Zoek in het NTvT archief

Er zijn 610 zoekresultaten gevonden.

  • Preventieve tandheelkunde 7. Halitose de mond uit helpen

    T.M.H. de Jong, M.L. Laine

    7 juli 2017

    NTvT juli en augustus 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Halitose of slechte adem is een probleem dat bij veel mensen voorkomt en waarvan de oorzaak meestal intraoraal is te vinden. Bacteriën in de mond produceren vluchtige zwavelhoudende verbindingen, zoals waterstofsulfide en methylmercaptaan, die niet alleen een onaangename geur afgeven, maar ook een toxisch effect op parodontale weefsels kunnen hebben. Goede mondhygiëne, een gezond parodontium en gezonde gebitselementen zijn de basis voor de preventie van intraorale halitose en daarom spelen tandartsen en mondhygiënisten een essentiële rol hierin.

  • Kauwen op bruxisme. Associaties, gevolgen en behandeling

    F. Lobbezoo, R. Jacobs, A. De Laat, G. Aarab, P. Wetselaar, D. Manfredini

    7 juli 2017

    NTvT juli en augustus 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In dit deel van het tweeluik over bruxisme wordt ingegaan op de associaties van deze kauwspieractiviteit met andere aandoeningen. Vooral de associaties met het obstructief slaapapneusyndroom zijn onderzocht. Bruxisme lijkt een beschermende functie bij deze aandoening te hebben, hoewel de bewijslast daarvoor nog niet sluitend is. Naast dit mogelijke positieve gevolg heeft bruxisme ook een aantal nadelige gevolgen waarvoor in meer of mindere mate bewijslast voorhanden is. Zo wordt de kauwspieractiviteit in verband gebracht met temporomandibulaire pijn en disfunctie, parodontale en endodontische problemen, het falen van restauraties en implantaten, en gebitsslijtage. In een aantal gevallen zijn deze gevolgen ernstig genoeg om een behandeling van bruxisme te rechtvaardigen. In alle andere gevallen bestaat er voor de behandeling van bruxisme geen indicatie, gelet op de mogelijke positieve gevolgen. Indien behandeling is geïndiceerd, dan dient er conservatief te worden gehandeld met modaliteiten als stabilisatieopbeetplaten, voorlichtingsgesprekken, medicatie, psychologie en fysiotherapie.

  • Proefschriften 25 jaar na dato 48. Effect van speeksel op de kolonisatie van mondbacteriën

    A.J.M. Ligtenberg

    7 juli 2017

    NTvT juli en augustus 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In het onderzoek, dat aan de basis lag van het proefschrift ‘Het effect van speeksel op de kolonisatie van mondbacteriën’ uit 1992, werd aggregatie of klontering van mondbacteriën door speeksel onderzocht. Dit voorkomt kolonisatie van bacteriën in de mond. Er bestaan grote individuele verschillen in aggregatie-activiteit van speeksel, die mede worden bepaald door de bloedgroep van de donor. Bloedgroepantigenen komen, behalve op rode bloedcellen, ook voor op speekseleiwitten. Dit geldt echter niet voor iedereen: alleen bij zogenoemde secretors komen deze bloedgroepantigenen op speekseleiwitten voor. Non-secretors aggregeerden bacteriën slechter dan secretors. In later onderzoek werden non-secretors geassocieerd met een verhoogd cariësrisico. In vervolgonderzoek werd gevonden dat het complementsysteem, een afweersysteem in bloed, werd geactiveerd door speeksel van secretors, maar niet van non-secretors. Zo blijkt de afweer in de mond te worden beïnvloed door de bloedgroep en secretorstatus, maar op een andere manier dan aanvankelijk werd gedacht.

  • Preventieve tandheelkunde 6. Preventie van cariës bij kwetsbare ouderen

    C.D. van der Maarel-Wierink, C. de Baat

    9 juni 2017

    NTvT juni 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Veel ouderen hebben een slechte mondgezondheid met (wortel)cariës als veelvoorkomend probleem. Alarmerende onderzoeks­resultaten doen de vraag rijzen of er voldoende preventieve maatregelen worden genomen om het ontstaan en de progressie van ­(wortel)­cariës bij kwetsbare ouderen te voorkomen. Uit recente onderzoeksliteratuur bleek dat dagelijks gebruik van tandpasta met 5.000 ppm fluoride en 3-maandelijks professioneel aangebrachte chloorhexidine- of natriumfluoridelak bij kwetsbare ­ouderen of volwassenen met een fysieke of cognitieve beperking het risico op wortelcariës kan halveren. Tandpasta met 5.000 ppm is in Nederland (nog) niet verkrijgbaar. Op dit moment is het advies ‘Preventie van wortelcariës’ de enige richtlijn. Een andere maatregel om achteruitgang van de mondgezondheid van kwetsbare ouderen te voorkomen, is aandacht besteden aan kwetsbare ouderen die wegens toename van fysieke problemen en zorgafhankelijkheid wegblijven van reguliere periodieke mondonderzoeken. Juist op dat moment is intensiveren van professionele mondzorg met instructie aan mantelzorgers en verzorgenden en extra preventieve maatregelen ter bestrijding van (wortel)cariës noodzakelijk.

  • Kauwen op bruxisme. Diagnostiek, beeldvorming, epidemiologie en oorzaken

    F. Lobbezoo, R. Jacobs, A. De Laat, G. Aarab, P. Wetselaar, D. Manfredini

    9 juni 2017

    NTvT juni 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Sinds het verschijnen van een themanummer van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde in juli 2000 over bruxisme is er consensus bereikt over de definitie van bruxisme als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen en/of knarsen tijdens waken (waakbruxisme) en/of slapen (slaapbruxisme). Over de diagnostiek van bruxisme bestaat nog geen consensus: voor geen van de gebruikte technieken (zelfrapportage, klinisch onderzoek, beeldvorming, elektromyografie, polysomnografie) is aangetoond dat deze betrouwbaar en valide is. Oorzaken worden niet meer gezocht onder de morfologische factoren, maar in toenemende mate onder de psychosociale, fysiologische, biologische en exogene factoren. Dit literatuuroverzicht betreft het eerste deel van een tweeluik en gaat in op de definitie, de diagnostiek, de epidemiologie en de mogelijke oorzaken van deze aandoening. In het tweede deel, in de volgende editie, zal worden ingegaan op de associaties van bruxisme met andere slaapgerelateerde aandoeningen, op de (vermeende) gevolgen van bruxisme en op de behandeling ervan.

  • Periorale behandelingsmogelijkheden in de cosmetische aangezichtschirurgie

    F. Bierenbroodspot, H.J. Schouten, R.H. Schepers, J. Jansma

    9 juni 2017

    NTvT juni 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Het periorale gebied neemt in het aangezicht een belangrijke en unieke plaats in, zowel in functioneel als esthetisch opzicht. Er is een duidelijke relatie van de periorale weke delen, zoals de lippen en de mondhoeken, met de onderliggende dentitie en het kaakbot. Periorale verouderingsverschijnselen, zoals afhangende mondhoeken, verlies van volume en rimpelvorming, zijn echter beperkt met een intraorale behandeling te verbeteren. Met diverse extraorale behandelingen zijn deze verschijnselen doorgaans wel effectief aan te pakken en kan ook periorale esthetische verfraaiing worden bereikt. De periorale cosmetische behandelingen kunnen worden verdeeld in diverse liftingsprocedures en technieken waarbij volume wordt aangebracht. Aangezien de tandarts regelmatig te maken krijgt met patiënten met periorale esthetische wensen maar ook functionele problematiek is het belangrijk op de hoogte te zijn van de verschillende periorale cosmetische en functieherstellende behandelingsmogelijkheden.

  • Dubbelzijdige vrij-eindigende frameprotheses in de onderkaak geven vaak klachten, waardoor patiënten hun gebitsprothese niet tot nauwelijks dragen. Een oplossing is het plaatsen van implantaten om de gebitsprothese op vast te klikken. Echter, er bestaat nog geen consensus over de beste positie van de implantaten in de onderkaak. Daarnaast is het interessant de kosten van de behandeling tegen de effecten af te zetten. In een klinische gerandomiseerd cross-over-onderzoek onder 30 patiënten met een verkorte tandboog werd de implantaat ondersteunde vrij-eindigende frameprothese in de onderkaak geëvalueerd op de beleving van de patiënt, de draagduur, het kauwvermogen en de klinische en röntgenologische parameters in relatie tot 2 verschillende posities van de implantaten: 2 in de premolaarregio of 2 in de molaarregio. Ook werd gekeken naar kosteneffectiviteit van beide behandelingen. Het bleek dat volgens de patiëntvoorkeur frameprothesen het beste worden ondersteund door implantaten in de molaarregio. Uit dit onderzoek bleek echter dat er significant meer bloeding rondom implantaten in de molaarregio optrad en zou dus vanuit klinisch perspectief plaatsing in de premolaarregio de voorkeur genieten. De kosteneffectiviteit van de behandeling met een implantaat-gesteunde frameprothese hangt af van de keuze van de uitkomstmaat en het gekozen drempelbedrag.

  • Preventieve tandheelkunde 5. Secundaire cariës

    A.C.C. Hollanders, N.K. Kuper, N.J.M. Opdam, M.C.D.N.J.M. Huysmans

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Secundaire cariës wordt gerapporteerd als een van de belangrijkste redenen om restauraties te vervangen. Bij het ontstaan van secundaire cariës speelt het algehele cariësrisico van de patiënt een grote rol. De samenhang op patiëntniveau tussen verschillende factoren, het cariësrisico en restauratiefactoren, zoals de aanwezigheid van een randspleet en het soort restauratiemateriaal, verdient nog nader onderzoek. De benodigde drempelwaarde van de randspleet voor het ontstaan van secundaire cariës ligt waarschijnlijk onder de 100 μm en zou ook afhankelijk kunnen zijn van het cariësrisico. Bij patiënten met een hoog cariësrisico lijken composietrestauraties vatbaarder voor secundaire cariës dan amalgaamrestauraties. Er is tot nu toe geen eenduidige verklaring voor dit verschil. De preventie van secundaire cariës is vergelijkbaar met die van primaire cariës en dat onderstreept het belang van mondhygiëne, fluoride en voeding.

  • Medicamenten en mondzorg 4. Medicatie bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen

    C. de Baat, G.J. van der Putten, A. Visser, A. Vissink

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Polyfarmacie is het gevolg van multimorbiditeit. Beide kunnen leiden tot kwetsbaarheid, functiebeperking en/of zorgafhankelijkheid bij ouderen. Een medicament ondergaat in het lichaam minimaal 3 belangrijke processen: absorptie, distributie en eliminatie. Bij ouderen kunnen deze processen afwijkend verlopen. Een medicament zet in het lichaam een kettingreactie in gang na interactie met receptoren. De receptoren en elk onderdeel van de kettingreactie kunnen door ziekten en veroudering veranderingen ondergaan. Dit speelt vooral bij medicamenten die werken op het centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem. Daarnaast kunnen interacties optreden tussen verschillende medicamenten onderling en tussen enerzijds medicamenten en anderzijds voedsel- en waterinname, zelfmedicatie met kruiden en ziekten. Voorts ervaren ouderen doorgaans meer bijwerkingen van medicamenten dan jongeren. Dit komt door de gewijzigde lichaamsacties en -reacties, de polyfarmacie en de vele mogelijke interacties. Gebruik en inname van medicamenten leidt bij ouderen vaak tot problemen die te verdelen zijn in medicamentgerelateerde, patiëntgerelateerde, zorg(verlener)gerelateerde en overige problemen.

  • Cariës in Krachtwijken 2. Jongeren

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn tot op heden geen epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen jongeren die in achtergestelde wijken (Krachtwijken) wonen. De doelstelling van het onderzoek was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van de laagopgeleide jeugd uit Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie van laagopgeleide jongeren uit Alphen aan den Rijn, Gouda, ’s-Hertogenbosch en Breda. Aan het onderzoek namen 725 laagopgeleide respondenten deel. De referentiepopulatie had de minste cariëservaring en de jongeren uit Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie de meeste. De laatstgenoemde groep had meer onbehandelde cariës en bij de 20-jarigen waren bovendien relatief veel gebitselementen geëxtraheerd. Ondanks de kleine aantallen waren de verschillen in gemiddelde DMFS-scores statistisch significant bij de 14- en 20-jarigen. In de Nederlandse jeugd lijkt een culturele tweedeling in mondgezondheid te bestaan, onafhankelijk van opleidingsniveau, waarbij jongeren met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het nadeel zijn.

Selecteer zoekcriteria