Funderingsrestauraties bij uitgebreid weefselverlies van gebitselementen

View the english summary Open PDF (2.28 MB)

Vitale gebitselementen kunnen na (uitgebreid) weefselverlies volledig worden gerestaureerd met composiet. Soms is hierbij het aanbrengen van additionele retentiepreparaties geïndiceerd. In een enkel geval komt een wortelkanaalbehandeling in aanmerking, waarna eventueel een wortelstift wordt toegepast. Endodontisch behandelde meerwortelige gebitselementen kunnen eveneens volledig met composiet worden gerestaureerd, waarbij de pulpakamer en de wortelkanaalingangen worden benut voor retentie. Bij eenwortelige gebitselementen is na veel weefselverlies wel een wortelstift nodig, waarvoor vaak een geprefabriceerde wortelstift wordt gebruikt. Traditioneel werden metaalstiften gebruikt in combinatie met een aangegoten indirect vervaardigde funderingsrestauratie. Later werd het op directe wijze opbouwen door middel van de combinatie van metaalstiften met amalgaam, tegenwoordig met composiet, gebruikelijk. De huidige trend is geprefabriceerde of individueel vervaardigde vezelstiften te gebruiken. Na het aanbrengen van een funderingsrestauratie kan worden gekozen voor een gecombineerde funderingskroonrestauratie of een (in)directe kroonrestauratie.

4 reacties

Reactie 1. Mijn vraag is of het bekend is welke waarde de E-modulus van dentine heeft of dat deze varieert en welk opbouwmateriaal van composiet lichtuithardend versus chemisch uithardend (respectievelijk een E-modulus van 18,6 GPa en 9,2 GPa) geniet dan de voorkeur?

C.E. Algie op zondag 24 februari 2013 om 09.02u

Antwoord op reactie 1. Dentine heeft een elasticiteitsmodulus van circa 12-19 GPa. Gemiddeld wordt vaak rond de 18 GPa aangehouden. Om het ontbrekende dentine aan te vullen is het idee om dit te doen met materialen die een vergelijkbare elasticiteitsmodulus hebben. Dus zou een opbouwmateriaal van 18 GPa daar het meest voor in aanmerking komen. Dr. W.A. Fokkinga, Nijmegen

NTVT Redactie op donderdag 28 februari 2013 om 14.02u

Reactie 2. In de bijdrage van Fokkinga, et al wordt de indirect vervaardigde kroon veelal - om mij onduidelijke redenen - beperkt tot de gegoten kroon (Ned Tijdschr Tandheelkd 2013; 120: 81-90).Deze beperking lijkt mij onjuist. Ook de indirect vervaardigde, niet-gegoten (maar bijvoorbeeld gefraisde en opgebakken) kroon, is mijns inziens op alle plaatsen een juistere weergave van de realiteit. P.B. Rooyackers, tandarts

P.B. Rooijackers op vrijdag 15 maart 2013 om 13.03u

Antwoord op reactie 2. Collega Rooyakkers heeft volkomen gelijk. Overal had in plaats van: ‘gegoten kroon’ moeten staan: ‘indirecte restauratie’. Excuses van de auteurs en de (toenmalige) hoofdredacteur voor dit misverstand. Prof. dr. C. de Baat, Ridderkerk

NTVT Redactie op vrijdag 15 maart 2013 om 14.03u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Afb. 5. Premolaar met weinig resterend gebitsweefsel waarbij gebruik van het wortelkanaal ten behoeve van retentie voor een funderingsrestauratie is geïndiceerd.
Afb. 5. Premolaar met weinig resterend gebitsweefsel waarbij gebruik van het wortelkanaal ten behoeve van retentie voor een funderingsrestauratie is geïndiceerd.
Kennistoets
De termijn voor de kennistoets is verlopen
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd februari 2013; 120: 81-90
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2013.02.12259
rubriek
Thema
thema
Kronen en bruggen
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd