Zoek in het NTvT archief

Er zijn 137 zoekresultaten gevonden.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Medicamenten en verslavende middelen die potentieel bruxisme induceren of dempen

    C. de Baat, M.C. Verhoeff, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink, F. Lobbezoo

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Bruxisme wordt omschreven als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden of kiezen en/of fixeren van of duwen met de mandibula. Dit artikel geeft een inventarisatie van in Nederland geregistreerde medicamenten en van verslavende middelen waarvan is gemeld dat ze als bijwerking bruxisme kunnen induceren of verergeren en van in Nederland geregistreerde medicamenten waarvan is gemeld dat ze bestaand bruxisme kunnen dempen. Groepen medicamenten waarvan bruxisme als potentiële bijwerking bekend is, zijn amfetaminen, anti-epileptica en selectieve serotonineheropnameremmers. In de wetenschappelijke literatuur aangetroffen afzonderlijke medicamenten die deze potentie hebben zijn aripiprazol, atomoxetine, duloxetine, flecaïnide, ketotifen en methadon. Verslavende middelen met bruxisme als potentiële bijwerking zijn alcohol, heroïne, methamfetamine, methyleendioxymethamfetamine, nicotine en piperazinen. Medicamenten die de potentie hebben bruxisme te dempen, zijn botulinetoxine A, bromocriptine, buspiron, clonazepam, clonidine, gabapentine en levodopa.

  • Promotie T.A. van der Meulen

    Uit het promotieonderzoek van Taco van der Meulen is gebleken dat er een relatie bestaat tussen het oraal microbioom en het darmmicrobioom bij patiënten met het primair syndroom van Sjögren (pSS), en dat mogelijke aanwijzingen zijn dat het darmmicrobioom betrokken is bij het ontstaan van p...

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Mechanismen van interacties van medicamenten

    A. Vissink, C. de Baat, D.J. Brinkman, W. Roggen, B. Stegenga, F.K.L. Spijkervet

    4 januari 2019

    NTvT januari 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Interacties tussen medicamenten of van een medicament met een ander product dat een patiënt gebruikt, kunnen leiden tot het onwerkzaam worden van een medicament of tot versterking van de bijwerkingen. Door een goede anamnese weet een tandarts vaak wel welke medicamenten een patiënt gebruikt en kan daarmee bij het voorschrijven van een medicament rekening worden gehouden. Zelfzorgmiddelen en specifieke voedingsmiddelen worden vaak niet spontaan door een patiënt gemeld, maar kunnen wel interacties aangaan met een medicament dat wordt voorgeschreven. Een tandarts moet op de hoogte zijn van de interacties die een voorgeschreven medicament kan aangaan met de andere medicamenten en producten die een patiënt gebruikt. Tandartsen moeten daarom actief naar deze medicamenten en producten vragen en deze gegevens vastleggen in het patiëntendossier.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg.Systematisch literatuuronderzoek naar effect van medicatie op de speekselklieren

    A. Wolff, R.K. Joshi, J. Ekström, D. Aframian, A.M.L. Pedersen, G. Proctor, N. Narayana, A.  Villa, Y.W. Sia, A. Aliko, R. McGowan, R. Kerr, S.B. Jensen, A. Vissink, C. Dawes

    9 november 2018

    NTvT november 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Evidencebased overzichten van medicamenten die medicatie-geïnduceerde disfunctie van de speekselklieren, zoals hyposialie of het gevoel van een droge mond (xerostomie) veroorzaken, ontbreken. Voor het samenstellen van een lijst met medicamenten die de speekselklierfunctie beïnvloeden werd in elektronische databases gezocht naar relevante literatuur (tot juli 2013). Van de 3.867 gevonden artikelen voldeden 269 artikelen aan de inclusiecriteria (relevantie, kwaliteit van de onderzoeksmethoden, bewijskracht). In totaal 56 actieve stoffen met een grotere bewijskracht en 50 actieve stoffen met een matige bewijskracht voor het veroorzaken van een speekselklierdisfunctie werden in deze artikelen beschreven. Hoewel xerostomie algemeen als resultaat werd vermeld, was zelden het objectieve effect op de speekselsecretie gemeten. Xerostomie was bovendien vooral gerapporteerd als negatieve bijwerking in plaats van als het beoogde resultaat van medicatiegebruik. Van de medicatie met een gedocumenteerd effect op de speekselklierfunctie of -symptomen werd een uitgebreid overzicht samengesteld dat voor mondzorgverleners behulpzaam kan zijn bij het evalueren van patiënten met monddroogheidsklachten.

  • Promotie E.G. Zuiderveld

    Op 12 september 2018 promoveerde Elise G. Zuiderveld aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift ‘Soft tissue grafting and single implant treatment in the aesthetic region’. Promotoren waren prof. dr. G.M. Raghoebar, prof. dr. H.J.A. Meijer en prof. dr. A. Vissink. Zuidervel...

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Proliferatie van de gingiva

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink

    6 juli 2018

    NTvT juli en augustus 2018 Onderzoek en wetenschap

  • De bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva zijn te verdelen in ontsteking, intrinsieke verkleuring, irritatie, trauma, cytotoxiciteit, lichenoïde reactie en proliferatie. Het laatstgenoemde type bijwerking komt in dit artikel aan de orde, de andere 6 zijn in een vorig artikel behandeld. Proliferatie van de gingiva als bijwerking van medicamenten is gerapporteerd voor anti-epileptica, calcineurineremmers, calciumantagonisten en isotretinoïne. Voor de in Nederland geregistreerde anti-epileptica geldt dit voornamelijk voor fenytoïne, maar ook voor carbamazepine, ethosuximide, fenobarbital, gabapentine, levetiracetam, primidon en valproïnezuur. Alle in Nederland geregistreerde calcineurineremmers kunnen de bijwerking hebben. Dit geldt ook voor bijna alle calciumantagonisten, maar in het bijzonder voor de dihydropyridinen. Vermoedelijk kan de bijwerking op een aantal manieren worden tegengegaan. Primair staat een goede mondverzorging. Verder zijn proteïnen en cellen ontdekt die een belangrijke rol spelen en er zijn middelen die de potentie hebben om deze proteïnen en cellen uit te schakelen.

  • Promotie M.A.P. Filius

    Marieke Filius onderzocht onder andere de langetermijnresultaten van behandeling met tandheelkundige implantaten bij patiënten met oligodontie. Hiervoor gebruikte zij gegevens van 126 patiënten die tussen 1991 en 2015 waren behandeld met tandheelkundige implantaten. Filius’ belangrij...

  • Promotie G.C. Boven

    Doel van het promotieonderzoek van Carina Boven was het beoordelen van het functioneren van overkappingsprotheses op 4 implantaten in de bovenkaak. Daarbij vergeleek ze onder andere de verschillende mesostructuren: staaf of locator. De belangrijkste conclusies van Boven waren dat een overkappingspro...

  • Serie: Medicamenten en mondzorg. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva

    C. de Baat, P.G.M.A. Zweers, A. Vissink

    8 juni 2018

    NTvT juni 2018 Onderzoek en wetenschap

  • Medicamenten en zelfzorgmiddelen kunnen bijwerkingen hebben op de gingiva. Deze bijwerkingen zijn te verdelen in ontsteking, intrinsieke verkleuring, irritatie, trauma, cytotoxiciteit, lichenoïde reactie en proliferatie. De eerste 6 typen bijwerkingen komen in dit artikel aan de orde, het laatste type in een volgend artikel. Sinds de introductie van anticonceptiva zijn er aanwijzingen dat ze gingivitis veroorzaken of bevorderen, maar bij de huidige anticonceptiva wordt deze bijwerking zelden gezien. Intrinsieke verkleuring van de gingiva is gemeld bij gebruik van Staloral®, minocycline, anticonceptiva en hydroxychloroquine. Irritatie en trauma van de gingiva komen voor bij gebruik van zelfzorgmiddelen die carbamideperoxide of waterstofperoxide bevatten voor het bleken van gebitselementen, zelfzorgmiddelen die analgetische potentie hebben als acetylsalicylzuur en waterstofperoxide en alcoholbevattende mondspoelmiddelen. Diverse cytostatica kunnen apoptose van keratinocyten in de gingiva induceren. Mondspoelmiddelen met antibacteriële ingrediënten hebben cytotoxische potentie. Van een groot aantal (groepen) medicamenten is ooit een lichenoïde reactie van de gingiva gemeld.

  • Serie: Medicamenten en mondzorg 6. Orale bijwerkingen van door ouderen veelgebruikte medicamenten

    M.H. Bakker, A. Vissink, C. de Baat, A. Visser

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De komende decennia is in de westerse wereld sprake van een dubbele vergrijzing. Dit houdt in dat zowel het aantal ouderen als de gemiddelde leeftijd toeneemt. De toegenomen levensverwachting betekent tevens steeds meer ouderen die lijden aan een of meerdere systemische ziekten waarvoor medicamenten worden gebruikt. Op dit moment gebruikt 45% van de 65-plussers 5 of meer medicamenten en 20% van de 75-plussers zelfs 10 of meer medicamenten. Hoe meer medicamenten worden gebruikt, des te groter is de kans op bijwerkingen en dus ook orale bijwerkingen, zoals het gevoel van een droge mond of het ontwikkelen van candidose, angio-oedeem, hyperplasie van de gingiva, lichenoïde reactie van het orale slijmvlies, smaakstoornissen, halitose en osteonecrose. Gezien het brede scala aan orale bijwerkingen, is het voor tandartsen van belang om een goed inzicht te hebben in de medicamenten die ouderen gebruiken en kennis te hebben van de daarbij behorende (orale) bijwerkingen.

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende

Selecteer zoekcriteria