april 2008
Auteurs:
G.J. van Beek, J.L.N. Roodenburg, I. van der Waal
Bron:
NTvT april 2008; 115: 179 - 179
Opmerking:

Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk

Rubriek:
Samenvatting:
 

Mede door de vergrijzing neemt de kans op het krijgen van kanker, waar dan ook in het lichaam, nog steeds toe. Eén op de 4 mensen wordt ten minste eenmaal in zijn of haar leven met kanker geconfronteerd, terwijl 1 op de 5 eraan overlijdt. De inzichten in het ontstaan van de diverse kankersoorten zijn in het afgelopen decennium aanzienlijk toegenomen en bij sommige vormen van kanker heeft dat tot betere opsporings- en behandelresultaten geleid. Van tandartsen mag worden verwacht dat zij daarover in grote lijnen zijn geïnformeerd.

Auteurs:
E. Bloemena
Bron:
NTvT april 2008; 115: 180 - 185
Opmerking:

Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk

Rubriek:
Samenvatting:
 

De term kanker wordt in het algemeen gebruikt voor maligne nieuwvormingen. Een maligne tumor vertoont invasieve groei, dat wil zeggen groei buiten zijn anatomische grenzen, en kan leiden tot de vorming van metastasen. Kanker ontstaat door ongebreidelde celgroei, veroorzaakt door genetische schade in het genoom van de cellen. De cellen reageren daarbij niet goed meer op regulatiesignalen. Accumulatie van verschillende genetische defecten in een cel leidt uiteindelijk tot kanker. Kanker wordt dikwijls voorafgegaan door een histologisch herkenbaar voorstadium, dysplasie genaamd. De afgelopen decennia is veel vooruitgang geboekt in het karakteriseren van de genetische veranderingen in cellen die leiden tot ontsporing van de celgroei. De belangrijkste genen die hierbij zijn betrokken, zijn de oncogenen, de tumorsuppressorgenen en de mutatorgenen.

Auteurs:
E.H. van der Meij
Bron:
NTvT april 2008; 115: 186 - 191
Opmerking:
Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk
Rubriek:
Samenvatting:
 
Omdat mondkanker kan worden beschouwd als een relatief zeldzame aandoening, worden tandartsen-algemeen practici hiermee slechts zelden geconfronteerd. Desalniettemin is voor tandartsen een belangrijke rol weggelegd bij de vroege diagnostiek en de verwijzing van een patiënt met een maligniteit in de mond. Het merendeel van deze maligniteiten betreft plaveiselcelcarcinomen die bij routinematig onderzoek herkenbaar zijn. Vroege verwijzing is belangrijk omdat kleine nog niet gemetastaseerde tumoren na adequate behandeling de beste kans op genezing hebben. Daarnaast worden mondholtecarcinomen vaak voorafgegaan door witte en/of rode premaligne afwijkingen van het mondslijmvlies. Deze kunnen eveneens bij routinematige controle worden waargenomen. Ook hier spelen tandartsen een belangrijke rol bij de herkenning van dergelijke aandoeningen en bij verwijzing naar een kaakchirurg.
Auteurs:
J.G.A.M. de Visscher
Bron:
NTvT april 2008; 115: 192 - 198
Opmerking:

Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk

Rubriek:
Samenvatting:
 

Het plaveiselcelcarcinoom is de meest voorkomende maligne tumor in de mond. Voorkeursplaatsen zijn de tongranden en het voorste deel van de mondbodem. Een patiënt met verdenking op een mondholtecarcinoom zal door zijn tandarts worden verwezen naar een kaakchirurg die een proefexcisie van de afwijking neemt. Bij de diagnose plaveiselcelcarcinoom wordt de patiënt voor aanvullende diagnostiek en behandeling verwezen naar een gespecialiseerd multidisciplinair centrum voor hoofd-halsoncologie. Afhankelijk van de grootte, de plaats en de uitbreiding van de tumor en de aan- of afwezigheid van halskliermetastasen zal de behandeling bestaan uit chirurgie, radiotherapie of een combinatie van beide behandelingen. De prognose wordt vooral bepaald door de grootte van de tumor en de aanwezigheid van lymfekliermetastasen in de hals. Vroegtijdige herkenning is dus van groot belang.

Auteurs:
J. Buter
Bron:
NTvT april 2008; 115: 201 - 202
Opmerking:

Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk

Rubriek:
Samenvatting:
 

De medicamenteuze behandeling van solide maligne tumoren is van veel factoren afhankelijk. De keuze van het medicament wordt bepaald door het soort tumor, het stadium van de ziekte en een aantal kenmerken van de patiënt, zoals biologische leeftijd, comorbiditeit en algemene conditie. De behandeling kan curatief, palliatief of (neo-)adjuvant van aard zijn. De groepen medicamenten die worden gebruikt, zijn hormonen, cytostatica, immuunmodulerende stoffen en sinds kort ook gerichte medicamenten die bestaan uit kleinmoleculaire stoffen en monoklonale antilichamen. Slechts enkele tumortypen zijn in een gevorderd stadium te cureren met chemotherapie. Bij andere kan levensverlenging worden bereikt, weer andere zijn weinig of niet gevoelig voor medicamenteuze behandeling. De behandeling wordt beperkt door de bijwerkingen van de medicamenten. Met ondersteunende medicatie kan een deel van de bijwerkingen worden opgevangen. Bij palliatieve therapie is het doel de algemene conditie te verbeteren door de ziekte tijdelijk terug te dringen. Adjuvante chemotherapie verhoogt de kans op curatie bij of na een primaire behandeling met chirurgie of radiotherapie.

Auteurs:
M.A. Stokman, A. Vissink, F.K.L. Spijkervet
Bron:
NTvT april 2008; 115: 203 - 210
Opmerking:
Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk
Rubriek:
Samenvatting:
 
Radiotherapie in het hoofd-halsgebied en hoge doses chemotherapie gaan gepaard met schade aan gezonde weefsels in (de omgeving van) de mond. Om de kans op het ontstaan van neveneffecten van de kankerbehandeling tot een minimum te beperken, is het noodzakelijk voorafgaande aan de behandeling een oraal focusonderzoek uit te voeren. Daarnaast blijken aanvullende mondverzorgende maatregelen belangrijk om bijwerkingen van de kankerbehandeling op het gebit, de mondslijmvliezen en het kaakbot zoveel mogelijk te beperken. Dergelijke maatregelen blijken niet alleen noodzakelijk tijdens de kankerbehandeling, maar veelal ook nog jaren daarna. Dit betekent dat naast de zorgverleners die deel uitmaken van oncologische behandelteams ook steeds meer de mondzorgverleners in de eerstelijn met deze patiënten te maken zullen krijgen.
Auteurs:
E.A.J.M. Schulten, H.A.H. Winters, A.E. Koch
Bron:
NTvT april 2008; 115: 215 - 223
Opmerking:

Thema: Oncologie in de tandheelkundige praktijk

Rubriek:
Samenvatting:
 

Weefseldefecten in het hoofd-halsgebied die zijn ontstaan na chirurgische verwijdering van een benigne of maligne tumor, kunnen worden gereconstrueerd door middel van transplantatie van weefsels en/of worden hersteld met prothetische constructies. Het doel van de reconstructie is het zo goed mogelijk herstellen van de oorspronkelijke vorm en functie van het bot en/of de weke delen die verloren zijn gegaan. Met de introductie van de vrije gevasculariseerde lappen, zoals de fibulalap en de crista iliacalap, zijn de mogelijkheden voor chirurgische reconstructie van de mandibula en de maxilla verbeterd. Met het oog op de orale rehabilitatie dient een kaakreconstructie zodanig te worden uitgevoerd dat een goede basis wordt gelegd voor het plaatsen van implantaten ter verankering van een vaste of uitneembare prothetische constructie. Dit vereist een goede interdisciplinaire planning, waarbij het prothetische behandelplan mede de keuze voor de methode van reconstructie bepaalt.

Auteurs:
D.E. van Diermen, J. Hoogstraten, I. van der Waal
Bron:
NTvT april 2008; 115: 225 - 229
Rubriek:
Samenvatting:
 
Wat moet een behandelaar doen als een patiënt een invasieve tandheelkundige ingreep moet ondergaan terwijl hij of zij antitrombotica gebruikt? Moet men stoppen met de medicatie vóór de ingreep met het risico dat de patiënt opnieuw trombosecomplicaties krijgt, of de procedure uitvoeren zonder aanpassing van deze medicijnen? Welk risico is er dan op nabloedingen? Uit recent onderzoek blijkt dat het tijdelijk staken van antitrombotica in veel gevallen niet noodzakelijk is en de patiënt zelfs schade kan berokkenen. Tandartsen hebben de afgelopen decennia tal van wisselende aanbevelingen gekregen. In dit artikel worden nieuwe onderzoeken op dit terrein samengevat en besproken. De auteurs pleiten voor de ontwikkeling van een klinische evidence-based praktijkrichtlijn.
Bron:
NTvT april 2008; 115: 230 - 232
Opmerking:

.Onder redactie van dr.J.H.G. Poorterman, J.Poorterman@acta.nl

Rubriek:
Samenvatting:
 

Orthodontie: Een aantrekkelijke lach, Extractie van eerste molaren bij Klasse II/1-afwijking. Radiologie: Een internetcursus voor Cone Beam CT-anatomie. Materiaalkunde: Effect van 4 polijstsystemen op 5 composieten, Oppervlaktegladheid van nanofijne composieten.

Bron:
NTvT april 2008; 115: 233 - 233
Rubriek:
Samenvatting:
 
Toepassingen van de laser - Kiespijn bij kinderen. D.J. Coluzzi, R.A. Convissar: Atlas of laser applications in dentistry. J. Versloot: Pain in pediatric dentistry.
Bron:
NTvT april 2008; 115: Afl.7
Opmerking:

Onder redactie van dr.C.P.Bots, info@speekselcentrum.nl

Rubriek:
Samenvatting:
 

Richtlijn voor ingrepen bij patiënten met antitrombotica in ontwikkeling. Nieuwste aanbevelingen op het gebied van sealants. Chloorhexidine effectief tegen mondgeur na verwijderen verstandskiezen. Verschil in polijstsystemen bij nanofijne composieten. Agenda Uitgelicht: Dental Expo 2008 (3-5 april 2008). Stelling: Ik voer al jaren zonder problemen extracties uit bij mensen die anticoagulantia gebruiken. NTvT digitaal: GGD Kennisnet. Ingezonden brieven: myofunctionele therapie. Ernstig letsel na irrigatie met natriumhypochloriet (2).

Prelum Uitgever