Zoek in het NTvT archief

Er zijn 17 zoekresultaten gevonden.

  • De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking

    P. Wetselaar, J.H. Vermaire, C.M. Visscher, F. Lobbezoo, A.A. Schuller

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.

  • Een nieuw begin

    J.H. Vermaire

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Redactioneel

  • Willen we de mondzorg in de toekomst voor een breed publiek toegankelijk blijven houden dan zijn er verschillende keuzes. Als we willen vasthouden aan het huidige ‘fee for service’-systeem dan zal vraag en aanbod wellicht gestuurd moeten gaan worden door veranderingen in tarifiëring. We zouden ook kunnen kiezen voor een totaal andere insteek, bijvoorbeeld een ‘pay for performance’-systeem of wellicht is het afstoffen en herinvoeren van een vorm van het abonnementssysteem voor de mondzorg op dit moment de juiste weg om in te slaan?

  • DSQ-13-jeugd: meetinstrument voor patiënt­tevredenheid van adolescenten, jongvolwassenen en ouders over tandartsbezoek

    C.M.H.H. van Houtem, A.A. Schuller, J.H. Vermaire, C.P.F. van Kempen, G.H.W. Verrips

    8 december 2017

    NTvT December 2017 Onderzoek en wetenschap

  • De Dental Satisfaction Questionnaire (DSQ) is een vragenlijst bestaande uit 31 items die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meet. Door middel van factoranalyse (principale componentenanalyse) werd het aantal items van de DSQ gereduceerd tot 13 items, die samen de DSQ-13-jeugd vormen. Het eerste doel was om de psychometrische eigenschappen van de DSQ-13-jeugd te onderzoeken; het tweede om de tevredenheidsscores op de verschillende domeinen tussen en binnen enkele groepen (23-jarigen, 17-jarigen en ouders van 5-jarigen) te vergelijken. De DSQ-13-jeugd heeft 4 domeinen die patiënttevredenheid over het tandartsbezoek meten. De interne consistentie van deze domeinen was hoog, de correlatie tussen de domeinen laag tot middelmatig en de overeenstemming tussen de gevonden factorstructuur bij de diverse populaties hoog. De verschillen in tevredenheid tussen en binnen de subgroepen bleken gering. De DSQ-13-jeugd is een betrouwbaar instrument om de patiënttevredenheid over het tandartsbezoek te meten bij adolescenten, jongvolwassenen en ouders van jonge kinderen in stedelijk gebied.

  • Ziektelast en kwaliteit van leven bij patiënten met en zonder extreme angst voor tandheelkundige behandelingen

    J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, J.N. Ross, A.A. Schuller

    8 september 2017

    NTvT september 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In dit onderzoek werd een vergelijking gemaakt tussen ziektespecifieke (mondgezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven ­(MGKvL), gemeten met de OHIP-14 vragenlijst, en generieke (algemene gezondheidgerelateerde) kwaliteit van leven (GKvL), gemeten met de EQ5D-5L vragenlijst van mensen met en zonder extreme behandelangst. Een totaal van 76 patiënten die onbehandelbaar waren vanwege extreme behandelangst, waren verwezen naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Deze patiënten werden op basis van leeftijd, geslacht en sociaaleconomische status gematcht met deelnemers aan een epidemiologisch onderzoek naar mondgezondheid (n = 1.125). Wilcoxon signed-rank tests werden gebruikt om beide groepen te vergelijken op GKvL en MGKvL. De totale OHIP-score was hoger (wat een lagere kwaliteit van leven inhoudt) in de patiëntengroep dan in de controlegroep. Angst­patiënten scoorden hoger op alle 7 domeinen van de OHIP-14. Wat betreft de generieke kwaliteit van leven werd gevonden dat patiënten met extreme behandelangst een lagere utiliteit rapporteerden dan de gematchte controlegroep. Met deze gegevens kon voor extreme behandelangst een totale ziektelast voor Nederland worden berekend van 74.000 DALY’s (disability adjusted life years). De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het hebben van extreme angst voor tandheelkundige behandelingen in Nederland een significante ziektelast met zich meebrengt.

  • Cariës in Krachtwijken 2. Jongeren

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    5 mei 2017

    NTvT mei 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn tot op heden geen epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen jongeren die in achtergestelde wijken (Krachtwijken) wonen. De doelstelling van het onderzoek was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van de laagopgeleide jeugd uit Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie van laagopgeleide jongeren uit Alphen aan den Rijn, Gouda, ’s-Hertogenbosch en Breda. Aan het onderzoek namen 725 laagopgeleide respondenten deel. De referentiepopulatie had de minste cariëservaring en de jongeren uit Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie de meeste. De laatstgenoemde groep had meer onbehandelde cariës en bij de 20-jarigen waren bovendien relatief veel gebitselementen geëxtraheerd. Ondanks de kleine aantallen waren de verschillen in gemiddelde DMFS-scores statistisch significant bij de 14- en 20-jarigen. In de Nederlandse jeugd lijkt een culturele tweedeling in mondgezondheid te bestaan, onafhankelijk van opleidingsniveau, waarbij jongeren met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in het nadeel zijn.

  • Cariës in Krachtwijken 1. Volwassenen

    G.H.W. Verrips, J.H. Vermaire, C.M.H.H. van Houtem, C.P.F. van Kempen, A.A. Schuller

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In Nederland zijn nauwelijks epidemiologische gegevens beschikbaar over de mondgezondheid van diverse culturele groepen in de volwassen bevolking die in achtergestelde wijken, zogenoemde ‘Krachtwijken’, wonen. De doelstelling van een onderzoek uitgevoerd in 2013 was een indruk te verkrijgen van de hoeveelheid cariëservaring van laagopgeleide volwassen in Krachtwijken, in vergelijking met een referentiepopulatie in ’s-Hertogenbosch. In totaal 1.597 laagopgeleide respondenten namen deel aan het onderzoek. De referentiepopulatie had de meeste cariëservaring, doordat zij relatief veel gerestaureerde vlakken (FS) hadden. De relatief lage cariëservaring bij de respondenten in de Krachtwijken met een niet-Nederlandse culturele affiliatie werd grotendeels veroorzaakt door een lager aantal FS. De verschillen in gemiddelde FS-score waren statistisch significant in alle leeftijdscategorieën, behalve in de jongste. De strategie ‘extension for prevention’ voor de behandeling van cariës in het blijvend gebit vormt mogelijk een verklaring voor het feit dat laagopgeleide volwassenen in ‘s-Hertogenbosch significant meer FS hadden dan zij met een niet-Nederlandse culturele affiliatie.

  • Allemaal mensen 2.0

    J.H. Vermaire

    3 maart 2017

    NTvT maart 2017 Media

  • Boek

    M. AmericaAllemaal mensen 2.0. Herkenning en benadering van gedragsstijlen en persoonlijkheidsstoornissen in de (para)medische praktijk Houten: Prelum Uitgevers, 2016 214 bl., geïll. € 47,50 ISBN 978 90 8562 148 5 Eenieder die in de (mond)zorg werkzaam is, heeft dagelijks te maken met e...

  • Trends in cariëservaring van volwassenen in Nederland van 1995 tot 2013

    A.A. Schuller, J.H. Vermaire, G.H.W. Verrips

    3 februari 2017

    NTvT februari 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Zorginstituut Nederland, voorheen CVZ/ Ziekenfondsraad, heeft de mondgezondheid van volwassenen in Nederland in de periode 1995-2013 viermaal door TNO laten onderzoeken om trends in de mondgezondheid te monitoren en, indien nodig, beleidsmatige aanpassingen te kunnen doen. Met de gegevens uit deze 4 onderzoeken zijn de trends in cariëservaring bij 25- tot en met 54-jarigen gedurende 1995-2013 vastgesteld. In 1995, 2002, 2007 en 2013 werd de mondgezondheid van 25- tot en met 54-jarigen in ‘s Hertogenbosch in kaart gebracht door middel van een vragenlijst en een klinisch mondonderzoek. Over de periode 1995-2013 werd een afname in cariëservaring gevonden bij zowel hoog- als laagopgeleiden, waarbij hoogopgeleiden gunstiger uitkomsten hadden dan hun laagopgeleide leeftijdsgenoten. Anno 2012 kent mondgezondheid derhalve nog steeds een sociaaleconomische gradiënt. Het debat over hoe de groep met een hoog cariësrisico te bereiken blijft een punt van aandacht voor zowel de mondzorgprofessie als voor de politiek. Monitoring van de cariëservaring is van groot belang om een vinger aan de pols te kunnen houden.

  • Tandheelkundig jaar 2016

    J.H. Vermaire

    7 oktober 2016

    NTvT oktober 2016 Media

  • Boek

      J.K.M. Aps, M. De Bruyne, R. Jacobs, et al (red.) Het tandheelkundig jaar 2016 Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2015 312 blz. geïll. € 99,00 ISBN 978 90 368 0888 0 Inmiddels is het ‘Tandheelkundig jaar’een beproefd concept geworden: het bundelen van recent tandheelkund...

  • Betonrot

    J.H. Vermaire

    5 februari 2016

    NTvT februari 2016 Redactioneel

  • Er was eens - hier niet eens zo ver vandaan en nog niet zo heel lang geleden - een land waar de huizen van de inwoners werden aangetast door een vervelend fenomeen: betonrot. Oudere huizen hadden er meer last van dan jongere, maar het kwam in het algemeen vrij vaak voor: ongeveer 60% van de bewoners van kastelen, paleizen en landhuizen en zo’n 80% van de bewoners van boerderijen, herbergen en hutjes werden er door bezocht. Muren kregen scheuren, zagen er niet fraai meer uit of stortten zelfs spontaan in. Dat leidde tot maatschappelijke onrust.

Vorige 1 2 Volgende

Selecteer zoekcriteria