Canon van de tandheelkunde

Open PDF (3.57 MB)

Boek

A.J.M. Plasschaert, M.A.J. Eijkman, W. Kalk, P. van der Stelt, R. de Raat (red.)
Canon van de tandheelkunde
Haarlem/Nieuwegein: dchg medische communicatie/NMT, 2014
148 bl., geïll. € 32,50
ISBN 978 94 90826 37 6

 

 

Zoals de redactie van deze canon al op de presentatie in oktober 2014 aanstipte: de samenstelling van een dergelijk werk is subjectief. In de geschiedenis worden zoveel zaken belangrijk gevonden voor de tandheelkunde, dat het bijna ondoenlijk is om deze in een canon weer te geven. Zo komt de wat geïsoleerde positie van de tandheelkunde binnen de geneeskunde niet aan de orde. Waar bijvoorbeeld urologen en oogartsen als medisch specialisten worden gezien, verkeert de tandarts op een eilandje binnen de geneeskunde. Tijdens de presentatie meende hoogleraar medische geschiedenis Mart van Lieburg dat dit verklaard kan worden uit het feit dat ten tijde van ­Thorbecke de zeggenschap binnen de tand­heelkunde grotendeels in handen was van de families Dentz en Van Son. Zij stonden een meer onafhankelijke positie van de tandarts voor. In venster 12 over het beroep van tandmeester stipt Jan den Dekker bovenstaande problematiek aan en stelt dat er in die tijd vanuit de artsen weinig belangstelling was om zich toe te leggen op de tandheelkunde.

Dan de inhoud van de canon. In 58 vensters wordt de lezer een blik geboden op de tandheelkunde vanaf het jaar 249, het jaar waarin Apollonia het leven liet, tot het jaar 2002 waarin het rapport ‘Taakherschikking in de mondzorg’ verscheen. In de tussenliggende vensters wordt, met als centraal punt een jaartal, soms een beeld van een vakgebied gegeven, bijvoorbeeld in venster 50 van de gerodontologie. In andere vensters wordt een bepaalde persoon beschreven, bijvoorbeeld Pieter van Foreest. Soms wordt in een venster een deel van de ontwikkeling in een vakgebied beschreven, terwijl andere ontwikkelingen binnen hetzelfde vakgebied in andere vensters aan de orde komen. Zo wordt de gebitsprothese tot 1851 beschreven in venster 5, de prothese-elementen in venster 14 en de meest recente ontwikkelingen in de prothetische tandheelkunde in venster 57. Dat klinkt wat rommelig, maar het kan ook de aantrekkelijkheid van het boek vergroten. Immers, het boek betreft geen systematisch overzicht van de tandheelkunde of van bepaalde vakgebieden. Veeleer is het een boek om door te ­bladeren en om in willekeurige volgorde eens stukjes uit te lezen. En daar leent het boek zich uitstekend voor. Omdat deze canon ook nog eens in vlotte stijl is geschreven, is het niet alleen geschikt voor (aanstaande) mondzorgverleners, maar ook om in de wachtkamer van deze zorgverleners te leggen.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.