Lezerspost behorend bij artikel 'Oral medicine 2. Behandeling van monddroogheid', Ned Tijdschr Tandheelkd 2012; 119: 555-560.

Lezerspost

Open PDF (1.69 MB)

Speekselsubstituten weinig populair onder patiënten met het syndroom van Sjögren

In hun uitstekende bijdrage over de behandeling van monddroogheid stellen professor Vissink en medewerkers dat een belangrijk nadeel van speekselsubstituten is dat deze middelen op lange termijn niet al te goed door patiënten worden geaccepteerd (Ned Tijdschr Tandheelkd 2012; 119: 555-560). Deze mening wordt ondersteund door een onderzoek uitgevoerd op 6 oktober jl. tijdens de landelijke contact dag van de Nederlandse Vereniging van Sjögrenpatiënten. Op deze dag werden 72 patiënten met het syndroom van Sjögren willekeurig benaderd en geïnterviewd over hun gebruik van speekselsubstituten.

Zestig procent van de ondervraagde patiënten had ooit als speekselsubstituut een mondspray gebruikt, 67% een mond gel en 25% een speciaal mondspoelmiddel. Meer dan de helft van deze patiënten had echter het gebruik in de tussentijd beëindigd. Zo gebruikt op dit moment nog maar 21% van de ondervraagde patiënten een mondspray, 28% een mondgel en 14% een speciaal mondspoelmiddel.

De belangrijkste redenen om te stoppen met het gebruik van speekselsubstituten zijn de onvoldoende werkzaamheid en de smaak. Een andere veelgenoemde reden om te stoppen met mondgel is dat het product als “plakkerig” werd ervaren. Een enkele patiënt vond het aanbrengen van mondgel moeilijk. Problemen met de verkrijgbaarheid van een speekselsubstituut en de prijs ervan werden slechts zelden genoemd als redenen het gebruik te staken.

Wij concluderen op basis van dit onderzoek dat de werkzaamheid en smaak van de huidige speekselsubstituten door veel patiënten als onvoldoende wordt ervaren. Behoefte lijkt te bestaan aan innoverende producten die langdurige bevochtiging bieden, niet plakkerig aanvoelen, goed aan te brengen zijn en qua smaak voor patiënten prettig zijn. Voor de ontwikkeling van een succesvol speekselsubstituut lijkt het daarom verstandig als fabrikanten in een vroeg stadium patiënten met het syndroom van Sjögren bij de ontwikkeling ervan betrekken.

H.S. Brand, R. Ouzzine, C.P. Bots, sectie Orale Biochemie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam

Reactie

Brand et al hebben een leuke inventarisatie onder patiënten gedaan die een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging van Sjögren patiënten bezochten. Met hun conclusie omschrijven zij precies het probleem waar patiënten met monddroogheidsklachten tegenaan lopen en die, afhankelijk van het klachtenpatroon en het resterende niveau van speekselsecretie, een individuele aanpak gebieden. Juist hieraan schort het nogal eens. Voor de ene patiënt is een bepaald speekselsubstituut immers in het geheel niet geschikt (vooral als de speekselsecretie nog tot een redelijk niveau is te stimuleren), voor de andere patiënt is een substituut/spoelmiddel met een lage viscositeit juist meer geschikt (patiënten met nog enige restsecretie) en voor weer andere patiënten moet de keuze juist vallen op een substituut met een hogere viscositeit of een gel (patiënten met geen of nauwelijks nog enige restsecretie; een gel kan ook zeer nuttig zijn op momenten dat de secretie vrijwel nihil is, bijvoorbeeld ’s nachts). Wordt een verkeerd middel of een verkeerde instructie gegeven, dan kan dat middel zelfs monddroogheidsklachten veroorzaken. In dit opzicht verschillen patiënten met het syndroom van Sjögren niet van andere patiënten met monddroogheid. Bovendien is niet nagegaan of het hier inderdaad patiënten betreft bij wie de diagnose syndroom van Sjögren op de juiste wijze is gesteld en wat bij hen het resterende niveau van de speekselsecretie was.

De conclusies van Brand et al zijn dus niet specifiek voor de onderzochte patiëntengroep, maar gelden in zijn algemeenheid voor patiënten met mond droog heidsklachten. Onder zoekers en fabrikanten moeten zich hiervan bewust zijn en deze overwegingen betrekken bij het ontwikkelen van en het onderzoek naar de effectiviteit van succesvolle middelen om de monddroogheidsklachten te verlichten.

A. Vissink, afdeling Kaakchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen

Wilt u ook een reactie kwijt? Stuur deze dan naar: redactielezerspost@ntvt.nl

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.