Zoek in het NTvT archief

Er zijn 615 zoekresultaten gevonden.

  • De impact van vuurwerk: achtergronden van het aangezichtsletsel

    L. Dubois, M. Bahalou Hore, R.P. Tjiook, M.P. Mourits, R. Kloos, R. Brons

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Ondanks de bekendheid van de gevaren van vuurwerk, ontstaan elke jaarwisseling vuurwerkongevallen waarbij de slachtoffers een diversiteit aan letsels oplopen. Naast brandwonden komen letsels aan vingers en/of handen het meest voor. Maar ook oogletsel, waarbij tevens het aangezicht kan zijn aangedaan, komt frequent voor. De verwondingen ontstaan vooral door destructieve werking van de drukgolf die vrijkomt bij een explosie. De beste preventieve maatregel zou een verbod zijn op het afsteken van vuurwerk door een amateur. Tot die tijd is het aan te raden tijdens de jaarwisseling buiten een vuurwerkbril te dragen om in elk geval oogletsel door legaal vuurwerk te voorkomen.

  • DSQ-13-jeugd: meetinstrument voor patiënt­tevredenheid van adolescenten, jongvolwassenen en ouders over tandartsbezoek

    C.M.H.H. van Houtem, A.A. Schuller, J.H. Vermaire, C.P.F. van Kempen, G.H.W. Verrips

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De Dental Satisfaction Questionnaire (DSQ) is een vragenlijst bestaande uit 31 items die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meet. Door middel van factoranalyse (principale componentenanalyse) werd het aantal items van de DSQ gereduceerd tot 13 items, die samen de DSQ-13-jeugd vormen. Het eerste doel was om de psychometrische eigenschappen van de DSQ-13-jeugd te onderzoeken; het tweede om de tevredenheidsscores op de verschillende domeinen tussen en binnen enkele groepen (23-jarigen, 17-jarigen en ouders van 5-jarigen) te vergelijken. De DSQ-13-jeugd heeft 4 domeinen die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meten. De interne consistentie van deze domeinen was hoog, de correlatie tussen de domeinen laag tot middelmatig en de overeenstemming tussen de gevonden factorstructuur bij de diverse populaties hoog. De verschillen in tevredenheid tussen en binnen de subgroepen bleken gering. De DSQ-13-jeugd is een betrouwbaar instrument om de patiënttevredenheid over het tandartsbezoek te meten bij adolescenten, jongvolwassenen en ouders van jonge kinderen in stedelijk gebied.

  • Incisietechnieken bij verwijdering van geïmpacteerde derde molaren in de onderkaak

    J.T. Wes, J.P. Verweij, T. van der Ploeg, J.P.R. van Merkesteyn, J.J. de Mol van Otterloo

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In de literatuur zijn verschillende incisietechnieken beschreven om geïmpacteerde derde molaren in de onderkaak te verwijderen, bijvoorbeeld de flapincisie, de envelopincisie, de distale incisie en de gemodificeerde envelopincisie. Het doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de door mka-chirurgen gebruikte incisie­technieken in Nederland bij verwijdering van geïmpacteerde derde molaren in de onderkaak. Alle leden van de Nederlandse Vereniging van Mondzieken, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) werd een enquête gestuurd. Er kon worden aangeven welke incisietechniek standaard werd gebruikt bij het verwijderen van respectievelijk een mesiaal, rechtstandige of een distaal geïmpacteerde derde molaar in de onderkaak. Van de 323 verzonden enquêtes werden er 172 geretourneerd (53,3% respons). De flapincisie en de distale incisie waren de meest gebruikte incisies door mka-chirurgen (in opleiding) in Nederland. Het academisch opleidingscentrum lijkt een blijvende impact te hebben op de manier van verwijdering van de derde molaar. Tevens lijkt een mka-chirurg de behandeling vaker in zittende positie uit te voeren dan een mka-chirurg in opleiding.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Orale bijwerkingen van door ouderen veelgebruikte medicamenten

