• Kennistoetsartikel

    Preventieve tandheelkunde 4. Preventie en behandeling van dentine-overgevoeligheid

    F.N. van der Weijden, C. van Loveren, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Veel mensen hebben weleens last van pijn als ze lucht langs hun tandhalzen zuigen of bij het drinken van bijvoorbeeld een koude drank. De belangrijkste preventie is ervoor te zorgen dat het dentine niet bloot komt te liggen. Als het dentine wel blootligt, moeten zowel chemische als mechanische beschadigingen van het tand­oppervlak worden voorkomen. Behandeling kan het beste zo min mogelijk invasief plaatsvinden en bestaat als eerste stap uit het door de patiënt te laten tandenpoetsen en/of op de gevoelige plek te laten masseren met tandpasta’s die speciaal zijn ontwikkeld zijn voor mensen met gevoelige tandhalzen. Als extra ondersteuning kan een spoelmiddel worden gebruikt. Als deze aanpak onvoldoende resultaat oplevert, kunnen professionele middelen worden ingezet. Ook hierbij moeten de minst invasieve opties als eerste worden geprobeerd alvorens over te gaan op invasieve behandelingen.

  • Kennistoetsartikel

    Cariës in Krachtwijken 1. Volwassenen

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn nauwelijks epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen in de volwassen bevolking die in achtergestelde wijken, zogenoemde ‘Krachtwijken’, wonen. De doelstelling van een onderzoek uitgevoerd in 2013 was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van laagopgeleide volwassen in Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie in ’s-Hertogenbosch. In totaal 1.597 laagopgeleide respondenten namen deel aan het onderzoek. De referentiepopulatie had de meeste cariëservaring, doordat zij relatief veel gerestaureerde vlakken (FS) hadden. De relatief lage cariëservaring bij de respondenten in de Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie werd grotendeels veroorzaakt door een lager aantal FS. De verschillen in gemiddelde FS-score waren statistisch significant in alle leeftijdscategorieën, behalve in de jongste. De strategie ‘extension for prevention’ voor de behandeling van cariës in het blijvend gebit vormt mogelijk een verklaring voor het feit dat laagopgeleide volwassenen in ‘s-Hertogenbosch significant meer FS hadden dan zij met een niet-Nederlandse culturele affiliatie.

  • Kennistoetsartikel

    Oculaire bijwerkingen van lokale anesthesie in de tandheelkunde

    S.A. Steenen, L. Dubois, J. de Lange

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Naar schatting heeft 1 op de 1.000 lokale anesthesie-injecties in de onder- of bovenkaak een ongewenst effect op het oog. Zo werd bij een casus waargenomen dat een patiënt last kreeg van dubbelzien en uitval van een oogspier na bimaxillaire anesthesie. Een systematisch literatuuronderzoek naar beschrijvingen van dit type bijwerkingen resulteerde in 144 gedocumenteerde casus, gepubliceerd tussen 1936 en 2016. De meest frequent gerapporteerde symptomen waren: dubbelzien (72%), oogbewegingsstoornissen (26%), een hangend ooglid (22%), een vergrote pupil (18%), verlies van het zicht (13%) en een pijnlijk oog (12%). Dit type complicatie kan het best worden verklaard door pathofysiologische hypothesen betreffende intra-arteriële injectie, intraveneuze injectie, autonome disregulatie of diepe injectie en diffusie. Indien oculaire symptomen optreden na lokale anesthesie, dient de patiënt te worden gerustgesteld. Bij dubbelzien dient het oog met een gaasje te worden afgedekt en de patiënt te worden geïnstrueerd over de veiligheidsrisico’s. Indien de symptomen lang aanhouden of wanneer het zicht achteruitgaat, is het raadzaam naar een oogarts te verwijzen.

