Zoek in het NTvT archief

Er zijn 674 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Omgaan met angst in de tandartspraktijk

    A.J.E. Smith, M.M. Bildt

    8 november 2019

    NTvT november 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tandartsen worden regelmatig geconfronteerd met angstige kinderen en volwassenen. Of deze in de reguliere praktijk goed te behandelen zijn, hangt af van het type angst en de ernst ervan. Goede diagnostiek is daarom essentieel. In dit artikel wordt in grote lijnen het ontstaan, het in stand houden en de behandeling van behandelangst beschreven. Ook wordt stilgestaan bij de communicatieve vaardigheden die van belang zijn om angstvermindering te bevorderen dan wel te voorkomen dat kinderen behandelangst ontwikkelen.

  • Komvormige defecten in occlusale vlakken van molaren: meer dan alleen erosieve belasting?

    J.L. Ruben, F.J.M. Roeters, G.J. Truin, B.A.C. Loomans, M.C.D.N.J.M. Huysmans

    8 november 2019

    NTvT november 2019 Onderzoek en wetenschap

  • De mechanismen die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van komvormige (cup-shaped) defecten op occlusale tandoppervlakken zijn nog steeds niet geheel duidelijk. Het doel van dit onderzoek was het evalueren van factoren die mogelijk bijdragen aan in vitro cupvorming en om het klinische proces te verklaren. Geëxtraheerde humane molaren werden blootgesteld aan demineraliserende oplossingen met een pH van 4,8 en 5,5, in combinatie met verschillende mechanische belastingprotocollen: geen belasting (0N, controle), 30N of 50N. Voor en na 3 maanden van blootstelling en belasting werden de preparaten gescand met een contactloze profi lometer. Bij pH 4,8 werden verschillen gevonden voor het gemiddelde hoogte- en volumeverlies (p < 0,002). Komvormige laesies ontwikkelden zich alleen bij een pH van 4,8 indien gelijktijdig mechanisch werd belast. Het onderzoek toonde aan dat cupping in glazuur kan ontstaan en dat gelijktijdige zure (lager dan de kritische pH van glazuur) en mechanische belasting van het tandoppervlak hiervoor vereist zijn.

  • Het onderwijs op het gebied van kwaliteit en veiligheid van mondzorg behoeft nog verdere ontwikkeling, zowel voor studenten als docenten. Op basis van de huidige ontwikkeling van klinische praktijkrichtlijnen binnen de mondzorg in Nederland wordt een voorstel beschreven hoe dit als leerlijn ‘kwaliteit van mondzorg’ in de opleidingen tandheelkunde geïmplementeerd kan worden. Binnen de klinische onderwijspraktijk en de wetenschappelijke scholing dienen studenten vertrouwd te raken met het ontwikkelen, beoordelen en toepassen van praktijkrichtlijnen. Enkele voorstellen voor inbedding van de leerlijn in de opleiding worden gegeven. Om de leerlijn verder vorm te geven is nauwe samenwerking tussen de expertisegebieden van de opleidingen tandheelkunde en het Kennisinstituut Mondzorg gewenst.

  • Mondzorg voor kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen in Duitsland en Nederland

    D. Niesten, V. Leve, D. Lubisch, C. Pilgrim, N.H.J. Creugers, M. Pentzek, A. Gerritsen

    8 november 2019

    NTvT november 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Om de mondgezondheid voor kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen, zowel intra- als extramuraal, in het Euregiogebied Rijn-Waal in Nederland en Duitsland te verbeteren, is geïnventariseerd wat de belemmeringen zijn op het vlak van mondzorg voor de doelgroep volgens de literatuur, hoe de mondzorg is georganiseerd in beide landen en wat de implicaties van deze organisatie voor de (mond)zorg en mondverzorging zijn. Resultaten laten zien dat belemmeringen veelal gelijk zijn, maar dat de organisatie in beide landen verschilt. De grootste verschillen liggen in de financiering en inrichting van mondzorg in de intramurale situatie. Deze is in Nederland in sterkere mate gereguleerd en georganiseerd op basis van de Wet langdurige zorg met als uitgangspunt de Verenso-richtlijn ‘Mondzorg voor zorgafh ankelijke cliënten in verpleeghuizen’. In Duitsland is daarentegen het leveren van mondzorg in de thuissituatie beter gefaciliteerd. In beide landen zijn recentelijk verschillende initiatieven ontplooid ter verbetering van onder meer de informatievoorziening, scholing en financiering van mondzorg.

