Invloed van implantaatpositie op retentie van locators

Open PDF (3.69 MB)

Implantologie

Een overkappingsprothese op 2 implantaten is een gangbare techniek voor de behandeling van de edentate onderkaak, die leidt tot een grote patiëntentevredenheid. Als mesostructuur kent de locator (Zest anchor™) een grote populariteit. In vergelijking met de staafverbinding is de bewerking eenvoudiger en er is minder ruimte nodig. Langetermijnresultaten tonen echter aan dat na verloop van tijd meer nazorg nodig is. Wanneer de implantaten niet parallel worden geplaatst, kan de retentie van het anker worden beïnvloed. Daarom levert de fabrikant verschillende patrijzen: blauw, roze en wit voor interimplantaatdivergentie tussen 0° en 20°, en rood en groen voor interimplantaatdivergentie tussen 20° en 40°.

Het doel van ditin vitro-onderzoek was om de invloed vast te stellen van de divergentie van de implantaten (0°, 10° en 20°) op 2 locatorverankeringen voor en na een simulatie van 3 tot 5 jaar klinische belasting (5500 cycli) met een blauwe patrijsinsert (0,68 kg).

Voor elke opstelling werden 10 paar locators getest in een hydraulische universele trekbank, opgesteld in een artificieel speekselbad om de klinische situatie na te bootsen. Het materiaalverlies werd gemeten met een rasterelektronenmicroscoop.

Bij de aanvangsfase toonde de groep van 10° divergentie significant meer retentie dan de groep met parallelle implantaten (0°). Er werd echter geen significant verschil in retentiekracht gemeten tussen de groepen 0° en 20°, en 10° en 20°. Na de verouderingstesten werd tussen de groepen geen significant verschil in retentiekracht gevonden. Er was wel significant retentieverlies vergeleken met de beginsituatie en dit verlies was het grootst in de groep 10°. De microscoopopnamen toonden bij alle groepen slijtage van de nylon patrijsinsert.

De onderzoekers concluderen dat een implantaatdivergentie van 20° geen significante invloed had op de retentiekracht van de blauwe patrijsinsert. Dit komt overeen met de limiet die de fabrikant aangeeft. De retentiekracht was na de verouderingstesten in alle groepen kleiner . De gemeten slijtage van de locatorpatrijs was in de 3 testgroepen gelijk, ongeacht de implantaatdivergentie.

Bron

Stephens GJ, Di Vitale N, O’Sullivan E, McDonald A. The influence of interimplant divergence on the retention characteristics of locator attachments, a laboratory study. J Prosthodont 2014; 23: 467-475.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.