Zoek in het NTvT archief

Er zijn 637 zoekresultaten gevonden.

  • Een Amsterdamse populatie van patiënten met middengezichtsfracturen werd onderzocht. Verkeersongevallen waren de meest voorkomende oorzaak, gevolgd door geweld en vallen. Zygomafracturen kwamen het vaakst voor. De meerderheid van de chirurgisch behandelde patiënten bestond uit mannen in de leeftijd van 20 tot 29 jaar. Naast fractuurverplaatsing lijken leeftijd, comorbiditeit en het al dan niet aanwezig zijn van functionele problemen van invloed te zijn op de indicatie voor chirurgie. Van de van de chirurgisch behandelde patiënten bleek 8,1% ook hersenschade te hebben. Het betrof vaak jonge mannen met aangezichtsletsel door een verkeersongeval. Sinus frontalisfracturen kwamen bij hen het meeste voor, hetgeen het kreukelzone-effect van de middengezichtsbeenderen ter bescherming van de hersenen in twijfel trekt. Complicaties kwamen veel voor bij deze ernstig getraumatiseerde patiënten en zijn onder te verdelen in ‘vroege’ en ‘late’ complicaties met verdere onderverdeling in infectie, bloeding, functionele en cosmetische klachten.

  • Veranderingen in het bot rond permucosale implantaten kunnen worden veroorzaakt door biomechanische factoren. Computer­modellen worden gebruikt om plaats en hoogte van spanningen in het bot te berekenen. Bouw van modellen en berekening vindt plaats met behulp van de eindige-elementenmethode. Verdere ontwikkeling van software en hardware maakte het 25 jaar geleden mogelijk om complexere driedimensionale modellen te bouwen. Algemeen doel van het proefschrift uit 1992 was de ontwikkeling van een state-of-the-art computermodel van een edentate onderkaak met tandheelkundige implantaten en vervolgens de invloed van een aantal parameters te berekenen op plaats en hoogte van spanning in het bot. In het oog springende resultaten waren dat er weinig verschil is tussen 2 en 4 implantaten in het interforaminale gebied en dat de lengte van implantaten een verwaarloosbaar effect heeft op de hoogte van de spanning. Klinisch onderzoek heeft na die tijd aangetoond dat deze resultaten overeenkwamen met de ­werkelijkheid.

  • Tandartsbezoek van 65-plussers; onderzoek uit een algemene praktijk in Drenthe

    O.E.J. Ebbens, M.J. Lawant, A.A. Schuller

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek zijn factoren bestudeerd die mogelijk van invloed zijn op tandartsbezoek van zelfstandig wonende 65-plussers. Uit de resultaten van een vragenlijstonderzoek (n = 164, respons 53%) bleek dat 89% regelmatig voor controle bij een tandarts kwam. Factoren van invloed op tandartsbezoek waren: het al dan niet hebben van moeilijkheden bij het plannen, motivatie en het daadwerkelijk maken van een afspraak, de gebitsstatus, het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering en het al dan niet reageren op een oproep(kaart). Mobiliteit speelde bij de niet-regelmatige tandartsbezoekers geen grotere rol dan bij de wel-regelmatige bezoekers. Het anticiperen op het eventueel wegblijven van de zelfstandig wonende oudere patiënt door een actief oproepbeleid na te streven lijkt meer aan de orde dan het organiseren van vervoer.

  • Actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cariës en de toepasbaarheid ervan bij kwetsbare ouderen

    J.W.M. van Gemert, C.D. van der Maarel-Wierink, W.J. Klüter, E. Hillebrands, G.J. van der Putten

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In 2000 werd naar aanleiding van de uitkomsten van een labora­toriumonderzoek naar het antimicrobiële effect van ozon (een vorm van actieve zuurstof) op cariëslaesies in tandwortels gesuggereerd dat er een nieuwe, snelle en eenvoudige manier was gevonden om cariës te behandelen. Doel van het hier beschreven literatuur­onderzoek was te achterhalen in hoeverre de effectiviteit van actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cariës is aangetoond door in vivo-onderzoek. Uit de resultaten bleek dat de kwaliteit van de verschillende onderzoeken niet hoog is en dat er tot op heden onvoldoende goed wetenschappelijk bewijs is dat het gebruik van ozon een effectieve behandeling tegen (wortel)cariës is. De conclusie dat actieve zuurstof, in welke vorm dan ook, geen positieve bijdrage kan leveren aan de strijd tegen cariës, is echter nog te vroeg.

  • Serie: Hora est. Het effect van radiotherapie op de morfologie van de orale mucosa

    P.J. Asikainen, A.M. Kullaa, A. Koistinen, E.A.J.M. Schulten, C.M. ten Bruggenkate

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De behandeling van mondkanker bestaat doorgaans uit chirurgische verwijdering van de tumor, eventueel gevolgd door radiotherapie. Doel van dit promotieonderzoek was de effecten van radiotherapie op de orale weefsels, in het bijzonder de oppervlakkig gelegen epitheelcellen van het mondslijmvlies (orale mucosa) te onderzoeken. Eerder is met elektronenmicroscopisch onderzoek aangetoond dat onbestraalde orale mucosacellen bij sterke vergroting microplicae (ribbels of plooien) bezitten. Deze microplicae vormen samen met diverse speekselcomponenten een beschermende laag, die functioneert als verdediging tegen bijvoorbeeld micro-organismen. Door radiotherapie beschadigen deze microplicae of kunnen zelfs helemaal verdwijnen. Uit het onderzoek bleek dat dit bestralingseffect zowel bij dieren als bij mensen optrad. Naarmate de radiatiedosis toenam (50 Gy of meer) was de destructie van de microplicae ernstiger. Bij een dosis van 60 Gy of meer bleken ze zelfs helemaal te verdwijnen. Dit proces zou mogelijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van osteoradionecrose van de kaak en bij het verlies van tandwortelimplantaten na radiotherapie.

  • Gebruik van wetenschappelijke tijdschriften en vakbladen door tandheelkundestudenten in Nederland

    P. Panahi Moghaddam, W.G. Brands, H.S. Brand

    9 februari 2018

    NTvT februari 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In welke mate raadplegen tandheelkundestudenten in Amsterdam, Groningen en Nijmegen wetenschappelijke tijdschriften en vakbladen? In onderhavig onderzoek werd dit geïnventariseerd door middel van een digitale vragenlijst. Aan het onderzoek hebben 333 tandheelkundestudenten (respons 20%) deelgenomen, waarvan 69% ervaring had met het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Van de studenten was 65% geabonneerd op een tandheelkundig tijdschrift. Van de Nederlandstalige tijdschriften werden het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde en het Nederlands Tandartsenblad frequent door studenten geraadpleegd. Internationale publicaties werden vooral door masterstudenten geraadpleegd, zij het minder frequent dan Nederlandse publicaties. Uit het onderzoek bleek dat 77% van de studenten het belangrijk vindt dat aandacht wordt geschonken aan het ontwikkelen van wetenschappelijke vaardigheden tijdens de studie. Het lijkt dan ook aan te raden vroeg in het tandheelkundig curriculum aandacht te besteden aan het ontwikkelen van wetenschappelijke vaardig­heden, zodat tandheelkundestudenten leren adequaat publicaties te selecteren en te interpreteren.

  • Onderzoek naar mogelijke succesvariabelen bij de behandeling van kokhalspatiënten

    E.A. Veldt, J. H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, A. de Jongh

    9 februari 2018

    NTvT februari 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Een buitenproportioneel sensitieve kokhalsreflex kan een adequate tandheelkundige behandeling in de weg staan. Omdat een evidencebased behandeling voor deze aandoening vooralsnog niet voorhanden is, werden patiënten- en succesvariabelen van de behandeling onderzocht. Dit gebeurde door bij 40 personen die in een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde waren behandeld vanwege extreme kokhalsproblematiek, 2 jaar na de behandeling zowel een dossieronderzoek uit te voeren als interviews af te nemen. Bij de helft van de respondenten bleken de kokhalsklachten verdwenen of hanteerbaar geworden, terwijl van de andere helft de klachten gelijk waren gebleven. Het maakte daarbij niet uit welke interventie er werd ingezet. Om erachter te komen hoe en bij wie kokhalsklachten het best kunnen worden behandeld, is onderzoek onder grotere patiëntengroepen noodzakelijk.

  • Externe cervicale wortelresorptie

    C.J. Warnsinck, H. Shemesh

    9 februari 2018

    NTvT februari 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Externe cervicale wortelresorptie begint aan het worteloppervlak ten gevolge van clastische activiteit in het cervicale gebied, heeft een progressief karakter en de pulpa raakt bij dit proces pas in een laat stadium betrokken. De etiologie en pathogenese van externe cervicale resorptie zijn niet precies bekend. Mogelijk predisponerende factoren zijn onder meer orthodontie, trauma, intern bleken, onderbroken glazuurcementgrens, bruxisme, hypoxie. Een ‘pink spot’ is vaak het eerste klinische verschijnsel en het tweedimensionale röntgenbeeld presenteert zich meestal als een vage radiolucentie met onscherpe begrenzing. Conebeamcomputertomografie is een steeds belangrijker hulpmiddel bij de diagnose, de prognose en de behandelingsplanning van externe cervicale resorptie. Voor de behandeling ervan kan gekozen worden voor een externe of interne benadering, afhankelijk van de grootte van het defect.

  • De bilaterale sagittale splijtingsosteotomie (BSSO) is een operatietechniek die wordt gebruikt om hypoplasie, hyperplasie of scheefgroei van de onderkaak te corrigeren. Het risico op complicaties bij de BSSO met splijttang en splijthevels, de zogenoemde splijttang-splijtheveltechniek, en de voorspelbaarheid van deze techniek werden geanalyseerd. De gemiddelde prevalentie van complicaties bij klassieke BSSO-technieken werd door middel van een literatuuronderzoek vastgesteld. Met klassieke technieken kwam een bad split voor in 2,3% van de geopereerde zijden, verwijdering van het osteosynthesemateriaal vanwege klachten bij 11,2% van de patiënten en permanente gevoelsstoornissen van het verzorgingsgebied van de nervus mentalis bij 33,9% van de patiënten. Bij BSSO met splijttang en splijthevels kwam een bad split voor in 2,0% van de geopereerde zijden, noodzakelijke verwijdering van osteosynthesemateriaal bij 5,6% van de patiënten en permanente gevoelsstoornissen van de onderlip bij 9,9% van de patiënten. Verwijdering van derde molaren tijdens BSSO geeft mogelijk een kleine verhoging van het risico op een bad split, maar heeft geen invloed op andere complicaties. Geconcludeerd kan worden dat een BSSO uitgevoerd met de splijttang-splijtheveltechniek een betrouwbare techniek is, met een opvallend lage prevalentie van permanente gevoelsstoornissen van de onderlip.

  • Preventieve tandheelkunde 9. Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling: voortschrijdend inzicht of controversieel?

    R.J.M. Gruythuysen, A.J.P. van Strijp

    5 januari 2018

    NTvT januari 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling leeft nog te weinig in de kindertandheelkunde. Inmiddels is er een aanzienlijke hoeveelheid kwantitatief en kwalitatief onderzoek dat het succes van de behandeling bewijst. Sommige zorgverleners passen de methode met succes toe, terwijl anderen geen vertrouwen hebben in deze niet-invasieve caviteitsbehandeling en de voorkeur blijven geven aan het restaureren van cariëslaesies. Genoemde redenen hiervoor zijn onder andere Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling is veel gedoe, de (ouder van de) patiënt werkt niet mee en de vergoeding is niet adequaat. Kinderen hebben echter baat bij mondzorgverleners die stellen dat een kind recht heeft op een etiologische behandeling, waarbij de oorzaak van het cariësproces wordt aangepakt, en dat niet-restauratieve behandeling daartoe bij uitstek een goede ondersteuning biedt. Deze benadering past binnen de kaders die de beroepsethiek en de wet stellen. Behalve mondzorgverleners hebben alle betrokken instanties in het beroepenveld en daarbuiten de morele en maatschappelijke plicht recht te doen aan de impliciete vraag van het kind naar deze omslag in de mondzorg.

Selecteer zoekcriteria