Zoek in het NTvT archief

Er zijn 10 zoekresultaten gevonden.

  • Proefschriften 25 jaar na dato 48. Effect van speeksel op de kolonisatie van mondbacteriën

    A.J.M. Ligtenberg

    7 juli 2017

    NTvT juli en augustus 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In het onderzoek, dat aan de basis lag van het proefschrift ‘Het effect van speeksel op de kolonisatie van mondbacteriën’ uit 1992, werd aggregatie of klontering van mondbacteriën door speeksel onderzocht. Dit voorkomt kolonisatie van bacteriën in de mond. Er bestaan grote individuele verschillen in aggregatie-activiteit van speeksel, die mede worden bepaald door de bloedgroep van de donor. Bloedgroepantigenen komen, behalve op rode bloedcellen, ook voor op speekseleiwitten. Dit geldt echter niet voor iedereen: alleen bij zogenoemde secretors komen deze bloedgroepantigenen op speekseleiwitten voor. Non-secretors aggregeerden bacteriën slechter dan secretors. In later onderzoek werden non-secretors geassocieerd met een verhoogd cariësrisico. In vervolgonderzoek werd gevonden dat het complementsysteem, een afweersysteem in bloed, werd geactiveerd door speeksel van secretors, maar niet van non-secretors. Zo blijkt de afweer in de mond te worden beïnvloed door de bloedgroep en secretorstatus, maar op een andere manier dan aanvankelijk werd gedacht.

  • Proefschriften 25 jaar na dato 47. Derde molaren in de onderkaak

    J.K.M. Maertens

    9 december 2016

    NTvT december 2016 Onderzoek en wetenschap

  • Geïmpacteerde derde molaren veroorzaken veel problemen in de onderkaak. Zo werd gedacht dat geïmpacteerde derde molaren de oorzaak zijn van recidief na orthodontische behandeling. Om problemen te voorkomen werd het chirurgisch verwijderen van de derde molaarkiem, een germectomie, voorgesteld. Belangrijk was om te voorspellen hoe de derde molaar zich ontwikkelt. In een promotieonderzoek werd dit nader onderzocht. Het causaal verband tussen doorbraak van derde molaren en crowding in het onderfront is nooit aangetoond. Het preventief verwijderen van asymptomatisch volledig geïmpacteerde derde molaren in de onderkaak is daarom niet aan te raden. Het advies luidt om alle asymptomatische deels doorgebroken derde molaren die mesiogeanguleerd, distogeanguleerd of verticaal gepositioneerd zijn te verwijderen op een leeftijd van tussen de 18 en 25 jaar. Het gebrek aan een duidelijke en klinisch toepasbare voorspelling van de problemen rondom de doorbraak van derde molaren beperkt de indicatiestelling van de germectomie van derde molaren. Het promotieonderzoek uit 1990 leverde een formule op om de doorbraak van derde molaren in de onderkaak te voorspellen.

  • Proefschriften 25 jaar na dato 46. Behandeling van mandibulafracturen

    L. Kuiper, F.H.M. Kroon

    3 juni 2016

    NTvT juni 2016 Onderzoek en wetenschap

  • In de jaren 80 van de vorige eeuw werd de behoefte gevoeld om uit te zoeken welke methode voor behandeling van fracturen van de mandibula de voorkeur genoot. De opkomst van osteosynthese­platen tegen het einde van de jaren 60, met de mogelijkheid van direct functieherstel, had een schokeffect gehad. Dit type platen werd overwegend via een extraorale incisie aangebracht. Een tiental jaren later werd een systeem van kleinere platen gepresenteerd, die via een intraorale benadering waren te plaatsen. Een promotie­onderzoek uit 1991 onderzocht de voor- en nadelen van de verschillende behandelingsmogelijkheden voor mandibulafracturen om een uitspraak te kunnen doen over de best toepasbare methode. Het in het proefschrift beschreven belang van zorgvuldige indicatiestelling op basis van type fractuur en de gewenste stevigheid van de osteosynthese is nog steeds bepalend bij de besluitvorming over chirurgische behandelmethode en materiaalkeuze.

  • De aandoeningen temporomandibulaire disfunctie en cranio­manidubulaire disfunctie worden 25 jaar na de publicatie van het proefschrift ‘Prevalence and etiology of craniomandibular dysfunction. An epidemiological study of the Dutch adult population’ nog volop bediscussieerd in de onderzoeksliteratuur. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan occlusie en de relatie met deze aandoening; niet zelden zijn de conclusies tegenstrijdig. Een mogelijke verklaring voor deze controverse ligt, naast de definiëring van temporomandibulaire en craniomanidubulaire disfunctie en de definiëring van occlusie, in de methodologische tekort­komingen van de onderzoeken. Aan de hand van de belangrijkste resultaten uit het proefschrift van 25 jaar geleden en de wetenschappelijke discussie sindsdien zijn 7 uitgangspunten geformuleerd die worden toegelicht met klinisch voorbeelden voor een evidencebased behandeling van patiënten met deze aandoeningen in de algemene tandartspraktijk.

  • In de jaren 80 van de vorige eeuw werden palladium-basislegeringen in Nederland veel toegepast in onderstructuren voor metaal-keramische restauraties. Echter, na introductie op de markt kwamen enkele onverklaarbare problemen aan het licht: porositeit op het grensvlak van porselein en metaal, frequente breuk van soldeerpunten, openstaande marginale randen en vervorming van grotere structuren. Later kon daar palladiumallergie aan worden toegevoegd. Een promotieonderzoek uit 1989 onderzocht deze problemen en onderliggende oorzaken en kwam met antwoorden en oplossingen. De recente problemen als breuk en chippen van de porseleinen restauraties op zirkoniumdioxide basisstructuren laten zien dat de industrie soms niet voldoende bekend is met mogelijke verwerkingsproblemen op het moment dat een nieuw product op de markt wordt geïntroduceerd.

  • Een chirurgisch orthodontische behandeling heeft een directe invloed op skelettale, dentale, functionele en psychologische aspecten. Een diversiteit van chirurgische en anatomische factoren bepaalt het resultaat van deze gecombineerde behandeling. Risicofactoren zijn een retrognathie met een steile mandibulaire lijn, de anatomie van de kaakkopjes en de kaakkom. De gebruikte chirurgische technieken hebben een toegevoegde invloed op de functie van het kaakgewricht. De rol van de positie van de discus blijft nog onduidelijk. Sinds 1989 is er langzaam meer inzicht gekomen in de aspecten die invloed hebben op de functie van het kaakgewricht na orthognatische chirurgie.

  • De orale microbiologie heeft zich in 25 jaar ontwikkeld van het onderzoeken van een beperkt aantal pathogene micro-organismen tot een vakgebied waarin de hele orale microflora wordt bestudeerd. Toentertijd konden beperkte soorten worden bestudeerd, nu zijn de duizenden soorten die zich bevinden in d...

  • Proefschriften 25 jaar na dato 41. Aanpassingsvermogen van ouderen

    C. de Baat, A.E. Gerritsen, G.J. van der Putten, C.D. van der Maarel-Wierink

    4 september 2015

    NTvT september 2015 Onderzoek en wetenschap

  • In 1990 verscheen het proefschrift ‘Een kunstgebit bij ouderen, een kwestie van aanpassen?’. Het onderzoek dat er aan ten grondslag lag, betrof onder andere het vinden van een meetinstrument voor het aanpassingsvermogen van ouderen aan volledige gebitsprothesen. De conclusie was dat een...

  • Proefschriften 25 jaar na dato 40. Behandelingsplanning in de tandartspraktijk

    J. den Dekker

    3 juli 2015

    NTvT juli en augustus 2015 Onderzoek en wetenschap

  • In het proces van behandelingsplanning door tandartsen in de praktijk bleek uit onderzoek bij zowel anamnestische vragen, onderzoeken als behandelingsplannen veel variatie voor te komen. De conceptuele benadering van tandartsen speelde hierbij een rol. Bij beperkte financiële middelen werd een...

  • Proefschriften 25 jaar na dato 39. Orale zelfzorg voor dentate ouderen

    W.J. Klüter, C. de Baat

    5 juni 2015

    NTvT juni 2015 Onderzoek en wetenschap

  • In 1989 verscheen het proefschrift ‘Orale zelfzorg voor dentate ouderen’. Onder andere een informatiebrochure over orale zelfzorg werd getest in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek. De uitkomst van de gehele interventie was positief. Na dit promotie­onderzoek is in Nederland e...

Selecteer zoekcriteria