Vroegdiagnostiek van cariës

View the english summary Open PDF (136.04 KB)

Een vroegtijdige detectie van carieuze laesies stelt een mondzorgverlener in staat in te spelen op het verloop van de cariës. Bij het opsporen van niet-gecaviteerde laesies blijkt visuele inspectie aangevuld met bitewing-opnamen beter te scoren dan kwantitatieve detectiemethoden. Na detectie is vaststellen van de laesieactiviteit (diagnose) van belang om te bepalen of er sprake is van een actief proces of van een litteken uit het verleden. De ‘klinische blik’, een intellectueel proces van interpretatie van de gebits toestand waarbij het recente cariësverleden als belangrijke voorspeller voor het verloop van cariës wordt gebruikt, is beter in staat een juiste inschatting van het cariësrisico te maken dan predictiemodellen gebaseerd op cariësrisicofactoren. Een juiste diagnose van de laesieactiviteit gecombineerd met het cariësrisico van de patiënt maakt het mogelijk om een prognose van de toekomstige cariësactiviteit te maken. De cariësactiviteit kan vervolgens worden beïnvloed door in te grijpen in factoren die cariës veroorzaken (causale therapie).

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.