Zoek in het NTvT archief

Er zijn 610 zoekresultaten gevonden.

  • De aandoeningen temporomandibulaire disfunctie en cranio­manidubulaire disfunctie worden 25 jaar na de publicatie van het proefschrift ‘Prevalence and etiology of craniomandibular dysfunction. An epidemiological study of the Dutch adult population’ nog volop bediscussieerd in de onderzoeksliteratuur. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan occlusie en de relatie met deze aandoening; niet zelden zijn de conclusies tegenstrijdig. Een mogelijke verklaring voor deze controverse ligt, naast de definiëring van temporomandibulaire en craniomanidubulaire disfunctie en de definiëring van occlusie, in de methodologische tekort­komingen van de onderzoeken. Aan de hand van de belangrijkste resultaten uit het proefschrift van 25 jaar geleden en de wetenschappelijke discussie sindsdien zijn 7 uitgangspunten geformuleerd die worden toegelicht met klinisch voorbeelden voor een evidencebased behandeling van patiënten met deze aandoeningen in de algemene tandartspraktijk.

  • De (vermeende) pathologische invloed van fibromyalgie op het orofaciale systeem

    C. de Baat, A.E. Gerritsen, M. de Baat-Ananta, P. de Baat

    4 maart 2016

    NTvT maart 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Fibromyalgie is een syndroom zonder aanwijsbare etiologie dat wordt gekenmerkt door pijn, vermoeidheid, geheugenproblemen, stemmingsproblemen en slaapstoornissen. Het syndroom wordt gerekend tot de reumatische aandoeningen. De prevalentie in de algemene bevolking varieert van 2 tot 8%, met een vrouw-manratio van ongeveer 2:1. Verdenking op fibromyalgie ontstaat als een patiënt meerdere pijnlocaties heeft die niet kunnen worden verklaard door een trauma of een ontsteking en als het vooral musculoskelettale pijn betreft. Uitleg en geruststelling zijn de primaire benaderingswijzen. Aanvullend kan men streven naar meer mobiliteit, vermijden van overbelasting, verbetering van lichamelijke conditie en activiteitenniveau en stimulering van probleemoplossend vermogen. Vervolgens kan gedragsbeïnvloeding en medicatie worden overwogen. De belangrijkste manifestaties in het orofaciale systeem en het occlusiesysteem lijken temporomandibulaire disfunctie, hoofdpijn, xerostomie, hyposialie, mondbranden en dysgeusie. Over de exacte relaties tussen fibromyalgie en het orofaciale systeem en het occlusiesysteem valt echter nog veel te leren.

  • Behandeling van een recidief na initiële endodontische behandeling kan bestaan uit een endodontische herbehandeling of een apexresectie. Beide opties laten in de onderzoeksliteratuur overeenkomende succespercentages voor de uitkomsten van behandeling zien. Echte vergelijkende prospectief gerandomiseerde onderzoeken zijn echter niet voorhanden, waardoor een vergelijking en een afgewogen keuze niet goed mogelijk is. Naast uitkomsten van behandeling moet ook worden gekeken naar kosteneffectiviteit en andere patiëntgerelateerde factoren, zoals pijn, zwelling en medicatiegebruik. Ook hiervoor zijn in de onderzoeksliteratuur weinig betrouwbare gegevens aanwezig. Daarnaast speelt in Nederland het verzekeringstechnische aspect een grote rol, waarbij alleen de apexresectie binnen de basisverzekering valt. Concluderend moeten al deze factoren worden meegewogen alvorens tot een individuele behandelstrategie over te gaan.

  • In de jaren 80 van de vorige eeuw werden palladium-basislegeringen in Nederland veel toegepast in onderstructuren voor metaal-keramische restauraties. Echter, na introductie op de markt kwamen enkele onverklaarbare problemen aan het licht: porositeit op het grensvlak van porselein en metaal, frequente breuk van soldeerpunten, openstaande marginale randen en vervorming van grotere structuren. Later kon daar palladiumallergie aan worden toegevoegd. Een promotieonderzoek uit 1989 onderzocht deze problemen en onderliggende oorzaken en kwam met antwoorden en oplossingen. De recente problemen als breuk en chippen van de porseleinen restauraties op zirkoniumdioxide basisstructuren laten zien dat de industrie soms niet voldoende bekend is met mogelijke verwerkingsproblemen op het moment dat een nieuw product op de markt wordt geïntroduceerd.

  • Links- of rechtshandig: het effect van de voorkeurshand op de mondhygiëne

    C.A. Eleveld, A.A. Schuller

    5 februari 2016

    NTvT februari 2016 Onderzoek en wetenschap

  • In een onderzoek werd bestudeerd in hoeverre de voorkeurshand effect heeft op de mondhygiëne links en rechts in de mond. Er werd gebruikgemaakt van tandheelkundige epidemiologische data van de Nederlandse organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek en van speciaal hiervoor verzamelde data uit een mondzorgpraktijk. Uit de resultaten bleek dat in een populatie waarvan 85-90% rechtshandig is, aan de rechterzijde in de mond statistisch significant meer tandplaque voorkwam dan aan de linkerzijde. Separaat onderzocht bleek bij rechtshandigen statistisch significant meer tandplaque rechts dan links voor te komen en bij linkshandigen een niet statistisch significante trend van meer links dan rechts. Geconcludeerd wordt dat mondhygiëne links en rechts in de mond zeer waarschijnlijk afhankelijk is van de voorkeurshand. De verschillen tussen links en rechts in de mond bij de links- en rechtshandigen zijn echter zo klein, dat wordt betwijfeld of hiermee rekening moet worden gehouden bij het geven van mondhygiëne-instructies.

  • Cosmetische ingrepen tijdens orthognathische chirurgie

    J. Jansma, R.H. Schepers, A. Vissink

    8 januari 2016

    NTvT januari 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Het doel van een gecombineerde orthodontisch-chirurgische behandeling is correctie van de dysgnathie en de gestoorde gebits­occlusie met als resultaat verbetering van de functie. In toenemende mate wordt aanvullend aan de kaakosteotomie gebruikgemaakt van esthetische correcties om meer harmonie in het gelaat en/of gezichtsverjonging te bereiken. Hierbij valt onder andere te denken aan contour- of projectieverbetering door een transorale zygoma­osteotomie of het aanbrengen van een alloplastisch implantaat. Door lipofilling kunnen contourveranderingen van de weke delen worden gerealiseerd. Submentaal vetsurplus kan worden gecorrigeerd door liposuctie of lipectomie om de kin-halshoek te normaliseren. Een flapoorcorrectie en een beperkte neuscorrectie kunnen ook worden gecombineerd met een kaakosteotomie, terwijl een ooglidcorrectie en een liplift bij de oudere osteotomiepatiënt kunnen worden toegepast voor gezichtsverjonging. Deze esthetische correcties kunnen veelal gelijktijdig met de kaakosteotomie worden uitgevoerd en bijdragen aan een grote patiënttevredenheid.

  • Klinische aspecten van de Atraumatic Restorative Treatment

    J.E.F.M. Frencken, K.A. Flohil, C. de Baat

    8 januari 2016

    NTvT januari 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Het doel van de Atraumatic Restorative Treatment behelst het voorkomen van cariëslaesies en het stoppen van progressie ervan. Dit gebeurt onder andere door het verzegelen van putten en fissuren in glazuur met een glasionomeercement met een hoge viscositeitsgraad. Een tweede toepassingsgebied is de behandeling van dentinecariës. Het verweekte gedemineraliseerde dentine kan met handinstrumenten effectief worden verwijderd. Een zorgvuldig aangebrachte verzegelde restauratie zorgt ervoor dat achtergebleven cariogene bacteriën het cariësproces niet kunnen doen opvlammen en dat achtergebleven gedemineraliseerd dentine kan remineraliseren. Om goede resultaten met de Atraumatic Restorative Treatment te bereiken dient een zorgverlener een opleiding te volgen en over voldoende kennis te beschikken van de cariologie, de behandelprincipes en de beschikbare restauratiematerialen. Glasionomeercement met een hoge viscositeitsgraad is voor de preventie van glazuurcariës en de behandeling van dentinecariës het restauratiemateriaal van eerste keus, maar er wordt voortdurend gezocht naar verbetering van dit materiaal en naar een kwalitatief beter alternatief.

  • Periapicale laesies zijn een regelmatig voorkomend verschijnsel, zowel bij onbehandelde gebitselementen als bij gebitselementen waarbij reeds een endodontische behandeling heeft plaatsgehad. Er zijn verschillende factoren bekend die leiden tot een effectieve endodontische behandeling, waarbij de klinische verschijnselen verdwijnen en ook de periapicale laesie verdwijnt of in omvang afneemt. De kans op een pijnlijke opvlamming bij een persisterende periapicale laesie is klein, zelfs als de omvang van de periapicale laesie is toegenomen, wat in ongeveer de helft van de casussen plaatsvindt. De levensduur van een endodontisch behandeld gebitselement met een periapicale laesie is na 10 jaar nog 87%. Extractie heeft veelal een restauratieve reden en de periapicale laesie draagt slechts in beperkte mate bij aan het verloren gaan van het gebitselement. Over de invloed van een periapicale laesie op de algehele gezondheid is onvoldoende bekend.

  • Een chirurgisch orthodontische behandeling heeft een directe invloed op skelettale, dentale, functionele en psychologische aspecten. Een diversiteit van chirurgische en anatomische factoren bepaalt het resultaat van deze gecombineerde behandeling. Risicofactoren zijn een retrognathie met een steile mandibulaire lijn, de anatomie van de kaakkopjes en de kaakkom. De gebruikte chirurgische technieken hebben een toegevoegde invloed op de functie van het kaakgewricht. De rol van de positie van de discus blijft nog onduidelijk. Sinds 1989 is er langzaam meer inzicht gekomen in de aspecten die invloed hebben op de functie van het kaakgewricht na orthognatische chirurgie.

  • Gevaar van algehele anesthesie en sedatie bij ouderen

    M.A.E.M. Oomens, L.H.D. Booij, J.A. Baart

    4 december 2015

    NTvT december 2015 Onderzoek en wetenschap

  • Na een behandeling onder algehele anesthesie kunnen tijdelijke geheugenstoornissen optreden en pre-existente geheugenstoornissen verergeren. In de literatuur wordt een frequentie van postoperatieve cognitiestoornissen van tussen de 10 en 50% gesteld. Risicofactoren voor het optreden van postoperatieve geheugenstoornissen zijn gevorderde leeftijd, laag opleidingsniveau, intellectuele comorbiditeit, beginnende dementie en andere neurodegeneratieve afwijkingen, bestaande slaapstoornissen en het ervaren van postoperatieve pijn. De morfologische veranderingen in de hersenen na algehele anesthesie lijken op het beeld dat optreedt bij de ziekte van Alzheimer. Naast metabole veranderingen is ook aangetoond dat anesthetica rechtstreeks de natuurlijke afbraak (apoptose) van hersencellen versterken. Bij ouderen bestaat er al een afname van het aantal neuronen, waardoor er een beperkte reservecapaciteit is. Daarnaast zijn ouderen vaak bekend met de eerder genoemde risicofactoren voor het optreden van postoperatieve geheugenstoornissen. Voorzichtigheid en terughoudendheid in de indicatiestelling voor tandheelkundige behandeling onder algehele anesthesie of sedatie is daarom geboden.

Selecteer zoekcriteria