Zoek in het NTvT archief

Er zijn 361 zoekresultaten gevonden.

  • Organisatie en financiering van de curatieve zorg

    M. Varkevisser

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • In Nederland wordt bij de organisatie van de op genezing gerichte gezondheidszorg in toenemende mate gebruikgemaakt van marktprikkels. Deze marktwerking is geen doel op zich, maar een middel om te komen tot betere zorg tegen de juiste prijs. Vanwege de bijzondere kenmerken van gezondheidszorg is dat echter niet vanzelfsprekend. Er is daarom nog steeds sprake van stevige overheidsbemoeienis. Dit is ook duidelijk zichtbaar in de financiering van de gezondheidszorg. Bij de curatieve zorg is gekozen voor een voor iedereen verplichte basisverzekering. De medisch noodzakelijke zorg die hiertoe behoort, waaronder een deel van de mondzorg, wordt vrijwel volledig collectief gefinancierd in de vorm van verplichte premies. Iedere stijging van de zorguitgaven zorgt hierdoor voor lastige (politieke) dilemma’s. Het is zowel binnen de gereguleerde marktwerking van de basisverzekering als bij de voor mondzorg belangrijke aanvullende verzekeringen cruciaal dat zorgaanbieders en verzekeraars elkaar bij de contractering steeds beter gaan vinden.

  • Meningen over mondzorg: een online-onderzoek onder NTVT-lezers

    J.H. Vermaire, C.P. Bots, W.B.F. Brouwer

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • Door middel van een korte online-enquête met daarin 12 stellingen over de organisatie, kwaliteit en impact van de mondzorg in Nederland werden lezers van het Nederlands Tijdschrift Voor Tandheelkunde gevraagd naar hun mening over een aantal belangrijke thema’s binnen de Nederlandse mondzorg met betrekking tot gezondheidseconomische kwesties. Een totaal van 237 lezers vulden de online-vragenlijst in (61% man, 39% vrouw). Hiervan werkte 70% als tandarts en was tussen de 31 en 40 jaar werkzaam in de praktijk. Geconstateerd werd dat een verschuiving van curatie naar preventie in de mondzorg nodig werd geacht. Ook waren de respondenten veelal van mening dat de ongelijkheid in mondgezondheid in Nederland toeneemt en dat mensen een bezoek aan de tandarts mijden vanwege de daarmee samenhangende kosten. Concluderend kan worden gesteld dat de meeste mondzorgverleners redelijk positief lijken te zijn over de Nederlandse mondzorg. Aandacht voor preventie, de waardering van mondgezondheid en het tegengaan van ongelijkheid in de mondzorg blijft nodig.

  • Economische evaluaties aan de tand gevoeld: belang en toepassing in de mondzorg

    M.J. Poley, J. H. Vermaire

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • De gezondheidseconomie houdt zich bezig met vraagstukken over de besteding van schaarse middelen in de gezondheidszorg. Een belangrijk aspect hiervan betreft de economische evaluatie waarbij de kosten en effecten van 2 of meer behandelingen worden vergeleken. De rol en het belang van economische evaluaties in de mondzorg neemt toe, maar is nog niet zo evident als bijvoorbeeld in de farmacie. Een economische evaluatie geeft een beeld van de kosten en gezondheidsopbrengsten van een diagnostische of behandelstrategie.Dit resulteert in een kosteneffectiviteitsratio (bijvoorbeeld uitgedrukt in kosten per gewonnen quality-adjusted life year). De resultaten zijn bestemd voor gebruik bij beleidsvorming over bijvoorbeeld het basispakket. Tot op heden is slechts een beperkt aantal economische evaluaties (meestal gericht op cariës) van mondzorg gedaan.In de mondzorg is het van belang aan te kunnen tonen dat de geleverde zorg kosteneff ectief is. Wanneer dit ongewis is, brengt de mondzorg zichzelf mogelijk in een kwetsbare positie bij de verdeling van schaarse middelen.

  • Kosten en financiering van de mondzorg

    P. van der Wouden, J. den Dekker, G.J.M.G. van der Heijden

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • Gebitsafwijkingen staan op de derde plaats wat betreft zorgkosten. Het totaalbedrag van de mondzorgconsumptie geeft geen inzicht in de inhoud van de zorg. Data van zorgverzekeraars geven dat inzicht wel, maar door beperking van de vergoedingen representeren deze zorgverzekeringsdata slechts een deel van alle mondzorgkosten. Getracht werd door middel van een schatting inzicht te verkrijgen in de totale mondzorgkosten, zowel gefinancierd uit de basis- en de aanvullende zorgverzekering als door patiënten zelf. Deze schatting werd gemaakt op het niveau van UPT-clusters en is gebaseerd op gegevens van de zorgverzekeraars en een groot factoringbedrijf over de jaren 2011, 2013 en 2014. Gebaseerd op deze schatting kan worden geconcludeerd dat gemiddeld tussen de 21% en 32% van de mondzorgconsumptie privaat wordt gefinancierd. Een volledig beeld van de kosten van mondzorg is belangrijk bij de bepaling van de bijdrage van de mondzorg aan de volksgezondheid. De inrichting van het huidige financieringssysteem staat transparantie over geconsumeerde mondzorg echter in de weg.

  • Op naar mondgezondheidseconomie: een agenda

    W.B.F. Brouwer, J.H. Vermaire

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • Alle bijdragen in dit themanummer overziend wordt duidelijk dat er weliswaar al veel werk wordt verricht op het grensvlak tussen economie en mondgezondheid (in wetenschap en praktijk), maar dat voor veel actuele vragen in de mondzorg een intensivering van die samenwerking gewenst blijft. We sluiten dan ook af met een niet uitputtende onderzoeksagenda met 5 thema’s.

  • De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking

    P. Wetselaar, J.H. Vermaire, C.M. Visscher, F. Lobbezoo, A.A. Schuller

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.

  • Preventieve tandheelkunde 10. Erosieve gebitsslijtage

    M.C.D.N.J.M. Huysmans

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • Erosieve gebitsslijtage staat de laatste tijd vol in de aandacht en de prevalentie ervan onder jeugdigen lijkt te zijn toegenomen in Nederland. Het multifactoriële karakter van de aandoening maakt het vinden van de oorzakelijke factoren, zowel in populaties als in individuele gevallen tot een lastige taak. Preventieve interventie is op zijn plaats indien (actieve) erosieve gebitsslijtage wordt vastgesteld. Vroegdiagnostiek is hierbij, vooral bij jeugdigen, van belang. Preventieve maatregelen, zoals voedingsadvies en fluoridemaatregelen, worden aanbevolen maar het wetenschappelijke bewijs voor hun effectiviteit is nog steeds beperkt. In gevallen waar refluxziekte de oorzaak is, heeft behandeling met medicijnen een reducerend effect op de progressie van de gebitsslijtage. Het herkennen van een niet-actieve toestand, bijvoorbeeld na succesvolle preventie is lastig, maar zal in de nabije toekomst ondersteund worden door digitale technieken.

  • Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage

    B.A.C. Loomans, P. Wetselaar, N.J.M. Opdam

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • In 2016 vond een Europese consensusbijeenkomst plaats over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. Deze bijeenkomst resulteerde in 2017 in de publicatie van de Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. In de verklaring worden nieuwe definities van fysiologische en pathologische gebitsslijtage beschreven en aanbevelingen gegeven voor diagnostiek, het nemen van preventieve maatregelen en wordt aanbevolen te counselen en te monitoren om de onderliggende etiologische factoren van gebitsslijtage bij een patiënt beter in beeld te krijgen. Het besluit of restauratief moet worden ingegrepen is multifactorieel en is mede afhankelijk van de ernst, de gevolgen van de slijtage en esthetische of functionele hulpvraag van de patiënt. Een restauratieve behandeling moet zo lang mogelijk worden uitgesteld, maar op het moment dat een restauratieve behandeling is geïndiceerd, gaat de voorkeur uit naar minimaal invasieve technieken, waarbij gebruikgemaakt wordt van directe, indirecte of hybride behandelmethoden.

  • Als eerste vrouwelijke lector in de prothetische tandheelkunde aan het Tandheelkundig Instituut in Utrecht moest Jans Gretha Schuiringa (1887-1975) zich een plaats veroveren in een vakgebied dat sterk in ontwikkeling was. Het is onmiskenbaar dat zij een grote bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van het tandheel­kundig onderwijs en meer specifiek aan het vakgebied Tandheelkundige Chirurgische Prothetiek. Zeer toegewijd aan haar patiënten zette zij zich steeds in voor betere behandelingsmogelijkheden. Echter, haar strijdbare karakter leverde van tijd tot tijd veel weerstand op bij zowel haar collega’s, de curatoren van de medische faculteit en de studenten. Nadat in 1947 de tandheelkunde het ius promovendi had verkregen, voelde zij zich, nadat ze werd gepasseerd bij de benoemingen van de hoogleraren, niet erkend. Archiefonderzoek toont dat haar persoonlijkheid hierbij een grote rol heeft gespeeld.

  • Vrouwen en werk, met een speciale blik naar artsen en tandartsen

    A. van Doorne-Huiskes

    3 november 2017

    NTvT Vrouwen in de tandheelkunde Thema

  • De verschillen tussen mannen en vrouwen in deelname aan de arbeidsmarkt en het onderwijs worden kleiner: in 2015 had 71% van alle vrouwen van 20 tot 65 jaar een betaalde baan (tegenover 82% van de mannen) en uit de Emancipatiemonitor 2016 blijkt dat vrouwen vaker deelnemen aan het hoger onderwijs dan mannen. In de geneeskundestudie heeft dit laatste zich vertaald in het feit dat 68% van de instroom in 2015 vrouw was. En als gevolg hiervan is het aandeel vrouwelijke artsen gegroeid. Uit cijfers van 2013 bleek dat van de actieve tandartsen 65% man is en 35% vrouw. Ook hier een duidelijke opmars van vrouwen. De uitingen dat geneeskunde dan wel tandheelkunde feminiseren, zijn onjuist want er zijn nog steeds meer mannelijke artsen. Zo is de man-vrouwverhouding onder medisch specialisten momenteel 60:40. Vastgesteld kan worden dat de medische en tandheelkundige professies een gemêleerd en divers publiek bedienen. Juist om die reden dienen de medische beroepsgroepen plaats te bieden aan mannen én vrouwen, aan mensen (m/v) van Nederlandse en van een migranten herkomst.

Selecteer zoekcriteria