Zoek in het NTvT archief

Er zijn 3 zoekresultaten gevonden.

  • AB-profylaxe na radiotherapie in het hoofd-halsgebied

    A.J.W.P. Rosenberg, F.J. Dieleman

    4 oktober 2019

    NTvT Antibiotica Thema

  • Radiotherapie in het hoofd-halsgebied heeft als neveneffect dat de doorbloeding en daarmee de afweer lokaal vermindert. Afhankelijk van de duur en de intensiteit van de bestraling kan onder andere hypoxie, hypocellular iteit en hypovasculariteit optreden, met een verhoogd infectie risico. Hyposalivatie, een veel voorkomend verschijnsel na radiotherapie, geeft een hogere gevoeligheid voor cariës. Om de mondgezondheid zoveel mogelijk op een aanvaardbaar peil te houden, wordt voorafgaand aan de radiotherapie het gebit gesaneerd. Niet vitale gebitselementen en gebitselementen met pathologie worden geëxtraheerd om toekomstige problemen te voorkomen. Toch zal na radiotherapie een tandheelkundige behandeling in het bestraalde gebied soms nodig zijn. Omdat het infectiegevaar zo groot is, en tot verlies van een deel van de kaak kan leiden, wordt voorafgaand aan invasieve behandelingen gestart met AB-profylaxe. In het algemeen wordt gekozen voor amoxicilline 500 mg 3dd gedurende 14 dagen. Na de behandeling dient controle op de wondgenezing door de specialist plaats te vinden.

  • Promotie R.J. de Groot

    Na een behandeling van een tumor in de mondholte is de kauwfunctie van patiënten ernstig verslechterd, maar 5 jaar na de behandeling kan deze goed herstellen. De mate van verbetering na dentale rehabilitatie wordt voornamelijk beïnvloed door het aantal occlusale eenheden, tongfunctie en bi...

  • Geïnfecteerde necrose van de kin

    B.S. Muller, H.F. van Goor, A.J.W.P. Rosenberg

    8 juli 2016

    NTvT juli en augustus 2016 Casuïstiek

  • Een 51-jarige man werd door zijn tandarts verwezen naar een mond-, kaak- en aangezichtschirurg vanwege malaise en pijn in de mandibula bij een snel uitbreidende, zwarte gingiva en mucosa rond het onderfront. Klinisch en röntgenologisch was er sprake van een geïnfecteerde necrose van de kin en de mondbodem. Na débridement op de operatiekamer werd de patiënt behandeld voor een septische shock op de afdeling intensive care en een langdurig ziektebeloop volgde. Onderzoek van het beenmerg leverde geen verklaring voor de pancytopenie en dit ernstig ziektebeloop, daarnaast toonde genetisch onderzoek van het thiopurine S-methyltransferase-gen geen mutaties. Dit gen codeert voor het gelijknamige enzym eiwit dat bijdraagt aan de metabolisering van het middel azathioprine dat de patiënt dagelijks gebruikte vanwege een auto-immuunaandoening. Een combinatie van azathioprinegebruik, foliumzuurdeficiëntie en sepsis hebben geleid tot dit uitzonderlijk ziektebeloop. Therapeutische interventie bestond uit chirurgische débridement en behandeling van de bacteriëmie. Nadien waren verscheidene corrigerende operaties noodzakelijk voor herstel van orale functies.

Selecteer zoekcriteria