Zoek in het NTvT archief

Er zijn 7 zoekresultaten gevonden.

  • De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking

    P. Wetselaar, J.H. Vermaire, C.M. Visscher, F. Lobbezoo, A.A. Schuller

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.

  • Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage

    B.A.C. Loomans, P. Wetselaar, N.J.M. Opdam

    6 april 2018

    NTvT Gebitsslijtage Thema

  • In 2016 vond een Europese consensusbijeenkomst plaats over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. Deze bijeenkomst resulteerde in 2017 in de publicatie van de Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. In de verklaring worden nieuwe definities van fysiologische en pathologische gebitsslijtage beschreven en aanbevelingen gegeven voor diagnostiek, het nemen van preventieve maatregelen en wordt aanbevolen te counselen en te monitoren om de onderliggende etiologische factoren van gebitsslijtage bij een patiënt beter in beeld te krijgen. Het besluit of restauratief moet worden ingegrepen is multifactorieel en is mede afhankelijk van de ernst, de gevolgen van de slijtage en esthetische of functionele hulpvraag van de patiënt. Een restauratieve behandeling moet zo lang mogelijk worden uitgesteld, maar op het moment dat een restauratieve behandeling is geïndiceerd, gaat de voorkeur uit naar minimaal invasieve technieken, waarbij gebruikgemaakt wordt van directe, indirecte of hybride behandelmethoden.

  • Kauwen op bruxisme. Associaties, gevolgen en behandeling

    F. Lobbezoo, R. Jacobs, A. De Laat, G. Aarab, P. Wetselaar, D. Manfredini

    7 juli 2017

    NTvT juli en augustus 2017 Onderzoek en wetenschap

  • In dit deel van het tweeluik over bruxisme wordt ingegaan op de associaties van deze kauwspieractiviteit met andere aandoeningen. Vooral de associaties met het obstructief slaapapneusyndroom zijn onderzocht. Bruxisme lijkt een beschermende functie bij deze aandoening te hebben, hoewel de bewijslast daarvoor nog niet sluitend is. Naast dit mogelijke positieve gevolg heeft bruxisme ook een aantal nadelige gevolgen waarvoor in meer of mindere mate bewijslast voorhanden is. Zo wordt de kauwspieractiviteit in verband gebracht met temporomandibulaire pijn en disfunctie, parodontale en endodontische problemen, het falen van restauraties en implantaten, en gebitsslijtage. In een aantal gevallen zijn deze gevolgen ernstig genoeg om een behandeling van bruxisme te rechtvaardigen. In alle andere gevallen bestaat er voor de behandeling van bruxisme geen indicatie, gelet op de mogelijke positieve gevolgen. Indien behandeling is geïndiceerd, dan dient er conservatief te worden gehandeld met modaliteiten als stabilisatieopbeetplaten, voorlichtingsgesprekken, medicatie, psychologie en fysiotherapie.

  • Kauwen op bruxisme. Diagnostiek, beeldvorming, epidemiologie en oorzaken

    F. Lobbezoo, R. Jacobs, A. De Laat, G. Aarab, P. Wetselaar, D. Manfredini

    9 juni 2017

    NTvT juni 2017 Onderzoek en wetenschap

  • Sinds het verschijnen van een themanummer van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde in juli 2000 over bruxisme is er consensus bereikt over de definitie van bruxisme als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen en/of knarsen tijdens waken (waakbruxisme) en/of slapen (slaapbruxisme). Over de diagnostiek van bruxisme bestaat nog geen consensus: voor geen van de gebruikte technieken (zelfrapportage, klinisch onderzoek, beeldvorming, elektromyografie, polysomnografie) is aangetoond dat deze betrouwbaar en valide is. Oorzaken worden niet meer gezocht onder de morfologische factoren, maar in toenemende mate onder de psychosociale, fysiologische, biologische en exogene factoren. Dit literatuuroverzicht betreft het eerste deel van een tweeluik en gaat in op de definitie, de diagnostiek, de epidemiologie en de mogelijke oorzaken van deze aandoening. In het tweede deel, in de volgende editie, zal worden ingegaan op de associaties van bruxisme met andere slaapgerelateerde aandoeningen, op de (vermeende) gevolgen van bruxisme en op de behandeling ervan.

  • Voor het kwantificeren van gebitsslijtage bestaat er een veelvoud aan graderingssystemen, die helaas alle hun eigen specifieke tekortkomingen hebben. In dit proefschrift wordt een nieuw en veelomvattend gebitsslijtagebeoordelingssysteem beschreven. De bestaande nomenclatuur werd hiervoor aangepast naar mechanisch-intrinsiek (voorheen attritie), mechanisch-extrinsiek (voorheen abrasie), chemisch-intrinsiek (voorheen erosie) en chemisch-extrinsiek (voorheen erosie). Om de mate van de slijtage aan te geven werden de termen mild, matig, ernstig en extreem gebruikt. Op grond van reeds bestaande systemen werden 3 slijtagegraadschalen ontwikkeld en getest op betrouwbaarheid voor het gebruik aan de stoel, op gebitsmodellen en op mondfoto’s. De graderingsschalen bleken op een betrouwbare manier te kunnen worden toegepast zowel intra­oraal, op gebitsmodellen alsook op mondfoto’s, vooral op occlusale/incisale vlakken. De onderzoeksuitkomsten hebben geleid tot de opstelling van een modulair Gebitsslijtage Beoordelingssysteem om gebitsslijtage te kunnen kwantificeren, kwalificeren en monitoren en oorzaken te kunnen duiden. Het beoordelingssysteem kan tevens worden gebruikt om een behandeloptie te bepalen.

  • Overwegingen bij de behandeling van gebitsslijtage

    P. Wetselaar, R.H. Kuijs, A.W.J.van Pelt, J. van der Zaag, F.J.M. Roeters, F. Lobbezoo

    9 november 2012

    NTvT november 2012 Onderzoek en wetenschap

  • Aan dit gebitsslijtage beoordelingssysteem zijn een Therapiestartmodule en een Moeilijkheidsgraadmodule toegevoegd.

  • Een beoordelingssysteem voor gebitsslijtage

    P. Wetselaar, J. van der Zaag, F. Lobbezoo

    1 juni 2011

    NTvT juni 2011 Onderzoek en wetenschap

  • De huidige terminologie en definities van gebitsslijtage zijn niet eenduidig. Echter, voor het diagnosticeren van gebitsslijtage is eenduidigheid geboden. In dit artikel wordt een gebitsslijtagebeoordelingssysteem gepresenteerd met vereenvoudigde definities. Dit systeem bestaat uit een aantal module...

Selecteer zoekcriteria