juni 2007
Auteurs:
H.A.J. Reukers, Ph.A. Van Damme
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 242 - 247
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het is de taak van de tandarts om desgevraagd advies te geven over het type mondbeschermer dat de beste bescherming geeft. Algemeen wordt erkend dat mondbeschermers in de vrije verkoop onvoldoende betrouwbaar zijn. Door een matige pasvorm worden deze mondbeschermers beter in de broekzak verdragen dan in de mond. De beste mondbescherming wordt verkregen door een individueel vervaardigde mondbeschermer. Een mondbeschermer moet voldoende bescherming geven bij een hoog draagcomfort. Het opbouwen in verschillende lagen en het labiaal vrij laten van het bovenfront zijn essentiële kenmerken van een adequate mondbeschermer. Gebitswisseling en/of orthodontische behandeling leveren geen beperking op om een individuele mondbeschermer te maken.
Auteurs:
H.A.J. Oudhof
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 248 - 252
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het hoogstaande niveau van de tandheelkundige zorg in Nederland en de rigide regelgeving in de tandheelkundige zorg kunnen een barrière vormen voor het invoeren van nieuwe of dure technieken. Zo worden de lasertechnieken in de tandheelkunde al snel beschouwd als een (te) dure manier voor het bereiken van een tandheelkundig doel dat ook met bestaande middelen bereikbaar is. Toch zijn er extra behandelmogelijkheden door de laser bijgekomen. Laserfluorescentie maakt een aanvullende cariës- en parodontale diagnostiek mogelijk. Lasers kunnen bijdragen tot het effectief spoelen van wortelkanalen. Ook is een veilige reiniging van de diepe pocket met de lasertechniek mogelijk. Chirurgie aan de weke delen kan eenvoudiger en veiliger met lasers worden uitgevoerd dan met het mes, met als extra voordeel minder (na)bezwaren voor de patiënt. Het succesvol toepassen van lasertechnieken staat of valt met het gebruik van de juiste laser (golflengte en pulssysteem) voor het beoogde doel. Het is bijna onmogelijk voor de tandarts zonder kennis van (laser)zaken zich op verantwoorde wijze een dergelijk instrument aan te schaffen. Voorafgaand aan de aankoop is het zeker nuttig een lasercursus te volgen.
Auteurs:
H.J.A. Meijer
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 253 - 254
Rubriek:
Samenvatting:
 
Samenvatting van de inaugurele rede uitgesproken door prof. dr. H.J.A. Meijer bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de Implantologie en Prothetische Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen op dinsdag 13 februari 2007.
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 255 - 259
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het ontbreken van een wetenschappelijk fundament bij de behandeling van gemutileerde dentities en het ontbreken van een verband tussen verlies van molaren en verminderde orale functies vormden de aanleiding om een promotieonderzoek te doen naar gemutileerde dentities. Het onderzoek toonde aan dat het verlies van gebitselementen toenam met de leeftijd en dat het verloren gaan van gebitselementen in alle sociaaleconomische klassen volgens hetzelfde patroon verliep. Tussen het aantal afwezige gebitselementen en de mate van oraal functioneren bestond geen verband. Het aantal occlusale contactparen van gebitselementen in de boven- en onderkaak had alleen een zwak verband met de subjectieve kauwfunctie. Op basis van latere klinische onderzoeken en onderzoeken met behulp van vragenlijsten is naar voren gekomen dat er nauwelijks gronden zijn om posterieure gebitselementen te vervangen als er minimaal 3 occlusale contactparen aanwezig zijn. Uitgaande van de huidige stand van de wetenschap mag en kan worden aangenomen dat een gezonde natuurlijke dentitie van minimaal 20 gebitselementen, bestaande uit de frontelementen en de premolaren in de boven- en onderkaak, in esthetisch en functioneel opzicht goed voldoet zonder dat een distale prothetische vervanging nodig is.
Auteurs:
J.P. Vandenbroucke
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 260 - 262
Opmerking:
Dit artikel is met toestemming integraal overgenomen uit het Ned Tijdschr Geneeskd 2006; 150: 2794-2795.
Rubriek:
Samenvatting:
 
Het gerandomiseerde experiment dat wordt toegepast op 1 enkele patiënt, de N = 1-trial, is het beste onderzoeksontwerp om causaliteit aan te tonen, bijvoorbeeld tussen agens en effect. Desondanks wordt deze onderzoeksopzet nauwelijks teruggevonden in de medische literatuur. Een van de redenen hiervoor is dat zelfs dit type onderzoeksontwerp causaliteit niet onbetwistbaar kan aantonen, omdat verschillende tijdstippen met elkaar worden vergeleken. Bovendien is het ontwerp nogal inefficiënt, omdat de resultaten overeenkomen met die van een gewone observatie zonder randomisatie, placebocontrole of blindering. Ondanks deze bezwaren is het N = 1-trial de meest ultieme vorm van bewijsvoering als het bijvoorbeeld gaat om het op de patiënt toesnijden van de behandeling. Alleen al om die reden zou deze vorm van onderzoek vaker kunnen worden toegepast.
Auteurs:
S. de Groot
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 263 - 266
Opmerking:
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Ned Tijdschr Geneeskd 2006; 150: 2796-2799.
Rubriek:
Samenvatting:
 
Doel van het onderzoek was het bepalen van een eventueel verband tussen klachten over ‘restless legs’ en de inname van kunstmatige zoetstoffen bij een patiënt met die klachten na het drinken van sommige lightfrisdranken. Dit werd gedaan door middel van een gerandomiseerd geblindeerd placebogecontroleerd N = 1-onderzoek met gekruiste opzet. Gedurende een periode van 48 dagen gebruikte de patiënt steeds 2 dagen 4 capsules per dag met cyclamaat 150 mg, sacharine 22,5 mg, beide zoetstoffen of placebo. Tussen deze tweedaagse perioden van inname was er telkens een rustpauze van eveneens 2 dagen waarop geen capsules werden ingenomen. De ziekenhuisapotheker had de capsules klaargemaakt en de randomvolgorde per 2 dagen vastgelegd. De patiënt wist niet welke soort capsule hij innam. Vanaf 3 weken vóór de proefperiode noteerde de patiënt dagelijks bij het opstaan de aard, de intensiteit en de duur van de klachten in de late avond en nacht. Daarbij maakte hij gebruik van een 11-puntenschaal van 0 (= geen ‘restless legs’) tot 10 (= vrijwel een geheel gestoorde slaap door ‘restless legs’). Een score van 1-3 kwam overeen met lichte klachten, die geen invloed hadden op zijn slaap, bij de score van 4-6 werd zijn nachtrust verstoord en in het scoregebied 7-10 sliep patiënt vrijwel niet. Bij gebruik van sacharine en bij de combinatie sacharine-cyclamaat had patiënt vaker klachten dan bij placebo (4 respectievelijk 4 versus 2 van de 6 nachten) en bovendien was de gemiddelde klachtenscore dan statistisch significant hoger (5,2 respectievelijk 5,8 versus 3,3). Geconcludeerd wordt dat er een samenhang was tussen patiënts klachten over ‘restless legs’ met het gebruik van sacharine en niet met het gebruik van cyclamaat.
Auteurs:
S.A. Zijderveld, H.A. van Swieten, J.W.F.H. Frenken, A. Yilmaz
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 267 - 270
Rubriek:
Samenvatting:
 
Een 38-jarige man ontwikkelde kort na de chirurgische verwijdering van de gebitselementen 36 en 37 slikklachten, koorts en trismus, resulterend in een abces van de parafaryngeale loge. Ondanks systemische toediening van een antibioticum en drainage van het abces vond uitbreiding van het abces plaats naar het mediastinum. In korte tijd ontstonden cervicale fasciitis necroticans en mediastinitis. De patiënt werd vanwege de levensbedreigende situatie opgenomen in een medisch centrum voor verdere behandeling. In het medisch centrum vond uitgebreide chirurgische exploratie van de cervicale en thoracale regio plaats, gecombineerd met verwijdering van necrotisch weefsel, een thoracotomie en uitgebreid spoelen met waterstofperoxide en betadinejodium. Na 5 weken intensieve behandeling kon hij in redelijke conditie worden ontslagen uit het medisch centrum.
Auteurs:
R.I.F. van der Waal, J.G.A.M. de Visscher, I. van der Waal
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 271 - 277
Rubriek:
Samenvatting:
 
Van tandartsen mag enige bekendheid worden verondersteld met huidafwijkingen van het aangezicht. Zij zullen patiënten zo nodig moeten kunnen motiveren een huisarts of een dermatoloog te raadplegen. Huidafwijkingen kunnen op verschillende manieren worden gerubriceerd. In deze bijdrage is gekozen voor een indeling in infectieuze aandoeningen, inflammatoire aandoeningen, auto-immuunziekten, benigne nieuwvormingen, premaligne afwijkingen en maligne afwijkingen. In de Nederlandse gezondheidszorg hebben huisartsen een belangrijke spilfunctie. Tot voor kort waren zij ook de eerst aangewezene collega’s naar wie tandartsen een patiënt met een geconstateerde huidafwijking verwezen. De huisarts stelde dan vervolgens vast of een doorverwijzing naar een dermatoloog al of niet was geïndiceerd. Mede gelet op de veranderingen in het zorgstelsel is rechtstreekse verwijzing door een tandarts naar een dermatoloog zeker verdedigbaar.
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 278 - 280
Opmerking:
Correspondentie over deze rubriek aan: redactie@ntvt.nl. Kopieën van in deze rubriek besproken artikelen zijn tegen kostenvergoeding op aanvraag verkrijgbaar bij: L.J.H. Hofman, Bibliotheek Tandheelkunde, Philips van Leydenlaan 25, postbus 9101, 6500 HB Nijmegen, tel. 024-3614131.
Rubriek:
Samenvatting:
 
Restauratieve tandheelkunde: Klasse II-composietrestauraties na 6 jaar. Orthodontie: Temperatuurstijging bij het verwijderen van composiet, Geïmpacteerde hoektanden. Implantologie: Morfogenese van periimplantaire mucosa. Gerodontologie: Mondgezondheid van ouderen met dementie in verpleeghuizen.
Bron:
NTvT juni 2007; 114: 281 - 281
Rubriek:
Samenvatting:
 
Intraorale reparatie van restauraties met composiet - Evidence-based tandheelkunde. M.O. Ahlers: Intraorale Reparatur zahnfarbener Restaurationen aus Composite-Fuellungswerkstoffen. A. Hackshaw, E Paul, E Davenpoort: Evidence-based dentistry. an introduction.
Prelum Uitgever