Zoek in het NTvT archief

Er zijn 10 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg.Systematisch literatuuronderzoek naar effect van medicatie op de speekselklieren

    A. Wolff, R.K. Joshi, J. Ekström, D. Aframian, A.M.L. Pedersen, G. Proctor, N. Narayana, A.  Villa, Y.W. Sia, A. Aliko, R. McGowan, R. Kerr, S.B. Jensen, A. Vissink, C. Dawes

    9 november 2018

    NTvT november 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Evidencebased overzichten van medicamenten die medicatie-geïnduceerde disfunctie van de speekselklieren, zoals hyposialie of het gevoel van een droge mond (xerostomie) veroorzaken, ontbreken. Voor het samenstellen van een lijst met medicamenten die de speekselklierfunctie beïnvloeden werd in elektronische databases gezocht naar relevante literatuur (tot juli 2013). Van de 3.867 gevonden artikelen voldeden 269 artikelen aan de inclusiecriteria (relevantie, kwaliteit van de onderzoeksmethoden, bewijskracht). In totaal 56 actieve stoffen met een grotere bewijskracht en 50 actieve stoffen met een matige bewijskracht voor het veroorzaken van een speekselklierdisfunctie werden in deze artikelen beschreven. Hoewel xerostomie algemeen als resultaat werd vermeld, was zelden het objectieve effect op de speekselsecretie gemeten. Xerostomie was bovendien vooral gerapporteerd als negatieve bijwerking in plaats van als het beoogde resultaat van medicatiegebruik. Van de medicatie met een gedocumenteerd effect op de speekselklierfunctie of -symptomen werd een uitgebreid overzicht samengesteld dat voor mondzorgverleners behulpzaam kan zijn bij het evalueren van patiënten met monddroogheidsklachten.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Is er nog indicatie voor bacteriologisch onderzoek bij parodontitis?

    A.J. van Winkelhoff, F. Abbas

    5 oktober 2018

    NTvT oktober 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Klinische microbiologie neemt inmiddels een belangrijke plaats in binnen de parodontologie en de orale implantologie als aanvullend diagnosticum en voor behandelplanning, vooral bij het rationeel gebruik van antibiotica. Deze zienswijze sluit aan bij de nadrukkelijke oproep van de World Health Organization en de Europese Unie om prudent om te gaan met antibiotica vanwege een wereldwijde toename in antibioticumresistentie. Daarnaast kunnen antibiotica bijwerkingen geven zoals verstoring van de darmflora en het orale milieu met soms ernstige pathologie tot gevolg. Hyposalivatie na antibioticumgebruik kan leiden tot een mondmilieu waarin cariës zich sneller kan ontwikkelen.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Proliferatie van de gingiva

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink

    6 juli 2018

    NTvT juli en augustus 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva zijn te verdelen in ontsteking, intrinsieke verkleuring, irritatie, trauma, cytotoxiciteit, lichenoïde reactie en proliferatie. Het laatstgenoemde type bijwerking komt in dit artikel aan de orde, de andere 6 zijn in een vorig artikel behandeld. Proliferatie van de gingiva als bijwerking van medicamenten is gerapporteerd voor anti-epileptica, calcineurineremmers, calciumantagonisten en isotretinoïne. Voor de in Nederland geregistreerde anti-epileptica geldt dit voornamelijk voor fenytoïne, maar ook voor carbamazepine, ethosuximide, fenobarbital, gabapentine, levetiracetam, primidon en valproïnezuur. Alle in Nederland geregistreerde calcineurineremmers kunnen de bijwerking hebben. Dit geldt ook voor bijna alle calciumantagonisten, maar in het bijzonder voor de dihydropyridinen. Vermoedelijk kan de bijwerking op een aantal manieren worden tegengegaan. Primair staat een goede mondverzorging. Verder zijn proteïnen en cellen ontdekt die een belangrijke rol spelen en er zijn middelen die de potentie hebben om deze proteïnen en cellen uit te schakelen.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink

    8 juni 2018

    NTvT juni 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Medicamenten en zelfzorgmiddelen kunnen bijwerkingen hebben op de gingiva. Deze bijwerkingen zijn te verdelen in ontsteking, intrinsieke verkleuring, irritatie, trauma, cytotoxiciteit, lichenoïde reactie en proliferatie. De eerste 6 typen bijwerkingen komen in dit artikel aan de orde, het laatste type in een volgend artikel. Sinds de introductie van anticonceptiva zijn er aanwijzingen dat ze gingivitis veroorzaken of bevorderen, maar bij de huidige anticonceptiva wordt deze bijwerking zelden gezien. Intrinsieke verkleuring van de gingiva is gemeld bij gebruik van Staloral®, minocycline, anticonceptiva en hydroxychloroquine. Irritatie en trauma van de gingiva komen voor bij gebruik van zelfzorgmiddelen die carbamideperoxide of waterstofperoxide bevatten voor het bleken van gebitselementen, zelfzorgmiddelen die analgetische potentie hebben als acetylsalicylzuur en waterstofperoxide en alcoholbevattende mondspoelmiddelen. Diverse cytostatica kunnen apoptose van keratinocyten in de gingiva induceren. Mondspoelmiddelen met antibacteriële ingrediënten hebben cytotoxische potentie. Van een groot aantal (groepen) medicamenten is ooit een lichenoïde reactie van de gingiva gemeld.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 6. Orale bijwerkingen van door ouderen veelgebruikte medicamenten

    M.H. Bakker, A. Vissink, C. de Baat, A. Visser

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De komende decennia is in de westerse wereld sprake van een dubbele vergrijzing. Dit houdt in dat zowel het aantal ouderen als de gemiddelde leeftijd toeneemt. De toegenomen levensverwachting betekent tevens steeds meer ouderen die lijden aan een of meerdere systemische ziekten waarvoor medicamenten worden gebruikt. Op dit moment gebruikt 45% van de 65-plussers 5 of meer medicamenten en 20% van de 75-plussers zelfs 10 of meer medicamenten. Hoe meer medicamenten worden gebruikt, des te groter is de kans op bijwerkingen en dus ook orale bijwerkingen, zoals het gevoel van een droge mond of het ontwikkelen van candidose, angio-oedeem, hyperplasie van de gingiva, lichenoïde reactie van het orale slijmvlies, smaakstoornissen, halitose en osteonecrose. Gezien het brede scala aan orale bijwerkingen, is het voor tandartsen van belang om een goed inzicht te hebben in de medicamenten die ouderen gebruiken en kennis te hebben van de daarbij behorende (orale) bijwerkingen.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 5. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorg­middelen op gebitselementen

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, C. van Loveren, A. Vissink

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Intrinsieke verkleuring komt voor als bijwerking van fluoride en tetracyclinen. Extrinsieke verkleuring kan ontstaan door aanslag op het oppervlak of door verkleuring van de pellikel en/of de biofilm op het oppervlak onder invloed van chloorhexidine, ferropreparaten, etherische oliën, sommige antibiotica en tinfluoride. Een inhiberend effect op orthodontische verplaatsing is gemeld bij het gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Als medicamenten of zelfzorgmiddelen hyposialie induceren of veel sacharose bevatten, kan cariës ontstaan. Erosie kan ontstaan als medicamenten of zelfzorgmiddelen een hoge zuurgraad hebben. Attritie is een bekende bijwerking van serotonineheropnameremmers, antiparkinsonmiddelen en antipsychotica. Congenitale dysplasie ziet men na behandeling met cytostatica op kinderleeftijd. Externe dentineresorptie in het cervicale gebied is een bijwerking van intern bleken. Prenatale expositie aan anti-epileptica en behandeling van kinderen met cytostatica kunnen leiden tot agenesieën. Antiseptica die worden toegepast bij extern bleken en tandpasta’s die als bijkomend doel hebben extrinsieke verkleuring en vorming van tandsteen te voorkomen, kunnen hypersensitiviteit veroorzaken.

  • Medicamenten en mondzorg 4. Medicatie bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen

    C. de Baat, G.J. van der Putten, A. Visser, A. Vissink

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Polyfarmacie is het gevolg van multimorbiditeit. Beide kunnen leiden tot kwetsbaarheid, functiebeperking en/of zorgafhankelijkheid bij ouderen. Een medicament ondergaat in het lichaam minimaal 3 belangrijke processen: absorptie, distributie en eliminatie. Bij ouderen kunnen deze processen afwijkend verlopen. Een medicament zet in het lichaam een kettingreactie in gang na interactie met receptoren. De receptoren en elk onderdeel van de kettingreactie kunnen door ziekten en veroudering veranderingen ondergaan. Dit speelt vooral bij medicamenten die werken op het centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem. Daarnaast kunnen interacties optreden tussen verschillende medicamenten onderling en tussen enerzijds medicamenten en anderzijds voedsel- en waterinname, zelfmedicatie met kruiden en ziekten. Voorts ervaren ouderen doorgaans meer bijwerkingen van medicamenten dan jongeren. Dit komt door de gewijzigde lichaamsacties en -reacties, de polyfarmacie en de vele mogelijke interacties. Gebruik en inname van medicamenten leidt bij ouderen vaak tot problemen die te verdelen zijn in medicamentgerelateerde, patiëntgerelateerde, zorg(verlener)gerelateerde en overige problemen.

  • Medicamenten en mondzorg 3. Vergoeding en bevoegdheid tot voorschrijven

    A. Vissink, C. de Baat, F.K.L. Spijkervet, W.G. Brands

    9 december 2016

    NTvT december 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Geadviseerd door het Zorginstituut Nederland en de Wetenschappelijke Adviesraad van dit instituut beslist de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of een medicament wel of niet wordt opgenomen in het basispakket van de verplichte zorgverzekering. Bij deze beoordeling ligt de nadruk op de therapeutische waarde ten opzicht van de in Nederland geldende standaardbehandeling, de budgetimpact en de kosteneffectiviteit. Bij aandoeningen die niet of onvoldoende reageren op een standaardbehandeling loopt men echter tegen de grenzen van dit systeem aan en wordt een noodzakelijke behandeling in voorkomende gevallen niet vergoed. Met betrekking tot het voorschrijven van medicatie hebben tandartsen receptuurbevoegdheid zolang zij in het BIG-register staan ingeschreven; daarentegen hebben mondhygiënisten geen receptuurbevoegdheid en moeten zich beperken tot het hooguit adviseren van vrij verkrijgbare medicamenten. Bij het voorschrijven moeten tandartsen zich uiteraard beperken tot die medicamenten waarvan zij de werking overzien en waarmee zij voldoende ervaring hebben opgebouwd. Mocht een tandarts vinden dat het medicament dat hij wil voorschrijven zijn kennis te boven gaat, dan kan het beste met een mond-, kaak- en aangezichtschirurg, huisarts of medisch specialist worden overlegd of dit medicament kan worden voorgeschreven en zo ja, door wie.

  • Medicamenten en mondzorg 1. Wat mondzorgverleners moeten weten over medicatie

    A. Vissink, C. de Baat

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Veel patiënten die tandartsen, mondhygiënisten of andere mondzorgverleners bezoeken, gebruiken medicamenten. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking zal dit aantal verder toenemen, inclusief het aantal patiënten dat meerdere medicamenten gebruikt. Naast medicamenten gebruiken veel patiënten, maar ook gezonde personen, zelfzorgmiddelen. Zowel de gebruikte medicamenten als zelfzorgmiddelen kunnen consequenties hebben voor een tandheelkundige behandeling en/of kunnen een verklaring zijn voor veranderingen die tandartsen, mondhygiënisten en overige mondzorgverleners in en rond de mond waarnemen. Met een serie artikelen over medicatie en mondzorg wordt aandacht geschonken aan deze problematiek, een problematiek waarvan het belang met de tijd alleen maar zal toenemen. Daarnaast zullen in deze artikelen suggesties worden gedaan voor medicamenten voor aandoeningen in het hoofd-halsgebied, waarbij de keuze voor een bepaald medicament niet als dogmatisch moet worden gezien.

  • Medicamenten en mondzorg 2. Een geoptimaliseerd antibioticabeleid in het belang van de patiënt

    T.J.H. Siebers, A.J. van Winkelhoff

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Onderzoek en wetenschap

  • De behandeling van infectieziekten is complex en het slagen ervan is van diverse factoren afhankelijk. Het juist voorschrijven en correct doseren van antibiotica is hierbij een belangrijk onderdeel. Als hierin tekort wordt geschoten dan kan dit niet alleen leiden tot therapiefalen, maar ook bijdragen aan resistentie-ontwikkeling. Voor het correct doseren van antibiotica is inzicht in farmacodynamische en farmacokinetische principes van belang. Daarnaast is het essentieel om onderscheid te maken tussen verschillende typen infecties en hierop het individuele antibioticabeleid af te stemmen. Om het antibioticabeleid verder te kunnen optimaliseren is samenwerking tussen tandartsen en artsen van groot belang.

Selecteer zoekcriteria