× ABONNEREN

Richtlijn polyfarmacie: monitoren op klachten door medicatiegebruik

Interview

4 juni 2021 Geen reacties

Op 9 april 2021 verscheen de nieuwe klinische praktijkrichtlijn ‘Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatiegebruik en polyfarmacie’ van het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Medicamenten hebben vaak ongewenste bijwerkingen, die eventueel bestreden worden met andere medicamenten. Naar aanleiding van het verschijnen van deze nieuwe richtlijn stelde het NTVT een aantal vragen aan dr. Vanessa Hollaar, lid van de richtlijnontwikkelcommissie (ROC) en mondhygiënist, onderzoeker en hoofddocent Mondzorgkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).

Wat was de aanleiding voor het maken van deze richtlijn?

Veel oudere mensen hebben meer dan één acute of chronische ziekte tegelijkertijd (multimorbiditeit) waardoor zij vaak diverse medicamenten tegelijkertijd gebruiken (polyfarmacie). Veel medicamenten hebben ongewenste bijwerkingen, die weer worden bestreden met andere medicamenten. Ten minste 1 op de 10 ouderen ontwikkelt een bijwerking van een medicament. De voor de mondzorg meest in het oog springende bijwerking is xerostomie of hyposialie.

Kunt u de richtlijn kort samenvatten?

De klinische praktijkrichtlijn gaat over het gebruik van medicamenten en de gevolgen daarvan voor de mondgezondheid door de bijwerking xerostomie en/of hyposialie. Deze heeft betrekking op de signalering, de maatregelen en de communicatie met patiënt of apotheker en andere zorgverleners bij problemen ten gevolge van xerostomie of hyposialie geassocieerd met het gebruik van (bepaalde soorten en/of veel) medicamenten.

In de richtlijn wordt veel aandacht besteed aan de medicamenten die monddroogte kunnen veroorzaken. De aandachtspunten bij patiënten bij wie xerostomie en/of hyposialie is vastgesteld, zijn de frequentie van periodieke mondonderzoeken, het gebruik van speekselsubstituten of speekselstimulantia en de preventie en behandeling van (wortel)cariës. Ook het informeren van de patiënten over de oorzakelijke medicatie en mogelijk overleg tussen tandarts, voorschrijver en apotheker krijgt de aandacht in de richtlijn.

 210409_thk_richtlijn_xerostomie_en_hyposialie_gerelateerd_aan_medicatiegebruik_en_polyfarmacie_gepubliceerd_web.jpg

Waar moeten mondzorgverleners vooral op letten?

Mondzorgverleners moeten zorgen dat zij op de hoogte zijn van het actuele medicatiegebruik van de patiënt en de patiënt hierover informeren. Hiervoor moeten tandartsen en mondhygiënisten bij elk nieuw bezoek van de patiënt actief vragen naar veranderingen in het medicatiegebruik. Mondzorgverleners wordt gevraagd oplettend te zijn op xerostomie en/of hyposialie bij het afnemen van de anamnese en bij het verrichten van hun orale onderzoek. Daarnaast moet men actief monitoren of er bijvoorbeeld klinische en subjectieve klachten zijn, hetgeen door medicatiegebruik kan ontstaan. De mondzorgverlener dient dan na te gaan of de patiënt medicamenten gebruikt waarvan bekend is dat deze xerostomie of hyposialie kunnen veroorzaken.

Tevens is het belangrijk voor de mondzorgverleners om te monitoren of bij patiënten met een droge mond erosie of cariës optreedt. Een aanbeveling uit de richtlijn is dan: “Zodra een mondzorgverlener bij patiënten met xerostomie/hyposialie tekenen ziet van erosie en/of cariës op gebitsvlakken die gewoonlijk niet snel worden aangetast (cervicale regio, gladde vlakken) moet het interval tussen periodieke mondonderzoeken worden verkort en een effectief fluoridebeleid worden ingesteld”.

Goed overleg tussen  tandarts, voorschrijver van het medicament en apotheker is zeer belangrijk als er monddroogte ontstaat die gerelateerd is aan medicatie of polyfarmacie. Wellicht kan er gestopt worden met een bepaald medicament of kan het medicament worden vervangen door een ander medicament. Dit vergt afstemming tussen de verschillende zorgverleners.

Hoe gaat de richtlijn de zorg veranderen?

Een preventieve en praktische aanbeveling uit richtlijn is: het aanraden van het gebruik van een speekselstimulantium of een speekselsubstituut bij een patiënt met xerostomie en/of hyposialie. Welk middel als effectief wordt ervaren, is sterk afhankelijk van de voorkeur van de patiënt en de secretoire restfunctie van de speekselklieren. Bij medicatiegeassocieerde hyposialie wordt aanbevolen om naast een goede mondverzorging het gebruik van een tandpasta met 5.000 ppm fluoride, een fluoride bevattend zuurgraadneutraal mondspoelmiddel of een zuurgraadneutrale fluoridegel te adviseren. Het type toediening van fluoride is afhankelijk van het niveau van de mondhygiëne en van de mate van hyposialie. Aanvullend kan het gebruik van chloorhexidine (vernis, gel of spoelmiddel) overwogen worden. Aanbevolen wordt bij patiënten met xerostomie de speekselsecretiesnelheid in rust en na stimulatie te bepalen om te beoordelen welk fluoridebeleid moet worden ingesteld. Het bepalen van de snelheid van de speekselsecretie wordt daarnaast ook aanbevolen als een patiënt meldt  hinder te ondervinden van een droge mond of wanneer bij mondonderzoek tekenen worden gezien van monddroogheid.

De volledige richtlijn is hier te vinden.

Leestips:
- ‘Richtlijn ‘Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatiegebruik en polyfarmacie’ gepubliceerd’ van 20 april 2021
- Het themanummer ‘Mondzorg bij kwetsbare ouderen’ van december 2019
- Het themanummer ‘Speeksel’ van oktober 2020

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Reacties