Zoek in het NTvT archief

Er zijn 22 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Hora est. Verkorte tandboog en levenskwaliteit

    A.E. Gerritsen

    7 september 2018

    NTvT september 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De vraag van dit promotieonderzoek was of het verkorte-tandboogconcept inmiddels een achterhaalde behandelstrategie is. Om hierop antwoord te vinden, werd een systematisch literatuuronderzoek naar de mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit van mensen met ontbrekende gebitselementen verricht, dossieronderzoek uitgevoerd en een enquête-onderzoek gehouden onder mensen met en zonder een verkorte tandboog om de bestendigheid en het klinisch verloop van verkorte tandbogen en specifiek de invloed van verkorte tandbogen op levenskwaliteit te onderzoeken. Ten slotte werd met semigestructureerde interviews de beleving en gevoelens ten aanzien van afwezige molaren en prothetische vervanging onderzocht. Patiënten met verkorte tandbogen ervaren een vergelijkbare mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit als mensen met complete tandbogen, verkorte tandbogen kunnen 30 jaar en langer goed functioneren. Bij gezamenlijke besluitvorming om het verkorte-tandboogconcept toe te passen, is het van belang dat onderliggende thema’s die een rol kunnen spelen bij het hebben of behandelen van verkorte tandbogen ter sprake komen.

  • Serie: Hora est. Innovaties in de restauratieve tandheelkunde: nodig of overbodig?

    U. Schepke

    6 juli 2018

    NTvT juli en augustus 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Prothetische tandartsen staan voor een dilemma: zij moeten op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen om moderne zorg te kunnen bieden, maar moeten ook kunnen herkennen welke van de vele innovaties overbodig zijn. In dit promotieonderzoek stond de rol van digitale productie en behandelingen binnen de restauratieve tandheelkunde, in het bijzonder de orale implantologie, centraal. Uit de diverse onderzoeken bleek onder andere dat patiënten het nemen van een digitale afdruk prettiger vonden dan een afdruk met afdrukpasta en dat een digitale afdruk bovendien sneller gaat. Moderne restauratiematerialen zijn vaak gemaakt van keramieken, zoals het witte en esthetisch fraaie zirkoniumdioxide (3Y-TZP). Het bleek dat zirkoniumdioxide opbouwen voor implantaatkronen na 1 jaar klinisch gebruik geen tekenen van degradatie vertoonden en min of meer even sterk waren als aan het begin. Gefreesde composietkronen die eraan werden verlijmd hechtten echter niet goed aan dat keramiek.

  • Doel van dit onderzoek was de nauwkeurigheid te bepalen van prechirurgisch onderzoek van de mandibula met conebeamcomputertomografische beelden. Voor chirurgische behandelingen in de mandibula is het van belang de positie van de canalis mandibularis te bepalen zodat schade aan de nervus alveolaris inferior kan worden voorkomen. Deze zenuw kan het beste worden onderzocht met behulp van panoramische, gereconstrueerde beelden in combinatie met dwarsdoorsnedes van reconstructiebeelden. Om de nervus alveolaris inferior tijdens een behandeling te beschermen wordt aan de hand van dit onderzoek een veiligheidszone van minimaal 1,13 mm geadviseerd. Bij het verrichten van afstandsmetingen bleek er vooral een vergroting van de werkelijkheid te zijn die groter was bij kleine afstanden. (Semi)automatische detectie van de canalis mandibularis bleek nog niet te kunnen worden gebruikt in de kliniek. Wanneer op een CBCT-scan een linguale positie van de canalis in combinatie met een versmalling van de canalis ter plaatse van het contactpunt met de wortel van een derde molaar wordt waargenomen, neemt het risico op schade aan de zenuw toe. CBCT-scans dienen alleen in specifieke casus te worden gebruikt.

  • Een Amsterdamse populatie van patiënten met middengezichtsfracturen werd onderzocht. Verkeersongevallen waren de meest voorkomende oorzaak, gevolgd door geweld en vallen. Zygomafracturen kwamen het vaakst voor. De meerderheid van de chirurgisch behandelde patiënten bestond uit mannen in de leeftijd van 20 tot 29 jaar. Naast fractuurverplaatsing lijken leeftijd, comorbiditeit en het al dan niet aanwezig zijn van functionele problemen van invloed te zijn op de indicatie voor chirurgie. Van de van de chirurgisch behandelde patiënten bleek 8,1% ook hersenschade te hebben. Het betrof vaak jonge mannen met aangezichtsletsel door een verkeersongeval. Sinus frontalisfracturen kwamen bij hen het meeste voor, hetgeen het kreukelzone-effect van de middengezichtsbeenderen ter bescherming van de hersenen in twijfel trekt. Complicaties kwamen veel voor bij deze ernstig getraumatiseerde patiënten en zijn onder te verdelen in ‘vroege’ en ‘late’ complicaties met verdere onderverdeling in infectie, bloeding, functionele en cosmetische klachten.

  • Serie: Hora est. Het effect van radiotherapie op de morfologie van de orale mucosa

    P.J. Asikainen, A.M. Kullaa, A. Koistinen, E.A.J.M. Schulten, C.M. ten Bruggenkate

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De behandeling van mondkanker bestaat doorgaans uit chirurgische verwijdering van de tumor, eventueel gevolgd door radiotherapie. Doel van dit promotieonderzoek was de effecten van radiotherapie op de orale weefsels, in het bijzonder de oppervlakkig gelegen epitheelcellen van het mondslijmvlies (orale mucosa) te onderzoeken. Eerder is met elektronenmicroscopisch onderzoek aangetoond dat onbestraalde orale mucosacellen bij sterke vergroting microplicae (ribbels of plooien) bezitten. Deze microplicae vormen samen met diverse speekselcomponenten een beschermende laag, die functioneert als verdediging tegen bijvoorbeeld micro-organismen. Door radiotherapie beschadigen deze microplicae of kunnen zelfs helemaal verdwijnen. Uit het onderzoek bleek dat dit bestralingseffect zowel bij dieren als bij mensen optrad. Naarmate de radiatiedosis toenam (50 Gy of meer) was de destructie van de microplicae ernstiger. Bij een dosis van 60 Gy of meer bleken ze zelfs helemaal te verdwijnen. Dit proces zou mogelijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van osteoradionecrose van de kaak en bij het verlies van tandwortelimplantaten na radiotherapie.

  • De bilaterale sagittale splijtingsosteotomie (BSSO) is een operatietechniek die wordt gebruikt om hypoplasie, hyperplasie of scheefgroei van de onderkaak te corrigeren. Het risico op complicaties bij de BSSO met splijttang en splijthevels, de zogenoemde splijttang-splijtheveltechniek, en de voorspelbaarheid van deze techniek werden geanalyseerd. De gemiddelde prevalentie van complicaties bij klassieke BSSO-technieken werd door middel van een literatuuronderzoek vastgesteld. Met klassieke technieken kwam een bad split voor in 2,3% van de geopereerde zijden, verwijdering van het osteosynthesemateriaal vanwege klachten bij 11,2% van de patiënten en permanente gevoelsstoornissen van het verzorgingsgebied van de nervus mentalis bij 33,9% van de patiënten. Bij BSSO met splijttang en splijthevels kwam een bad split voor in 2,0% van de geopereerde zijden, noodzakelijke verwijdering van osteosynthesemateriaal bij 5,6% van de patiënten en permanente gevoelsstoornissen van de onderlip bij 9,9% van de patiënten. Verwijdering van derde molaren tijdens BSSO geeft mogelijk een kleine verhoging van het risico op een bad split, maar heeft geen invloed op andere complicaties. Geconcludeerd kan worden dat een BSSO uitgevoerd met de splijttang-splijtheveltechniek een betrouwbare techniek is, met een opvallend lage prevalentie van permanente gevoelsstoornissen van de onderlip.

  • Serie: Hora est. Preventie en behandeling van parodontale aandoeningen en slechte adem

    E. van der Sluijs, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    5 januari 2018

    NTvT januari 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De mond voorspoelen met water of poetsen met een droge tandenborstel, draagt niet bij aan een verbeterde tandplaque verwijdering bij het tandenpoetsen. Ook poetsen volgens een specifieke poetsvolgorde draagt daaraan niet bij. Spoelen met water of water drinken heeft een direct effect op de slechte ochtendadem. De combinatie van tandenpoetsen, tong reinigen en een mondspoelmiddel laat na 24 uur een effect zien op de slechte ochtendadem ten opzichte van alleen poetsen met tandpasta. Het gebruik van een mondspoelmiddel met de specifieke ingrediënten chloorhexidine en essentiële oliën, heeft een positief effect op de reductie van gingivitis. Het gebruik van vergelijkbare mondspoelmiddelen als koelvloeistof in ultrasone apparatuur heeft geen toegevoegd effect op het behandelresultaat bij parodontitispatiënten. Water is een effectieve koelvloeistof.

  • Serie: Hora est. Tandvleesschade door mondhygiënemiddelen en mondpiercings

    N.L. Hennequin-Hoenderdos, D.E. Slot, G.A. van der Weijden

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Het behoud van gezonde gebitselementen en zachte orale weefsels is belangrijk. Klinisch onderzoek heeft aangetoond dat handtandenborstels met afgeronde borstelharen aanzienlijk minder gingiva-abrasiën veroorzaken dan die zonder afronding. Tapered (taps toelopende) borstelharen zijn een alternatief voor afgeronde borstelharen, maar er is geen sterk bewijs voor de effectiviteit. Voor de interdentale ruimtes, daar waar de tandenborstel niet komt, worden speciale mondhygiënehulpmiddelen geadviseerd. Uit klinisch onderzoek onder gingivitispatiënten bleek dat zowel interdentale ragers als plastic-rubberreinigers gingivitis verminderden na 4 weken gebruik. Plastic-rubberreinigers zorgden voor een significante verbetering van de interdentale bloedingsneiging vergeleken met ragers en ze veroorzaakten minder gingiva-abrasiën. Andere factoren die harde en zachte weefsels kunnen traumatiseren zijn mondpiercings. Mondpiercings dragen is zeker niet zonder risico. Tong- en lippiercings zijn geassocieerd met het ontstaan van gingivarecessies en tongpiercings met fracturen van gebitselementen. Om de risico’s op complicaties te voorkomen, moeten patiënten ontmoedigd worden om mond­piercings te dragen.

  • Kwetsbare ouderen gaan vaak niet meer naar een tandarts, terwijl hun mondverzorging en mondgezondheid achteruit gaan. Op basis van open interviews en vragenlijsten werd onderzocht waarom kwetsbare ouderen hun mondzorggedrag veranderen en met welke (kwetsbaarheids)factoren dit samenhangt. Deze factoren bleken vooral gerelateerd te zijn aan motivatie: zodra vermeende inspanningen niet langer opwogen tegen vermeende voordelen van tandartsbezoek en mondverzorging, gaven kwetsbare ouderen hun mondzorgroutines op en maakte het hen niet langer uit of ze gebits­elementen verloren. Voor het meten van de mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit van kwetsbare ouderen schieten standaard vragenlijsten zoals de gevalideerde Geriatric Oral Health Assesment Index-NL tekort omdat deze geen persoonlijke context opleveren die nodig is om de scores te kunnen interpreteren. (Mond)zorgverleners zouden vanaf de levensfase voorafgaande aan de kwetsbaarheid moeten monitoren op specifieke factoren, waaronder chronische pijn of afnemende mobiliteit, motorische vaardigheden, cognitie, levenslust, energie en sociale steun, die de mondgezondheid en het mondzorggedrag van hun oudere patiënten negatief kunnen beïnvloeden.

  • De relatie tussen parodontitis, diabetes mellitus en hart- en vaatziekten is complex en kan voorgesteld worden als een Bermudadriehoek. Zo is een relatie tussen parodontitis en een verminderde conditie van het vaatstelsel en een verhoogde totale ontstekingsgraad in het lichaam aangetoond. Ook hebben patiënten met ernstige parodontitis hogere bloedwaarden van geglycosyleerd hemoglobine. Dat betekent dat ernstige parodontitis een vroege aanwijzing kan zijn van diabetes mellitus. Een parodontale behandeling zorgt in het algemeen voor een verbeterde bloedsuikerregulatie bij diabetespatiënten, een betere conditie van het vaatstelsel en een verlaging van de totale ontstekingsgraad. Factoren als erfelijkheid, levensstijl en de aanwezigheid van andere chronische ziektebeelden dragen echter bij aan de complexiteit van de relatie. Voor de behandeling van ernstige parodontitis wordt daarom interdisciplinaire samenwerking tussen tandartsen, huisartsen en internisten aangeraden.

Vorige 1 2 3 Volgende

Selecteer zoekcriteria