×

Restauraties van composiet of glaskeramiek?

Promotie P. de Kok

20 januari 2020 Geen reacties

Volledige zirkoniumdioxide en lithiumdisilicaat hebben een hogere breukweerstand dan polymeren die geschikt zijn voor CAD/CAM bewerking (computer assisted design/manufactering). Deze en andere eigenschappen onderzocht Paul de Kok voor zijn promotieonderzoek.

De 2 meest gebruikte restauratiematerialen zijn composiet en glaskeramiek. In de afgelopen jaren zijn door de industrie polymeren en composieten ontwikkeld die geschikt zijn voor CAD/CAM bewerking om de gunstige eigenschappen van beide materialen te combineren. Om tot een meer heldere indicatie te komen voor restauraties van composiet of glaskeramiek, wilde De Kok met zijn onderzoek een bijdrage leveren aan de inzichten in de eigenschappen van de huidige materialen.

In vitro-onderzoeken wezen uit dat volledige zirkoniumdioxide implantaatgedragen kronen de hoogste initiële breuksterkte hadden, gevolgd door lithiumdisilicaat. Composiet en polymeren geschikt voor CAD/CAM bewerking eindigden daarna. Tevens bleek dat ook de buigsterkte en de elasticiteitsmodulus een belangrijke rol speelt in de initiële breuksterkte van een restauratie: een overeenkomende elasticiteitsmodulus van de ondergrond en van een restauratie leidde tot een hogere initiële breuksterkte tot en met een dikte van 1 mm. Met een toename in de dikte nam de rol van de ondergrond af. Ook keek De Kok naar breukweerstand door vermoeiing. De resultaten hiervan bevestigden de bevindingen uit eerder onderzoek dat lithiumdisilicaat beter presteert op glazuur en composiet beter op dentine. Ook bleek dat composiet op dentine een significant hogere vermoeiingsweerstand heeft dan glaskeramiek.

Naast dikte en ondergrond blijkt dat ook ruwheid een belangrijke rol speelt in de breukweerstand van keramische materialen. De Kok toonde aan dat een ruw intern oppervlak een sterk negatief effect had op de betrouwbaarheid van lithiumdisilicaat wanneer het niet adhesief was bevestigd aan de ondergrond. Wanneer dit wel gebeurde met composietcement verdween het negatieve effect van het ruwe oppervlak en steeg de breukweerstand. Tot slot concludeerde De Kok dat het aanbrengen van een retentiegroeve een positief effect had op de afschuifsterkte van glaskeramiek. Tegelijkertijd nam de schuifspanning langs de dentine-restauratiegrens wel toe in de aanwezigheid van een groeve, wat kan leiden tot een verhoogd risico op het gedeeltelijk losraken van de hechting.

Het lijkt erop, gebaseerd op de conclusie van De Kok, dat bij restauraties dikker dan 1 mm, composiet net zo goed is als een kroon van lithiumdisilicaat.

Op 10 januari 2020 promoveerde Paul de Kok aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift ‘On the Slippery Slope of Ceramics and Composites’. Promotor was prof. dr. C.J. Kleverlaan en copromotor was dr. R.H. Kuijs.