De Belgische tandarts bestaat niet

Open PDF (2.97 MB)

Neen, ik heb het hier niet over ‘the Belgian dentist’, een term uit de bankwereld als archetype van de conservatieve belegger uit de middenklasse die wel de middelen, maar niet de tijd heeft om actief aan vermogensbeheer te doen. Ik heb het over de opleiding tandheelkunde in het Vlaamse en Franstalige landsgedeelte in België. Telkens als ik Nederlandse collegae ontmoet, wordt steevast de vraag gesteld: “Hoe zit dat nou in België?”

België is qua staatsstructuur een complex land, waarbij de deelstaten Vlaanderen en Wallonië door de staatshervormingen (de nieuwe regering staat voor de uitvoering van de zesde staatshervorming) steeds meer autonomie krijgen. Dit had en heeft nog steeds repercussies voor de opleiding tot tandarts en de toegang tot de beroepsuitoefening van tandarts. Zo werd de bevoegdheid voor het onderwijs overgeheveld naar de deelstaten, terwijl volksgezondheid een federale bevoegdheid bleef. Dit betekent dat de opleiding tot tandarts in België wordt geregeld door Vlaamse en Franstalige instanties, apart van elkaar, maar dat de toegang tot het beroep, namelijk de erkenning van het diploma en het verlenen van toegang tot de ziektekostenverzekering, wordt geregeld door de federale overheid.

In verhouding tot de totale bevolking is er in België een behoorlijk aantal tandartsen. De federale overheid stelt daarom sinds 1996 per gemeenschap vast hoeveel tandartsen hun beroep mogen uitoefenen in het stelsel van de ziekte- en invaliditeitsverzekering in België. Dit betekent dat de wetgeving tot op heden een duidelijk onderscheid maakt tussen de toegang tot het verkrijgen van de bijzondere beroepstitel en de toegang tot de opleiding. Praktisch betekent dit dat er in 1 land 2 verschillende toegangstrajecten zijn.

Vermits het onverantwoord zou zijn een student 5 jaar te laten studeren als hij zich daarna niet kan inschrijven bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), heeft de Vlaamse Gemeenschap voor de studies geneeskunde en tandheelkunde een gemeenschappelijk toelatingsexamen ingevoerd. Dit functioneert nu meer dan 10 jaar en heeft geleid tot een drastische daling van de instroom van studenten tandheelkunde. Ook het aantal buitenlandse studenten (vooral Nederlandse en Duitse) is daardoor sterk gedaald. De vooropgestelde quota zijn nooit overschreden. De Franse Gemeenschap heeft het toelatingsexamen tandheelkunde dat zij in het kader van de contingentering organiseerde, sinds 2008 opgeschort. Dit leidde tot een enorme discrepantie in het aantal tandheelkundestudenten aan Vlaamse en Franstalige universiteiten.

In 2012 hebben de Vlaamse universiteiten en de beroepsorganisaties van tandartsen aan de alarmbel getrokken. Aan de Vlaamse universiteiten schreven zich hooguit 70 eerstejaarsstudenten in, aan de Franstalige universiteiten meer dan 700. In datzelfde persbericht eisten ze dat de federaal opgelegde quota voor de toegang tot het beroep zouden worden gerespecteerd. Ze vreesden immers dat de Vlaamse inspanningen niet zouden worden gehonoreerd en dat dit onverantwoord hoge aantal eerstejaarsstudenten in schril contrast staat tot de jarenlange inspanningen in verband met de menskrachtplanning voor medische beroepen. Wanneer een overaanbod van Franstalige tandartsen zonder doorgedreven praktijkopleiding Vlaanderen zou overspoelen, zouden hun inspanningen teniet worden gedaan en het RIZIV-budget in gevaar komen. De regelgeving is er, maar wordt niet toegepast en de beste leerling van de klas, tevens de braafste, wordt niet beloond. Deze praktijken komen de federale loyaliteit niet ten goede. Ook de Franstalige beroepsorganisaties betreuren de laksheid van hun politici en zien de kwaliteitsdaling van de opleiding met lede ogen aan. Nu lijken de cijfers op het eerste zicht heel onrustwekkend, maar bij nader inzicht zijn ze wel vertekend. Omwille van het vrije verkeer van personen en de toepassing van een numerus clausus in Frankrijk is er een significante stijging waar te nemen van buitenlanders in het Belgische Franstalige onderwijs. Dit is vooral zichtbaar sinds de Franse Gemeenschap de restrictie die ze voerde in het kader van de contingentering in 2008 opschortte. Elk jaar kunnen in België 150 algemeen tandartsen beginnen, waarvan 60 Franstalig.

Volgens de minister van Volksgezondheid, Franstalig en van socialistische signatuur, zullen de quota worden gerespecteerd. Haar kabinet verwijst naar de Franstalige minister van Hoger Onderwijs, een partijgenoot: “Hij is diegene die ervoor kan zorgen dat het aantal studenten wordt beperkt. Wij hebben enkel invloed op het aantal personen dat de job effectief kan uitoefenen.” Prompt legde ze het bij wet opgelegde quotum van 60 naast zich neer en zorgde ervoor dat in 2013 82 RIZIV-nummers werden afgeleverd aan Franstalige tandartsen. De volgende jaren wordt een ‘boom’ verwacht. Stuurt de minister van Volksgezondheid aan op een ‘generaal pardon’?

De Belgische tandarts bestaat niet (meer).

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.