  • Kennistoetsartikel

    Preventieve tandheelkunde 3. Prevalentie, etiologie en diagnostiek van dentine-over­gevoelig­heid

    F.N. van der Weijden, C. van Loveren, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Veel mensen hebben weleens last van pijn als ze lucht langs hun tandhalzen zuigen of gevoeligheid en/of een pijnsensatie bij het eten van bijvoorbeeld een ijsje. Bij sommigen neemt dit echter onaangename vormen aan. Er is dan sprake van tandhalsgevoeligheid. In Europa heeft gemiddeld 27% van de mensen hiervan last. Tandhalsgevoeligheid kenmerkt zich door een korte scherpe pijnreactie na een warme of koude prikkel. De externe prikkel veroorzaakt een versnelde of omgekeerde vloeistofstroom in de dentinetubuli die de uitlopers van de zenuwcellen prikkelt hetgeen een pijnsensatie geeft. Voor de externe prikkel is het noodzakelijk dat er tandhalzen blootliggen en de dentinetubuli open zijn. Tandhalsgevoeligheid wordt gediagnosticeerd na uitsluiting van andere tandheelkundige oorzaken.

  • Happen of overstappen? Afdrukken met alginaat, PVS of een intraorale scanner: verwerkingstijd en patiëntcomfort. Een pilotonderzoek

    M. Darroudi, Z.P.A. Ariens, V.Z. Zinsmeister, K.H. Breuning

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Sinds een aantal jaren bestaat de mogelijkheid om digitale gebitsafdrukken te vervaardigen. In een onderzoek met 10 proefpersonen werden digitale afdruktechniek en 2 conventionele afdruktechnieken, waarbij gebruikgemaakt werd van alginaat en Polivinyl Syloxane™, vergeleken. Met de 3 verschillende technieken werden van de onder -en boventandboog afdrukken gemaakt en de benodigde vervaardigingstijd en het verschil in comfort voor de patiënt geregistreerd. Tussen afdrukken met alginaat en een digitale afdruk werd door de proefpersonen geen verschil in comfort ervaren. De Polivinyl Syloxane™ afdruktechniek werd als minder comfortabel ervaren. De digitale afdruktechniek bleek het meest tijdrovend te zijn.

  • Kennistoetsartikel

    Trends in cariëservaring van volwassenen in Nederland van 1995 tot 2013

    A.A. Schuller, J.H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Zorginstituut Nederland, voorheen CVZ/ Ziekenfondsraad, heeft de mondgezondheid van volwassenen in Nederland in de periode 1995-2013 viermaal door TNO laten onderzoeken om trends in de mondgezondheid te monitoren en, indien nodig, beleidsmatige aanpassingen te kunnen doen. Met de gegevens uit deze 4 onderzoeken zijn de trends in cariëservaring bij 25- tot en met 54-jarigen gedurende 1995-2013 vastgesteld. In 1995, 2002, 2007 en 2013 werd de mondgezondheid van 25- tot en met 54-jarigen in ‘s Hertogenbosch in kaart gebracht door middel van een vragenlijst en een klinisch mondonderzoek. Over de periode 1995-2013 werd een afname in cariëservaring gevonden bij zowel hoog- als laagopgeleiden, waarbij hoogopgeleiden gunstiger uitkomsten hadden dan hun laagopgeleide leeftijdsgenoten. Anno 2012 kent mondgezondheid derhalve nog steeds een sociaaleconomische gradiënt. Het debat over hoe de groep met een hoog cariësrisico te bereiken blijft een punt van aandacht voor zowel de mondzorgprofessie als voor de politiek. Monitoring van de cariëservaring is van groot belang om een vinger aan de pols te kunnen houden.

  • Kennistoetsartikel

    Preventieve tandheelkunde 2. De macht der gewoonte en de verandering naar gezond mondhygiënegedrag

    E. Zwart, C.O.V.M. Gresnigt-Bekker

    6 januari 2017

    NTvT januari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In tandheelkundige praktijken zijn er verscheidene situaties waarbij gedragsverandering van een patiënt wenselijk of zelfs noodzakelijk is. Het is echter niet gemakkelijk om jarenlange gewoonten te veranderen, ze geven immers vaak ook een comfortabel gevoel. Verandering kan leiden tot vermindering van het zelfvertrouwen, waardoor mensen hiertoe niet altijd geneigd zijn. Voor gedragsverandering is het van belang dat patiënten intrinsiek gemotiveerd zijn. Een mondzorgverlener kan de intrinsieke motivatie versterken door ‘motivational interviewing’ toe te passen. Compassievol communiceren vormt de basis voor de samenwerking met een patiënt. Patiënten motiveren kost hierdoor minder tijd en vergroot de kans op succes.

  • Kennistoetsartikel

    Reconstructieve aangezichtschirurgie bij aangezichtsdefecten na chirurgische verwijdering van kwaadaardige huidtumoren

    S. Bolouri, F. Bierenbroodspot, J. Jansma

    6 januari 2017

    NTvT januari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Door de enorme en voortdurende toename van huidkanker in Nederland zullen tandartsen steeds vaker patiënten met huidkanker zien. De meest voorkomende kwaadaardige huidtumoren zijn het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en het maligne melanoom. Bij de verwijdering van een huidtumor dienen de oncologische principes te worden gehanteerd. Voor het sluiten van het ontstane defect wordt er voor de individuele patiënt een keuze gemaakt uit talrijke technieken. De reconstructieve aangezichtschirurgie heeft tot doel het aangezicht qua vorm en functie te herstellen en de levenskwaliteit van de patiënt te behouden. Door vroege herkenning van kwaadaardige huidtumoren in het aangezicht kan het weefseldefect worden beperkt. Tandartsen, die hun patiënten periodiek zien, kunnen hierin een belangrijke rol spelen.

  • Extreme angst voor de tandheelkundige behandeling, flauwvallen of kokhalzen in de tandartsstoel kunnen de tandheelkundige behandeling van een patiënt ernstig belemmeren. Hoewel er reeds wijd uiteenlopend onderzoek naar extreme behandelangst is gedaan, is er minder bekend over kokhalzen en flauwvallen. De belangrijkste vragen in dit promotieonderzoek waren of er clusters van behandelangst (‘stimuli’) konden worden bepaald en of behandelangst en flauwvallen of kokhalzen losstaande of overlappende fenomenen zijn. Angst voor de tandheelkundige behandeling blijkt onder te verdelen in diverse subtypes: angst voor invasieve behandelingen, controleverlies en aversieve lichamelijke sensaties. Het huidige niveau van behandelangst hangt sterk samen met diverse kenmerken van herinneringen die ten grondslag liggen aan deze angst. Flauwvallen in de tandheelkundige praktijk en extreme behandelangst komt maar bij een klein deel van de patiënten tegelijkertijd voor (17,8%). Hetzelfde geldt voor kokhalzen en extreme behandelangst (16,4%). Op basis van het onderzoek kan worden gesteld dat angst, flauwvallen of kokhalzen in de tandheelkundige setting grotendeels losstaande fenomenen zijn.

  • Kennistoetsartikel

    Proefschriften 25 jaar na dato 47. Derde molaren in de onderkaak

    J.K.M. Maertens

    9 december 2016

    NTvT december 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Geïmpacteerde derde molaren veroorzaken veel problemen in de onderkaak. Zo werd gedacht dat geïmpacteerde derde molaren de oorzaak zijn van recidief na orthodontische behandeling. Om problemen te voorkomen werd het chirurgisch verwijderen van de derde molaarkiem, een germectomie, voorgesteld. Belangrijk was om te voorspellen hoe de derde molaar zich ontwikkelt. In een promotieonderzoek werd dit nader onderzocht. Het causaal verband tussen doorbraak van derde molaren en crowding in het onderfront is nooit aangetoond. Het preventief verwijderen van asymptomatisch volledig geïmpacteerde derde molaren in de onderkaak is daarom niet aan te raden. Het advies luidt om alle asymptomatische deels doorgebroken derde molaren die mesiogeanguleerd, distogeanguleerd of verticaal gepositioneerd zijn te verwijderen op een leeftijd van tussen de 18 en 25 jaar. Het gebrek aan een duidelijke en klinisch toepasbare voorspelling van de problemen rondom de doorbraak van derde molaren beperkt de indicatiestelling van de germectomie van derde molaren. Het promotieonderzoek uit 1990 leverde een formule op om de doorbraak van derde molaren in de onderkaak te voorspellen.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria