Zoek in het NTvT archief

Er zijn 196 zoekresultaten gevonden.

  • Biomarkers bij orofaciale pijn

    B. Stegenga

    3 november 2017

    NTvT november 2017 Media

  • Boek

    J.-P. Goulet, A.M. Velly (eds.) Orofacial pain biomarkersNew York: Springer, 2017 155 bl., geïll. € 109,99 ISBN 987 3 662 53992 7 (hardcover) Hoewel met betrekking tot de kennis over pijn afgelopen decennia aanzienlijke stappen zijn gezet, is er ten aanzien van behandelstrategieën...

  • Flauwekulcongressen

    H.S. Brand

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Redactioneel

  • Wetenschappelijke congressen zijn gewoon­lijk de eerste gelegenheid waarbij tandheelkundige onderzoekers hun resul­taten met vakgenoten delen. De laatste tijd krijg ik bijna dagelijks e-mails met het verzoek om een voordracht op een internationaal congres te houden, waarbij het de congresorganisatie niet uitmaakt waarover ik spreek, zolang ik maar zo’n € 1.000,- naar hen overmaak. Hoe kan een potentiële congresbezoeker dit soort pseudocongressen herkennen?

  • Serie: Tandheelkunde zet stempel op postzegels 5. Tandartsen

    D.J. Schutte

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Geschiedenis en tandheelkunde

  • Dit artikel is een onderdeel van een serie van 6 korte artikelen over postzegels die een link hebben met de tandheelkunde. De serie verschijnt in 2017 2-maandelijks.

  • Radiolucente en opake laesies op de panoramische röntgenopname; wel of geen cyste?

    S.A. Zijderveld, J.P.A. van den Bergh

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Casuïstiek

  • In het kader van pijndiagnostiek werden bij toeval op een panoramische röntgenopname meerdere deels radiolucente en deels radio-opake laesies gezien in de mandibula en de maxilla. Op grond van het karakteristieke röntgenbeeld werd aangenomen dat het cemento-osseuze dysplasie betrof. In een vroeg stadium is onderscheid met parodontitis apicalis lastig. Een onjuiste diagnose zou kunnen leiden tot het onnodig uitvoeren van een endodontische behandeling.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 5. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorg­middelen op gebitselementen

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, C. van Loveren, A. Vissink

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Intrinsieke verkleuring komt voor als bijwerking van fluoride en tetracyclinen. Extrinsieke verkleuring kan ontstaan door aanslag op het oppervlak of door verkleuring van de pellikel en/of de biofilm op het oppervlak onder invloed van chloorhexidine, ferropreparaten, etherische oliën, sommige antibiotica en tinfluoride. Een inhiberend effect op orthodontische verplaatsing is gemeld bij het gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Als medicamenten of zelfzorgmiddelen hyposialie induceren of veel sacharose bevatten, kan cariës ontstaan. Erosie kan ontstaan als medicamenten of zelfzorgmiddelen een hoge zuurgraad hebben. Attritie is een bekende bijwerking van serotonineheropnameremmers, antiparkinsonmiddelen en antipsychotica. Congenitale dysplasie ziet men na behandeling met cytostatica op kinderleeftijd. Externe dentineresorptie in het cervicale gebied is een bijwerking van intern bleken. Prenatale expositie aan anti-epileptica en behandeling van kinderen met cytostatica kunnen leiden tot agenesieën. Antiseptica die worden toegepast bij extern bleken en tandpasta’s die als bijkomend doel hebben extrinsieke verkleuring en vorming van tandsteen te voorkomen, kunnen hypersensitiviteit veroorzaken.

  • Serie: Preventieve tandheelkunde 8. Voeding en cariës

    C. van Loveren

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De roep om minder suiker te gebruiken ten gunste van de algemene gezondheid klinkt steeds luider. De vraag is op welke wijze het gebruik van minder suiker ook zou kunnen bijdragen aan een lager cariësrisico. Dit kan worden bereikt door de frequentie van suikerhoudende tussendoortjes te beperken. In Nederland wordt vanwege de gebitsgezondheid geadviseerd maximaal 4 keer iets tussen de maaltijden in te consumeren. Een andere manier om het dieet minder cariogeen te maken is suiker in voedingsmiddelen te vervangen door intensieve niet-calorische zoetstoffen en calorische suikeralcoholen of door ‘nieuwe koolhydraten’. Van de intensieve niet-calorische zoetstoffen en calorische zoetstoffen is al aangetoond dat zij niet cariogeen zijn. Nieuwe koolhydraten zullen nog op cariogeniteit moeten worden getest.

  • Prioritering en aanbevelingen in de mondzorg voor ouderen

    K. Jerkovic, B. Everaars, G.J. van der Putten

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De mondgezondheid van ouderen, vooral kwetsbare zorgafhankelijke ouderen is suboptimaal. In een Priority Setting Partnershiponderzoek hebben ouderen en andere belanghebbenden geparticipeerd om ervaren belemmeringen in de mondzorg te inventariseren en hieruit agendapunten voor onderzoek te destilleren. Hiertoe zijn in 5 focusgroepen discussies gehouden met respectievelijk een groep ouderen, verzorgers, externe partijen en behandelaars. In een vijfde zogenoemde consensusgroep werd de definitieve lijst van prioriterende agendapunten geformuleerd. De belangrijkste prioriteiten betreffen beleid en organisatie, bewustwording, samenwerking tussen verschillende zorgverleners, financiering en organisatie van mondzorg voor thuiswonende ouderen, en onderwijs over mondzorg aan alle zorgverleners. Bewustwording over het belang van de mondgezondheid van ouderen bij zorgverleners is de eerste stap naar betere mondgezondheid van ouderen in Nederland.

  • De relatie tussen parodontitis, diabetes mellitus en hart- en vaatziekten is complex en kan voorgesteld worden als een Bermudadriehoek. Zo is een relatie tussen parodontitis en een verminderde conditie van het vaatstelsel en een verhoogde totale ontstekingsgraad in het lichaam aangetoond. Ook hebben patiënten met ernstige parodontitis hogere bloedwaarden van geglycosyleerd hemoglobine. Dat betekent dat ernstige parodontitis een vroege aanwijzing kan zijn van diabetes mellitus. Een parodontale behandeling zorgt in het algemeen voor een verbeterde bloedsuikerregulatie bij diabetespatiënten, een betere conditie van het vaatstelsel en een verlaging van de totale ontstekingsgraad. Factoren als erfelijkheid, levensstijl en de aanwezigheid van andere chronische ziektebeelden dragen echter bij aan de complexiteit van de relatie. Voor de behandeling van ernstige parodontitis wordt daarom interdisciplinaire samenwerking tussen tandartsen, huisartsen en internisten aangeraden.

  • Mondgezondheid kan worden gemeten vanuit het perspectief van de zorgverlener (objectief) en van de patiënt (subjectief). Echter, objectieve en subjectieve mondgezondheid komen niet goed overeen. Daarom werd onderzoek verricht naar de relaties tussen objectieve en subjectieve mondgezondheid, en gerelateerde kwaliteit van leven (OHRQoL) bij kinderen. Deze relaties werden bekeken in verband met de orthodontische problemen. Het onderzoek werd uitgevoerd binnen Generation R, een prospectief onderzoek naar de gezondheid van 10.000 Rotterdamse kinderen. Naast malocclusies en cariës bleken verschillende niet-klinische factoren, zoals omgevingsfactoren en persoonlijke kenmerken, invloed te hebben op subjectieve orthodontische behandelbehoefte en OHRQoL. Leeftijd, geslacht, etniciteit en het gevoel van eigenwaarde zorgen net als sociaaleconomische factoren voor een variabele relatie tussen subjectieve en objectieve mondgezondheid. Deze kennis kan niet alleen helpen een effectieve communicatie tussen orthodontist en patiënt te ondersteunen, maar ook bij ontwikkeling van doelgerichte interventies ter bevordering van de mondgezondheid van kinderen.

  • Gnathologie

    Het metaboolsyndroom is een combinatie van abdominale obesitas, hypertensie, insulineresistentie en hyperlipidemie. Deze 4 aandoeningen zijn risicofactoren voor cardiovasculaire ziekten. Er zijn al relaties gevonden tussen enerzijds parodontitis en verlies van gebitselementen en anderzijds het metab...

Selecteer zoekcriteria