× ABONNEREN

In memoriam Wim van Palenstein Helderman

4 februari 2021 A. Groeneveld, J.J.W. Huddleston Slater, C. van Loveren (1 reactie)

Op 21 januari 2021, kort na zijn 77e verjaardag, overleed Wim H. van Palenstein Helderman, een goede en erudiete collega en vriend, met een vrije en actieve geest. Een tandarts met een breed gezichtsveld, die niet bezig was met tarieven, die geïnteresseerd was in kunst en cultuur en ook zelf schilderde. Zijn prachtig gerestaureerde huis (door ons plechtig omgedoopt tot het Wereldcentrum van Preventie) stond altijd voor iedereen open. In de uitgebreide boekenkast een groot aantal indrukwekkende boeken met onder andere veel geschiedenis en filosofie. Wim wist veel van moderne kunst en kon daar boeiend over vertellen. Bij veel museumbezoeken was hij een fantastische gids. Daarnaast hield hij van wandelen, maakte hij tochten door Schotland, de Alpen en de Himalaya. Opgegroeid in Nederlands-Indië, vaak aan het werk in Zuidoost-Azië en daarnaast was Wim ook vaak op reis in deze gebieden.

Wim koos voor de wetenschap en in het bijzonder voor de preventieve tandheelkunde. Dat maakte hem tot innovator en vooruitstrevend leider in preventieve mondzorg in vooral de lage- en middeninkomenslanden. Hij studeerde in 1967 af als tandarts aan de Universiteit van Utrecht. Omdat hij tijdens militaire dienst veel dramatisch slechte gebitten zag, besloot hij zich in te zetten voor de preventieve tandheelkunde en werd fulltime onderzoeker. Over tandheelkundige preventie in die tijd vertelde hij: “Ik heb toen gezocht naar voorlichtingsmateriaal op het gebied van preventie bij de militair tandheelkundige dienst in Utrecht. Daar vond ik een voorlichtingsfilmpje over tandenpoetsen. Hilarisch, met een blonde actrice in een schuimbad die haar tanden poetste. Dat filmpje werd in een grote zaal gepresenteerd aan zo’n 700 jonge soldaten. Een heksenketel. Er was sprake van een duidelijke impact op de hormonen maar verder?...Op goed mondzorggedrag? Toen ik uit dienst kwam, was er een vacature voor een wetenschappelijk medewerker medische bacteriologie bij professor Winkler. Ik kreeg die plek. Op dat laboratorium met zijn plezierige en warme sfeer heb ik, te midden van artsen, biologen, chemici, biochemici en dierenartsen, geleerd wetenschappelijk te denken. De sfeer was vibrerend, stimulerend en uitnodigend tot discussie voor jonge mensen met een kritische geest, een open atmosfeer met weinig zekerheden en veel vragen. Nogal in tegenstelling tot de sfeer bij de opleiding Tandheelkunde op de Jutfaseweg, waar ik vandaan kwam.

Tijdens de uitreiking van de Theodoor Dentzprijs in 2013
Tijdens de uitreiking van de Theodoor Dentzprijs in 2013

In 1975 promoveerde Wim op zijn proefschrift ‘Gingivitis en subgingivale plaqueflora’ bij hoogleraren dr. K.C. Winkler en O. Backer Dirks. Daarna deed hij een jaar onderzoek aan het Forsyth Dental Center van de Harvard University, in Boston in de Verenigde Staten, op basis van een toegekende ZWO beurs. In Boston ontdekte hij het joggen, 5 kilometer langs de Charles River. Terug in Utrecht werd dat enthousiast voortgezet tot aan hele marathons toe. In die periode entameerde hij op de Utrechtse afdeling Sociale en Preventieve Tandheelkunde onderzoek dat de microbiologie verbond met de tandheelkundige praktijk waarbij paradigma’s niet werden gespaard. De anekdote die hij onlangs vertelde: “Wij kregen het vermoeden dat pocketdieptemetingen gebiast waren. We schreven een commentaar op een Amerikaans position paper over pocketdieptemetingen waarin het verschil tussen een meetfout en een echte verdieping van de pocketdiepte over de tijd, fout werd uitgelegd. In ons commentaar wezen we daarop. Het antwoord van de Amerikaanse onderzoekers was onthutsend: your comments might be right, but this is very frustrating for the periodontal researches. Tja...’ Hijzelf begeleidde ondertussen zijn eerste promovendus.

De sluiting van de Utrechtse faculteit Tandheelkunde in 1986 was achteraf gezien voor Wim een geluk bij een ongeluk. Hij vertrok naar de Rijksuniversiteit Groningen en werd van daaruit voor een project van de Nederlandse en Tanzaniaanse overheid uitgezonden naar Dar es Salaam waar hij werd aangesteld als hoogleraar Preventieve en Sociale Tandheelkunde (1986-1994). Aan deze faculteit trainde hij een nieuwe generatie Afrikaanse tandheelkundigen en gaf hij invulling aan innovatieve personeelsmodellen om de integratie van mondzorg in de eerstelijnsgezondheidszorg te waarborgen. Ook begeleidde hij 3 Tanzaniaanse promovendi met in het oog springende onderwerpen. De eerste betrof de ontdekking dat borstvoeding tandbederf veroorzaakt. Het tweede promotieonderzoek stelde vast dat tandfluorose in Tanzania niet door fluoride in het water ontstaat maar door het eten van magadi, een zout uit de zoutmeren van de vallei in Oost-Afrika (in hooggelegen dorpen werd magadi toegevoegd aan het eten om de bonen sneller gaar te maken). Het laatste promotieonderzoek ging over de toename van afbraak van het parodontium, dat in Tanzania was geassocieerd met supragingivaal tandsteen en niet met verdiepte pockets.

In 2002 werd Wim benoemd tot bijzonder hoogleraar aan het WHO Collaborating Centre van de Radboud Universiteit Nijmegen voor de leerstoel gezondheidszorgonderwijs en -onderzoek op het terrein van de tandheelkundige zorgverlening in ontwikkelingslanden namens de stichting Dental Health International Nederland (DHIN). Hij ontwikkelde een unieke expertise in het combineren van wetenschap, beleid en implementatie. Dat maakte hem tot een veelgevraagd expert voor de Wereldgezondheidsorganisatie. Hij ontwikkelde, testte en evalueerde een breed scala aan ontwikkelingsprojecten voor mondgezondheid, waaronder onderwijs en training in meer dan 30 lage- en middeninkomenslanden. Hij was coauteur van het WHO basispakket voor mondzorg (Basic Package of Oral Care, BPOC), gepubliceerd in 2001. Het betekende een paradigmaverschuiving binnen de opvattingen van de WHO. BPOC beschrijft evidencebased preventie door middel fluoridetandpasta, basisinterventies voor spoedeisende zorg en atraumatische restauratieve behandeling (ART) van aangetaste gebitselementen. BOPC presenteert ook handvatten voor overheden en gezondheidsplanners voor de implementatie en evaluatie van BOPC-projecten. Geen dure tandartsen maar medewerkers die waren getraind waren voor en toegewijd aan de behoefte van de bevolking. De fluoridetandpasta moest betaalbaar zijn, lokaal geproduceerd worden en op effectiviteit zijn getest. Dat klinkt simpel maar is vreselijk moeilijk te verwezenlijken, onder andere door alle mogelijke tegenwerking. Ter verduidelijking, in veel ontwikkelingslanden betaal je een of meer dagsalarissen voor zo’n duur westers product.

Wim speelde een belangrijke rol bij de evaluatie van het Fit for School-programma in de Filippijnen, inmiddels actief in meerdere landen in die regio, waarin het tandenpoetsen onderdeel uitmaakt van een breed hygiënepakket op scholen. Beide projecten ondervonden door zijn lobby uiteindelijk veel acceptatie bij politici en beleidsmakers, met wie hij even makkelijk omging als met de gewone bevolking in de betreffende landen. Dat werk was hem op het lijf geschreven, want zijn geduld, begrip, prudentie en humor kon hij prima kwijt. Als covoorzitter van het World Dental Development & Health Promotion Committee van de FDI, organiseerde hij mede de allereerste ministeriële conferentie over mondgezondheid in Afrika en de Werelddag voor mondgezondheid.

Door zijn manier van mentorschap met geduld, vriendelijkheid, vrijgevigheid, duidelijkheid, nauwgezetheid en volharding, bood hij veel postdoctorale studenten uit ontwikkelingslanden kansen om hun loopbaan in onderzoek, de academische wereld en openbare dienstverlening voort te zetten. In totaal begeleidde Wim 14 promovendi, 1 in Utrecht, 3 in Tanzania, 8 in Nijmegen (promovendi uit Syrië, China, Nepal, Filipijnen, Tanzania en Zuid-Afrika) en 2 aan het ACTA.

Naast zijn bekendheid in het buitenland was Wim in Nederland ook geen onbekende. Oudere collega’s kennen hem als docent microbiologie in Utrecht, hij was bestuurslid van de WTA van de NWVT, bekleedde functies bij de NMT, was adviseur en bestuurslid van DHIN en redactielid van het NTVT. Hij ontving de Max Reneman Prijs (1982) voor zijn schilderijen, de Theodoor Dentz Medaille (2013) en werd benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau (2011). Hij was groot pleitbezorger van een nieuwe aanpak in de kindertandheelkunde, van de causale therapie, het gebruik van zilverdiaminefluoride, glasionomeercement en Hall-kronen. De actie Gewoon Gaaf had zijn volle aandacht en kreeg zijn enthousiaste ondersteuning. “Betrek vooral de ouders bij de preventieve behandeling, laat ze het resultaat zien en wees terughoudend met de boormachine", aldus Wim ten voeten uit.

Veel Nederlandse collega’s schreven Wim vlak voor zijn overlijden brieven. Dit heeft Wim enorm gewaardeerd. Zij typeerden hem, samenvattend, als hartverwarmend, hulpvaardig, strategisch te werk gaand, netwerkend, wetenschap en praktijk verbindend, maatschappelijk betrokken, paradigma’s omver schoppend, veel voor elkaar krijgend, nooit opgevend, zowel in de cariologie als in de parodontologie. Hij was een rolmodel, waar ter wereld hij ook werkte.

Wim. Wij, de nationale en de internationale mondzorg gaan hem missen, hij blijft voor altijd in onze gedachten.

We wensen Wims naasten heel veel sterkte met het gemis van Wim.

Arie Groeneveld, James Huddleston Slater sr. en Cor van Loveren

Klik hieronder voor het downloaden van de pdf van dit in memoriam

PDF-versie

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Reacties

Thursday 25th February 2021 — R.J.M. Gruythuysen

Op het NVvK/VBTGG-congres in 2008 maakte ik kennis met Wim. Daar presenteerde ik voor het eerst het 5-punten NRCT concept. Wim was direct enthousiast en wilde er meer over weten vanwege een op handen zijnd themanummer over cariësbehandeling bij kinderen in het NTVT dat in 2010 zou verschijnen. Er was weerstand tegen een publicatie over NRCT in het NTvT vanuit de kindertandheelkunde die toen nog sterker onder invloed stond van de reparatielobby dan nu. Maar Wim was onverzettelijk en stond erop dat in het themanummer aandacht werd besteed aan NRCT. Zo geschiedde, en hoewel het een Nederlands artikel was werd er regelmatig naar verwezen in de internationale literatuur. Daardoor was Wim ook hiermee zijn tijd ver vooruit, zoals blijkt uit de betekenis die de causale therapie in de huidige richtlijn heeft.

Als pleitbezorger van Gewoon Gaaf was hij van mening dat de Gewoon Gaaf-benadering niet ophield als er caviteiten ontstonden in de tijdelijke dentitie. Opnieuw leidde dat tot felle debatten bij de totstandkoming van een artikel over Gewoon Gaaf in het NTVT in 2015. Maar Wim hield stand en daardoor was het artikel een voorbode van de recent uitgebrachte richtlijn Mondzorg Jeugd.

Zonder de steun van Wim denk ik niet dat de omslag in de visie op de behandeling van cariës bij kinderen op een punt was gekomen dat nu is bereikt. Er bestaat nog steeds een groot gat tussen de wetenschap en de praktijk in de mondzorg voor kinderen. Maar er zal een moment komen waarop niemand nog begrijpt waarom de gedragsverandering in de mondzorg voor kinderen zo lang op zich heeft laten wachten. Wim was een pionier van wie ik veel steun heb ondervonden bij het propageren van de omslag in de cariësbehandeling van de jeugd. Die steun blijft voor mij voelbaar en dat stemt tot dankbaarheid.

René Gruythuysen