Zoek in het NTvT archief

Er zijn 670 zoekresultaten gevonden.

  • Bij ongeveer 36% van de Nederlanders is sprake van onvoldoende of beperkte gezondheidsvaardigheden. Dit komt overwegend voor bij patiënten met een lage sociaal-economische status, ouderen en migranten maar ook bij hoger opgeleiden. Tandartsen zijn zich hier vaak niet van bewust. Een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden kan moeite hebben met het begrijpen van uitleg die de tandarts geeft of met het lezen van schriftelijke informatie. De tandarts merkt dat misschien niet direct in het contact maar kan wel signalen opvangen die daarop duiden. Die signalen kunnen variëren van het niet volledig invullen van een vragenlijst tot het verkeerd opvolgen van adviezen of stelselmatig niet op de afspraken verschijnen. De tandarts moet daar in zijn taalgebruik rekening mee houden en kan informatiemateriaal zo aanpassen dat het voor iedereen begrijpelijk is. Ook kunnen praktijkmedewerkers zoals balie-assistenten ingelicht worden wat signalen kunnen zijn van beperkte gezondheidsvaardigheden en hoe ze het beste kunnen communiceren met deze patiënten.

  • De interuniversitaire VoortgangsToets Geneeskunde (iVTG) is een meetinstrument dat bestaat uit ongeveer 200 vragen om de kennisontwikkeling van studenten Geneeskunde tijdens hun studie te meten. De iVTG bestaat uit 4 toetsen per studiejaar. Toekomstige versies van de iVTG zullen waarschijnlijk gebaseerd zijn op geautomatiseerde toetsafname via de computer. Een van de hoofddoelen van de iVTG is om het zogenoemde learning to the test-effect tegen te gaan. Bijkomende voordelen zijn dat studenten en docenten gedetailleerde feedback krijgen over de beheersing van kennis en waar lacunes in kennis of het curriculum bij meerdere instellingen voorkomen. Een voortgangstoets voor het tandheelkundig onderwijs in Nederland is goed denkbaar, omdat de doelstellingen van een voortgangstoets goed aansluiten bij het gemeenschappelijke kader zoals beschreven in het Raamplan Tandheelkunde, dat gedeeld wordt door de huidige 3 tandheelkundeopleidingen. Een basis voor het starten van een voortgangstoets voor de studie tandheelkunde zou de huidige ‘Overalltoets’ van het ACTA kunnen vormen.

  • Hoewel composiet- en indirecte restauraties al vele jaren gebruikt worden in de mondzorg, is er een gebrek aan klinische onderzoeken waarin de overleving van deze in de algemene praktijk geplaatste restauraties wordt onderzocht. De belangrijkste doelstelling van dit promotieonderzoek was de invloed van mogelijke aan de praktijk/behandelaar-, patiënt- en gebitselement/restauratie gerelateerde risicofactoren op de levensduur van directe restauraties te onderzoeken. Een grote database van elektronische patiëntendossiers van algemeen practici binnen het practice based researchnetwerk Nijmegen (PBRN) maakte het mogelijk de onderzoeksvragen te beantwoorden. Behandelaars binnen het PBRN plaatsten restauraties met een levensduur van gemiddeld 12 jaar, maar er bestonden aanzienlijke verschillen tussen behandelaars. Individuele patiëntrisicofactoren zoals algemene gezondheidsscore, parodontale status, risico op bruxisme en vooral cariësrisico, spelen een grote rol bij het falen van een restauratie. Restauraties in molaren, restauraties met meerdere behandelde vlakken en restauraties geplaatst in endodontisch behandelde gebitselementen hebben een groter risico op een interventie.

  • De ziekte van Parkinson, temporomandibulaire disfunctie en bruxisme

    M.C. Verhoeff, F. Lobbezoo, M.K.A. van Selms, P. Wetselaar, G. Aarab, M. Koutris

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Hoewel bruxisme en de ziekte van Parkinson veel overeenkomsten hebben, is een eventuele relatie niet aangetoond. Doel van dit onderzoek was meer inzicht verkrijgen in een mogelijke relatie tussen de ziekte van Parkinson enerzijds en bruxisme en temporomandibulaire disfunctie anderzijds. Voor dit onderzoek werd door 708 personen een volledige vragenlijst ingevuld (368 personen met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme en 340 controlepersonen). Met uitzondering van de vraag over gebitsslijtage, bevatte de vragenlijst een selectie van vragen uit de Nederlandse vertaling van de ‘Diagnostic Criteria for TMD’ (DC/TMD). De chi-kwadraattoets en de onafhankelijke t-toets werden gebruikt om de data te analyseren. De resultaten lieten zien dat patiënten met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme significant vaker rapporteerden pijn door temporomandibulaire disfunctie te hebben en te bruxeren tijdens slapen en waken dan de controlegroep. Wanneer aangezichtspijn werd gerapporteerd, bleken Parkinsonpatiënten een gemiddeld hogere pijnscore te hebben dan patiënten uit de controlegroep. Het onderzoek laat dus een associatie zien tussen enerzijds Parkinson en parkinsonisme en anderzijds bruxisme. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er een associatie is tussen enerzijds de ziekte van Parkinson en parkinsonisme en anderzijds pijn als gevolg van temporomandibulaire disfunctie.

  • Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Cultureel competent communiceren

    A.J.E. Smith

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tandartsen zullen in toenemende mate patiënten met verschillende culturele achtergronden behandelen. Zij krijgen daarbij te maken met verschillende denkbeelden over gezondheid en hoe men zich ten opzichte van elkaar hoort te gedragen. Om een goede tandarts-patiënt relatie op te bouwen en gepaste zorg te kunnen verlenen, zal de tandarts zich moeten bekwamen in cultureel competent communiceren. Dat vraagt een open, empathische houding en bewustwording van de eigen waarden, normen en overtuigingen. De tandarts zal moeten exploreren waarin deze verschillen van die van mensen uit een andere (sub)cultuur. Met behulp van een aantal voorbeelden geeft dit artikel daartoe een aanzet.

  • Parodontitis en proteasen? Geen uitgemaakte zaak

    F.J. Bikker, W.E. Kaman-van Zanten, M.L. Laine

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tijdens parodontale ontstekingen sijpelen verschillende stoffen van zowel de gastheer als bacteriële oorsprong naar de gingivale creviculaire vloeistof (GCV) en speeksel. Deze stoffen, zoals eiwitten en peptiden, dienen daardoor als biomarkers van het onstekingsproces. Met behulp van gevoelige en geavanceerde laboratoriumtechnieken is de rol van al deze biomarkers inmiddels in kaart gebracht. Maar de hoge kosten, complexiteit en lastige interpretatie van de gevonden resultaten werken vaak belemmerend voor de implementatie van biomarkers voor diagnostische doeleinden in de tandheelkundige praktijk. Bepaalde speekselenzymen, de proteasen, kunnen fungeren als biomarkers en hebben interessante eigenschappen voor het bedrijven van snelle diagnostiek aan de stoel. De aanwezigheid of activiteit van een protease kan namelijk op een eenvoudige en snelle, biochemische manier worden aangetoond, bijvoorbeeld door kleurverandering. Omdat ook andere processen in de mond van invloed zijn op de testuitslag zijn dergelijke testen vooral bruikbaar als onderdeel van een uitgebreider diagnostisch onderzoek.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017 onder jeugdigen: aanleiding en onderzoeksopzet

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In 2017 heeft TNO in opdracht van Zorginstituut Nederland onderzoek uitgevoerd met als doel het schetsen van een actueel en representatief beeld van de mondgezondheid en het preventief tandheelkundig gedrag van 5-, 11-, 17- en 23-jarigen in Nederland en het vaststellen van eventuele veranderingen daarin sinds eerdere metingen. Omdat aanleiding, achtergrond, onderzoeksopzet, materiaal en methode identiek waren voor de 4 leeftijden en er in de beschouwing van de artikelen deels dezelfde punten aan de orde dienen te komen, worden in dit eerste van de serie van 5 artikelen, deze identieke en generieke zaken beschreven. Aangezien er in Nederland geen systeem bestaat om mondgezondheid structureel te bewaken zijn deze Kies-voor- Tandenonderzoeken van eminent belang om trends in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag bij jeugdigen te kunnen volgen gedurende een langere tijd. Zulke gegevens zijn onontbeerlijk om zinvol beleid omtrent mondgezondheid te kunnen formuleren. Voortgang van monitoringsonderzoek wordt daarom ten zeerste aanbevolen.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 5-jarigen in Nederland

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In dit tweede artikel in een reeks van 5 naar aanleiding van het Kies-voor-Tandenonderzoek 2017, worden de resultaten van de 5-jarigen gepresenteerd. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 5-jarigen die woonden in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda of Den Bosch en bestond uit het invullen van een vragenlijst en het ondergaan van een klinisch mondonderzoek. Van de 5-jarigen had 76% een gaaf melkgebit. Dit percentage was toegenomen ten opzichte van eerdere metingen. Bij kinderen met cariëservaring werd geen verandering gezien. Er waren in 2017 nog steeds mondgezondheidsverschillen tussen de sociaaleconomische groepen waarbij de hoge sociaal-economische groep in het voordeel was. Conclusie: de mondgezondheid van de 5-jarigen lijkt de goede kant op te gaan maar er is nog steeds een sociale gradiënt aanwezig en er is nog steeds ruimte voor verbetering. Interventies om het gebit gaaf te houden dienen bij risicogroepen vooral gericht te zijn op het verbeteren van gedrag en zelfzorg om cariës te voorkomen.

  • Herkenning van wekedelenopaciteiten op een panoramische röntgenopname: heterotopische ossificaties en corpora aliena

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van heterotopische ossificaties en corpora aliena en hoe deze op een panoramische röntgenopname herkend kunnen worden. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Medicamenten en verslavende middelen die potentieel bruxisme induceren of dempen

    C. de Baat, M.C. Verhoeff, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink, F. Lobbezoo

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Bruxisme wordt omschreven als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden of kiezen en/of fixeren van of duwen met de mandibula. Dit artikel geeft een inventarisatie van in Nederland geregistreerde medicamenten en van verslavende middelen waarvan is gemeld dat ze als bijwerking bruxisme kunnen induceren of verergeren en van in Nederland geregistreerde medicamenten waarvan is gemeld dat ze bestaand bruxisme kunnen dempen. Groepen medicamenten waarvan bruxisme als potentiële bijwerking bekend is, zijn amfetaminen, anti-epileptica en selectieve serotonineheropnameremmers. In de wetenschappelijke literatuur aangetroffen afzonderlijke medicamenten die deze potentie hebben zijn aripiprazol, atomoxetine, duloxetine, flecaïnide, ketotifen en methadon. Verslavende middelen met bruxisme als potentiële bijwerking zijn alcohol, heroïne, methamfetamine, methyleendioxymethamfetamine, nicotine en piperazinen. Medicamenten die de potentie hebben bruxisme te dempen, zijn botulinetoxine A, bromocriptine, buspiron, clonazepam, clonidine, gabapentine en levodopa.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria