Zoek in het NTvT archief

Er zijn 5 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 5. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorg­middelen op gebitselementen

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, C. van Loveren, A. Vissink

    6 oktober 2017

    NTvT oktober 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Intrinsieke verkleuring komt voor als bijwerking van fluoride en tetracyclinen. Extrinsieke verkleuring kan ontstaan door aanslag op het oppervlak of door verkleuring van de pellikel en/of de biofilm op het oppervlak onder invloed van chloorhexidine, ferropreparaten, etherische oliën, sommige antibiotica en tinfluoride. Een inhiberend effect op orthodontische verplaatsing is gemeld bij het gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers. Als medicamenten of zelfzorgmiddelen hyposialie induceren of veel sacharose bevatten, kan cariës ontstaan. Erosie kan ontstaan als medicamenten of zelfzorgmiddelen een hoge zuurgraad hebben. Attritie is een bekende bijwerking van serotonineheropnameremmers, antiparkinsonmiddelen en antipsychotica. Congenitale dysplasie ziet men na behandeling met cytostatica op kinderleeftijd. Externe dentineresorptie in het cervicale gebied is een bijwerking van intern bleken. Prenatale expositie aan anti-epileptica en behandeling van kinderen met cytostatica kunnen leiden tot agenesieën. Antiseptica die worden toegepast bij extern bleken en tandpasta’s die als bijkomend doel hebben extrinsieke verkleuring en vorming van tandsteen te voorkomen, kunnen hypersensitiviteit veroorzaken.

  • Medicamenten en mondzorg 4. Medicatie bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen

    C. de Baat, G.J. van der Putten, A. Visser, A. Vissink

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Polyfarmacie is het gevolg van multimorbiditeit. Beide kunnen leiden tot kwetsbaarheid, functiebeperking en/of zorgafhankelijkheid bij ouderen. Een medicament ondergaat in het lichaam minimaal 3 belangrijke processen: absorptie, distributie en eliminatie. Bij ouderen kunnen deze processen afwijkend verlopen. Een medicament zet in het lichaam een kettingreactie in gang na interactie met receptoren. De receptoren en elk onderdeel van de kettingreactie kunnen door ziekten en veroudering veranderingen ondergaan. Dit speelt vooral bij medicamenten die werken op het centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem. Daarnaast kunnen interacties optreden tussen verschillende medicamenten onderling en tussen enerzijds medicamenten en anderzijds voedsel- en waterinname, zelfmedicatie met kruiden en ziekten. Voorts ervaren ouderen doorgaans meer bijwerkingen van medicamenten dan jongeren. Dit komt door de gewijzigde lichaamsacties en -reacties, de polyfarmacie en de vele mogelijke interacties. Gebruik en inname van medicamenten leidt bij ouderen vaak tot problemen die te verdelen zijn in medicamentgerelateerde, patiëntgerelateerde, zorg(verlener)gerelateerde en overige problemen.

  • Medicamenten en mondzorg 3. Vergoeding en bevoegdheid tot voorschrijven

    A. Vissink, C. de Baat, F.K.L. Spijkervet, W.G. Brands

    9 december 2016

    NTvT december 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Geadviseerd door het Zorginstituut Nederland en de Wetenschappelijke Adviesraad van dit instituut beslist de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of een medicament wel of niet wordt opgenomen in het basispakket van de verplichte zorgverzekering. Bij deze beoordeling ligt de nadruk op de therapeutische waarde ten opzicht van de in Nederland geldende standaardbehandeling, de budgetimpact en de kosteneffectiviteit. Bij aandoeningen die niet of onvoldoende reageren op een standaardbehandeling loopt men echter tegen de grenzen van dit systeem aan en wordt een noodzakelijke behandeling in voorkomende gevallen niet vergoed. Met betrekking tot het voorschrijven van medicatie hebben tandartsen receptuurbevoegdheid zolang zij in het BIG-register staan ingeschreven; daarentegen hebben mondhygiënisten geen receptuurbevoegdheid en moeten zich beperken tot het hooguit adviseren van vrij verkrijgbare medicamenten. Bij het voorschrijven moeten tandartsen zich uiteraard beperken tot die medicamenten waarvan zij de werking overzien en waarmee zij voldoende ervaring hebben opgebouwd. Mocht een tandarts vinden dat het medicament dat hij wil voorschrijven zijn kennis te boven gaat, dan kan het beste met een mond-, kaak- en aangezichtschirurg, huisarts of medisch specialist worden overlegd of dit medicament kan worden voorgeschreven en zo ja, door wie.

  • Medicamenten en mondzorg 1. Wat mondzorgverleners moeten weten over medicatie

    A. Vissink, C. de Baat

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Veel patiënten die tandartsen, mondhygiënisten of andere mondzorgverleners bezoeken, gebruiken medicamenten. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking zal dit aantal verder toenemen, inclusief het aantal patiënten dat meerdere medicamenten gebruikt. Naast medicamenten gebruiken veel patiënten, maar ook gezonde personen, zelfzorgmiddelen. Zowel de gebruikte medicamenten als zelfzorgmiddelen kunnen consequenties hebben voor een tandheelkundige behandeling en/of kunnen een verklaring zijn voor veranderingen die tandartsen, mondhygiënisten en overige mondzorgverleners in en rond de mond waarnemen. Met een serie artikelen over medicatie en mondzorg wordt aandacht geschonken aan deze problematiek, een problematiek waarvan het belang met de tijd alleen maar zal toenemen. Daarnaast zullen in deze artikelen suggesties worden gedaan voor medicamenten voor aandoeningen in het hoofd-halsgebied, waarbij de keuze voor een bepaald medicament niet als dogmatisch moet worden gezien.

  • Medicamenten en mondzorg 2. Een geoptimaliseerd antibioticabeleid in het belang van de patiënt

    T.J.H. Siebers, A.J. van Winkelhoff

    9 september 2016

    NTvT september 2016 Onderzoek en wetenschap

  • De behandeling van infectieziekten is complex en het slagen ervan is van diverse factoren afhankelijk. Het juist voorschrijven en correct doseren van antibiotica is hierbij een belangrijk onderdeel. Als hierin tekort wordt geschoten dan kan dit niet alleen leiden tot therapiefalen, maar ook bijdragen aan resistentie-ontwikkeling. Voor het correct doseren van antibiotica is inzicht in farmacodynamische en farmacokinetische principes van belang. Daarnaast is het essentieel om onderscheid te maken tussen verschillende typen infecties en hierop het individuele antibioticabeleid af te stemmen. Om het antibioticabeleid verder te kunnen optimaliseren is samenwerking tussen tandartsen en artsen van groot belang.

Selecteer zoekcriteria