× ABONNEREN

Een slag(ader) om de arm

18 november 2020 Geen reacties

De mediane arterie in de onderarm wordt in een steeds groter gedeelte van menselijke populatie aangetroffen en wordt daardoor genoemd als een voorbeeld voor het optreden van micro-evolutie in mensen.

Tot de achtste week van de zwangerschap dient de mediane arterie voor extra bloedtoevoer naar de handen van de foetus. In het vervolg van de zwangerschap gaat de arterie in regressie, wat gereguleerd wordt door specifieke genen. Al in 1880 werd de mediane arterie ook bij ongeveer 10% van de volwassenen aangetroffen. Vervolgonderzoek aan het einde van de twintigste eeuw toonde aan dat de mediane arterie inmiddels bij 30% van de volwassenen aanwezig was en deze trend zet zich door in de huidige tijd, zoals nu door onderzoekers is aangetoond. Extrapolatie van de gegevens voorspelt dat de mediane arterie over 80 jaar zo wijdverspreid is dat het tegen die tijd beschouwd moet worden als een normale anatomische variatie.

Andere voorbeelden van anatomische variaties die steeds vaker lijken voor te komen zijn de fabella (kniebotje) en tarsale coalities (vergroeiingen in de voet). In de mond geldt het verdwijnen van de derde molaar als een voorbeeld van micro-evolutie. Sommige mensen hebben en zullen nooit derde molaren krijgen en bij degenen die ze wel krijgen, groeien ze ook niet altijd allemaal. De derde molaren komen uit de tijd dat het dieet van onze voorouders nog veel robuuster was en hun hoofd en kaak breder waren, waardoor er meer ruimte was voor deze molaren.

Voor de meeste van deze anatomische aanpassingen is echter onduidelijk wat het evolutionaire selectiemechanisme is. In tegendeel, de persisterende mediane arterie vergroot bijvoorbeeld de kans op het carpaaltunnelsyndroom en de fabella levert vaak knieklachten op. Daarnaast toonden de onderzoekers niet aan welke genetische veranderingen ten grondslag liggen aan de anatomische veranderingen om de term micro-evolutie te rechtvaardigen.

Er kan in de genoemde voorbeelden dus best sprake zijn van fenotypische plasticiteit. Dat wil zeggen dat er met dezelfde set genen, maar onder invloed van andere omgevingsfactoren, anatomische variaties mogelijk zijn. Bij het interpreteren van trends in anatomische veranderingen vanuit een evolutionair oogpunt dient daarom altijd een slag om de arm gehouden te worden als de genetische veranderingen niet exact bekend zijn.

 (Bron: J Anat, 10 september 2020)

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor leden).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog