouden en uit te breiden. Hiertoe is het nodig voldoende patiënten te kunnen onderzoeken en behandelen. Gegeven de incidentie en de prevalentie van temporomandibulaire disfunctie en orofaciale pijn richt het basisonderwijs zich vooral op de acute en subacute vormen van temporomandibulaire disfunctie, terwijl de tandarts-gnatholoog zich voornamelijk richt op de chronische temporomandibulaire disfunctie en orofaciale pijn. De behandeling voor deze laatste categorie is multidisciplinair. Bij pijnklachten in het orofaciale gebied dient de tandarts-algemeen practicus de eerst aangewezene te zijn om te bepalen of odontogene oorzaken aanwezig zijn. De tandarts-gnatholoog kan vervolgens de tandarts-algemeen practicus adviseren of zelf de zorg rond de patiënt coördineren. Om die laatste rol goed te kunnen vervullen in een multidisciplinaire (deels medische) behandeling is een differentiatieopleiding die het basisonderwijs overstijgt, noodzakelijk. Competenties van de tandarts- gnatholoog zijn de zorg in ruime zin, voorlichting en advisering, het kunnen werken in een organisatie, zelfwerkzaamheid ten aanzien van professionalisering waaronder wetenschappelijk gefundeerd handelen. De tandarts-gnatholoog is werkzaam in de periferie en in centra voor bijzondere tandheelkunde.
Auteurs:
P.A.L. Mel, M.H. Steenks, A. de Wijer, A.A. Kruize, A.van der Bilt
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 082 - 86
Opmerking:
Serie: Beroepsdifferentiatie in de tandheelkunde
Rubriek:
Samenvatting:
 
In een pilotonderzoek werd de kauwfunctie van patiënten met juveniele idiopathische artritis onderzocht. Bij 5 volwassen proefpersonen werden de kauwefficiëntie en de maximale bijtkracht gemeten en vergeleken met gegevens van een gezonde controlegroep. De kauwefficiëntie van patiënten met juveniele idiopathische artritis blijkt statistisch significant kleiner te zijn dan die van een gezonde controlegroep. De maximale bijtkracht is binnen deze kleine groep niet statistisch significant kleiner. De resultaten van het vooronderzoek onderschrijven het vermoeden dat de kauwfunctie bij patiënten met juveniele idiopathische artritis is verminderd ten opzichte van een gezonde controlegroep. Geconcludeerd wordt dat een groter en breder opgezet onderzoek aangewezen is om de kauwfunctie van patiënten met juveniele idiopathische artritis beter in beeld te brengen, en om meer inzicht te krijgen over de gevolgen voor de kwaliteit van leven.
Auteurs:
J. Bras
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 087 - 92
Rubriek:
Samenvatting:
 
Naar aanleiding van het proefschrift ‘Sarcomen van de kaak’ uit 1982 worden de ontwikkelingen beschreven in beeldvorming en behandeling van het osteosarcoom in het algemeen en die van de kaak in het bijzonder. Het merendeel van de osteosarcomen wordt buiten het craniofaciale skelet aangetroffen, met als voorkeurslokalisatie de lange pijpbeenderen, en dan voornamelijk bij kinderen en adolescenten. Slechts 5% van alle osteosarcomen wordt in het craniofaciale skelet, vooral in de kaken, aangetroffen. Deze patiënten zijn gewoonlijk ouder. De behandeling van het extracraniofaciale osteosarcoom is in de afgelopen 30 jaar veranderd van puur chirurgisch tot chirurgie in combinatie met chemotherapie in prospectief onderzoek. Hierbij is de 5-jaarsoverleving gestegen van 10-20% tot 60-70%. Voor craniofaciale osteosarcomen ontbreken dergelijke studies. In deze groep is de 5-jaarsoverleving gestegen van 25-40% tot 60-80%. Prognostisch significante factoren zijn een tumor < 4 cm en tumorvrije resectieranden. De ontwikkelingen in het beeldvormende onderzoek maken een betere preoperatieve evaluatie mogelijk. Gepleit wordt voor een geprotocolleerde behandeling.
Auteurs:
C. van Loveren
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 093 - 94
Rubriek:
Samenvatting:
 
Samenvatting van de inaugurale rede uitgesproken door prof. dr. C. van Loveren bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Preventieve Tandheelkunde aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, vanwege het Ivoren Kruis, Nederlandse Vereniging voor Mond- en Tandhygiëne.
Auteurs:
A.J.M. Plasschaert
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 095 - 97
Rubriek:
Samenvatting:
 
Samenvatting van de rede uitgesproken door prof. dr. A.J.M. Plasschaert bij zijn afscheid als hoogleraar in de Restauratieve Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op vrijdag 17 november 2006.
Auteurs:
J.T.M. van Gemert, R. Koole
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 098 - 103
Rubriek:
Samenvatting:
 
Een 72-jarige vrouw werd door haar tandarts verwezen naar de kaakchirurg in verband met een unilaterale huidreactie ter plaatse van neus, wang en bovenlip rechts, die was opgetreden na extractie van gebitselement 16. De patiënte was bekend met chronische lymfatische leukemie. Er bleek sprake van herpes zoster van de tweede tak van de nervus trigeminus. De behandeling bestond uit ziekenhuisopname met intraveneuze, antivirale medicatie en pijnstilling. Herpes zoster van het gelaat is een ernstige infectie en behoeft vroegtijdige therapie. Het optreden van postherpetische neuralgie is een ernstige en mogelijk invaliderende complicatie.
Auteurs:
H.S. Brand, S.N. Dun, A.van Nieuw Amerongen
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 104 - 108
Rubriek:
Samenvatting:
 
De laatste 3 decennia is ecstasy (XTC) een populaire drug in het uitgaansleven. Vanwege de oppeppende en bewustzijnsveranderende werking wordt XTC frequent gebruikt door jongvolwassenen, in het bijzonder in de grote steden. Het is daarom aannemelijk dat men in de tandheelkundige praktijk met XTC-gebruikers kan worden geconfronteerd. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van systemische effecten van XTC en de invloed op de mondholte. Incidenteel heeft XTC-gebruik levensbedreigende lichamelijke gevolgen zoals hypertermie, hyponatriëmie en leverfalen. Daarnaast wordt het ontwikkelen van psychosen, depressies, paniekstoornissen en impulsief gedrag gerapporteerd. De orale effecten betreffen afwijkingen van de gingiva, xerostomie en een verhoogde kans op tanderosie en bruxisme. Tot slot wordt speeksel als mogelijke bron voor het detecteren van XTC-gebruik. ediscussieerd.
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 109 - 112
Opmerking:
Correspondentie over deze rubriek aan: redactie@ntvt.nl. Kopieën van in deze rubriek besproken artikelen zijn tegen kostenvergoeding op aanvraag verkrijgbaar bij: L.J.H. Hofman, Bibliotheek Tandheelkunde, Philips van Leydenlaan 25, postbus 9101, 6500 HB Nijmegen, tel. 024-3614131.
Rubriek:
Samenvatting:
 
Restauratieve tandheelkunde: Klinische evaluatie van een nanofijne composiet, Hechting aan carieus dentine. Materiaalkunde: Polymerisatiekrimp leidt tot verbuigen van knobbels. Radiologie: Panoramische of intraorale opnamen voor cariësdetectie?, Moeten fosforplaten direct worden uitgelezen? Orthodontie: Het bleken van glazuur en de treksterkte van brackets, Rekolonisatie van Streptococcus mutans bij vaste apparatuur?
Bron:
NTvT februari 2007; 114: 113 - 113
Rubriek:
Samenvatting:
 
Atlas van de anatomie. W. Platzer, H. Fritsch, W. Kühnel, W. Kahle, M.W. Frotscher: Atlas van de anatomie. Deel 1, 2 en 3.
Prelum Uitgever