Zoek in het NTvT archief

Er zijn 642 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink

    8 juni 2018

    NTvT juni 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Medicamenten en zelfzorgmiddelen kunnen bijwerkingen hebben op de gingiva. Deze bijwerkingen zijn te verdelen in ontsteking, intrinsieke verkleuring, irritatie, trauma, cytotoxiciteit, lichenoïde reactie en proliferatie. De eerste 6 typen bijwerkingen komen in dit artikel aan de orde, het laatste type in een volgend artikel. Sinds de introductie van anticonceptiva zijn er aanwijzingen dat ze gingivitis veroorzaken of bevorderen, maar bij de huidige anticonceptiva wordt deze bijwerking zelden gezien. Intrinsieke verkleuring van de gingiva is gemeld bij gebruik van Staloral®, minocycline, anticonceptiva en hydroxychloroquine. Irritatie en trauma van de gingiva komen voor bij gebruik van zelfzorgmiddelen die carbamideperoxide of waterstofperoxide bevatten voor het bleken van gebitselementen, zelfzorgmiddelen die analgetische potentie hebben als acetylsalicylzuur en waterstofperoxide en alcoholbevattende mondspoelmiddelen. Diverse cytostatica kunnen apoptose van keratinocyten in de gingiva induceren. Mondspoelmiddelen met antibacteriële ingrediënten hebben cytotoxische potentie. Van een groot aantal (groepen) medicamenten is ooit een lichenoïde reactie van de gingiva gemeld.

  • Doel van dit onderzoek was de nauwkeurigheid te bepalen van prechirurgisch onderzoek van de mandibula met conebeamcomputertomografische beelden. Voor chirurgische behandelingen in de mandibula is het van belang de positie van de canalis mandibularis te bepalen zodat schade aan de nervus alveolaris inferior kan worden voorkomen. Deze zenuw kan het beste worden onderzocht met behulp van panoramische, gereconstrueerde beelden in combinatie met dwarsdoorsnedes van reconstructiebeelden. Om de nervus alveolaris inferior tijdens een behandeling te beschermen wordt aan de hand van dit onderzoek een veiligheidszone van minimaal 1,13 mm geadviseerd. Bij het verrichten van afstandsmetingen bleek er vooral een vergroting van de werkelijkheid te zijn die groter was bij kleine afstanden. (Semi)automatische detectie van de canalis mandibularis bleek nog niet te kunnen worden gebruikt in de kliniek. Wanneer op een CBCT-scan een linguale positie van de canalis in combinatie met een versmalling van de canalis ter plaatse van het contactpunt met de wortel van een derde molaar wordt waargenomen, neemt het risico op schade aan de zenuw toe. CBCT-scans dienen alleen in specifieke casus te worden gebruikt.

  • Echte patiënten in de virtuele realiteit: de schakel tussen fantoom en kliniek

    C.M. Serrano, P.R. Wesselink, J.M. Vervoorn

    4 mei 2018

    NTvT mei 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Training op fantoomhoofden werd tot nu als de ‘gouden standaard’ in het preklinisch onderwijs beschouwd, maar de overgang van prekliniek naar de behandeling van echte patiënten bleef een uitdaging. De introductie van de nieuwste generatie virtual reality-simulatoren stelt studenten en tandartsen in staat digitale afdrukken van hun patiënten in virtual reality-modellen om te zetten en de behandeling in virtuele realiteit te oefenen alvorens deze in het echt uit te voeren. Zo kunnen klinische beslissingen voorafgaand aan de werkelijke behandeling worden onderzocht en geoefend waardoor de veiligheid van de behandeling en het vertrouwen deze te kunnen uitvoeren wordt vergroot. Met de 3M™ True ­Definition Scanner en de Moog Simodont Dental Trainer™, hebben 3 master­studenten en 1 tandarts-algemeen practicus voorafgaand aan het prepareren van een gebitselement bij eigen patiënten eerst in een virtuele omgeving geoefend. Zij waren zeer tevreden over deze voorbereiding en het resultaat van de behandeling.

  • Innovatieve toepassing van kleine moleculen voor beïnvloeding pathogeniciteit tandplaque

    M.M. Janus, C.M C. Volgenant, B.P. Krom

    4 mei 2018

    NTvT mei 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Huidige preventiemaatregelen tegen orale infectieziekten zijn veelal gericht op verwijdering van tandplaque en het stimuleren van een gezonde leefstijl. In dit in-vitro-onderzoek wordt een derde preventiemethode onderzocht: tandplaque gezond houden met behulp van kleine moleculen. Als model voor tandplaque werden hiervoor in-vitro-biofilms gekweekt onder condities die pathogene eigenschappen induceren. Het effect van erythritol en andere kleine moleculen op pathogene eigenschappen en de microbiële samenstelling van de biofilm werd bestudeerd. De suikervervanger erythritol en het molecuul 3-Oxo-N-(2-oxocyclohexyl)dodecanamine hadden geen klinisch relevant effect op de hoeveelheid gevormde biofilm. Wel verlaagde erythritol de gingivitisgerelateerde proteaseactiviteit van de biofilm, terwijl 3-Oxo-N de cariësgerelateerde lactaatophoping blokkeerde. Daarnaast zorgden beide stoffen ervoor dat de biofilm een jonge, niet-pathogene microbiële samenstelling behield. In vitro kan de samenstelling van tandplaque dus positief worden beïnvloed met behulp van kleine moleculen. Meer onderzoek is nodig voordat deze beïnvloeding van tandplaquesamenstelling in de praktijk kan worden toegepast.

  • Patiënttevredenheid met procedurele sedatie in de mka-chirurgie

    J.T. Deferm, M. Burger, T. Prudon, M. van Bergen, M. Vaneker, W.A. Borstlap

    4 mei 2018

    NTvT mei 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Angst voor een behandeling bij een mka-chirurg en een tandarts is een wijd verspreid en diepgeworteld fenomeen. Leren omgaan met dentale fobie kan door middel van een psychologische, gedragstherapeutische benadering, maar in geval van invasieve ingrepen kan dit onvoldoende werkzaam zijn. Een aanvulling hierop is het gebruik van sedativa voor ingrijpende procedures. In het Radboudumc worden orofaciale ingrepen bij angstpatiënten uitgevoerd onder intraveneuze sedatie door middel van midazolam (Dormicum®) en remifentanil (Ultiva®). Dit leidt tot vermindering van angst- en pijnbeleving, waarbij een anterograde amnesie voor de ingreep ontstaat. Procedurele sedatie en analgesie binnen de mka-chirurgie laat een hoge mate van patiënttevredenheid zien en is hierbij een goede alternatieve behandelmogelijkheid naast lokale anesthesie en narcose.

  • Een Amsterdamse populatie van patiënten met middengezichtsfracturen werd onderzocht. Verkeersongevallen waren de meest voorkomende oorzaak, gevolgd door geweld en vallen. Zygomafracturen kwamen het vaakst voor. De meerderheid van de chirurgisch behandelde patiënten bestond uit mannen in de leeftijd van 20 tot 29 jaar. Naast fractuurverplaatsing lijken leeftijd, comorbiditeit en het al dan niet aanwezig zijn van functionele problemen van invloed te zijn op de indicatie voor chirurgie. Van de van de chirurgisch behandelde patiënten bleek 8,1% ook hersenschade te hebben. Het betrof vaak jonge mannen met aangezichtsletsel door een verkeersongeval. Sinus frontalisfracturen kwamen bij hen het meeste voor, hetgeen het kreukelzone-effect van de middengezichtsbeenderen ter bescherming van de hersenen in twijfel trekt. Complicaties kwamen veel voor bij deze ernstig getraumatiseerde patiënten en zijn onder te verdelen in ‘vroege’ en ‘late’ complicaties met verdere onderverdeling in infectie, bloeding, functionele en cosmetische klachten.

  • Veranderingen in het bot rond permucosale implantaten kunnen worden veroorzaakt door biomechanische factoren. Computer­modellen worden gebruikt om plaats en hoogte van spanningen in het bot te berekenen. Bouw van modellen en berekening vindt plaats met behulp van de eindige-elementenmethode. Verdere ontwikkeling van software en hardware maakte het 25 jaar geleden mogelijk om complexere driedimensionale modellen te bouwen. Algemeen doel van het proefschrift uit 1992 was de ontwikkeling van een state-of-the-art computermodel van een edentate onderkaak met tandheelkundige implantaten en vervolgens de invloed van een aantal parameters te berekenen op plaats en hoogte van spanning in het bot. In het oog springende resultaten waren dat er weinig verschil is tussen 2 en 4 implantaten in het interforaminale gebied en dat de lengte van implantaten een verwaarloosbaar effect heeft op de hoogte van de spanning. Klinisch onderzoek heeft na die tijd aangetoond dat deze resultaten overeenkwamen met de ­werkelijkheid.

  • Tandartsbezoek van 65-plussers; onderzoek uit een algemene praktijk in Drenthe

    O.E.J. Ebbens, M.J. Lawant, A.A. Schuller

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek zijn factoren bestudeerd die mogelijk van invloed zijn op tandartsbezoek van zelfstandig wonende 65-plussers. Uit de resultaten van een vragenlijstonderzoek (n = 164, respons 53%) bleek dat 89% regelmatig voor controle bij een tandarts kwam. Factoren van invloed op tandartsbezoek waren: het al dan niet hebben van moeilijkheden bij het plannen, motivatie en het daadwerkelijk maken van een afspraak, de gebitsstatus, het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering en het al dan niet reageren op een oproep(kaart). Mobiliteit speelde bij de niet-regelmatige tandartsbezoekers geen grotere rol dan bij de wel-regelmatige bezoekers. Het anticiperen op het eventueel wegblijven van de zelfstandig wonende oudere patiënt door een actief oproepbeleid na te streven lijkt meer aan de orde dan het organiseren van vervoer.

  • Actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cariës en de toepasbaarheid ervan bij kwetsbare ouderen

    J.W.M. van Gemert, C.D. van der Maarel-Wierink, W.J. Klüter, E. Hillebrands, G.J. van der Putten

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In 2000 werd naar aanleiding van de uitkomsten van een labora­toriumonderzoek naar het antimicrobiële effect van ozon (een vorm van actieve zuurstof) op cariëslaesies in tandwortels gesuggereerd dat er een nieuwe, snelle en eenvoudige manier was gevonden om cariës te behandelen. Doel van het hier beschreven literatuur­onderzoek was te achterhalen in hoeverre de effectiviteit van actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cariës is aangetoond door in vivo-onderzoek. Uit de resultaten bleek dat de kwaliteit van de verschillende onderzoeken niet hoog is en dat er tot op heden onvoldoende goed wetenschappelijk bewijs is dat het gebruik van ozon een effectieve behandeling tegen (wortel)cariës is. De conclusie dat actieve zuurstof, in welke vorm dan ook, geen positieve bijdrage kan leveren aan de strijd tegen cariës, is echter nog te vroeg.

  • Serie: Hora est. Het effect van radiotherapie op de morfologie van de orale mucosa

    P.J. Asikainen, A.M. Kullaa, A. Koistinen, E.A.J.M. Schulten, C.M. ten Bruggenkate

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De behandeling van mondkanker bestaat doorgaans uit chirurgische verwijdering van de tumor, eventueel gevolgd door radiotherapie. Doel van dit promotieonderzoek was de effecten van radiotherapie op de orale weefsels, in het bijzonder de oppervlakkig gelegen epitheelcellen van het mondslijmvlies (orale mucosa) te onderzoeken. Eerder is met elektronenmicroscopisch onderzoek aangetoond dat onbestraalde orale mucosacellen bij sterke vergroting microplicae (ribbels of plooien) bezitten. Deze microplicae vormen samen met diverse speekselcomponenten een beschermende laag, die functioneert als verdediging tegen bijvoorbeeld micro-organismen. Door radiotherapie beschadigen deze microplicae of kunnen zelfs helemaal verdwijnen. Uit het onderzoek bleek dat dit bestralingseffect zowel bij dieren als bij mensen optrad. Naarmate de radiatiedosis toenam (50 Gy of meer) was de destructie van de microplicae ernstiger. Bij een dosis van 60 Gy of meer bleken ze zelfs helemaal te verdwijnen. Dit proces zou mogelijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van osteoradionecrose van de kaak en bij het verlies van tandwortelimplantaten na radiotherapie.

Selecteer zoekcriteria