  • Bij ongeveer 36% van de Nederlanders is sprake van onvoldoende of beperkte gezondheidsvaardigheden. Dit komt overwegend voor bij patiënten met een lage sociaal-economische status, ouderen en migranten maar ook bij hoger opgeleiden. Tandartsen zijn zich hier vaak niet van bewust. Een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden kan moeite hebben met het begrijpen van uitleg die de tandarts geeft of met het lezen van schriftelijke informatie. De tandarts merkt dat misschien niet direct in het contact maar kan wel signalen opvangen die daarop duiden. Die signalen kunnen variëren van het niet volledig invullen van een vragenlijst tot het verkeerd opvolgen van adviezen of stelselmatig niet op de afspraken verschijnen. De tandarts moet daar in zijn taalgebruik rekening mee houden en kan informatiemateriaal zo aanpassen dat het voor iedereen begrijpelijk is. Ook kunnen praktijkmedewerkers zoals balie-assistenten ingelicht worden wat signalen kunnen zijn van beperkte gezondheidsvaardigheden en hoe ze het beste kunnen communiceren met deze patiënten.

  • De interuniversitaire VoortgangsToets Geneeskunde (iVTG) is een meetinstrument dat bestaat uit ongeveer 200 vragen om de kennisontwikkeling van studenten Geneeskunde tijdens hun studie te meten. De iVTG bestaat uit 4 toetsen per studiejaar. Toekomstige versies van de iVTG zullen waarschijnlijk gebaseerd zijn op geautomatiseerde toetsafname via de computer. Een van de hoofddoelen van de iVTG is om het zogenoemde learning to the test-effect tegen te gaan. Bijkomende voordelen zijn dat studenten en docenten gedetailleerde feedback krijgen over de beheersing van kennis en waar lacunes in kennis of het curriculum bij meerdere instellingen voorkomen. Een voortgangstoets voor het tandheelkundig onderwijs in Nederland is goed denkbaar, omdat de doelstellingen van een voortgangstoets goed aansluiten bij het gemeenschappelijke kader zoals beschreven in het Raamplan Tandheelkunde, dat gedeeld wordt door de huidige 3 tandheelkundeopleidingen. Een basis voor het starten van een voortgangstoets voor de studie tandheelkunde zou de huidige ‘Overalltoets’ van het ACTA kunnen vormen.

  • Hoewel composiet- en indirecte restauraties al vele jaren gebruikt worden in de mondzorg, is er een gebrek aan klinische onderzoeken waarin de overleving van deze in de algemene praktijk geplaatste restauraties wordt onderzocht. De belangrijkste doelstelling van dit promotieonderzoek was de invloed van mogelijke aan de praktijk/behandelaar-, patiënt- en gebitselement/restauratie gerelateerde risicofactoren op de levensduur van directe restauraties te onderzoeken. Een grote database van elektronische patiëntendossiers van algemeen practici binnen het practice based researchnetwerk Nijmegen (PBRN) maakte het mogelijk de onderzoeksvragen te beantwoorden. Behandelaars binnen het PBRN plaatsten restauraties met een levensduur van gemiddeld 12 jaar, maar er bestonden aanzienlijke verschillen tussen behandelaars. Individuele patiëntrisicofactoren zoals algemene gezondheidsscore, parodontale status, risico op bruxisme en vooral cariësrisico, spelen een grote rol bij het falen van een restauratie. Restauraties in molaren, restauraties met meerdere behandelde vlakken en restauraties geplaatst in endodontisch behandelde gebitselementen hebben een groter risico op een interventie.

  • De ziekte van Parkinson, temporomandibulaire disfunctie en bruxisme

    M.C. Verhoeff, F. Lobbezoo, M.K.A. van Selms, P. Wetselaar, G. Aarab, M. Koutris

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Hoewel bruxisme en de ziekte van Parkinson veel overeenkomsten hebben, is een eventuele relatie niet aangetoond. Doel van dit onderzoek was meer inzicht verkrijgen in een mogelijke relatie tussen de ziekte van Parkinson enerzijds en bruxisme en temporomandibulaire disfunctie anderzijds. Voor dit onderzoek werd door 708 personen een volledige vragenlijst ingevuld (368 personen met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme en 340 controlepersonen). Met uitzondering van de vraag over gebitsslijtage, bevatte de vragenlijst een selectie van vragen uit de Nederlandse vertaling van de ‘Diagnostic Criteria for TMD’ (DC/TMD). De chi-kwadraattoets en de onafhankelijke t-toets werden gebruikt om de data te analyseren. De resultaten lieten zien dat patiënten met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme significant vaker rapporteerden pijn door temporomandibulaire disfunctie te hebben en te bruxeren tijdens slapen en waken dan de controlegroep. Wanneer aangezichtspijn werd gerapporteerd, bleken Parkinsonpatiënten een gemiddeld hogere pijnscore te hebben dan patiënten uit de controlegroep. Het onderzoek laat dus een associatie zien tussen enerzijds Parkinson en parkinsonisme en anderzijds bruxisme. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er een associatie is tussen enerzijds de ziekte van Parkinson en parkinsonisme en anderzijds pijn als gevolg van temporomandibulaire disfunctie.

  • Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Cultureel competent communiceren

    A.J.E. Smith

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tandartsen zullen in toenemende mate patiënten met verschillende culturele achtergronden behandelen. Zij krijgen daarbij te maken met verschillende denkbeelden over gezondheid en hoe men zich ten opzichte van elkaar hoort te gedragen. Om een goede tandarts-patiënt relatie op te bouwen en gepaste zorg te kunnen verlenen, zal de tandarts zich moeten bekwamen in cultureel competent communiceren. Dat vraagt een open, empathische houding en bewustwording van de eigen waarden, normen en overtuigingen. De tandarts zal moeten exploreren waarin deze verschillen van die van mensen uit een andere (sub)cultuur. Met behulp van een aantal voorbeelden geeft dit artikel daartoe een aanzet.

  • Parodontitis en proteasen? Geen uitgemaakte zaak

    F.J. Bikker, W.E. Kaman-van Zanten, M.L. Laine

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tijdens parodontale ontstekingen sijpelen verschillende stoffen van zowel de gastheer als bacteriële oorsprong naar de gingivale creviculaire vloeistof (GCV) en speeksel. Deze stoffen, zoals eiwitten en peptiden, dienen daardoor als biomarkers van het onstekingsproces. Met behulp van gevoelige en geavanceerde laboratoriumtechnieken is de rol van al deze biomarkers inmiddels in kaart gebracht. Maar de hoge kosten, complexiteit en lastige interpretatie van de gevonden resultaten werken vaak belemmerend voor de implementatie van biomarkers voor diagnostische doeleinden in de tandheelkundige praktijk. Bepaalde speekselenzymen, de proteasen, kunnen fungeren als biomarkers en hebben interessante eigenschappen voor het bedrijven van snelle diagnostiek aan de stoel. De aanwezigheid of activiteit van een protease kan namelijk op een eenvoudige en snelle, biochemische manier worden aangetoond, bijvoorbeeld door kleurverandering. Omdat ook andere processen in de mond van invloed zijn op de testuitslag zijn dergelijke testen vooral bruikbaar als onderdeel van een uitgebreider diagnostisch onderzoek.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria