Veertig kinderen die vanwege een hematologische maligniteit een allogene stamceltransplantatie hadden ondergaan, namen minimaal 2 jaar na transplantatie deel aan een onderzoek. De onderzoekers verzamelden gegevens over subjectieve orale symptomen, bevindingen op een panoramische röntgenopname en gegevens van een mondonderzoek. Bijna alle kinderen hadden ontwikkelingsstoornissen, waaronder agenesieën, verkorte wortels en onvolledig gevormde wortels. De prevalenties van agenesieën van de eerste en de tweede premolaar in de maxilla en de mandibula en van de tweede molaar in de mandibula waren in de onderzoeksgroep significant groter dan de normatieve waarden. Kinderen die bij aanvang van de kankertherapie jonger waren dan 3 jaar hadden significant minder gebitselementen dan oudere kinderen. De verhouding tussen de lengte van de wortel en de kroon van de diverse gebitselementen was in de onderzoeksgroep ongunstiger dan in een gezonde Finse controlegroep. Door vervroegde wortelsluiting was de gemiddelde gebitsleeftijd hoger dan de gemiddelde chronologische leeftijd.
Wat is nieuw?
De leeftijd bij de start van de (kanker)therapie is een significante risicofactor in relatie tot ontwikkelingsstoornissen als agenesieën, verkorte wortels en onvolledig gevormde wortels, hoewel de ernst van de ontwikkelingsstoornis per individu aanzienlijk verschilt. Xerostomie was een algemene klacht, ook bij kinderen waarbij geen totale lichaamsbestraling had plaatsgevonden.