Zoek in het NTvT archief

Er zijn 196 zoekresultaten gevonden.

  • Vragen zonder antwoorden

    M.A.J. Eijkman

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Redactioneel

  • In systematische reviews (SR's) wordt op een gestructureerde manier gezocht naar onderzoeken die antwoord geven op een onderzoeksvraag, bijvoorbeeld of men bij een behandeling al dan niet moet implanteren. de vraag is of dergelijke SR’s wel zo nuttig zijn als het gaat om zo’n klinische vraag. Als het gaat om het resultaat van de plaatsing van een solitair implantaat, kan de vraag worden gesteld of met behulp van SR’s kan worden aangetoond dat een dergelijke behandeling goed is uitgevoerd en of dat ook het geval is met het vergelijkbare implantaat in de controlegroep. Wie gaat na of de uitgekozen groep wel gelijk is aan de groep patiënten die een algemeen practicus jaarlijks in zijn of haar praktijk behandelt?

  • Aangezichtsprothetiek: indicaties en technieken

    R. Dirven, G. Lieben, S. Bouwman, R. Wolterink, M.W.M. van den Brekel, P.J.F.M. Lohuis

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Medisch

  • Chirurgische behandeling van vergevorderde tumoren in het aangezicht is ingrijpend. De defecten die hierbij ontstaan, komen in de regel in aanmerking voor chirurgische reconstructie, prothetische reconstructie of een combinatie daarvan. In de afgelopen 20 jaar heeft de ontwikkeling van protheses een enorme vooruitgang geboekt. Dit heeft geleid tot een verbeterde rehabilitatie van aangezichts­defecten. In het Antoni van Leeuwenhoek worden zowel plakprotheses als implantaatgedragen protheses gebruikt. In de laatste decennia worden steeds vaker implantaatgedragen protheses toegepast. Patiënten zijn over beide typen protheses zeer tevreden.

  • Een solitaire, begrensde radiolucentie op de panoramische röntgenopname; wel of geen cyste?

    S.A. Zijderveld, C.T.M. Geraedts

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Casuïstiek

  • Een scherp begrensde radiolucentie op een panoramische röntgenopname worden vaak geduid als een cysteuze laesie. In sommige gevallen blijkt echter sprake te zijn van een andere aandoening, dan wel een anatomische variatie. In de voorliggende casus werden bij 2 gezonde patiënten 1 of meerdere scherp begrensde radiolucenties in de zijdelingse delen van de mandibula gezien. Na exploratie werd in beide gevallen een lege holte aangetroffen zonder epitheliale bekleding dat pathognomonisch is voor een simpele beencyste. Multipel voorkomen is ongewoon.

  • Ziektelast en kwaliteit van leven bij patiënten met en zonder extreme angst voor tandheelkundige behandelingen

    J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, J.N. Ross, A.A. Schuller

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek werd een vergelijking gemaakt tussen ziektespecifieke (mondgezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven ­(MGKvL), gemeten met de OHIP-14 vragenlijst, en generieke (algemene gezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven (GKvL), gemeten met de EQ5D-5L vragenlijst van mensen met en zonder extreme behandelangst. Een totaal van 76 patiënten die onbehandelbaar waren vanwege extreme behandelangst, waren verwezen naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Deze patiënten werden op basis van leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status gematcht met deelnemers aan een epidemiologisch onderzoek naar mondgezondheid (n = 1.125). Wilcoxon signed-rank tests werden gebruikt om beide groepen te vergelijken op GKvL en MGKvL. De totale OHIP-score was hoger (wat een lagere kwaliteit van leven inhoudt) in de patiëntengroep dan in de controlegroep. Angst­patiënten scoorden hoger op alle 7 domeinen van de OHIP-14. Wat betreft de generieke kwaliteit van leven werd gevonden dat patiënten met extreme behandelangst een lagere utiliteit rapporteerden dan de gematchte controlegroep. Met deze gegevens kon voor extreme behandelangst een totale ziektelast voor Nederland worden berekend van 74.000 DALY’s (disability adjusted life years). De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het hebben van extreme angst voor tandheelkundige behandelingen in Nederland een significante ziektelast met zich meebrengt.

  • Denk aan je tanden - de relatie tussen kauwen en cognitie

    R.A.F. Weijenberg, S. Delwel, B.V. Ho, C.D. Wierink, F. Lobbezoo

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Ouderen, vooral diegenen met dementie, hebben een grote kans op mondproblemen zoals orofaciale pijn en het verlies van gebitselementen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de cognitieve en motorische beperkingen als gevolg van de dementie leiden tot verminderde zelfzorg en daarmee ook tot een slechtere mondgezondheid. Een alternatieve theorie is dat cognitie en mondgezondheid elkaar beïnvloeden. Uit dieronderzoeken blijkt dat vermindering van de kauwactiviteit, bijvoorbeeld door gemalen voedsel te eten of door tandverlies, leidt tot verminderde geheugenfuncties en neuronale degeneratie. In humane onderzoeken is de relatie tussen kauwen en cognitie ook onderzocht, maar komt de causaliteit nog niet duidelijk naar voren. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren een rol in deze relatie, zoals zelfzorg, voeding, stress en pijn.

  • Gebitsslijtage en jongvolwassenen: wat weten ze en hoe wensen ze informatie

    V.J.N. Verploegen, A.A. Schuller

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Erosieve gebitsslijtage is een veel voorkomend verschijnsel onder de jeugd en jongvolwassenen in Nederland. Aandacht voor dit probleem is vanwege de irreversibele gevolgen noodzakelijk. Het vragenlijstonderzoek (als onderdeel van ‘Tandheelkundig Onderzoek en Praktijk Noord Nederland’) dat werd uitgevoerd onder 331 jongvolwassenen (20 tot en met 25 jaar) uit 25 mondzorgpraktijken, had als doel inzicht te verkrijgen in het kennisniveau over erosieve gebitsslijtage en in door de jongvolwassenen meest gewenste manier om tandheelkundige informatie te ontvangen. Uit de resultaten bleek dat er nog veel onbekend is over erosieve gebitsslijtage onder jongvolwassenen, waarbij de kennisscore afhankelijk was van opleidingsniveau en het eerder hebben ontvangen van informatie hierover. Een gesprek met een mondzorgverlener, ondersteund door schriftelijke informatie op maat, werd door de deelnemers als meest gewenste manier van informeren aangegeven.

  • Het effect van verschillende tandheelkundige reinigingsinstrumenten op oppervlakken van orale titanium implantaten werd in dit onderzoek geëvalueerd. Verder werd een klinische richtlijn ontwikkeld met betrekking tot de diagnose, de preventie en de behandeling van peri-implantaire ziektes. Air-polishers bleken de meest geschikte instrumenten te zijn voor het verwijderen van de biofilm van implantaatoppervlakken. Van de chemische middelen leken citroenzuur en waterstofperoxide de meeste potentie te hebben. Periodieke controles en zorgvuldig onderhoud van de implantaatgedragen constructies (door patiënten en mondzorgverleners) zijn van groot belang om peri-implantaire ziektes te voorkomen of ze vroegtijdig te diagnosticeren. Een klinische en röntgenologische ‘nulmeting’ is een onmisbaar onderdeel voor de start van deze controles. Deze nulmeting vindt bij voorkeur ongeveer 8 weken na het plaatsen van de suprastructuur plaats. Klinische en/of röntgenologische veranderingen zijn alarmerend. Preventie en vroegtijdige diagnose van problemen is de sleutel tot het succes van orale implantaten op de lange termijn.

  • Prevalentie van gebitsslijtage bij Nederlandse volwassenen

    J.H.G. Poorterman

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Excerpten

  • Cariologie

    Gebitsslijtage is een multifactorieel proces, waarbij verlies van glazuur en dentine optreedt. Het kan worden verdeeld in mechanische slijtage (attritie en abrasie) en chemische (erosie). Attritie wordt veroorzaakt door tand-tandcontact, waarbij parafuncties als bruxisme een rol kunnen spelen. Abras...

  • Invloed intrinsieke factoren op erosieve gebitsslijtage

    J.H.G. Poorterman

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Excerpten

  • Cariologie

    De chemische eigenschappen van intrinsieke of extrinsieke zuren en de frequentie waarmee deze in contact komen met het gebit spelen een belangrijke rol in het proces van ­erosieve gebitsslijtage. Wanneer we spreken over intrinsieke factoren, betekent dat meestal het optreden van een gastro-oesof...

  • Erosieve gebitsslijtage bij Griekse kinderen

    J.H.G. Poorterman

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Excerpten

  • Cariologie

    Gebitsslijtage wordt steeds vaker gezien bij kinderen. De prevalentie van cariës daalt, en in combinatie met veranderde voedingsgewoontes en leefstijlen bij (jonge) kinderen en adolescenten staan steeds meer gebitselementen bloot aan erosieve gebitsslijtage. Gelukkig zijn steeds meer tandartsen...

Selecteer zoekcriteria