Zoek in het NTvT archief

Er zijn 674 zoekresultaten gevonden.

  • Dubbelzijdige vrij-eindigende frameprotheses in de onderkaak geven vaak klachten, waardoor patiënten hun gebitsprothese niet tot nauwelijks dragen. Een oplossing is het plaatsen van implantaten om de gebitsprothese op vast te klikken. Echter, er bestaat nog geen consensus over de beste positie van de implantaten in de onderkaak. Daarnaast is het interessant de kosten van de behandeling tegen de effecten af te zetten. In een klinische gerandomiseerd cross-over-onderzoek onder 30 patiënten met een verkorte tandboog werd de implantaat ondersteunde vrij-eindigende frameprothese in de onderkaak geëvalueerd op de beleving van de patiënt, de draagduur, het kauwvermogen en de klinische en röntgenologische parameters in relatie tot 2 verschillende posities van de implantaten: 2 in de premolaarregio of 2 in de molaarregio. Ook werd gekeken naar kosteneffectiviteit van beide behandelingen. Het bleek dat volgens de patiëntvoorkeur frameprothesen het beste worden ondersteund door implantaten in de molaarregio. Uit dit onderzoek bleek echter dat er significant meer bloeding rondom implantaten in de molaarregio optrad en zou dus vanuit klinisch perspectief plaatsing in de premolaarregio de voorkeur genieten. De kosteneffectiviteit van de behandeling met een implantaat-gesteunde frameprothese hangt af van de keuze van de uitkomstmaat en het gekozen drempelbedrag.

  • Preventieve tandheelkunde 5. Secundaire cariës

    A.C.C. Hollanders, N.K. Kuper, N.J.M. Opdam, M.C.D.N.J.M. Huysmans

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Secundaire cariës wordt gerapporteerd als een van de belangrijkste redenen om restauraties te vervangen. Bij het ontstaan van secundaire cariës speelt het algehele cariësrisico van de patiënt een grote rol. De samenhang op patiëntniveau tussen verschillende factoren, het cariësrisico en restauratiefactoren, zoals de aanwezigheid van een randspleet en het soort restauratiemateriaal, verdient nog nader onderzoek. De benodigde drempelwaarde van de randspleet voor het ontstaan van secundaire cariës ligt waarschijnlijk onder de 100 μm en zou ook afhankelijk kunnen zijn van het cariësrisico. Bij patiënten met een hoog cariësrisico lijken composietrestauraties vatbaarder voor secundaire cariës dan amalgaamrestauraties. Er is tot nu toe geen eenduidige verklaring voor dit verschil. De preventie van secundaire cariës is vergelijkbaar met die van primaire cariës en dat onderstreept het belang van mondhygiëne, fluoride en voeding.

  • Medicamenten en mondzorg 4. Medicatie bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen

    C. de Baat, G.J. van der Putten, A. Visser, A. Vissink

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Polyfarmacie is het gevolg van multimorbiditeit. Beide kunnen leiden tot kwetsbaarheid, functiebeperking en/of zorgafhankelijkheid bij ouderen. Een medicament ondergaat in het lichaam minimaal 3 belangrijke processen: absorptie, distributie en eliminatie. Bij ouderen kunnen deze processen afwijkend verlopen. Een medicament zet in het lichaam een kettingreactie in gang na interactie met receptoren. De receptoren en elk onderdeel van de kettingreactie kunnen door ziekten en veroudering veranderingen ondergaan. Dit speelt vooral bij medicamenten die werken op het centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem. Daarnaast kunnen interacties optreden tussen verschillende medicamenten onderling en tussen enerzijds medicamenten en anderzijds voedsel- en waterinname, zelfmedicatie met kruiden en ziekten. Voorts ervaren ouderen doorgaans meer bijwerkingen van medicamenten dan jongeren. Dit komt door de gewijzigde lichaamsacties en -reacties, de polyfarmacie en de vele mogelijke interacties. Gebruik en inname van medicamenten leidt bij ouderen vaak tot problemen die te verdelen zijn in medicamentgerelateerde, patiëntgerelateerde, zorg(verlener)gerelateerde en overige problemen.

  • Cariës in Krachtwijken 2. Jongeren

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn tot op heden geen epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen jongeren die in achtergestelde wijken (Krachtwijken) wonen. De doelstelling van het onderzoek was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van de laagopgeleide jeugd uit Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie van laagopgeleide jongeren uit Alphen aan den Rijn, Gouda, ’s-Hertogenbosch en Breda. Aan het onderzoek namen 725 laagopgeleide respondenten deel. De referentiepopulatie had de minste cariëservaring en de jongeren uit Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie de meeste. De laatstgenoemde groep had meer onbehandelde cariës en bij de 20-jarigen waren bovendien relatief veel gebitselementen geëxtraheerd. Ondanks de kleine aantallen waren de verschillen in gemiddelde DMFS-scores statistisch significant bij de 14- en 20-jarigen. In de Nederlandse jeugd lijkt een culturele tweedeling in mondgezondheid te bestaan, onafhankelijk van opleidingsniveau, waarbij jongeren met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het nadeel zijn.

  • Hora est 9. De waarde van tandheelkundig focusonderzoek bij oncologiepatiënten

    J.M. Schuurhuis, F.K.L. Spijkervet, A. Vissink, M.A. Stokman

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Zowel bij patiënten die vanwege een tumor in het hoofd-halsgebied radiotherapie ondergaan als bij patiënten die vanwege hematologische aandoeningen worden behandeld met hoge doses chemotherapie, wordt vooraf een tandheelkundig focusonderzoek verricht. Dit focusonderzoek heeft als doel afwijkingen in de mond op te sporen, de zogenoemde orale foci. Deze foci kunnen tijdens of na de kankerbehandeling leiden tot problemen. Een zorgvuldig, geprotocolleerd tandheelkundig focusonderzoek blijkt zeer zinvol voor patiënten die hoofd-halsradiotherapie moeten ondergaan. Er moet speciale aandacht worden geschonken aan de beoordeling van het parodontium, omdat de kans op het optreden van botgenezingsstoornissen na radiotherapie in het hoofd-halsgebied verhoogd is bij patiënten met parodontitis. Bij patiënten met een hematologische aandoening behoeven asymptomatische, chronische foci niet te worden behandeld voorafgaand aan of tijdens de oncologische behandeling, omdat deze foci in tegenstelling tot wat tot nu toe werd aangenomen geen extra ziektelast met zich meebrengen.

  • Promotie A. Louropoulou

    20 april 2017

    NTvT Onderzoek en wetenschap

  • Op 26 april 2017 promoveert Anna Louropoulou aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift ‘Prevention and treatment of peri-implant diseases - cleaning of titanium dental implant surfaces ’. Promotor is prof. dr. G.A. van der Weijden en copromotoren zijn dr. D.S. Barendreg...

  • Preventieve tandheelkunde 4. Preventie en behandeling van dentine-overgevoeligheid

    F.N. van der Weijden, C. van Loveren, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Veel mensen hebben weleens last van pijn als ze lucht langs hun tandhalzen zuigen of bij het drinken van bijvoorbeeld een koude drank. De belangrijkste preventie is ervoor te zorgen dat het dentine niet bloot komt te liggen. Als het dentine wel blootligt, moeten zowel chemische als mechanische beschadigingen van het tand­oppervlak worden voorkomen. Behandeling kan het beste zo min mogelijk invasief plaatsvinden en bestaat als eerste stap uit het door de patiënt te laten tandenpoetsen en/of op de gevoelige plek te laten masseren met tandpasta’s die speciaal zijn ontwikkeld zijn voor mensen met gevoelige tandhalzen. Als extra ondersteuning kan een spoelmiddel worden gebruikt. Als deze aanpak onvoldoende resultaat oplevert, kunnen professionele middelen worden ingezet. Ook hierbij moeten de minst invasieve opties als eerste worden geprobeerd alvorens over te gaan op invasieve behandelingen.

  • Cariës in Krachtwijken 1. Volwassenen

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn nauwelijks epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen in de volwassen bevolking die in achtergestelde wijken, zogenoemde ‘Krachtwijken’, wonen. De doelstelling van een onderzoek uitgevoerd in 2013 was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van laagopgeleide volwassen in Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie in ’s-Hertogenbosch. In totaal 1.597 laagopgeleide respondenten namen deel aan het onderzoek. De referentiepopulatie had de meeste cariëservaring, doordat zij relatief veel gerestaureerde vlakken (FS) hadden. De relatief lage cariëservaring bij de respondenten in de Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie werd grotendeels veroorzaakt door een lager aantal FS. De verschillen in gemiddelde FS-score waren statistisch significant in alle leeftijdscategorieën, behalve in de jongste. De strategie ‘extension for prevention’ voor de behandeling van cariës in het blijvend gebit vormt mogelijk een verklaring voor het feit dat laagopgeleide volwassenen in ‘s-Hertogenbosch significant meer FS hadden dan zij met een niet-Nederlandse culturele affiliatie.

  • Oculaire bijwerkingen van lokale anesthesie in de tandheelkunde

    S.A. Steenen, L. Dubois, J. de Lange

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Naar schatting heeft 1 op de 1.000 lokale anesthesie-injecties in de onder- of bovenkaak een ongewenst effect op het oog. Zo werd bij een casus waargenomen dat een patiënt last kreeg van dubbelzien en uitval van een oogspier na bimaxillaire anesthesie. Een systematisch literatuuronderzoek naar beschrijvingen van dit type bijwerkingen resulteerde in 144 gedocumenteerde casus, gepubliceerd tussen 1936 en 2016. De meest frequent gerapporteerde symptomen waren: dubbelzien (72%), oogbewegingsstoornissen (26%), een hangend ooglid (22%), een vergrote pupil (18%), verlies van het zicht (13%) en een pijnlijk oog (12%). Dit type complicatie kan het best worden verklaard door pathofysiologische hypothesen betreffende intra-arteriële injectie, intraveneuze injectie, autonome disregulatie of diepe injectie en diffusie. Indien oculaire symptomen optreden na lokale anesthesie, dient de patiënt te worden gerustgesteld. Bij dubbelzien dient het oog met een gaasje te worden afgedekt en de patiënt te worden geïnstrueerd over de veiligheidsrisico’s. Indien de symptomen lang aanhouden of wanneer het zicht achteruitgaat, is het raadzaam naar een oogarts te verwijzen.

  • Preventieve tandheelkunde 3. Prevalentie, etiologie en diagnostiek van dentine-over­gevoelig­heid

    F.N. van der Weijden, C. van Loveren, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Veel mensen hebben weleens last van pijn als ze lucht langs hun tandhalzen zuigen of gevoeligheid en/of een pijnsensatie bij het eten van bijvoorbeeld een ijsje. Bij sommigen neemt dit echter onaangename vormen aan. Er is dan sprake van tandhalsgevoeligheid. In Europa heeft gemiddeld 27% van de mensen hiervan last. Tandhalsgevoeligheid kenmerkt zich door een korte scherpe pijnreactie na een warme of koude prikkel. De externe prikkel veroorzaakt een versnelde of omgekeerde vloeistofstroom in de dentinetubuli die de uitlopers van de zenuwcellen prikkelt hetgeen een pijnsensatie geeft. Voor de externe prikkel is het noodzakelijk dat er tandhalzen blootliggen en de dentinetubuli open zijn. Tandhalsgevoeligheid wordt gediagnosticeerd na uitsluiting van andere tandheelkundige oorzaken.

Selecteer zoekcriteria