Zoek in het NTvT archief

Er zijn 667 zoekresultaten gevonden.

  • De ziekte van Parkinson, temporomandibulaire disfunctie en bruxisme

    M.C. Verhoeff, F. Lobbezoo, M.K.A. van Selms, P. Wetselaar, G. Aarab, M. Koutris

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Hoewel bruxisme en de ziekte van Parkinson veel overeenkomsten hebben, is een eventuele relatie niet aangetoond. Doel van dit onderzoek was meer inzicht verkrijgen in een mogelijke relatie tussen de ziekte van Parkinson enerzijds en bruxisme en temporomandibulaire disfunctie anderzijds. Voor dit onderzoek werd door 708 personen een volledige vragenlijst ingevuld (368 personen met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme en 340 controlepersonen). Met uitzondering van de vraag over gebitsslijtage, bevatte de vragenlijst een selectie van vragen uit de Nederlandse vertaling van de ‘Diagnostic Criteria for TMD’ (DC/TMD). De chi-kwadraattoets en de onafhankelijke t-toets werden gebruikt om de data te analyseren. De resultaten lieten zien dat patiënten met de ziekte van Parkinson of parkinsonisme significant vaker rapporteerden pijn door temporomandibulaire disfunctie te hebben en te bruxeren tijdens slapen en waken dan de controlegroep. Wanneer aangezichtspijn werd gerapporteerd, bleken Parkinsonpatiënten een gemiddeld hogere pijnscore te hebben dan patiënten uit de controlegroep. Het onderzoek laat dus een associatie zien tussen enerzijds Parkinson en parkinsonisme en anderzijds bruxisme. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er een associatie is tussen enerzijds de ziekte van Parkinson en parkinsonisme en anderzijds pijn als gevolg van temporomandibulaire disfunctie.

  • Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Cultureel competent communiceren

    A.J.E. Smith

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tandartsen zullen in toenemende mate patiënten met verschillende culturele achtergronden behandelen. Zij krijgen daarbij te maken met verschillende denkbeelden over gezondheid en hoe men zich ten opzichte van elkaar hoort te gedragen. Om een goede tandarts-patiënt relatie op te bouwen en gepaste zorg te kunnen verlenen, zal de tandarts zich moeten bekwamen in cultureel competent communiceren. Dat vraagt een open, empathische houding en bewustwording van de eigen waarden, normen en overtuigingen. De tandarts zal moeten exploreren waarin deze verschillen van die van mensen uit een andere (sub)cultuur. Met behulp van een aantal voorbeelden geeft dit artikel daartoe een aanzet.

  • Parodontitis en proteasen? Geen uitgemaakte zaak

    F.J. Bikker, W.E. Kaman-van Zanten, M.L. Laine

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Tijdens parodontale ontstekingen sijpelen verschillende stoffen van zowel de gastheer als bacteriële oorsprong naar de gingivale creviculaire vloeistof (GCV) en speeksel. Deze stoffen, zoals eiwitten en peptiden, dienen daardoor als biomarkers van het onstekingsproces. Met behulp van gevoelige en geavanceerde laboratoriumtechnieken is de rol van al deze biomarkers inmiddels in kaart gebracht. Maar de hoge kosten, complexiteit en lastige interpretatie van de gevonden resultaten werken vaak belemmerend voor de implementatie van biomarkers voor diagnostische doeleinden in de tandheelkundige praktijk. Bepaalde speekselenzymen, de proteasen, kunnen fungeren als biomarkers en hebben interessante eigenschappen voor het bedrijven van snelle diagnostiek aan de stoel. De aanwezigheid of activiteit van een protease kan namelijk op een eenvoudige en snelle, biochemische manier worden aangetoond, bijvoorbeeld door kleurverandering. Omdat ook andere processen in de mond van invloed zijn op de testuitslag zijn dergelijke testen vooral bruikbaar als onderdeel van een uitgebreider diagnostisch onderzoek.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017 onder jeugdigen: aanleiding en onderzoeksopzet

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In 2017 heeft TNO in opdracht van Zorginstituut Nederland onderzoek uitgevoerd met als doel het schetsen van een actueel en representatief beeld van de mondgezondheid en het preventief tandheelkundig gedrag van 5-, 11-, 17- en 23-jarigen in Nederland en het vaststellen van eventuele veranderingen daarin sinds eerdere metingen. Omdat aanleiding, achtergrond, onderzoeksopzet, materiaal en methode identiek waren voor de 4 leeftijden en er in de beschouwing van de artikelen deels dezelfde punten aan de orde dienen te komen, worden in dit eerste van de serie van 5 artikelen, deze identieke en generieke zaken beschreven. Aangezien er in Nederland geen systeem bestaat om mondgezondheid structureel te bewaken zijn deze Kies-voor- Tandenonderzoeken van eminent belang om trends in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag bij jeugdigen te kunnen volgen gedurende een langere tijd. Zulke gegevens zijn onontbeerlijk om zinvol beleid omtrent mondgezondheid te kunnen formuleren. Voortgang van monitoringsonderzoek wordt daarom ten zeerste aanbevolen.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 5-jarigen in Nederland

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In dit tweede artikel in een reeks van 5 naar aanleiding van het Kies-voor-Tandenonderzoek 2017, worden de resultaten van de 5-jarigen gepresenteerd. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 5-jarigen die woonden in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda of Den Bosch en bestond uit het invullen van een vragenlijst en het ondergaan van een klinisch mondonderzoek. Van de 5-jarigen had 76% een gaaf melkgebit. Dit percentage was toegenomen ten opzichte van eerdere metingen. Bij kinderen met cariëservaring werd geen verandering gezien. Er waren in 2017 nog steeds mondgezondheidsverschillen tussen de sociaaleconomische groepen waarbij de hoge sociaal-economische groep in het voordeel was. Conclusie: de mondgezondheid van de 5-jarigen lijkt de goede kant op te gaan maar er is nog steeds een sociale gradiënt aanwezig en er is nog steeds ruimte voor verbetering. Interventies om het gebit gaaf te houden dienen bij risicogroepen vooral gericht te zijn op het verbeteren van gedrag en zelfzorg om cariës te voorkomen.

  • Herkenning van wekedelenopaciteiten op een panoramische röntgenopname: heterotopische ossificaties en corpora aliena

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van heterotopische ossificaties en corpora aliena en hoe deze op een panoramische röntgenopname herkend kunnen worden. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Medicamenten en verslavende middelen die potentieel bruxisme induceren of dempen

    C. de Baat, M.C. Verhoeff, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink, F. Lobbezoo

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Bruxisme wordt omschreven als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden of kiezen en/of fixeren van of duwen met de mandibula. Dit artikel geeft een inventarisatie van in Nederland geregistreerde medicamenten en van verslavende middelen waarvan is gemeld dat ze als bijwerking bruxisme kunnen induceren of verergeren en van in Nederland geregistreerde medicamenten waarvan is gemeld dat ze bestaand bruxisme kunnen dempen. Groepen medicamenten waarvan bruxisme als potentiële bijwerking bekend is, zijn amfetaminen, anti-epileptica en selectieve serotonineheropnameremmers. In de wetenschappelijke literatuur aangetroffen afzonderlijke medicamenten die deze potentie hebben zijn aripiprazol, atomoxetine, duloxetine, flecaïnide, ketotifen en methadon. Verslavende middelen met bruxisme als potentiële bijwerking zijn alcohol, heroïne, methamfetamine, methyleendioxymethamfetamine, nicotine en piperazinen. Medicamenten die de potentie hebben bruxisme te dempen, zijn botulinetoxine A, bromocriptine, buspiron, clonazepam, clonidine, gabapentine en levodopa.

  • Zingen gaat niet gepaard met kaakklachten

    M.K.A. van Selms, J.W. Wiegers, M.W. de Vries, F. Lobbezoo, C.M. Visscher

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Onderzocht werd of zangers vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteren dan musici die hun kauwstelsel tijdens het musiceren niet belasten. Daarnaast werd onderzocht welke risicoindicatoren verband hielden met kaakklachten onder musici. In totaal vulden 1.470 muzikanten uit 50 verschillende muziekensembles een vragenlijst in, waaronder 306 zangers (experimentele groep) en 209 musici die hun kaak niet belasten tijdens musiceren (controlegroep). De prevalentie van zelfgerapporteerde TMD-pijn onder zangers was 21,9% en 12,0% in de controlegroep. Van de zangers rapporteerde 19,6% kaakgewrichtsgeluiden versus 14,8% van de controles. Uit het meervoudige regressiemodel, waarbij rekening werd gehouden met confounders zoals leeftijd en geslacht, bleek dat zangers niet vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteerden dan niet-zangers. Wel waren diverse vormen van fysieke belasting positief geassocieerd met de aanwezigheid van zelfgerapporteerde TMD onder musici, te weten het uitvoeren van schadelijke mondgewoonten met TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden, het aantal uren dagelijkse oefening met TMD-pijn en het aantal jaren speelervaring met kaakgewrichtsgeluiden.

  • Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Het slechtnieuwsgesprek

    A.J.E. Smith

    5 april 2019

    NTvT april 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In de algemene praktijk zal de tandarts af en toe een slechtnieuwsgesprek met zijn patiënten moeten voeren. Veel tandartsen vinden dat moeilijk vanwege de emotionele lading van zo’n gesprek. In dit artikel worden strategieën die de tandarts kan gebruiken besproken en voorkeuren die patiënten hebben voor het ontvangen van slecht nieuws. Aan de hand van casussen worden handvatten aangereikt om structuur te geven aan het gesprek.

  • Herkenning van wekedelen–opaciteiten op een panoramische röntgenopname: idiopathische calcificaties

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    5 april 2019

    NTvT april 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van idiopathische calcificaties en hoe deze op een panoramische röntgenopname kunnen worden herkend. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling. Bij idiopathische calcificaties slaan calciumzouten neer in gezond weefsel zonder dat daarbij een oorzaak kan worden angewezen. Calcium- en fosfaatspiegels in het bloed zijn hierbij normaal.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria