Zoek in het NTvT archief

Er zijn 85 zoekresultaten gevonden.

  • Wensgeneeskunde en wenstandheel­kunde: medisch-ethische aspecten

    D.J. Witter, J.J. Kole, W.G. Brands, N.H.J. Creugers

    7 december 2018

    NTvT december 2018 Visie

  • Met wensgeneeskunde worden medische (be)handelingen zonder direct medische noodzaak aangeduid. Bij dergelijke behandelingen kunnen medisch-ethische principes onder druk komen: de autonomie van de patiënt wanneer wensen voortkomen uit sociale druk, ‘het goeddoen’ als het (achterliggende) doel en de gevolgen onduidelijk zijn, en ‘het niet-schaden’ als dit onmogelijk blijkt. Ook rechtvaardigheid komt in het gedrang wanneer vooral mensen met een betere sociaaleconomische achtergrond gebruik kunnen maken van wensgeneeskunde. Ongeacht of het wensgeneeskunde of reguliere geneeskunde betreft, respect voor de menselijke waardigheid en persoonlijke integriteit van de patiënt blijft leidend. Vanuit deugd- en zorgethiek worden kwaliteiten benadrukt om een goed zorgverlener te zijn, zoals zorgzaamheid, compassie, solidariteit, eerlijkheid en persoonlijke inzet. Er is veel ethisch debat over wensgeneeskunde. Enkele belangrijke aspecten die daarbij naar voren komen, zijn dat risico’s op schade beperkt zouden moeten blijven, de menselijke waardigheid en integriteit zouden moeten worden gerespecteerd, dat mensen echt worden geholpen en dat het rechtvaardigheidsprincipe overeind blijft .

  • Wensgeneeskunde en wens­tandheelkunde: wat wordt ermee bedoeld?

    D.J. Witter, W.G. Brands, J.J. Kole, N.H.J. Creugers

    9 november 2018

    NTvT november 2018 Visie

  • Met wensgeneeskunde worden medische handelingen aangeduid die zonder direct medische noodzaak worden uitgevoerd. Bij wensgeneeskunde overheerst de wens van de patiënt, maar het wordt indirect ook bevorderd door zorgverleners, (farmaceutische) producenten en zorgverzekeraars. Vaak betreft wensgeneeskunde verbetering van het uiterlijk of van prestaties, daarom wordt het ook wel als verbetergeneeskunde aangeduid. Het onderscheid tussen reguliere geneeskunde en wensgeneeskunde is vaag: de grens tussen ziekte en gezondheid, tussen normaal en abnormaal functioneren is niet scherp te trekken en bovendien tijd- en plaatsgebonden. Wensgeneeskunde valt buiten het basispakket van zorgverzekeraars en wordt door de patiënt zelf betaald. Dat ‘zelf betalen’ is echter geen allesbepalend criterium voor wensgeneeskunde. Door biotechnologische ontwikkelingen neemt de omvang van wensgeneeskunde toe. Een aantal tandheelkundige behandelingen zou als wenstandheelkunde kunnen worden aangemerkt, bijvoorbeeld in het kader van cosmetische tandheelkunde, orthodontie of implantologie. Wensgeneeskundige behandelingen genezen weliswaar geen ziekte, maar kunnen wel de gezondheid bevorderen.

  • Het nieuwe klachtrecht in de praktijk

    W.G. Brands, J.M. van der Ven, S.G.R. Banus

    5 oktober 2018

    NTvT oktober 2018 Visie

  • De meeste patiënten die een officiële klacht tegen een tandarts in dienen doen dit via het klachtrecht. Dit klachtrecht is per 1 januari 2017 ingrijpend gewijzigd, met als doel de klachtenregeling meer laagdrempelig te maken en de patiënt een financiële genoegdoening te verschaffen. In deze bijdrage is voor de klachtenservice waarbij de meeste tandartsen zijn aan­gesloten, die van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevor­dering der Tandheelkunde, nagegaan in hoeverre de mogelijkheid tot schade­vergoeding een aanzuigende werking heeft gehad. Daarnaast is bezien of de regeling laagdrempeliger is geworden. Tot slot zou, wanneer het klachtrecht aantrekkelijker wordt, mogen worden verwacht dat er minder klachten bij de tuchtrechter zouden worden ingediend. Daarom is het aantal tuchtklachten over 2016 vergeleken met de cijfers over 2017.

  • Infectiepreventie in de praktijk – het inrichten van de tandartspraktijk

    A.M.G.A. Laheij, J.J. de Soet, C.M.C. Volgenant

    4 mei 2018

    NTvT mei 2018 Visie

  • Toenemende antibioticaresistentie en vergrijzing van de patiënten­populatie die de tandartspraktijk bezoekt, kan leiden tot meer infecties met (resistente) micro-organismen. Het voorkomen van kruisbesmetting door het toepassen van doelmatige maatregelen op het gebied van hygiëne en infectiepreventie zijn daarom belangrijk. De inrichting van een tandartspraktijk kan bij deze preventie een grote rol spelen. Wat zijn belangrijke punten bij de praktijkinrichting? Er wordt onderscheid gemaakt tussen kritische en niet-kritische ruimten. Alleen in de kritische ruimten worden patiënten behandeld en wordt instrumentarium klaargemaakt voor hergebruik. Hier vindt een strikte indeling plaats tussen schoon en gecontamineerd, zowel in plaats als in tijd. Er is alleen meubilair te vinden dat strikt noodzakelijk is voor de patiëntenbehandeling. Materiaal en apparatuur dat binnen de spatzone wordt bewaard, moet zoveel mogelijk worden opgeborgen in lades en achter kastdeuren. Kranen zijn zonder handcontact te bedienen en worden geplaatst binnen de bestaande looproutes.

  • Verbetering van de schisiszorg; uniforme en patiëntgeoriënteerde uitkomstmaten

    M. Haj, H.H.W. de Gier, M. Van Veen-van der Hoek, S.L. Versnel, L.N. Van Adrichem, E.B. Wolvius, J.A. Hazelzet, M.J. Koudstaal

    9 februari 2018

    NTvT februari 2018 Visie

  • De kwaliteit van de schisiszorg loopt wereldwijd sterk uiteen. Behandelprotocollen verschillen en de wijze van dataregistratie is niet uniform. De verbetering van deze zorg door middel van vergelijkend onderzoek is een uitdaging. Met uniforme registratie van patiëntgerichte uitkomsten en vergelijking van deze uitkomsten met andere zorgcentra kan worden geïdentificeerd wat de beste behandeltrajecten zijn. Deze kennis kan worden gebruikt om eigen zorg te verbeteren. Een internationale werkgroep die bestaat uit specialisten en schisispatiënten, heeft een set van uitkomstmaten samengesteld die door de patiënt als belangrijkst worden ervaren. Deze werkgroep werkt onder coördinatie van het International Consortium for Health Outcomes Measurement (ICHOM). De Schisis-uitkomstset kan door alle centra wereldwijd worden gebruikt in de follow-up van schisispatiënten. In het Erasmus MC in Rotterdam is de ‘Zorgmonitor Schisis’ gebouwd, een applicatie waarin deze uitkomstmaten op vaste momenten worden verzameld. De implementatie van deze uitkomstset binnen meerdere schisiscentra en (inter)nationale benchmarking van de uitkomsten zal resulteren in transparantie en verbetering van schisiszorg wereldwijd.

  • De goede werking van richtlijnen is mede afhankelijk van een juiste validatie. Valideren vraagt een gestelde norm. Vanuit het professionele en protoprofessionele paradigma worden andere normen gebruikt voor validatie vanuit verschillende wetenschapsfilosofische uitgangspunten. Ook tussen zorgverleners zelf worden verschillende fundamentele uitgangspunten gehanteerd. Dit leidt tot een onoverbrugbaar methodologisch verschil waardoor validatie nu niet mogelijk of zinvol is. Een belangrijke rol lijkt weggelegd voor de kennisleer uit de humaniora om de richtlijnen te kunnen uitleggen en interpreteren. Daarnaast blijkt het operationaliseren van richtlijnen niet eenvoudig. In het gebruik van richtlijnen blijken onbedoelde effecten zoals het uitsluiten van patiënten van verzekeringen en vergoedingen op te treden. Tevens neemt het aantal richtlijnen zodanig toe dat handhaving en uitvoering in gevaar komt. Aanbevelingen worden gedaan om de betekenis en werking van richtlijnen te bewaken.

  • Richtlijnen staan momenteel in de belangstelling. Belangrijke doelen van richtlijnen zijn het verbeteren van kwaliteit van zorg en het vergroten van de patiëntveiligheid. Vanuit taalkundige, juridische en (proto)professionele paradigma’s wordt verschillend gedacht over de betekenis, reikwijdte en effectiviteit van richtlijnen. De onderliggende proposities zijn sterk verschillend. Door het ontbreken van eenduidigheid is onduidelijk wat richtlijnen moeten gaan toevoegen aan de kwaliteit van zorg. Bij het gebruik van het begrip richtlijn wordt onuitgesproken aangenomen dat de betekenis en werking van een richtlijn onveranderd blijft in een veranderde context. In essentie is dit een kennistheoretisch probleem dat tot op heden niet in het debat is opgenomen. Het gevolg is dat de werking van richtlijnen verandert van een ondersteunend instrument op patiëntniveau tot een afdwingbare norm voor sturing van het collectieve zorgproces. Daarnaast is het de vraag of het middel richtlijn een vanzelfsprekende keuze is om meer kwaliteit en veiligheid in de zorg te verkrijgen. Het wordt aanbevolen om de paradigmatische herkomst van richtlijnen te verankeren in de wet en in de richtlijnen zelf.

  • De 3D-geprinte boormal voor de bilaterale sagittale splijtingsosteotomie

    J.T. Wes, P.N.W.J. Houppermans, J.P. Verweij, G. Mensink, N. Liberton, J.P.R. van Merkesteyn

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Visie

  • De bilaterale sagittale splijtingsosteotomie (BSSO) is een veel gebruikte chirurgische techniek binnen de orthognatische chirurgie. Het specifieke osteotomie-ontwerp kan per kliniek verschillen. Wat echter de beste positie is van de zaagsneden bij een BSSO blijft de vraag en kan wellicht ook per patiënt verschillen. Daarnaast kan standaardisatie, voor bijvoorbeeld onderzoek, gewenst zijn. Wellicht zou preoperatieve planning met een ‘boormal’ om hiermee individueel geplande zaagsneden te kunnen plaatsen tijdens de BSSO een meerwaarde zijn. Voor dit doel werd bij een patiënt een preoperatieve 3D-geprinte biocompatibele boormal vervaardigd. Het verschil tussen de preoperatief bepaalde zaag­snede met behulp van deze boormal en de daadwerkelijk uitgevoerde zaagsnede was nog groot.

  • Autotransplantatie 2.0. Overwegingen, uitkomsten en nieuwste technieken

    J.P. Verweij, D. Anssari Moin, G. Mensink, D. Wismeijer, J.P.R. van Merkesteyn

    8 juli 2016

    NTvT juli en augustus 2016 Visie

  • Autotransplantatie is een waardevolle techniek die een fysiologische vorm van tandvervanging biedt aan patiënten met missende gebitselementen. Gebitselementen met een open apex (50-75% wortelafvorming) zullen na autotransplantatie vitaal ingroeien. Het succespercentage na autotransplantatie is 82. De overige 18% kan doorgaans met een eenvoudige aanvullende behandeling alsnog succesvol worden behandeld. De 10-jaarsoverleving na autotransplantatie is meer dan 90%. Het toepassen van driedimensionale technieken maakt het mogelijk om preoperatief een replica van het donorelement te vervaardigen. Hiermee kan de nieuwe tandkas op de ontvangstlocatie worden geprepareerd nog vóór extractie van het transplantaat. Deze techniek reduceert de extra-alveolaire tijd van het donorelement en minimaliseert de kans op iatrogene schade. Dit resulteert in een gestroomlijnde procedure, waardoor een betere planning met betere resultaten mogelijk is.

  • Bij de vraag of een bepaalde behandeling is geïndiceerd moeten tandartsen zich afvragen in hoeverre de behandeling past binnen een zorgdoel. Is dit niet het geval, dan wordt de indicatie doorgaans afgewezen omdat deze in strijd is met de professionele standaard. Op tandartsen die een dergelijke indicatie toch overwegen, rust de plicht de patiënt niet alleen op algemene risico’s van een bepaalde behandeling te wijzen, maar ook op de extra risico’s in verband met de risicovolle indicatie.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria