Zoek in het NTvT archief

Er zijn 25 zoekresultaten gevonden.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017 onder jeugdigen: aanleiding en onderzoeksopzet

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In 2017 heeft TNO in opdracht van Zorginstituut Nederland onderzoek uitgevoerd met als doel het schetsen van een actueel en representatief beeld van de mondgezondheid en het preventief tandheelkundig gedrag van 5-, 11-, 17- en 23-jarigen in Nederland en het vaststellen van eventuele veranderingen daarin sinds eerdere metingen. Omdat aanleiding, achtergrond, onderzoeksopzet, materiaal en methode identiek waren voor de 4 leeftijden en er in de beschouwing van de artikelen deels dezelfde punten aan de orde dienen te komen, worden in dit eerste van de serie van 5 artikelen, deze identieke en generieke zaken beschreven. Aangezien er in Nederland geen systeem bestaat om mondgezondheid structureel te bewaken zijn deze Kies-voor- Tandenonderzoeken van eminent belang om trends in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag bij jeugdigen te kunnen volgen gedurende een langere tijd. Zulke gegevens zijn onontbeerlijk om zinvol beleid omtrent mondgezondheid te kunnen formuleren. Voortgang van monitoringsonderzoek wordt daarom ten zeerste aanbevolen.

  • Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 5-jarigen in Nederland

    A.A. Schuller, J. H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    5 juli 2019

    NTvT juli en augustus 2019 Onderzoek en wetenschap

  • In dit tweede artikel in een reeks van 5 naar aanleiding van het Kies-voor-Tandenonderzoek 2017, worden de resultaten van de 5-jarigen gepresenteerd. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 5-jarigen die woonden in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda of Den Bosch en bestond uit het invullen van een vragenlijst en het ondergaan van een klinisch mondonderzoek. Van de 5-jarigen had 76% een gaaf melkgebit. Dit percentage was toegenomen ten opzichte van eerdere metingen. Bij kinderen met cariëservaring werd geen verandering gezien. Er waren in 2017 nog steeds mondgezondheidsverschillen tussen de sociaaleconomische groepen waarbij de hoge sociaal-economische groep in het voordeel was. Conclusie: de mondgezondheid van de 5-jarigen lijkt de goede kant op te gaan maar er is nog steeds een sociale gradiënt aanwezig en er is nog steeds ruimte voor verbetering. Interventies om het gebit gaaf te houden dienen bij risicogroepen vooral gericht te zijn op het verbeteren van gedrag en zelfzorg om cariës te voorkomen.

  • Interview

    In november 2018 verscheen het rapport van het onderzoek ‘Kies voor Tanden 2017’. In de komende juli/augustuseditie van 5 juli aanstaande verschijnen 2 artikelen over dit onderzoek. We vroegen Annemarie Schuller naar achtergronden en het belang van dit soort onderzoek in Nederland.

  • Sociaal-economische verschillen in mondgezondheidsuitkomsten van volwassenen in Nederland

    J.H. Vermaire, A.A. Schuller

    7 juni 2019

    NTvT Gezondheidseconomie in de mondzorg Thema

  • Het doel van dit onderzoek was de mondgezondheid van volwassenen, uitgedrukt in cariëservaring en parodontale behandelbehoefte te beschrijven. Het onderzoek bestond uit een klinisch mondonderzoek en het invullen van een vragenlijst en werd uitgevoerd onder 25- tot 74-jarigen die woonachtig waren in Den Bosch, gestratificeerd naar leeftijd en opleidingsniveau. De groep met een lage sociaal-economische status (SES) had meer door cariës aangedane gebitselementen, onderging minder uitgebreide tandheelkundige behandelingen en had meer parodontale behandelbehoefte dan de hoge SES-groep. Hiermee kan worden geconcludeerd dat ook in 2013 SES negatief was gecorreleerd aan diverse mondgezondheidsvariabelen. Men dient in overweging te nemen of dit geschetste beeld aan de verwachtingen voldoet die de Nederlandse samenleving voor ogen heeft.

  • De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking

    P. Wetselaar, J.H. Vermaire, C.M. Visscher, F. Lobbezoo, A.A. Schuller

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.

  • Tandartsbezoek van 65-plussers; onderzoek uit een algemene praktijk in Drenthe

    O.E.J. Ebbens, M.J. Lawant, A.A. Schuller

    2 maart 2018

    NTvT maart 2018 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek zijn factoren bestudeerd die mogelijk van invloed zijn op tandartsbezoek van zelfstandig wonende 65-plussers. Uit de resultaten van een vragenlijstonderzoek (n = 164, respons 53%) bleek dat 89% regelmatig voor controle bij een tandarts kwam. Factoren van invloed op tandartsbezoek waren: het al dan niet hebben van moeilijkheden bij het plannen, motivatie en het daadwerkelijk maken van een afspraak, de gebitsstatus, het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering en het al dan niet reageren op een oproep(kaart). Mobiliteit speelde bij de niet-regelmatige tandartsbezoekers geen grotere rol dan bij de wel-regelmatige bezoekers. Het anticiperen op het eventueel wegblijven van de zelfstandig wonende oudere patiënt door een actief oproepbeleid na te streven lijkt meer aan de orde dan het organiseren van vervoer.

  • DSQ-13-jeugd: meetinstrument voor patiënt­tevredenheid van adolescenten, jongvolwassenen en ouders over tandartsbezoek

    C.M.H.H. van Houtem, A.A. Schuller, J.H. Vermaire, C.P.F. van Kempen, G.H.W. Verrips

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De Dental Satisfaction Questionnaire (DSQ) is een vragenlijst bestaande uit 31 items die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meet. Door middel van factoranalyse (principale componentenanalyse) werd het aantal items van de DSQ gereduceerd tot 13 items, die samen de DSQ-13-jeugd vormen. Het eerste doel was om de psychometrische eigenschappen van de DSQ-13-jeugd te onderzoeken; het tweede om de tevredenheidsscores op de verschillende domeinen tussen en binnen enkele groepen (23-jarigen, 17-jarigen en ouders van 5-jarigen) te vergelijken. De DSQ-13-jeugd heeft 4 domeinen die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meten. De interne consistentie van deze domeinen was hoog, de correlatie tussen de domeinen laag tot middelmatig en de overeenstemming tussen de gevonden factorstructuur bij de diverse populaties hoog. De verschillen in tevredenheid tussen en binnen de subgroepen bleken gering. De DSQ-13-jeugd is een betrouwbaar instrument om de patiënttevredenheid over het tandartsbezoek te meten bij adolescenten, jongvolwassenen en ouders van jonge kinderen in stedelijk gebied.

  • Ziektelast en kwaliteit van leven bij patiënten met en zonder extreme angst voor tandheelkundige behandelingen

    J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, J.N. Ross, A.A. Schuller

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek werd een vergelijking gemaakt tussen ziektespecifieke (mondgezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven ­(MGKvL), gemeten met de OHIP-14 vragenlijst, en generieke (algemene gezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven (GKvL), gemeten met de EQ5D-5L vragenlijst van mensen met en zonder extreme behandelangst. Een totaal van 76 patiënten die onbehandelbaar waren vanwege extreme behandelangst, waren verwezen naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Deze patiënten werden op basis van leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status gematcht met deelnemers aan een epidemiologisch onderzoek naar mondgezondheid (n = 1.125). Wilcoxon signed-rank tests werden gebruikt om beide groepen te vergelijken op GKvL en MGKvL. De totale OHIP-score was hoger (wat een lagere kwaliteit van leven inhoudt) in de patiëntengroep dan in de controlegroep. Angst­patiënten scoorden hoger op alle 7 domeinen van de OHIP-14. Wat betreft de generieke kwaliteit van leven werd gevonden dat patiënten met extreme behandelangst een lagere utiliteit rapporteerden dan de gematchte controlegroep. Met deze gegevens kon voor extreme behandelangst een totale ziektelast voor Nederland worden berekend van 74.000 DALY’s (disability adjusted life years). De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het hebben van extreme angst voor tandheelkundige behandelingen in Nederland een significante ziektelast met zich meebrengt.

  • Gebitsslijtage en jongvolwassenen: wat weten ze en hoe wensen ze informatie

    V.J.N. Verploegen, A.A. Schuller

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Erosieve gebitsslijtage is een veel voorkomend verschijnsel onder de jeugd en jongvolwassenen in Nederland. Aandacht voor dit probleem is vanwege de irreversibele gevolgen noodzakelijk. Het vragenlijstonderzoek (als onderdeel van ‘Tandheelkundig Onderzoek en Praktijk Noord Nederland’) dat werd uitgevoerd onder 331 jongvolwassenen (20 tot en met 25 jaar) uit 25 mondzorgpraktijken, had als doel inzicht te verkrijgen in het kennisniveau over erosieve gebitsslijtage en in door de jongvolwassenen meest gewenste manier om tandheelkundige informatie te ontvangen. Uit de resultaten bleek dat er nog veel onbekend is over erosieve gebitsslijtage onder jongvolwassenen, waarbij de kennisscore afhankelijk was van opleidingsniveau en het eerder hebben ontvangen van informatie hierover. Een gesprek met een mondzorgverlener, ondersteund door schriftelijke informatie op maat, werd door de deelnemers als meest gewenste manier van informeren aangegeven.

  • Cariës in Krachtwijken 2. Jongeren

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn tot op heden geen epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen jongeren die in achtergestelde wijken (Krachtwijken) wonen. De doelstelling van het onderzoek was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van de laagopgeleide jeugd uit Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie van laagopgeleide jongeren uit Alphen aan den Rijn, Gouda, ’s-Hertogenbosch en Breda. Aan het onderzoek namen 725 laagopgeleide respondenten deel. De referentiepopulatie had de minste cariëservaring en de jongeren uit Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie de meeste. De laatstgenoemde groep had meer onbehandelde cariës en bij de 20-jarigen waren bovendien relatief veel gebitselementen geëxtraheerd. Ondanks de kleine aantallen waren de verschillen in gemiddelde DMFS-scores statistisch significant bij de 14- en 20-jarigen. In de Nederlandse jeugd lijkt een culturele tweedeling in mondgezondheid te bestaan, onafhankelijk van opleidingsniveau, waarbij jongeren met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het nadeel zijn.

Vorige 1 2 3 Volgende

Selecteer zoekcriteria