    M.H. Bakker, A. Vissink, C. de Baat, A. Visser

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De komende decennia is in de westerse wereld sprake van een dubbele vergrijzing. Dit houdt in dat zowel het aantal ouderen als de gemiddelde leeftijd toeneemt. De toegenomen levensverwachting betekent tevens steeds meer ouderen die lijden aan een of meerdere systemische ziekten waarvoor medicamenten worden gebruikt. Op dit moment gebruikt 45% van de 65-plussers 5 of meer medicamenten en 20% van de 75-plussers zelfs 10 of meer medicamenten. Hoe meer medicamenten worden gebruikt, des te groter is de kans op bijwerkingen en dus ook orale bijwerkingen, zoals het gevoel van een droge mond of het ontwikkelen van candidose, angio-oedeem, hyperplasie van de gingiva, lichenoïde reactie van het orale slijmvlies, smaakstoornissen, halitose en osteonecrose. Gezien het brede scala aan orale bijwerkingen, is het voor tandartsen van belang om een goed inzicht te hebben in de medicamenten die ouderen gebruiken en kennis te hebben van de daarbij behorende (orale) bijwerkingen.

  • Tandvleesschade door mondhygiënemiddelen en mondpiercings

    N.L. Hennequin-Hoenderdos, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Het behoud van gezonde gebitselementen en zachte orale weefsels is belangrijk. Klinisch onderzoek heeft aangetoond dat handtandenborstels met afgeronde borstelharen aanzienlijk minder gingiva-abrasiën veroorzaken dan die zonder afronding. Tapered (taps toelopende) borstelharen zijn een alternatief voor afgeronde borstelharen, maar er is geen sterk bewijs voor de effectiviteit. Voor de interdentale ruimtes, daar waar de tandenborstel niet komt, worden speciale mondhygiënehulpmiddelen geadviseerd. Uit klinisch onderzoek onder gingivitispatiënten bleek dat zowel interdentale ragers als plastic-rubberreinigers gingivitis verminderden na 4 weken gebruik. Plastic-rubberreinigers zorgden voor een significante verbetering van de interdentale bloedingsneiging vergeleken met ragers en ze veroorzaakten minder gingiva-abrasiën. Andere factoren die harde en zachte weefsels kunnen traumatiseren zijn mondpiercings. Mondpiercings dragen is zeker niet zonder risico. Tong- en lippiercings zijn geassocieerd met het ontstaan van gingivarecessies en tongpiercings met fracturen van gebitselementen. Om de risico’s op complicaties te voorkomen, moeten patiënten ontmoedigd worden om mond­piercings te dragen.

  • Kwetsbare ouderen gaan vaak niet meer naar een tandarts, terwijl hun mondverzorging en mondgezondheid achteruit gaan. Op basis van open interviews en vragenlijsten werd onderzocht waarom kwetsbare ouderen hun mondzorggedrag veranderen en met welke (kwetsbaarheids)factoren dit samenhangt. Deze factoren bleken vooral gerelateerd te zijn aan motivatie: zodra vermeende inspanningen niet langer opwogen tegen vermeende voordelen van tandartsbezoek en mondverzorging, gaven kwetsbare ouderen hun mondzorgroutines op en maakte het hen niet langer uit of ze gebits­elementen verloren. Voor het meten van de mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit van kwetsbare ouderen schieten standaard vragenlijsten zoals de gevalideerde Geriatric Oral Health Assesment Index-NL tekort omdat deze geen persoonlijke context opleveren die nodig is om de scores te kunnen interpreteren. (Mond)zorgverleners zouden vanaf de levensfase voorafgaande aan de kwetsbaarheid moeten monitoren op specifieke factoren, waaronder chronische pijn of afnemende mobiliteit, motorische vaardigheden, cognitie, levenslust, energie en sociale steun, die de mondgezondheid en het mondzorggedrag van hun oudere patiënten negatief kunnen beïnvloeden.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 5. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorg­middelen op gebitselementen

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, C. van Loveren, A. Vissink

