Middeleeuwse tandheelkunde in de Lage Landen 6. “Van enen ontbonden tant ende van die vuyle verve der tanden"

Open PDF (3.78 MB)

Professoren waren vroeger – en zijn dat wellicht nog – dol op rijtjes, bijvoorbeeld van symptomen en therapieën, die dan op een tentamen gevraagd konden worden. Dat is niets nieuws onder de zon. Ook de middeleeuwse chirurgen structureerden meestal hun betoog om een rij van oorzaken en een rij van therapeutische mogelijkheden. Zo ook bij de ontbonden, dat wil zeggen de loszittende, tand. In moderne termen lijkt hier de parodontologie aan de orde te komen.

Professoren waren vroeger – en zijn dat wellicht nog – dol op rijtjes, bijvoorbeeld van symptomen en therapieën, die dan op een tentamen gevraagd konden worden. Dat is niets nieuws onder de zon. Ook de middeleeuwse chirurgen structureerden meestal hun betoog om een rij van oorzaken en een rij van therapeutische mogelijkheden. Zo ook bij de ontbonden, dat wil zeggen de loszittende, tand. In moderne termen lijkt hier de parodontologie aan de orde te komen. Guy de Chauliac schreef bijvoorbeeld: een tand kan loszitten door heel primitieve gebeurtenissen zoals door vallen of door geslagen worden. Maar ook door vochtigheid, die de zenuw en de banden van de tand slibberig maakt. Het kan ook komen door uitdroging en voedselgebrek en ten slotte ook nog door atrofie van het tandvlees. Als het komt door uitdroging en voedselgebrek, zoals dat voorkomt bij oude mensen, dan moet je er niets aan doen. Maar in alle andere gevallen moet er wel actie worden ondernomen. In de eerste plaats instructie van de patiënt: niet op harde dingen kauwen of bijten, niet te veel spreken en niet aan de losse tand zitten. Als het door te veel vochtigheid kwam, volgde een ingewikkeld recept dat door De Chauliac deels werd teruggevoerd op Galenus (131 – ca. 215): eerst het vocht verdrijven met chrysantenkruid en met hars van de mastiekboom. Dan de wortel van het gebitselement behandelen met een mengsel van aluin, wierook en cipressenkruid.

Maar als dit alles niet hielp en de tand bleef loszitten? Dan moest men maar de raad volgen van Albucasis, een arts die in de tiende eeuw in Cordoba werkte: bind met een gouddraad de tand vast aan zijn buren. Mocht de tand er toch nog uitvallen, neem dan de uitgevallen tand van iemand anders (of maak een tand van koeienbeen) en bind die aan de andere tanden vast (zie afb., waar staat “…sosullen si aen de ghesonden met 1 gulden ketenken ghebonden worden. Ende eest dat si vallen so sullen van anderen lieden of van coeyen been ghemaect worden met behendicheden gebonden worden ende men dient hem lange tijd"). Dat kan dus lang blijven zitten. Blijft natuurlijk de vraag wat de te grote vochtigheid van de zenuw en de ligamenten eigenlijk was…

Afb.  Een paar regels tekst over het vastbinden van tanden met gouddraad (Bron: Den Haag, Museum Meermanno; hs. 010 C 017, fol. 44r., kolom b, r. 5-9).

Ook in de middeleeuwen had men al belangstelling voor esthetische ingrepen. Alle 4 de voor deze serie gebruikte middeleeuwse schrijvers wijden een paragraaf aan de swerte tanden of aan de vuyle verwe der tanden. Yperman gaf een ingewikkeld maar fascinerend recept voor het wit maken van de tanden: “Neem zout en evenveel gerstemeel, maak er met honing een deeg van. Wikkel dat in een papier en verbrand het. Bewaar hiervan drie drachme. Neem dan gelijke delen verbrande krab, kalk van (verbrande) eierschalen, cipressekruid en aluin; bewaar van dit mengsel twee drachme. Ten slotte citroenschil en gelijke delen kamfer; neem van dit mengsel 1 drachme (zie intermezzo 1). Stamp deze 3 mengsels fijn in een mortier en zeef dat. Wrijf daarmee het tandvlees in waar de tanden zwart zijn en ze worden weer wit." Een nogal bewerkelijke tandpasta dus, waarschijnlijk met als actiefste componenten de ongebluste kalk en de citroenschil. Merkwaardig is dat dit medicament op het tandvlees en niet op de tanden moest worden gesmeerd. Misschien is dat een verschrijving van de kopiist, want bij een dergelijk recept zei Lanfranc wel dat het op de tanden gesmeerd moest worden en De Chauliac zei: zowel op het tandvlees als op de tanden. Qua hoeveelheden (voor een tandpasta!) ging De Chauliac ook uit van zinniger waarden; voor een mondwater dat goed voor de vuile tanden was, begint hij met een half pond zout et cetera en niet met enkele grammen. Een dergelijk ingewikkeld middel was alleen voor de gegoede burger bestemd.

Intermezzo 1. De drachme
De drachme is een oud medicinaal gewicht. Een pond was gelijk aan 12 ons; een ons bevatte 8 drachmen. Een drachme was dus waarschijnlijk een paar gram, maar het pond was niet overal gelijk. De drachme was zelf onderverdeeld in 3 scrupels of 60 grein.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

(Bron: Den Haag, Museum Meermanno; hs. 010 C 017, fol. 44r., kolom b, r. 5-9)
(Bron: Den Haag, Museum Meermanno; hs. 010 C 017, fol. 44r., kolom b, r. 5-9)
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2015; 122: 316
rubriek
Geschiedenis en tandheelkunde
serie
Middeleeuwse tandheelkunde in de Lage Landen
Bronnen
  • E.J. Jonkman, M.A.J. Eijkman
  • Datum van acceptatie: 13 oktober 2014
  • Adres: em. prof. dr. E.J. Jonkman (klinisch neurofysioloog),Raaphorstlaan 11d, 2245 BG Wassenaar
  • joostjonkman@casema.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd