Zoek in het NTvT archief

Er zijn 92 zoekresultaten gevonden.

  • Academisch proefschrift

     H. Chen Three-dimensional analysis of the upper airway in obstructive sleep apnea patients Amsterdam: Vrije Universiteit, 2017 194 bl. geïll. ISBN: 978-94-6299-719-6 Er wordt tegenwoordig veel onderzoek gedaan naar de complexe pathofysiologie van de bovenste luchtweg bij patiënten...

  • Gebitsslijtage: waarom, wat en hoe?

    B.A.C. Loomans

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Redactioneel

  • In dit themanummer maakt u kennis met nieuwe prevalentiegegevens van gebitsslijtage onder volwassenen, veranderde inzichten van etiologie en diagnostie, en worden de ‘state-of-art’ behandelopties van lokale slijtage tot aan volledige restauratieve behandelingen belicht.

  • Weinig mensen zullen zich bewust zijn van de enorme complexiteit die schuil gaat achter het kauwen van voedsel. Vanuit historisch perspectief is nog niet zo lang bekend hoe de kaak tijdens het kauwproces beweegt en hoe deze zich verhoudt in relatie tot de rest van het kaakstelstel. In een poging om de beweging van de onderkaak te imiteren hield een groep tandartsen in de Verenigde Staten rond de vorige eeuwwisseling zich bezig met het bedenken van een apparaat, een articulator, dat deze kauwbeweging natuurgetrouw kon nabootsen. Dit werd een belangrijk hulpmiddel bij het vervaardigen van gebitsprothesen.

  • Herstel van pathologische gebitsslijtage

    K.B. Wabeke

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Casuïstiek

  • Een 30-jarige man en een 23-jarige vrouw werden door hun huistandarts verwezen naar een praktijk voor bijzondere tandheelkunde vanwege gebitsslijtage. De man had last van afbrekend tandweefsel, hij had geen pijn, maar wel functionele klachten. Bovendien stoorde hij zich aan de verminderde esthetiek. De vrouw had geregeld pijn, milde functionele klachten en een verdiepte beet. Behandeling van pathologische gebitsslijtage begint met een goede diagnostiek en opsporen en elimineren van etiologische factoren. Daarnaast is voldoende motivatie bij de patiënt van belang. De behandeling moet zo minimaal mogelijk invasief zijn. Bij afwezigheid van indirecte restauraties heeft het dynamisch behandelconcept de voorkeur, waarbij nieuwe ruimtelijke verhoudingen worden uitgetest in composiet. Bij behandeling van lokaal tandweefselverlies kan het Dahl-concept in aanmerking komen. Beide casussen benadrukken het belang van evaluatie van de uitgevoerde therapie. Langdurige follow-up is noodzakelijk bij het vergroten van inzicht en ervaring in het duiden van de etiologie en de benadering van ernstige gebitsslijtage.

  • De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking

    P. Wetselaar, J.H. Vermaire, C.M. Visscher, F. Lobbezoo, A.A. Schuller

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.

  • Preventieve tandheelkunde 10. Erosieve gebitsslijtage

    M.C.D.N.J.M. Huysmans

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • Erosieve gebitsslijtage staat de laatste tijd vol in de aandacht en de prevalentie ervan onder jeugdigen lijkt te zijn toegenomen in Nederland. Het multifactoriële karakter van de aandoening maakt het vinden van de oorzakelijke factoren, zowel in populaties als in individuele gevallen tot een lastige taak. Preventieve interventie is op zijn plaats indien (actieve) erosieve gebitsslijtage wordt vastgesteld. Vroegdiagnostiek is hierbij, vooral bij jeugdigen, van belang. Preventieve maatregelen, zoals voedingsadvies en fluoridemaatregelen, worden aanbevolen maar het wetenschappelijke bewijs voor hun effectiviteit is nog steeds beperkt. In gevallen waar refluxziekte de oorzaak is, heeft behandeling met medicijnen een reducerend effect op de progressie van de gebitsslijtage. Het herkennen van een niet-actieve toestand, bijvoorbeeld na succesvolle preventie is lastig, maar zal in de nabije toekomst ondersteund worden door digitale technieken.

  • Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage

    B.A.C. Loomans, P. Wetselaar, N.J.M. Opdam

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • In 2016 vond een Europese consensusbijeenkomst plaats over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. Deze bijeenkomst resulteerde in 2017 in de publicatie van de Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. In de verklaring worden nieuwe definities van fysiologische en pathologische gebitsslijtage beschreven en aanbevelingen gegeven voor diagnostiek, het nemen van preventieve maatregelen en wordt aanbevolen te counselen en te monitoren om de onderliggende etiologische factoren van gebitsslijtage bij een patiënt beter in beeld te krijgen. Het besluit of restauratief moet worden ingegrepen is multifactorieel en is mede afhankelijk van de ernst, de gevolgen van de slijtage en esthetische of functionele hulpvraag van de patiënt. Een restauratieve behandeling moet zo lang mogelijk worden uitgesteld, maar op het moment dat een restauratieve behandeling is geïndiceerd, gaat de voorkeur uit naar minimaal invasieve technieken, waarbij gebruikgemaakt wordt van directe, indirecte of hybride behandelmethoden.

  • Direct of indirect restaureren: 5-jaarsoverleving en resterend weefsel

    J.M.B. Schuitemaker, M.S. Cune

    6 april 2018

    NTvT april 2018 Excerpten

  • Restauratieve tandheelkunde

    De klinische keuze tussen direct of indirect restaureren is niet altijd gemakkelijk te maken. In dit artikel wordt getracht om de overleving van enkelvoudige restauraties in het posterieure gebied te relateren aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal (0-4 wanden). Er werden 4 elektronische databa...

  • Tandartsen en pijnmanagement

    D.L. Gambon

    6 april 2018

    NTvT april 2018 Excerpten

  • Kindertandheelkunde

    Pijn tijdens tandheelkundige behandeling is een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van behandelangst bij kinderen en adolescenten. In dit onderzoek werd de houding van tandartsen ten opzichte van pijnbestrijding met pre- en postoperatief gebruik van analgetica en lokale anesthesie tijde...

  • Voeding voor een gezonde mond

    D.L. Gambon

    6 april 2018

    NTvT april 2018 Media

  • Boek

    R. Sroda, T. Reinhard. Nutrition for dental health Philadelphia: Wolters Kluwer, 2019 438 bl., geïll. £ 51,00 ISBN 13 978 1 4963 3343 8 Dit Amerikaanse boek met een veelbelovende titel is volgens het voorwoord bedoeld voor mondhygiënisten en tandartsassistenten in opleiding, maar oo...

Selecteer zoekcriteria