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Intrinsieke verkleuring komt voor als bijwerking van fluoride en tetracyclinen. Extrinsieke verkleuring kan ontstaan door aanslag op het oppervlak of door verkleuring van de pellikel en/of de biofilm op het oppervlak onder invloed van chloorhexidine, ferropreparaten, etherische oliën, sommige antibiotica en tinfluoride. Een inhiberend effect op orthodontische verplaatsing is gemeld bij het gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Als medicamenten of zelfzorgmiddelen hyposialie induceren of veel sacharose bevatten, kan cariës ontstaan. Erosie kan ontstaan als medicamenten of zelfzorgmiddelen een hoge zuurgraad hebben. Attritie is een bekende bijwerking van serotonineheropnameremmers, antiparkinsonmiddelen en antipsychotica. Congenitale dysplasie ziet men na behandeling met cytostatica op kinderleeftijd. Externe dentineresorptie in het cervicale gebied is een bijwerking van intern bleken. Prenatale expositie aan anti-epileptica en behandeling van kinderen met cytostatica kunnen leiden tot agenesieën. Antiseptica die worden toegepast bij extern bleken en tandpasta’s die als bijkomend doel hebben extrinsieke verkleuring en vorming van tandsteen te voorkomen, kunnen hypersensitiviteit veroorzaken.

  • Serie: Preventieve tandheelkunde 8. Voeding en cariës

    C. van Loveren

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De roep om minder suiker te gebruiken ten gunste van de algemene gezondheid klinkt steeds luider. De vraag is op welke wijze het gebruik van minder suiker ook zou kunnen bijdragen aan een lager cariësrisico. Dit kan worden bereikt door de frequentie van suikerhoudende tussendoortjes te beperken. In Nederland wordt vanwege de gebitsgezondheid geadviseerd maximaal 4 keer iets tussen de maaltijden in te consumeren. Een andere manier om het dieet minder cariogeen te maken is suiker in voedingsmiddelen te vervangen door intensieve niet-calorische zoetstoffen en calorische suikeralcoholen of door ‘nieuwe koolhydraten’. Van de intensieve niet-calorische zoetstoffen en calorische zoetstoffen is al aangetoond dat zij niet cariogeen zijn. Nieuwe koolhydraten zullen nog op cariogeniteit moeten worden getest.

  • Prioritering en aanbevelingen in de mondzorg voor ouderen

    K. Jerkovic, B. Everaars, G.J. van der Putten

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De mondgezondheid van ouderen, vooral kwetsbare zorgafhankelijke ouderen is suboptimaal. In een Priority Setting Partnershiponderzoek hebben ouderen en andere belanghebbenden geparticipeerd om ervaren belemmeringen in de mondzorg te inventariseren en hieruit agendapunten voor onderzoek te destilleren. Hiertoe zijn in 5 focusgroepen discussies gehouden met respectievelijk een groep ouderen, verzorgers, externe partijen en behandelaars. In een vijfde zogenoemde consensusgroep werd de definitieve lijst van prioriterende agendapunten geformuleerd. De belangrijkste prioriteiten betreffen beleid en organisatie, bewustwording, samenwerking tussen verschillende zorgverleners, financiering en organisatie van mondzorg voor thuiswonende ouderen, en onderwijs over mondzorg aan alle zorgverleners. Bewustwording over het belang van de mondgezondheid van ouderen bij zorgverleners is de eerste stap naar betere mondgezondheid van ouderen in Nederland.

  • De relatie tussen parodontitis, diabetes mellitus en hart- en vaatziekten is complex en kan voorgesteld worden als een Bermudadriehoek. Zo is een relatie tussen parodontitis en een verminderde conditie van het vaatstelsel en een verhoogde totale ontstekingsgraad in het lichaam aangetoond. Ook hebben patiënten met ernstige parodontitis hogere bloedwaarden van geglycosyleerd hemoglobine. Dat betekent dat ernstige parodontitis een vroege aanwijzing kan zijn van diabetes mellitus. Een parodontale behandeling zorgt in het algemeen voor een verbeterde bloedsuikerregulatie bij diabetespatiënten, een betere conditie van het vaatstelsel en een verlaging van de totale ontstekingsgraad. Factoren als erfelijkheid, levensstijl en de aanwezigheid van andere chronische ziektebeelden dragen echter bij aan de complexiteit van de relatie. Voor de behandeling van ernstige parodontitis wordt daarom interdisciplinaire samenwerking tussen tandartsen, huisartsen en internisten aangeraden.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria