Zoek in het NTvT archief

Er zijn 16 zoekresultaten gevonden.

  • Arteriitis temporalis, orale verschijnselen zijn soms de eerste uiting

    P.E. Vaandrager, E.H. van der Meij, J.G.A.M. de Visscher

    8 november 2019

    NTvT november 2019 Medisch

  • De diagnose arteriitis temporalis is soms lastig te stellen omdat de klachten kunnen variëren, in intensiteit wisselen en niet altijd karakteristiek zijn. De aandoening is een craniale uiting van reuscelarteriitis met aantasting van grote en middelgrote arteriën. De eerste uiting van arteriitis temporalis kan een pijnklacht in de tong zijn zonder afwijkingen bij klinisch onderzoek. Soms is in een later stadium sprake van ulceratie of necrose van een deel van een tonghelft . Andere symptomen kunnen nieuw ontstane hoofdpijn, kaakclaudicatie en acuut visusverlies zijn. Om de diagnose arteriitis temporalis te stellen wordt histologisch onderzoek verricht van een biopt, genomen van de arteria temporalis. Behandeling bestaat uit langdurig gebruik van corticosteroïden. Bij patiënten met enkelzijdige onverklaarbare pijn in een klinisch niet afwijkende tong of een ulcus op de tong zonder direct aanwijsbare oorzaak, kan sprake zijn van arteriitis temporalis.

  • Herkenning van wekedelenopaciteiten op een panoramische röntgenopname: heterotopische ossificaties en corpora aliena

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    3 mei 2019

    NTvT mei 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van heterotopische ossificaties en corpora aliena en hoe deze op een panoramische röntgenopname herkend kunnen worden. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling.

  • Herkenning van wekedelen–opaciteiten op een panoramische röntgenopname: idiopathische calcificaties

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    5 april 2019

    NTvT april 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van idiopathische calcificaties en hoe deze op een panoramische röntgenopname kunnen worden herkend. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling. Bij idiopathische calcificaties slaan calciumzouten neer in gezond weefsel zonder dat daarbij een oorzaak kan worden angewezen. Calcium- en fosfaatspiegels in het bloed zijn hierbij normaal.

  • Herkenning van wekedelenopaciteiten op een panoramische röntgenopname: dystrofische calcificaties

    E.H. van der Meij, W.E.R. Berkhout, G.C.H. Sanderink, J.G.A.M. de Visscher

    8 februari 2019

    NTvT februari 2019 Onderzoek en wetenschap

  • Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van dystrofische calcificaties en hoe deze op een panoramische röntgenopname kunnen worden herkend. Bij dystrofische calcificaties slaan calciumzouten neer in chronisch ontstoken of necrotisch weefsel.

  • Myasthenia gravis in de tandheelkunde

    N.L. Tjeerdsma, E.L. van der Kooi, E.H. van der Meij, J.G.A.M. de Visscher

    6 juli 2018

    NTvT juli en augustus 2018 Medisch

  • Bij een patiënt met myasthenia gravis kan een levens­bedreigende myasthene crisis optreden. Het betreft een complicatie van de ziekte. De crisis kan onder andere worden uitgelokt door emotionele stress, pijn, infecties en een reactie op medicatie. Het beleid bij een invasieve tandheelkundige behandeling bij een patiënt met myasthenia gravis moet gericht zijn op het voorkomen van een crisis. Voorafgaand aan de behandeling is overleg met de behandelende neuroloog nodig omdat soms eerst opti­malisatie van de medicatie of preventieve maatregelen noodzakelijk zijn. Een behandeling van een patiënt met myasthenia gravis onder lokale anesthesie van het amide-type of narcose is mogelijk, waarbij lokale anesthesie (in minimale dosering) de voorkeur heeft boven narcose. Na de tandheelkundige behandeling is optimaal pijnmanagement cruciaal om de kans op het optreden van een crisis te beperken.

  • Atlas voor mond- en kaakziekten

    E.H. van der Meij

    3 juni 2016

    NTvT juni 2016 Media

  • Boek

    I. van der Waal Atlas of oral diseases. A guide for daily practice Berlijn/Heidelberg: Springer, 2016 183 bl. geïll. € 118,99 ISBN 978 3 662 48121 9         Deze atlas is bedoeld voor gebruik in de dagelijkse praktijk van tandheelkundige en medische zorgverleners...

  • Oral medicine 11. Rode en blauwe veranderingen van het mondslijmvlies

    K.P. Schepman, E.H. van der Meij, J.G.A.M. de Visscher

    8 november 2013

    NTvT november 2013 Onderzoek en wetenschap

  • Omdat het klinisch onderscheidt tussen verschillende rode of blauwe afwijkingen soms lastig is, kan van tandartsen-algemeen practici niet verwacht worden dat zij alle afwijkingen kunnen diagnosticeren. Wel mag worden verwacht dat zij in staat zijn normaal gezond mondslijmvlies te onderscheiden van bepaalde met enige regelmaat voorkomende mondslijmvliesafwijkingen.

  • Oral medicine 10. Pigmentaties van het mondslijmvlies

    J.G.A.M. de Visscher, E.H. van der Meij, K.P. Schepman

    4 oktober 2013

    NTvT oktober 2013 Onderzoek en wetenschap

  • Pigmentaties van het mondslijmvlies komen niet vaak voor, kunnen diverse oorzaken hebben en zijn op basis van het klinisch beeld niet altijd goed van elkaar te onderscheiden.

  • Sialendoscopie: endoscopische benadering van obstructieve speekselklieraandoeningen

    E.H. van der Meij, J. Pijpe, J.M. van Ingen, J.G.A.M. de Visscher

    6 september 2013

    NTvT september 2013 Onderzoek en wetenschap

  • Met behulp van sialendoscopie is het mogelijk een steen, een slijmprop of een vernauwing in het uitvoergangensysteem op te sporen. Dieper gelegen speekselstenen kunnen zonder gevaar voor iatrogene beschadiging van de nervus lingualis of de nervus facialis worden verwijderd.

  • Oral medicine 9. Lichen planus en lichenoïde afwijkingen van het mondslijmvlies

    E.H. van der Meij, K.P. Schepman, J.G.A.M. de Visscher

    6 september 2013

    NTvT september 2013 Onderzoek en wetenschap

  • Hoewel de kans op maligne ontaarding beperkt is, lijkt het toch verstandig de patiënt over dit aspect te informeren. In het internettijdperk zijn patiënten goed in staat zichzelf te informeren, maar is het voor de patiënt ondoenlijk om een onderscheid te maken tussen OLP en OLL.

Vorige 1 2 Volgende

Selecteer zoekcriteria